alice Geplaatst op 27-07-2011, 15:20 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

De keuze van een moeder
Ik staarde weer naar de voorpagina van de krant. Er zat een brok in mijn keel en de tranen prikten achter mijn ogen. Ik had niet verwacht dat de magische wereld zo laag zou zijn, me zo zou verraden. Ik kende alle trucjes, wist alle valstrikken, maar deze had ik over het hoofd gezien.
Ik legde de krant opzij en kneep even mijn ogen dicht om de tranen terug te dringen. Bijna waren ze ontsnapt. Ik opende mijn ogen, stond op en keek naar de drie mannen voor me. Gekleed in een strak, donkergroen uniform en hun gezichten uitdrukkingloos zoals altijd. Ik had ze laten komen om deze roddel de wereld uit te laten helpen.
‘Pak Crevan Reagan op en sluit dat Ierse gedrocht achter slot en grendel,’ beval ik en liet me weer in mijn stoel vallen. Ik voelde een gigantische hoofdpijn opkomen.
‘Maar mevrouw Leach,’ zei een van de drie mannen voor me, de middelste. ‘Onze cellen zitten vol met de vele volgelingen van jeweetwel.’
‘Dan reken je voorgoed met hem af, Jacobus!’ snauwde ik. ‘Jaar in jaar uit komt dat Ierse gespuis hier binnen en verzint roddels om mij, de minister van Toverkunst, voor schut te zetten, om mij te verstoten!’
‘We zullen meneer Reagan het zwijgen opleggen,’ zei Jacobus toonloos. Hij draaide zich om op zijn hielen en verliet – samen met zijn twee collega’s – mijn kantoor.
Zuchtend pakte ik weer de krant op en las de grote letters op de voorpagina:

Minister van Toverkunst pleegt verraad

Nog nooit had ik geld gestolen van mensen door meer belasting te vragen, nog nooit had ik niet omgekeken naar arme gezinnen, nog nooit had ik mensenleed in mijn eigen land ontkent. En toch had Crevan Reagan het volk ervan weten te overtuigen dat ik een gewetenloos, vreselijk mens was met maar een doel voor ogen: totale controle over het hele land.
Ikzelf wist dat dat niet waar was, nooit had ik gewild om zo hoog te staan, ik had nooit een hoge positie gewild. Maar om mijn gezin te onderhouden, had ik geen keuze gehad.
Ik vouwde de krant op die al – sinds ik hem vanmorgen had gekregen – honderden keren door mijn handen was gegaan, en gooide hem in de prullenbak.
Ik rechtte mijn rug, trok mijn schouders op en ging met opgeheven hoofd de dag tegemoet. Hij was dan wel slecht begonnen, maar ik zou dit overleven.
Om tien voor vijf – mijn dag zat er bijna op – stond ik voor de openhaard en keek naar de vlammen terwijl ik diep nadacht. Ik was zo in gedachte verzonken dat ik de gedaante achter me niet opmerkte. De sterke hand op mijn linkerschouder liet me verstijven. Zelfs door mijn kleding heen voelde ik nog de kou die van de hand afkomstig was. Ik draaide me om en keek recht in die koele, gewetenloze, lege ogen.
‘Zware dag, Nobby?’ zei de hese stem van Voldemort.
‘Wat wil je nu weer van me?’ vroeg ik kwaad en liep naar mijn bureaustoel toe. Ik nam plaats achter mijn bureaustoel, zette mijn leesbril op en pakte een paar papieren vast om de indruk te wekken dat ik nog veel te doen had. Ik zou absoluut geen tijd hebben voor gesprekken!
‘Nobby toch.’ Voldemort liep kalm naar me toe en ging achter mijn stoel staan. ‘Je weet onze afspraak toch nog wel?’ Hij pakte mijn hoofd vast met zijn ijzige handen. ‘De helft van mijn volgelingen zit vast en ik wil ze terug. Jij gaat ervoor zorgen dat ik ze terugkrijg, weet je nog?’
Ik zuchtte diep en wist mijn angst in te slikken. ‘Ik heb u al gezegd dat ik niet zomaar iedereen kan vrijlaten! Als ik dat doe heeft het volk al helemaal geen vertrouwen meer in me. Die verdomde Ieren werken mijn reputatie al de afgrond in! Uw volgelingen vrijlaten zou de druppel zijn!’
‘Jammer dat je ongehoorzaam bent,’ zei Voldemort en liet zijn handen over mijn haren gaan. ‘Ben je onze afspraak vergeten, Nobby?’
‘Heus niet,’ antwoordde ik woest en smeet mijn leesbril aan de kant. ‘Van mij mag je al mijn werknemers iets aandoen, maar op het moment kan ik niemand vrijlaten die levensgevaarlijk is!’
‘En je noemt jezelf geen verrader?’ zei Voldemort meesmuilend.
‘Houd hiermee op!’ Ik stond op en liep heen en weer door mijn kantoor. ‘Ik kan dit nu niet doen, dat weet je zelf ook wel!’
‘Goed dan.’ Zijn ogen werden nog leger en gevoellozer. ‘Dan moet ik maar overstappen op grote maatregelen!’
‘Zoals?’ vroeg ik en probeerde onverschillig te klinken. Diep van binnen brandde de nieuwsgierigheid, maar ik wist mezelf ondertussen in de hand te houden bij hem in de buurt.
Voldemort keek me recht in mijn ogen aan. ‘Zo een slim iemand als jij weet toch wel wat mijn plannen zijn?’
Mijn hart leek een slag over te slaan. Ik had altijd voorzichtig moeten zijn bij hem in de buurt. Hij had de reputatie om families van zijn slachtoffers iets aan te doen, om nog maar te zwijgen over de slachtoffers zelf. ‘Niet mijn man en kinderen,’ mompelde ik en moest nu echt moeite doen om mijn tranen binnen te houden. ‘Je zou hen met rust laten, dat was ook een onderdeel van onze afspraak!’
‘O ja?’ Peinzend keek Voldemort naar de foto op mijn bureau. De foto van mijn man, Riley, met onze kinderen, onze twee zoons. Aidan van acht jaar en Connor van drie jaar. ‘Ik kan het me niet herinneren,’ zei Voldemort. ‘En daarnaast, Nobby, heb je geen kinderen, nooit gehad.’ Hij verdween.
Ik zakte door mijn benen en zat huilend op de grond met pijn in mijn hart. Ik moest nu naar huis toe, ik was nodig thuis. Maar wat zou ik daar aantreffen na Voldemorts woorden?
Ik hervond de kracht om op te staan en veegde mijn gezicht droog. Ik zou toch een keer naar huis moeten gaan. En als daar niks aan de hand zou zijn, zou ik doen alsof er ook echt niets aan de hand was. Ik zou het eten klaarmaken, de kinderen in bed stoppen en zoals altijd de perfecte en opgewekte huisvrouw zijn. Ik had eigenlijk alleen maar een huisvrouw willen zijn, maar mijn man eiste van me dat ik ook zou werken, hij vond dat ik ook geld in het laatje moest brengen.
Ik verdwijnselde naar huis en liep over het grinten tuinpad naar de voordeur. Met elke stap begon mijn hart sneller te slaan en ik ging steeds langzamer lopen. Op een gegeven moment begon ik te hijgen van de spanning. De ergste scenario’s gingen door mijn hoofd. Hoe zou ik mijn kinderen aantreffen en mijn man? Als ze er nog wel waren. De woorden van Voldemort hadden me echt overstuur gemaakt. Geen kinderen? Ik had wel degelijk kinderen, twee prachtige zoons!
Ik stak de sleutel in het slot en draaide die om. Ik wilde de deur een duwtje geven zodat hij open zou gaan, maar twijfelde.
‘Mama!’
Opgelucht bij het horen van dat kleine kinderstemmetje duwde ik de deur open en ging het warme, gezellige huis binnen. Meteen rende Connor op me af en verborg zijn huilende gezichtje in mijn zwarte rok.
‘Mama, ik heb zoveel pijn!’
O jee, dat kon niet goed zijn! Hoe moest ik de moed vinden om nu nog verder het huis in te lopen? Was Voldemort hier langs geweest? Ik schraapte mijn keel en tilde Connor op. ‘Hoe komt het dat je zoveel pijn hebt?’
‘Aidan heeft me geslagen!’ huilde Connor en sloeg zijn mollige armpjes om mijn nek heen.
Die Aidan ook altijd met zijn verschrikkelijke streken! Ik had me er niet zo wezenloos om geschrokken als Voldemort niet op bezoek was gekomen. Met Connor op mijn arm liep ik door de smalle gang naar de woonkamer toe waar ik het volgende aantrof: Riley hing voor de buis en Aidan was verdiept in een boek. Godzijdank was er niks aan de hand. Geen moord, marteling, brand of iets in die richting.
Riley keek om. ‘Hé, wanneer eten we?’
‘Geen hoi?’ vroeg ik gefrustreerd. ‘Mijn dag was fijn, aardig dat je het vraagt. Je zit al vanaf drie uur ’s middags op je gat voor de televisie! Het zou geen kwaad kunnen om op z’n minst wat kleding te wassen van onze kinderen!’
Hij lachte om iets wat er op de televisie gebeurde en ik voelde de woede koken. Ik zette Connor neer op de grond. ‘Aidan!’
Hij keek op van zijn boek. ‘Ja mam?’
‘Doe je broertje geen pijn meer,’ zei ik streng en liep terug de gang in om mijn jas op te hangen. Daarna liep ik naar de keuken en begon het avondeten klaar te maken. Als Riley ook iets zou doen, zou Connor op tijd in bed kunnen liggen en niet elke dag moe wakker worden ’s morgens vroeg. Hij en Aidan moesten om halfzeven bij de oppas zijn en daarvoor maakte ik ze om halfzes wakker, nadat ik mezelf had gedoucht en aangekleed. Riley kwam pas om zeven uur zijn bed uit en ging werken tot een uur of twee. Gelukkig had ik hem zover gekregen om Connor op te halen na zijn werk en Aidan haalde hij van school een uur later. Verder deed hij niks, de vrouw moest alles doen in huis volgens hem. En hij kon een vreselijke zak zijn, maar hij was mijn man en ik hield van hem.
Ik dekte de tafel terwijl in de keuken het vlees opstond. In mijn ooghoek zag ik Aidan zijn boek oppakken om Connor ermee een klap te verkopen.
‘Aidan!’
Schuldbewust keek hij me aan en legde zijn boek weer op de grond. ‘Sorry mam, maar hij blijft die stomme peuterliedjes maar zingen!’
‘Dat komt omdat hij een peuter is,’ legde ik uit. ‘Jij hebt ook in die fase gezeten.’
‘Maar ik viel er niemand mee lastig!’ zei Aidan bijdehand.
‘Je moest een weten,’ merkte ik op. ‘Je vader en ik moesten soms meezingen van je. Nou, wees lief voor je broertje en er zwaait wat als je er alleen maar aan denkt om hem pijn te doen!’
‘Ja mam.’ Aidan zuchtte diep en sloeg zijn boek open.
Ik liep snel terug naar de keuken en de geur van verbrand vlees drong tot diep in mijn neusgaten door. Snel zette ik het gas uit en zette de pan op het aanrecht neer. Ik bekeek de schade. Alleen de onderkant van het vlees was aangebrand. Maar dat was genoeg om de kieskeurige Connor te doen huilen – ook deels omdat hij ondertussen erg moe aan het worden was – en dit was een reden voor Riley om te klagen over mijn kookkunsten. Ooit had hij mijn kookkunsten aanbeden, hij was er gek op. Maar sinds ik werkte en minder tijd overhad voor het huishouden, had hij overal commentaar op. Ik deed dit niet goed, moest dat doen, deed daar te lang over. Als hij ook maar iets zou doen in het huishouden, een klein dingetje…
De spanning aan de eettafel was te voelen. Al stond de televisie zachtjes aan voor het geluid, voor de gezelligheid, gezellig was het niet echt. Riley had het aangebrande vlees al met een afkeurende blik bekeken, maar had zich eerst netjes tot de groente en aardappelen gekeerd.
Toen zijn bord leeg was zei hij: ‘Dat smaakte goed, schat.’
Ik was niet gevlijd, ik wist dat dat alleen maar was om zijn aankomende geklaag over het vlees te verzachten. Ik keek naar Connor die gelukkig zo gek was op groenten dat hij alles opat. Zodra hij zijn laatste hap had doorgeslikt stuiterde hij op en neer in zijn stoeltje.
‘Vlees mama, vlees mama!’
Ik legde een stukje vlees op zijn bord en keek vol spanning toe.
‘Wat is dit?’ Klonk Riley’s stem opeens. ‘Kan je niet eens normaal wat vlees klaarmaken, Nobby? Zelfs een kobold kan dat!’
‘Mama, dit is niet lekker!’ volgde Connor en schoof zijn bord van zich af waardoor het op de grond viel.
Ik zuchtte diep en staarde naar mijn eigen lege bord.
‘Connor moet slapen,’ zei Riley toen en stond op om weer televisie te kijken.
Die avond, rond halfacht, bracht ik Aidan naar bed toe. Ik stopte hem goed in en gaf een kus op zijn voorhoofd.
‘Mama,’ zei zijn slaperige stem.
‘Wat is er?’
‘Zijn jij en papa boos op elkaar?’
Die vraag deed me pijn, serieus pijn. ‘Nee Aidan,’ antwoordde ik. ‘Maar mama heeft het heel druk en papa heeft het heel druk en we zijn allebei heel moe en soms als mensen moe zijn, vinden ze het lastig om lief tegen elkaar te blijven doen. Maar mama en papa zijn niet boos op elkaar.’
‘Ik zal nooit te moe zijn om lief tegen je te doen, mama,’ mompelde Aidan voorzichtig.
‘Ik vind het heel lief dat je dat zegt,’ zei ik. ‘Maar je moet nu echt gaan slapen.’
‘Geen verhaaltje?’ vroeg Aidan. ‘Ik vind die van opa zo leuk!’
‘Ik kan de beknopte versie vertellen,’ zei ik. ‘Er was eens een man die trouwde met een vrouw, hoe heetten ze ook alweer?’ Ik keek Aidan aan, hij wist het.
‘Opa Nobby en oma Farah,’ zei Aidan en glimlachte.
‘Ja, dat was het,’ ging ik verder. ‘En opa Nobby en oma Farah kregen een dochtertje en ze besloten haar te vernoemen naar opa Nobby.’
‘Dat ben jij!’ zei Aidan enthousiast.
‘Jep, ik ben het nog steeds,’ zei ik. ‘En nu moet je echt gaan slapen, morgen moet je weer vroeg op.’ Ik gaf hem nog een kus op zijn voorhoofd. ‘Welterusten.’ Na die woorden liep ik de kamer uit.
Rond een uur of tien lag ik in mijn eigen bed met Riley naast me die al lang sliep. Hij hoefde zijn hoofd maar neer te leggen en sliep al. Maar hij had dan ook niet de zorg voor het huis en de kinderen op zich. En daarnaast was zijn baan niet veeleisend. Hij werkte in een dierenwinkel, niet echt spannend en vermoeiend werk.
Door mijn oververmoeidheid was ik Voldemort helemaal vergeten.

