Ginny-w Geplaatst op 08-06-2011, 22:13 Reageer
user icon
Berichten: 6331
gebruiker
Verstuur privé bericht

For the Greater Good?

Epiloog

‘Het is niet jouw schuld, Albus.’
‘Je liegt. Het is mijn schuld.’
‘Dat wat jij deed, deed je niet met opzet. Je hebt dit nooit gewild, het was een ongeluk. Wat ìk deed was onvergeeflijk. Ik smeedde een plan, was me bewust van de gevolgen ervan. Jij niet.’
‘Het is allemaal mijn schuld, mijn schuld!’
‘Als je al tot die conclusie gekomen bent, waarom ben je dan hier?
Stilte.
‘Nou?’