‘Mama, ik wil niet!’ protesteerde Connor en ging huilend op de grond liggen. ‘Wil niet naar tante Leah toe!’
‘Sinds wanneer is ze je tante?’ mopperde ik en probeerde Connor weer zijn jas aan te doen.
Hij was erg moe en was vannacht herhaaldelijk wakker geworden met koorts. Zijn koorts was gezakt, maar hij deed nu super vervelend. Buiten dat was ik al laat.
‘Connor, werk mee,’ zei ik. ‘En Leah is je tante niet!’
‘Aidan zegt van wel,’ zei de kwade peuter en ging zitten met zijn armen over elkaar.
‘Aidan, geen onwaarheden meer tegen je broertje vertellen,’ waarschuwde ik.
‘Maar ik wil een tante, net zoals iedereen in mijn klas heeft!’ legde hij uit. ‘Daarom noem ik Leah tante Leah.’
‘Leah is oppas Leah,’ zei ik. ‘En jullie hebben een tante die in Frankrijk woont.’
‘Maar zij stinkt altijd!’ zei Aidan. ‘Ze doet te veel parfum op.’
Ik wist Connor zijn jas aan te trekken en nam de kinderen mee naar buiten. Gelukkig woonde Leah tegenover ons. Ik stak de straat over met één huilend kind en één kind mopperend over zijn stinkende, Franse tante. Ik belde aan en bijna meteen werd er open gedaan.
‘Dat duurde lang,’ zei Leah en wierp een blik op haar horloge waarbij haar rode haren voor haar gezicht vielen. ‘Hoe is het met mijn jongens?’ Ze knielde neer voor de twee.
‘Ik moet snel weer gaan, Leah,’ zei ik. ‘Houd Connor goed in de gaten, hij is niet zo lekker! Doei doei.’ Ik liep het tuinpad af en verdwijnselde naar mijn werk.

Ik merkte het vele gefluister op. Ik liep door de lange gangen en ging naar mijn kantoor, het geklets achter me latend. Ik sloot de deur en bleef ertegenaan staan. Wat hadden ze nu weer te roddelen over mij? Weer een krantenartikel?
Ik liep naar mijn bureau toe waar de krant van vandaag al klaar lag. En ja hoor, waar ik al bang voor was. Een foto van mij op de voorpagina. Ik las het kopje erboven en voelde een steek door mijn hart gaan.

Minister van Toverkunst Moordenaar

Dit was vreselijk, hoezo was ik een moordenaar? Ik ging zitten op mijn bureaustoel en las het krantenartikel door.

9 september 1963 – van onze verslaggever
De bekende Ierse verslaggever Crevan Reagan werd gisteren op straat overvallen door een verschijning van de Wachters van minister Leach. De drie geüniformeerde mannen namen meneer Crevan mee – die zich tevergeefs heftig heeft verzet – en sindsdien is er niets meer van hem vernomen. Omdat wij allen weten dat de gevangenissen stampvol zitten met volgelingen van hij-die-niet-genoemd-mag-worden, is het niet moeilijk om te raden welk vreselijk lot meneer Crevan moest ondergaan.
Onze condoleances voor de familie en dierbaren.


Ze deden alles om mij te dwarsbomen. Dit artikel was van een collega van Crevan, ook een Ier. Ik herkende de subtiele schrijfstijl van de Ieren wel.  
Er werd op de deur geklopt. Snel legde ik de krant opzij en haalde de treurige uitdrukking van mijn gezicht af.
‘Binnen!’
Mijn deur ging open en Jacobus kwam samen met zijn twee mannen binnen.
‘Precies de mensen die ik wilde zien,’ zei ik furieus. ‘Wat is dit?’ Ik pakte de krant op en hield die omhoog.
‘De krant van vandaag,’ antwoordde Jacobus.
Woedend stond ik op. ‘Dat weet ik ook wel, stommeling!’ Ik liep op hen af. ‘Ik heb het over dit!’ Ik liet het artikel zien waarin ik van moord werd beschuldigd. ‘Waarom midden op straat? Waarom? Is mijn reputatie niet belangrijk voor jullie?’
‘Met alle respect,’ zei William, de man rechts van Jacobus. ‘Dit was onze kans, hij zou zijn verdwijnseld als wij hem niet hadden meegenomen.’
‘Met alle respect,’ herhaalde ik op spottende toon. ‘Alles wat jullie doen valt onder mijn verantwoordelijkheid! Ik krijg uiteindelijk de schuld! Als jullie stomkoppen je werk niet kunnen doen zoals het hoort, moet ik jullie maar ontslaan!’
‘Alstublieft niet!’ zei Jacobus geschrokken. ‘Mevrouw Leach, geef ons een nieuwe opdracht, we zullen die uitvoeren zoals het hoort!’
‘Een nieuwe opdracht?’ herhaalde ik en keek de man voor me kwaad aan. ‘Dit is jullie nieuwe opdracht!’ Ik smeet de krant in zijn gezicht. ‘Zoek het monster op die dat artikel heeft geschreven en reken met hem af! Dit keer onopvallend, mislukkelingen!’
‘Ja mevrouw.’ Jacobus en zijn mannen gingen snel mijn kantoor uit.
Ik liep terug naar mijn bureaustoel en liet me erin vallen.
‘Tik tak, tik tak.’
Geschrokken keek ik in de richting van de openhaard. Voldemort keek me doordringend aan. ‘Mijn volgelingen, Nobby! Ik heb er maar zes en jij hebt er drie van me afgepakt. Ik wil ze terug! De tijd dringt.’
‘Ik kan het niet doen… Maar drie?’ mompelde ik. ‘Hoe kan de gevangenis dan vol zitten?’
Voldemort keek me aan met een uitdrukkingloos gezicht dat me toch angst wist aan te jagen. ‘Nobby toch, je hebt de zaken niet zo goed onder controle als je dacht, wel dan?’
Ik wendde mijn gezicht van hem af en dacht verward na. Maar drie? Mij was vele malen verteld dat de gevangenis vol zat. Iedere overtreder van de wet moest nu vermoord worden, of ik dat nou wilde of niet. Ik was geen voorstander van moord, maar ik had geen keuze gehad! Ik keek weer op naar Voldemort. ‘Waarom blijft u aandringen? Is het niet meer iets voor u om mijn werknemers een voor een af te slachten?’
‘Eigenhandig?’ mompelde Voldemort verbaasd. ‘Daarom heb ik nou mijn volgelingen nodig!’ Hij stond binnen een seconde voor mijn bureau en boog zich eroverheen. ‘De tijd loopt niet in jouw voordeel, Nobby. Opschieten!’ Hij keek weer naar de foto van mijn gezin op mijn bureau.
Een koud gevoel bekroop me. Ik greep naar de foto en meteen had Voldemort stevig zijn hand om de mijne gesloten waarin ik de foto vasthield.
‘Alstublieft niet,’ zei ik doodsbenauwd. ‘Niet mijn man en kinderen!’
Hij kneep zo hard in mijn hand dat ik van de snijdende pijn los moest laten. Het fotolijstje kwam hard op mijn bureau terecht en het glas brak. Toen pas liet Voldemort mijn hand los. Ik keek ernaar mijn. Mijn hand bloedde doordat het fotolijstje erin was gedrukt door Voldemort.
‘Je hebt nooit kinderen gehad, Nobby,’ zei Voldemort. ‘Dat weet je toch.’
‘Wat zijn dat voor rare woorden?’ snauwde ik. ‘Heeft u de foto niet goed gezien? Die kinderen kunnen niet meer op mij en mijn man lijken!’
Voldemort ging weer rechtop staan. ‘Morgen Nobby, morgen wil ik mijn volgelingen hebben! Anders moet ik eigenhandig maatregelen nemen.’ Hij verdwijnselde.
Ik zuchtte opgelucht, eindelijk was hij weg gegaan. Maar een angstig gevoel bekroop me al. Je hebt nooit kinderen gehad. Waarom zei hij dat? Dit waren mijn bloedeigen zoons. Ik haalde de foto uit het kapotte lijstje en keek ernaar met tranen in mijn ogen. Mijn zoons mocht niets overkomen.

Even na vijven stak de ik sleutel in de voordeur en duwde die open. Ik stond klaar om Connor te ontvangen die altijd blij op me af kwam rennen, maar er was niemand die me kwam begroeten. Het zou toch niet…
‘Riley!’ Kwaad ging ik naar de woonkamer toe.
Hij keek op de van de televisie. ‘Hé, hoe was je dag?’
‘Je hebt kinderen niet opgehaald bij Leah, wel?’ vroeg ik woedend.
‘Ik heb barstende koppijn,’ zei hij en legde een hand op zijn hoofd.
‘Ik kan je niet uitstaan!’ mopperde ik en ging op weg om de kinderen op te halen. Daarna moest ik meteen aan het eten beginnen – dit keer geen vlees om geklaag te vermijden – en toen Connor in bed lag, moest ik de rest van het huishouden doen.
‘Heb je nog veel te doen?’ vroeg Riley toen ik bezig was met twee wassen op te vouwen. ‘Je kan magie gebruiken, lief.’
‘Op een dag zal je terugdenken aan deze tijd,’ zei ik kwaad. ‘Als je oud, gerimpeld en alleen bent. Dan zal je inzien hoe hard je vrouw wel niet heeft gewerkt en je zal sterven van de schuldgevoelens.’
‘Ja ja,’ zei hij vluchtig. ‘Je wist waar je aan begon toen we trouwden.’
‘Ik had moeten weten dat je lui bent,’ mopperde ik. ‘Het doet je ook niks dat ik het meeste geld binnen breng én het huishouden moet doen!’
‘Dat klopt,’ zei Riley. ‘Ik heb mijn taken in huis gedaan. Ik hoef alleen maar elke dag aardig tegen je te doen en ik moet elke dag mijn zoons begroeten.’
‘En ophalen bij de oppas!’ snauwde ik.
‘Die verdomde oppas!’ vloekte Riley. ‘Ik had hoofdpijn, Nobby!’
‘Ook dan zijn het alsnog onze kinderen, niet die van Leah!’ zei ik. ‘Ze krijgt betaald om tot halfdrie op ze te passen!’
‘Ik heb haar wat extra’s gegeven,’ mompelde Riley.
‘Oh, dus je hoofdpijn was niet te erg om geld te tellen,’ merkte ik op. ‘Weet je hoe Connor Leah noemde? Tante Leah!’
‘Die jongen heeft te veel fantasie, je moet hem beter opvoeden, lief,’ zei Riley ongeïnteresseerd.
Ik werd zo kwaad dat ik hem wat aan had kunnen doen. Woest liep ik de kamer uit en smeet de deur achter me dicht.

Ik kon niet rustig werken de volgende dag. Ik wist dat Voldemort elk moment langs kon komen, omdat zijn volgelingen nog steeds vastzaten. Bij de deur stonden Jacobus en zijn mannen.
‘Jullie hebben gelogen,’ zei ik beschuldigend. ‘De cellen zijn niet allemaal bezet. Ik heb gisteren, na mijn werk hier, een kijkje genomen. Er zijn maar drie volgelingen.’ Zouden ze mijn leugen doorzien?
Ze waren stil. Ik moest iets zeggen zodat ze weinig tijd zouden hebben om na te denken over mijn vorige woorden.
‘Een verklaring?’ zei ik ongeduldig. ‘Jacobus, jij hebt altijd een weerwoord klaar.’
Weer bleven de mannen stil.
‘Jullie hebben me verteld dat de cellen vol zaten,’ ging ik verder op kalme toon. ‘Mannen, willen jullie mij soms de grond inboren? Vinden jullie mijn leed fijn? Vermoorden jullie expres mensen om mij voor schut te zetten? Het is jullie gelukt!’ Ik haalde diep adem en wist mezelf te beheersen. ‘Ik wist dat jullie niet te vertrouwen waren. Verdwijn en kom nooit meer terug.’
‘Maar mevrouw…’
‘Nee!’ viel ik Jacobus in de rede. ‘Wegwezen!’
De drie mannen verlieten in een rap tempo mijn kantoor. Ik legde mijn gezicht in mijn handen en voelde de wanhoop groeien. Maar ik moest sterk blijven! Ik mocht nog niet huilen. Ik wist dat ik elk moment ongewenst bezoek kon krijgen. De drie volgelingen zaten nog steeds vast.
Om afleiding te zoeken ging ik aan het werk, er was tenslotte nog genoeg te doen. Vooral een hele stapel papierwerk. Ik moest dat voor volgende week weg hebben gewerkt, omdat er dan een nieuwe stapel zou komen. Ik begon alles door te lezen, in te vullen, goed en af te keuren. Ik had geen idee hoelang ik al bezig was toen er opeens vuur begon te branden in de open haard. Ik keek sceptisch naar het vuur en schoof met mijn bureaustoel achteruit. Ik greep naar mijn toverstok die in de bovenste la van mijn bureau lag en ging staan. Er gebeurde niks. Het vuur in de openhaard bleef branden en ik werd zenuwachtig van het uitgestelde lot.
‘Ik weet dat u er bent!’ zei ik op mijn hoede. ‘Laat u maar zien!’
Niks, helemaal niks.
Ik draaide me om en twee sterke, koude handen grepen mijn gezicht vast.
‘Ze noemen mij niet voor niets Heer,’ siste Voldemort. ‘Je mag dan wel de minister zijn, ook jij kan niet ontsnappen aan mijn macht!’
Zijn stem maakte me bang, deed me beven. Ik had het gevoel dat ik door mijn benen zou zakken als hij mijn gezicht los zou laten. Nog nooit eerder was ik bang geweest voor zijn stem. De eerste keer dat ik Voldemort had gezien, had ik – in ruil voor mijn leven – hem toegang tot het ministerie gegeven, tot mij.
Maar vandaag hoorde ik iets vreemds in zijn stem, iets wat me deed beseffen dat ik vanaf nu een reden had om bang te zijn om naar huis te gaan…
‘Je hebt geen kinderen, nooit gehad,’ zei Voldemort hees en vastbesloten.
‘U doet ze niks,’ wist ik eruit te brengen. Ik kon de prikkende tranen niet binnenhouden. ‘U zal ze met geen vinger aanraken!’
Hij liet me zo plotseling los, dat ik in elkaar zakte op de grond.
‘Durf je mij te vertellen wat te doen?’ zei Voldemort verbaasd. ‘Nobby toch, begrijp je het niet. Ik heb nooit jouw leven gewild, alleen toegang tot het ministerie. Die zou ik ook hebben zonder jouw toestemming daarvoor. De hele wereld is binnenkort van mij!’ Hij spreidde zijn armen en ik voelde me klein, zoals ik op de grond zat. Zijn houding intimideerde me.
‘Ik zal je voor een keuze stellen, Nobby,’ ging Voldemort verder. ‘Of die twee jongens of jij gaat eraan.’
‘Wat?’ Zijn woorden moesten even tot me doordringen. ‘Nooit!’ Vastbesloten en onverwacht verdwijnselde ik naar huis toe. Ik rende het tuinpad van Leah op en begon op de deur te slaan. ‘Leah, doe open, snel! Ik ben het, Nobby! Doe die deur open, geef mij m’n zoons!’
De deur ging open en Leah keek me met grote, geschrokken ogen aan. ‘Nobby, alles wel goed?’
Ik negeerde haar en liep het huis in. Connor zat aan de eettafel op een koekje te kauwen en Aidan zat op de bank aan zijn lunch. Ik pakte Connor uit zijn stoel, misschien iets te ruw en ik pakte Aidans arm vast.
‘Wat is er, mam?’ vroeg hij verward.
‘We gaan weg,’ antwoordde ik en verdwijnselde met mijn kinderen.
We kwamen uit op een grote open vlakte. Het gras onder onze voeten was dood en de wind zorgde ervoor dat ik huiverde. De lucht was grauw en de bergen verderop waren grijs. Dit leek een compleet andere wereld, alsof wij de enige levenden nog waren. Ik trok Aidan mee over de levenloze vlakte, wetende waar ik was.
‘Mama, ik vind dit eng,’ mopperde Aidan. ‘Kunnen we terug naar huis gaan, naar Leah?’
‘Tante Leah,’ zei Connor.
‘Niks tante Leah,’ mompelde ik en stapte snel door. ‘En nee, Aidan, we kunnen niet naar huis toe.’
‘Waarom niet?’ vroeg hij. ‘Komt papa ook hierheen?’
‘Nee,’ antwoordde ik kortaf.
We kwamen uit bij een luik in de grond. Ik schopte de aarde eraf en zette Connor neer die angstig mijn arm vasthield. Ik trok aan het luik in de hoop die open te krijgen. Piepend ging het luik open en ik haalde opgelucht adem.
‘Aidan, jij eerst.’
‘Wat is dit, mama?’ vroeg hij twijfelend.
‘Ga nou maar snel,’ zei ik ongeduldig.
Aidan liep de steile, stenen trap af en ik volgde met Connor op mijn arm. Ik sloot het luik en meteen ging er een lichtje aan dat de ruimte slecht verlichte.
‘Waar zijn we?’ vroeg Aidan.
Hij ook met zijn eeuwige nieuwsgierigheid!
Ik keek om me heen. De zwakzinnige die hier had gewoond had het ondanks alles niet slecht gehad. Een fatsoenlijke eettafel, woonkamer met boeken en een televisie en een goede keuken. Ik inspecteerde de kastjes. Natuurlijk, leeg. Ik liep door de ondergrondse ruimtes. Twee slaapkamers. In een van de kamers stond een ledikant en een eenpersoonsbed. In de andere kamer stond een tweepersoonsbed. Aidan en Connor konden wel in dezelfde kamer slapen. Connor zou nog wel in het ledikant passen, hij was klein voor zijn leeftijd. En buiten dat zou Voldemort niet voor altijd aan de macht zijn.
Ik zette de jongens voor de televisie en bekeek het huis, zoals het vroeger werd genoemd. Ik vond oude papieren in de kasten waarvan de inkt bijna vervaagd was, waardoor sommige dingen niet te lezen waren. Alle spullen zaten onder het stof en de weinige planten waren uitgedroogd en waren veranderd in hoopjes zwart. Logisch met geen zonlicht en al drie jaar geen water meer. Hoe had hier ooit iemand kunnen leven? Dit was toch geen huis om naar te verlangen? En zeker niet als je deze omgeving zou bekijken. Maar Voldemort zou me hier niet komen zoeken, niet meteen. Hij zou verwachten dat ik een plek zou uitkiezen waar mijn kinderen zich op hun gemak zouden voelen, hij zat er flink naast. Ja, ik hield van mijn kinderen, zielsveel, maar op momenten als deze moest ik aan hun veiligheid denken, niet aan wat hun plezier zou doen. Ik zou er veel voor over hebben gehad om ergens te schuilen waar een speeltuin was en genoeg leeftijdsgenoten voor de jongens, maar die kans had ik niet. Voldemort zou me meteen vinden!
Tegen het begin van de avond begonnen de jongens te klagen over honger. Ikzelf had al een tijdje honger, maar probeerde daar niks over te zeggen tegen de kinderen. En nu die klaagden over een rammelende buikjes, werd mijn honger ook erger.
Ik overwoog om weg te gaan zodat ik eten kon kopen ergens in een supermarkt.
‘Jongens, mama is even weg,’ zei ik uiteindelijk.
‘Laat je ons alleen?’ vroeg Aidan bang. ‘Niet doen, mama!’
‘Ik ben zo terug, beloofd,’ zei ik. ‘Pas goed op je broertje. Niet slaan!’ Na die woorden verdwijnselde ik naar huis.
Ik nam een groot risico door hierheen te gaan, maar ik had geld nodig om eten te kunnen kopen! Ik ging snel het huis in. Riley stond woedend in de keuken.
‘Jij!’ Hij keek me kwaad aan en stak zijn vinger naar me uit. ‘Je hoort nu het eten klaar te maken! En waar zijn mijn jongens?’
‘Gaat je niks aan, Riley,’ zei ik kwaad en liep de woonkamer in.
‘Het gaat me heel wat aan!’ schreeuwde hij en kwam achter me aan.
Ik pakte wat geld bij elkaar en draaide me woedend om naar Riley. ‘Je hebt nooit iets om die jongens gegeven! Daarom ben ik weggegaan hier, samen met mijn kinderen.’
‘Onze kinderen!’ zei Riley verbitterd.
‘Je moet je eerst als een vader gedragen voordat je er een bent!’ siste ik en liep de gang weer in.
‘Nobby!’ Riley pakte mijn arm vast. ‘Waar zijn ze? Vertel het me nu of ik doe je wat!’
‘Dit is niet de eerste keer dat je dat zegt,’ snauwde ik en trok mijn arm los. ‘Je zal me nooit meer zien, Riley.’ Ik verdwijnselde voordat hij me weer zou tegenhouden en kwam dit keer voor een supermarkt uit, ver van huis. Ik kocht de hoognodige dingen, brood, broodbeleg, melk en ging terug naar de “dode wereld” zoals men het zou kunnen noemen. Toen ik naar beneden was gegaan via de stenen trap, vond ik de jongens voor de televisie.
Ze keken allebei naar me om.
‘Ik heb eten!’ zei ik opgewekt en zette de zware tas op de eettafel. ‘We eten vanavond een broodje met kaas en worst!’
‘Dat wil ik niet!’ zei Connor meteen. ‘Wil niet kaas en worst!’
Af en toe was het alsof hij in de peuterpuberteit was blijven hangen.
‘Ik heb ook melk,’ zei ik en liet het pak zien.
‘Nee!’ zei Connor met een vies gezicht.
Aidan keek zijn broertje afkeurend aan.
‘Als je geen brood wil, Connor, eet je maar niet,’ zei ik vastbesloten.
Het servies wat zo vies dat ik het eerst moest schoonmaken. Maar er was geen afwasmiddel, alleen water. Ik moest het er maar mee doen. Ik was zo gewend om alles zonder magie te doen om Riley te irriteren, dat ik het nu ook deed zonder magie. Maar toen Aidan besloot dat het al een tijdje geleden was dat hij zijn broertje had geslagen en zich bovenop Connor stortte, liet ik magie zijn gang gaan en hield de jongens uit elkaar.
‘Aidan, waarom doe je dit steeds?’ vroeg ik kwaad. ‘Ik kan dit er niet bij hebben!’
‘Maar Connor begon!’ zei Aidan onschuldig.
‘Niet waar!’ zei hij en keek boos naar zijn grotere broer, daarna naar mij. ‘Ik wil bij mama blijven.’
Een kwartier later konden we eindelijk eten. De jongens aten veel, zoals altijd. Daar had ik aan moeten denken tijdens het doen van boodschappen.
Omdat Connor doodop was na het eten legde ik hem meteen in het ledikant. Hij had vreemd naar zijn nieuwe slaapplaats gekeken en daarna naar mij.
‘Voor Aidan,’ had hij vastbesloten gezegd.
‘Aidan past daar niet in,’ zei ik en had met veel geweld – vooral van Connors kant – hem in het ledikant gekregen. Gelukkig sliep hij snel toen hij eenmaal lag.
Aidan vertrouwde de situatie niet echt en begon irritant te worden met zijn vele waarom vragen. Waarom zijn we niet thuis? Waarom is papa er niet? Waarom hebben we brood gegeten? Waarom moeten Connor en ik op een kamer slapen? Waarom is er hier geen zonlicht? Waarom mag ik niet naar buiten toe?
Ik zuchtte diep en besloot al zijn vragen te negeren, ik kreeg er hoofdpijn van. Bij zijn zoveelste vraag stond ik op en nam hem mee naar de slaapkamer.
‘Bedtijd, Aidan.’
‘Waar is mijn pyjama?’ vroeg hij.
‘Je slaapt in je ondergoed vannacht,’ antwoordde ik en sloeg de stoffige deken open.
‘Maar dat bed is vies,’ zei Aidan met een vertrokken gezicht. ‘Kan ik bij jou slapen, mama?’
‘Nee Aidan, je slaapt in dit bed,’ zei ik vastbesloten. ‘Kom op, kleed je uit. En doe zachtjes, anders wordt je broertje wakker.’
Aidan trok braaf zijn broek, trui en sokken uit. Ik zag de aarzeling op zijn gezicht toen hij in bed stapte. Maar uiteindelijk lag hij onder de warme deken en ik ging naar de andere slaapkamer toe. Het was nog vroeg, maar ik was kapot van deze inspannende en zenuwslopende dag. Het had me tot deze plek gebracht, de plek waar ik nooit meer wilde zijn, zeker niet met mijn kinderen.
Ik sliep al vrij snel toen ik mijn ogen had gesloten en dat was het moment waarop de nachtmerries begonnen. Toch hadden de nachtmerries één voordeel, het was altijd zonnig weer.

‘Nobby!’
Ik keek om toen het kinderstemmetje me riep. Door het hoge gras kon ik niet zien waar de stem vandaan kwam, maar ik wist wel van wie het afkomstig was.
‘Nobby!’ Twee armen sloten zich om mijn middel heen.
Ik keek om. ‘Leigh? Waar kom jij vandaan?’ Ik pakte de schouders vast van het kleine blonde meisje voor me en schudde haar heen en weer. ‘Leigh, waarom loop je steeds weg?’
Twee grote en angstige ogen keken me aan. ‘Sorry.’
‘Sorry?’ herhaalde ik. ‘Ik ben je al twintig minuten aan het zoeken en alles wat je zegt is sorry? Waar was je?’


Ik schrok wakker van een gil uit de andere kamer. Ik klom het bed uit en rende naar de slaapkamer van de jongens. Connor lag naast het ledikant, huilend.
‘Wat doe je uit je bed?’ vroeg ik.
‘Gevallen,’ antwoordde hij snikkend.
‘Je mag ook niet uit je bed klimmen,’ zei ik bestraffend.
Het was vijf uur en het had geen zin meer om de jongens nog te laten slapen, of proberen te laten slapen. Zeker Connor was – als hij eenmaal wakker was – goed wakker.
We aten weer een broodje, weer een teleurstelling voor Connor. Hij was geneigd om irritant te doen in onbekende situaties, net zoals zijn broer die wel het brood waardeerde.
Dagen zaten we opgesloten in onze ondergrondse schuilplaats, want dat was het eigenlijk, meer een schuilplaats dan een huis. Het had niet zo hoeven zijn voor de jongens. Als ik mijn eigen leven zou hebben gegeven, zouden ze nu nog fijn thuis kunnen zitten. Maar wat zou er dan van ze zijn geworden? Ze zouden waarschijnlijk naar Riley’s ouders gaan, lieve mensen. Maar dat wilde ik niet, ik wilde niet dood! Ik was pas vijfendertig, ik had nog een heel leven voor me! En ik kon niet kiezen tussen mijn eigen leven en die van mijn zoons.
Nachten en nachten achter elkaar krijg ik dezelfde droom als de eerste nacht. Waarom? Lag het aan dit huis? Misschien moest ik hier weg…maar waarheen? En waarom stopte de droom altijd als dat kleine meisje me net wilde vertellen waar ze was geweest? Ik ging steeds vroeger slapen in de hoop meer te dromen, verder te komen. Misschien zou ik dan wel achter de reden komen van die droom. Maar tevergeefs…ik kwam geen seconden verder. Tot een middag waarop ik in een luie stoel zat en keek hoe mijn zoons een nieuw televisie programma bewonderden. Ik was in slaap gevallen en stond in het hoge gras met Leigh in mijn armen.

‘Ik was doodongerust!’ schreeuwde ik kwaad. ‘Vertel me waar je was!’
Ze keek me glimlachend aan en trok me mee door het hoge gras.
‘Nee Leigh!’ Ik trok mijn hand uit de hare. ‘Waar ben je geweest? Weet je wat papa en mama met me doen als ze horen dat ik je kwijt was?’
Leigh knikte hevig.
‘Waarom zeg je niets?’ vroeg ik gefrustreerd. ‘Je hebt een tong gekregen om te kunnen praten, gebruik hem!’


Ik schrok wakker toen er iets op mijn schoot belandde. Connor keek me schuldbewust aan. Ik sloeg mijn armen om hem heen en duwde zijn lichaampje tegen me aan. Zijn gezichtje was wit geworden en hij had ingevallen wangen, Aidan zag er ook slecht uit, om nog maar te zwijgen over mezelf. We hadden al drie weken geen zonlicht meer gezien en weinig voeding gehad. Mijn geld raakte op waardoor we rustig aan moesten doen. Daarnaast was alleen maar brood eten ook niet erg goed. Toch was ik blij om hier te zien. Ik ergerde me altijd dood een Leigh vroeger, maar ik had haar gemist. In dit huis zag ik haar tenminste weer.

‘Nobby, nog een keertje!’ zei Leigh en rende van me weg. ‘Wel tot tien tellen, hoor!’
‘Nee Leigh!’ protesteerde ik. ‘We moeten naar huis, het wordt al donker! Kom terug!’
Ze verdween in het metershoge gras. Met een diepe zucht liep ik achter haar aan. Waarom was het mijn taak om op haar te passen? Ik was pas vijftien, ik had wel wat anders te doen dan op kleine kinderen te passen! Ze was niet te vinden, waar ik ook zocht. Een kind kon toch niet spoorloos verdwijnen?
‘Leigh!’ riep ik. ‘Ik weet dat je me hoort roepen! Dit is niet grappig, we moeten naar huis toe! Leigh?’
Niks, geen reactie terug. Helemaal niks.
‘Leigh!’ gilde ik. ‘Kom terug!’ Ik liep verder door het hoge gras met mijn oren en ogen op scherp. Waarom kon een dertienjarig kind niet luisteren? Waarom wilde ze eigenlijk verstoppertje doen met mij als ze zoveel vrienden en vriendinnen had? Waarom moest ze mijn dag verpesten?
‘Nobby!’
Ik keek om toen het kinderstemmetje me riep. Door het hoge gras kon ik niet zien waar de stem vandaan kwam, maar ik wist wel van wie het afkomstig was.
‘Nobby!’ Twee armen sloten zich om mijn middel heen.
Ik keek om. ‘Leigh? Waar kom jij vandaan?’ Ik pakte de schouders vast van het kleine blonde meisje voor me en schudde haar heen en weer. ‘Leigh, waarom loop je steeds weg?’
Twee grote en angstige ogen keken me aan. ‘Sorry.’
‘Sorry?’ herhaalde ik. ‘Ik ben je al twintig minuten aan het zoeken en alles wat je zegt is sorry? Waar was je? Ik was doodongerust! Vertel me waar je was!’
Ze keek me glimlachend aan en trok me mee door het hoge gras.
‘Nee Leigh!’ Ik trok mijn hand uit de hare. ‘Waar ben je geweest? Weet je wat papa en mama met me doen als ze horen dat ik je kwijt was?’
Leigh knikte hevig.
‘Waarom zeg je niets?’ vroeg ik gefrustreerd. ‘Je hebt een tong gekregen om te kunnen praten, gebruik hem!’
Zo klein als Leigh was, kleiner dan andere kinderen van haar leeftijd, kon ze iedereen om haar vinger winden met haar schattige en jonge uiterlijk. Iedereen behalve mij. Ik viel niet voor haar hemelsblauwe ogen en lichtblonde haren waardoor ze op een pop leek.
‘Nobby, ben je boos?’ vroeg Leigh voorzichtig.
‘Ja!’ snauwde ik. ‘Vanaf nu luister je naar me!’ Ik pakte haar hand vast en trok haar mee. ‘We gaan naar huis toe. Het spelen is over. Je bent dertien, gedraag je dan ook zo!’
Ik had het toen al moeten merken dat ze niet was als anderen van haar leeftijd. Ze hield zich niet bezig met school, jongens en uitdagende kleding. Alleen met spelen. En dan bedoelde ik spelen met mij. Of verstoppertje, of tikkertje. We waren tieners nu, die hoorden deze spelletjes niet te doen!


‘Mama!’
Verward keek ik op.
‘Je sliep, mama,’ zei Aidan. ‘Gaan we eten? Ik heb honger.’
‘Ja, ik ga de tafel dekken,’ mompelde ik en zette Connor op de grond.
Ik had korte nachten, werd wakker elke keer als ik dezelfde droom had gehad. En overdag kreeg ik haast de kans niet om te slapen met Connor en Aidan in de buurt. Connor was ondertussen vier geworden, maar Aidan en ik hielden dat stil voor hem. We konden zijn verjaardag toch niet vieren. Wat moeilijk verborgen te houden was voor Connor, was het ledikant waar hij te groot voor werd. Hij kon zich er nauwelijks meer in bewegen. Ondanks het weinige eten was hij toch flink gegroeid. Gelukkig nog steeds te klein voor zijn leeftijd, maar ongelukkig genoeg te groot voor het babybedje. Ik wilde hem bij Aidan in bed plaatsen, maar beiden jongens waren daar flink tegen! Uit wanhoop legde ik Connor bij mij in bed en door zijn vele gewoel en gedraai sliep ik nog minder.
Op een zondag in maart, we zaten nu al drie maanden onder de grond, was Connor zo kwaad geworden dat hij alle servies stuk had gegooid. Ik was kwaad op hem geworden, kwader dan ooit tevoren. Met grote angstige ogen keek hij me aan. In zijn gezicht zag ik iets wat me beangstigde. Zijn ogen, zijn mooie blauwe ogen vol angst. Terwijl ik daar stond, over mijn zoon heen gebogen om hem flink toe te spreken, zag ik een hele andere scene voor me dan alle scherven in de keuken.

‘Nobby?’
Een zwakke, bleke hand reikte naar me uit. Ik pakte de koude vingers vast en liep dichter naar de persoon toe die in het bed lag. Haar mooie blonde haren lagen futloos om haar bleke gezicht en waren hun glans verloren. De mooie pop van vroeger was nu niets meer dan een afgedankte lappenpop die nog niet kon dienen als vaatdoek.
‘Wat is er, Leigh?’ vroeg ik. ‘Wat is er aan de hand?’
‘Ik ga dood, toch?’ Ze keek me smekend aan. ‘Ja toch?’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee Leigh. Je bent nog jong en sterk. Je kinderen hebben je nodig, daarom blijf je leven.’
‘Nee,’ zei ze zwakjes. ‘Nee Nobby. Ik weet dat ik doodga, ik voel het.’
‘Zeg dat niet, Leigh!’ schreeuwde ik kwaad. ‘Je hebt nog zoveel jaren te gaan!’
‘Ik weet het zeker, Nobby.’ Haar stem was zacht en vredig. ‘Ik weet het. Mijn lichaam is op nu. Luke kan voor de kinderen zorgen.’
‘Leigh, luister naar me,’ begon ik plechtig. ‘Luke is twee maanden terug vertrokken en heeft jou achtergelaten met Aidan en een ongeboren kind. En nu je tweede zoon is gebeuren, ondertussen al een maand geleden, en Luke nog steeds niet terug is, zal hij nooit meer terugkomen. Je staat er alleen voor en daarom blijf je leven, nog heel lang.’
Ze keek me aan. ‘Nee Nobby, Luke is thuis, Luke zorgt voor zijn kinderen.’
Ze hallucineerde!
‘Nee, lieve Leigh.’ Ik hield haar hand steviger vast. ‘Nee, hij is er niet. Hij is er vast vandoor met een andere vrouw!’
‘Kan niet, we zijn getrouwd, we houden van elkaar!’ zei Leigh en kreeg tranen in haar ogen. ‘Zeg niet van die vreselijke dingen, Nobby!’


Een hoog gegil trok me terug uit het verleden.
‘Mama, wie is dat?’ vroeg Aidan en wees naar iets achter ons.
Ik draaide me om en voelde mijn hartslag omhoog gaan. Ik duwde Connor en Aidan naar achteren toe en ging voor ze staan.
‘Dacht je slim te zijn?’ vroeg Voldemort en keek me onderzoekend aan. ‘Nobby, de tijd zit er op, al een tijdje!’
‘U kan dit niet doen!’ zei ik en duwde de kinderen nog verder achteruit. ‘Ik laat uw volgelingen wel vrij, maar laat ons met rust!’
‘Te laat!’ schreeuwde Voldemort kwaad en stond opeens vlak voor me. ‘Jij of de jongens, Nobby!’ Hij greep mijn haar vast en trok me op de grond.
Ik gilde van de pijn en het geluid van mijn stem, bracht me terug naar vroeger.

‘Leigh, stop met gillen!’ zei ik. ‘Luke is weg, je bent helemaal alleen! Kom nu je bed uit, kleed je aan en zorg voor je kinderen!’
Ze gilde weer om mijn woorden niet te hoeven horen.
‘Leigh!’ Ik gaf haar een klap in haar gezicht. ‘Stop met het zijn van een kind! Je bent al tijden geen kind meer en de waarheid gaat niet weg door te gillen.’
‘Maar ik ben wel nog maar een kind,’ huilde Leigh.
‘Je bent dertig!’ riep ik uit. ‘Leigh, je wordt niet beter als je in bed blijft liggen!’
‘Ik word nooit meer beter!’ zei Leigh kwaad. ‘Laat Luke alsjeblieft goed voor mijn kinderen zorgen, Nobby!’
‘Luke is er niet!’ gilde ik. ‘Leigh, luister dan maar me!’
‘Luke is er wel!’ protesteerde ze. ‘We gaan straks trouwen en dan moet hij wel voor de kinderen zorgen!’
Ze was krankzinnig geworden! Ze haalde het verleden en heden door elkaar! Haar geestelijke toestand was met de jaren alleen maar verslechterd. Ik drong niet tot haar door, ze leefde in haar eigen wereldje.
‘Nobby…’ Ze keek me nu recht aan. ‘Wat moet ik zonder Luke? Waar is hij nu?’
Ik keek haar vreemd aan. ‘Leigh, hij is weg.’
‘Weet ik,’ mompelde ze. ‘Wat moet ik doen? Ik heb niet lang meer!’
‘Oh Leigh!’ Ik ontfermde me over haar en begon te huilen. ‘Leigh, doe het niet, ga niet weg!’
Ik voelde haar koude hand over mijn haren gaan, alsof ze mij gerust wilde stellen. Maar zij was de stervende. Ik ging weer rechtop staan en veegde mijn tranen weg. Ik had het niet willen zien, maar ze zou echt doodgaan. Ik zou mijn zusje kwijtraken. Was het mijn schuld? Had ik iets fout gedaan?


‘Nobby!’
Met tranen in mijn ogen keek ik op naar Voldemort. ‘Laat me niet kiezen,’ schudde ik. ‘Dit kunt u me niet aandoen!’
‘Dat had je je eerder moeten bedenken,’ zei Voldemort emotieloos.
Ik keek omhoog en voelde me klein vergeleken met hem. Ik had meteen moeten vluchten toen hij voor de eerste keer in mijn leven kwam. Hoe had ik ooit kunnen denken dat hij me niets zou doen? Hij had me alleen nodig om zijn volgelingen vrij te laten. Maar uiteindelijk zou hij wel een manier vinden om dat zelf te doen. Misschien had hij al een manier gevonden, maar wilde hij dit afmaken!
‘Mama!’ zei Connor angstig en sloeg zijn armpjes om me heen. ‘Ik wil weg, mama.’
Ik sloeg mijn armen om hem heen en hield hem even stevig vast. ‘Ik weet het Connor, ik weet het. Ik ben druk bezig om ons hier weg te krijgen.’
‘Nobby, mijn geduld raakt op!’ bulderde Voldemort. ‘Dit is je laatste kans, anders vermoord ik jullie alle drie!’
Ik keek hem geschrokken aan. Ik wilde niet dood! Ik wilde mijn zoons niet dood hebben!
‘Niet mijn kinderen,’ zei ik vastbesloten.
‘Je hebt nooit kinderen had!’ schreeuwde Voldemort.

‘Je hebt nooit kinderen gehad, Nobby,’ zei Leigh met een betraand gezicht. ‘Alsjeblieft, neem mijn jongens mee en zorg goed voor ze.’
‘Het zijn jouw kinderen, Leigh,’ mompelde ik. ‘Ik kan ze niet van je afnemen.’
‘Nobby, ik ga toch dood.’ Ze legde haar koude hand tegen mijn wang aan. ‘Mijn jongens zullen jou herinneren aan mij. Alsjeblieft, Nobby!’
Ik wendde mijn gezicht even af en keek haar toen weer aan. ‘Weet je dit zeker, Leigh?’
‘Ja,’ zei ze en knikte. ‘Ik ben ervan overtuigd dat je van ze zal houden alsof het je eigen kinderen zijn. Hoe je vroeger voor mij zorgde, zo zal je ook voor hen zorgen, maar dan met veel meer liefde. Ik zie het in je ogen, je houdt van ze!’
Ik schudde mijn hoofd en kon even niks zeggen door de tranen. Maanden had ik naar dit moment toegeleefd. Mijn zusje was al maanden ziek, we waren blij dat ze Connor op de wereld had kunnen zetten, maar ik was hier niet klaar voor. Ik dacht dat ik me voldoende had voorbereid op deze dag, dit moment, maar de waarheid is: je kan je nooit voorbereiden op het moment. Het is pijnlijk om je zusje weg te zien kwijnen, gedwongen om haar kinderen achter te laten. Kinderen die haar niet meer zouden herinneren, die daar te jong voor zijn.
‘Je moet mijn laatste wens in vervulling laten gaan,’ zei Leigh. ‘Ik wil een lang en gelukkig leven voor mijn zoons, Nobby.’
‘Oké.’ Ik knikte en moest het brok in mijn keel wegslikken. ‘Oké Leigh. Ik zal voor je zoons zorgen.’
‘En nu heeft Riley ook wat hij wilt, ja toch?’ vroeg Leigh. ‘Hij wil toch zoons?’
‘Ja,’ antwoordde ik. ‘Nu heeft Riley ook wat hij wil.’
‘Het is niet erg,’ schudde Leigh. ‘Ik ga naar een betere plek. Ik zie Luke al op me wachten! We gaan op huwelijksreis!’
Dit kon niet waar zijn. Als ze dan zou sterven, waarom dan niet als zichzelf? Was ze alleen even helder geweest om haar kinderen weg te geven? Op sommige momenten had ze haar kinderen niet eens herkend en inderdaad zouden de jongens zich dat niet herinneren, maar ik zou het nooit vergeten. Daarom mochten de jongens nooit iets weten van Leighs bestaan, dat zou te pijnlijk zijn geweest voor mij! Maar het waren haar zoons, ze hadden het recht om haar te kennen.
‘Nobby.’
Ik keek Leigh weer aan. ‘Ja?’
‘Ik ga je missen, echt waar.’
Ik keek diep in haar blauwe ogen. ‘Ik jou ook, zusje.’


‘Mama!’
Ik kwam weer terug in het heden en zag Voldemort zijn toverstok pakken. Ik ging staan en duwde de jongens weer achter me weg.
‘Mama, maak dat hij weggaat!’ jammerde Aidan. ‘Ik vind hem eng!’
‘Mama, ik wil weg!’ krijste Connor met grote tranen.
Ik trilde over mijn hele lichaam en al mijn ledematen voelden zwak aan. Het was angst, angst dat bezit van me nam. De angst om te sterven, de angst voor de dood van de jongens. De angst dat ik niet zou voldoen aan Leighs verwachtingen. Ik had haar niets beloofd, maar ze was ervan overtuigd geweest dat ik goed voor haar jongens zou zorgen. Wat moest ik doen?
‘Is er geen andere manier om dit op te lossen?’ vroeg ik aan Voldemort. ‘Echt, ik wil je volgelingen vrijlaten, je mag iedereen op kantoor martelen als je dat wil, maar niet mij en mijn kinderen.’
‘Je hebt nooit…’
‘Zeg het niet!’ viel ik hem in de rede. ‘Dit zijn mijn kinderen, ik heb ze grootgebracht! Ik houd van ze en ik heb voor ze gezorgd, al zolang als ze leven!’

‘Nobby.’
Grote, bange blauwe ogen.
‘Nobby, laat de pijn stoppen! Ga niet weg, laat me niet alleen achter!’
Ik hield de hand vast van mijn zusje tijdens haar laatste seconden. ‘Leigh, het is goed.’ Ik streek met mijn hand over haar voorhoofd om de haren uit haar gezicht te halen. ‘Het is goed.’
‘Niet waar,’ schudde ze. ‘Luke is er niet voor onze huwelijksreis.’
‘Hij is al aan boord gegaan van het schip,’ zei ik. ‘Hij wacht daar op je.’
Leigh kreeg een afwezige blik in haar ogen. ‘Ja, ik zie hem! Hij zwaait naar me! Ik moet opschieten, Nobby!’
‘Ja,’ zei ik en liet weer een paar tranen ontsnappen. ‘Je moet snel zijn, anders vertrekt de boot zonder jou.’
Leigh glimlachte. ‘Dit is de mooiste dag van mijn leven geweest, Nobby.’
‘Dat weet ik, Leigh,’ zei ik. ‘Ga nu maar snel naar Luke toe.’
‘Ja, naar Luke,’ mompelde ze en kreeg een glimlach op haar gezicht. ‘Tot  ziens, Nobby. Tot over een maand.’
‘Ja, tot ziens, Leigh,’ zei ik hees.
Ze sloot haar ogen en nog even had ze een glimlach op haar gezicht. Maar haar spieren verslapten en ze ademde haar laatste adem uit.
Ik keek een hele tijd naar het levenloze lichaam, huilend, niet wetend wat te doen. uiteindelijk stond ik op en liep de kamer uit.


‘Mama, ik wil weg!’ huilde Connor. ‘Laten we weggaan!’
‘Ja, jullie mogen weg,’ zei ik en keek Voldemort aan. ‘Neem de jongens maar, Voldemort.’
Hij keek me even strak aan en richtte toen zijn blik op de jongens.
‘Ga maar met die meneer mee, jongens,’ zei ik tegen Connor en Aidan. ‘Hij brengt jullie naar papa toe en ik kom later. Ik moet dit huis eerst nog opruimen.’
‘Nee!’ krijste Connor. ‘Ik wil niet!’
‘Aidan, neem je broertje mee,’ beval ik. ‘Ga met hem naar buiten toe.’
‘Maar mama…’
‘Ga!’ viel ik hem in de rede. ‘Ik kom later naar jullie toe.’
Aidan pakte Connor bij zijn hand en liep met hem de trap op. Boven aangekomen opende hij het luik en klom erdoorheen met Connor. Voldemort zei niks en volgde de jongens. Toen hij boven was, sloeg hij het luik dicht.
Ik liep naar de woonkamer en ging in de luie stoel zitten. Dit was het huis van mijn zusje geweest, mijn zwakzinnige zusje. Zou zij hebben gezorgd voor deze beslissing? Was dit haar wil geweest? Of was ik het zelf geweest? Was ik een slechte moeder?
Ik kon geen traan laten om de jongens, ik kon het echt niet. Ik probeerde te huilen, dacht aan alle goede tijden met ze, maar het lukte me niet. Was ik echt zo harteloos dat ik twee jongetjes de dood in had gejaagd en dat het me niets deed?
Ik las de krant en zag opsporingsberichten. Een foto van mij en de jongens stonden erin, mijn zoons. Ik had ze meteen al als mijn zoons beschouwd. Riley en ik hadden op Aidan ingepraat, elke keer dat hij mij tante noemde en Riley oom noemde. Wij waren zijn ouders, zijn vader en moeder. We waren geen tante Nobby en oom Riley. Het was tante Leigh en oom Luke, allebei overleden bij een auto-ongeluk. Het was natuurlijk afschuwelijk om een vijfjarige ervan te overtuigen dat zijn ouders – die overleden waren – helemaal niet zijn ouders waren, maar alleen maar zijn oom en tante. Ik had ook niet gehuild om mijn zusje waar hij bij was. En elke keer dat Aidan huilde om zijn moeder, was ik daar om hem te troosten, om hem te vertellen dat ik zijn moeder was. Als hij ’s nachts gillend wakker werd en Leighs gezicht voor zich zag, zijn echte moeder, wist ik hem ervan te overtuigen dat ik zijn moeder was. Hij had alleen maar zijn dode tante gezien.
Riley en ik waren genadeloos geweest. Natuurlijk had Connor nooit beter geweten dan dat Riley en ik zijn ouders waren. Hij was nog maar een maand oud toen Leigh overleed. En Aidan begon op een gegeven moment te geloven dat ik zijn echte moeder was en Riley zijn echte vader. Het duurde ruim een jaar, maar Aidan verlangde naar ouders en dat verlangen had hem waarschijnlijk doen geloven. En ik was als een moeder voor hem geweest, voor hem en voor Connor. Ik had altijd beweerd dat ze mijn kinderen waren en dat zouden ze ook altijd blijven.
Een maand later ging ik weer aan het werk als minister. Ik had veel in te halen van de afgelopen maanden en dat nam veel tijd in beslag. Riley zag ik niet meer, ik kwam niet meer thuis. Ik had een eigen huis gevonden aan de andere kant van het land. Riley geloofde nog steeds dat mijn zoons en ik spoorloos verdwenen waren, maar dat liet me koud. Nu mocht hij zelf gaan werken en het huishouden doen.
Waarschijnlijk zou hij zijn charmes loslaten op een andere vrouw en met haar trouwen om haar uiteindelijk voor het huis te laten zorgen. Op dat moment zou hij een stuk minder charmant zijn. Mijn probleem? Helemaal niet.
Ik bleef nog een paar jaar in dienst van het ministerie, maar zette er toen een punt achter. Ik had Voldemort niet meer gezien, maar overal om me heen verdwenen mensen en werden er mensen vermoord. Ik vreesde weer voor mijn eigen leven, ik moest vluchten!
Na mijn ontslag vluchtte ik naar het buitenland. Maar waar ter wereld ik ook zou zijn, nooit zou ik helemaal kunnen vluchten. Misschien wel voor Voldemort, maar niet voor mijn daden.
Elke dag nog zag ik Connor en Aidan voor me. Het waren geen fijne beelden, het waren geen lachende gezichtjes. Ze waren bang, ze huilden. Ze liepen de trap op, weg uit onze schuilplaats en Voldemort volgde hen. Ik had geen afscheid genomen van mijn zoons, had tegen ze gelogen, dat ik naar ze toe zou komen.
Ik had er echt spijt van, het liet me niet koud. Ik kon er alleen geen traan om laten. Als Leigh er nog was geweest, zou ze erg teleurgesteld in me zijn. Maar ik had voor de keuze gestaan om te kiezen tussen mijn leven en dat van hen. Het was een ellendige situatie geweest en ik had goed kunnen handelen door de jongens te laten leven, maar ik had slecht gehandeld en liep nu met de rest van mijn leven met een schuldgevoel rond.
Toch was mijn handeling niet helemaal slecht geweest. Als ik was gestorven, dan zouden de jongens alleen achter zijn gebleven in dat rattenhol. Ze zouden uiteindelijk zijn uitgehongerd en uitgedroogd. Ik had ze de pijn en ellende bespaard. Dat maakte me toch een goede moeder? Het knaagde aan me, het verleden knaagde aan me. En voor het eerst sinds de jongens er niet meer waren, wenste ik Voldemort te zien, ik bad God dat Voldemort naar me toe zou komen. Ik wilde niet meer leven met het schuldgevoel, het zou me uiteindelijk te veel worden. Tot die dag zou ik moeten lijden en dat wilde ik niet meer. Ik had mijn zus teleurgesteld, mezelf en waarschijnlijk de jongens ook toen ze erachter waren gekomen dat ik niet met ze meeging. Hopelijk hadden ze geen pijn geleden, hopelijk was het snel gegaan.
Ik zuchtte diep en keek uit over het landschap voor me. Ik was teruggegaan naar Engeland en was op de meest beruchte plekken waar hij-die-niet-genoemd-mag-worden was gezien. Maar ik was hem nog niet tegengekomen. Iedereen zou zeggen dat ik geluk zou hebben gehad, toch zag ik het anders.
Ik zag Leighs huilende en smekende gezicht voor me. Haar zwakke stem vroeg me goed voor de jongens te zorgen. Waarom moest ze me zo martelen? Waarom kon het verleden me niet in de steek laten? Waarom zocht ik uitwegen? Ik had verkeerd gehandeld. Ik had het recht niet gehad om die jongens te laten vermoorden. Ik had degene moeten zijn die naar buiten was gelopen met Voldemort. Maar ik was bang geweest, ik had het lef niet gehad om me over te geven. In plaats daarvan had ik twee onwetende en onschuldige kinderen de dood ingestuurd. Ik was wel een slechte moeder geweest…en nog steeds was ik het.
Waarschijnlijk zou ik nooit een manier vinden om met mijn schuldgevoel te leren leven. Ik had verkeerd gehandeld en dat moest ik gewoon rechtzetten. Ik liep het heuvelachtige landschap over en ging verder met zoeken naar Voldemort. Ik zou nooit stoppen met zoeken. Ik had voor een situatie gestaan waarin ik verkeerd had gehandeld. Maar dit keer zou ik goed handelen...


meld dit bericht aan een moderator

 
Ginny-w Geplaatst op 18-08-2011, 12:57 Reageer
user icon
Berichten: 6370
gebruiker
Verstuur privé bericht

Wauw, en niemand heeft nog gereageerd op dit verhaal? Onbegrijpelijk.
Echt een super verhaal Morgan Nu wil ik weten of ze Voldemort vindt

Dit bericht is gewijzigd op 18-08 12:57.


meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it. 
Yayde Geplaatst op 18-08-2011, 14:55 Reageer
user icon
Berichten: 1326
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik heb het ook gelezen !!
Inderdaad erg mooi .


meld dit bericht aan een moderator

"Good girls go to heaven, bad girls get sorted into Slytherin..."   
morgan Geplaatst op 18-08-2011, 19:13 Reageer
user icon
Berichten: 2718
gebruiker
Verstuur privé bericht

Of ze Voldemort vindt blijft een raadsel ^^
Je moet de lezer altijd in spanning laten zitten


meld dit bericht aan een moderator

Ik hou van het leven, ik hou van de zon. Ik open de deuren, en flikker van het balkon  
Ginny-w Geplaatst op 18-08-2011, 19:37 Reageer
user icon
Berichten: 6370
gebruiker
Verstuur privé bericht

Flauw hoor


meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it.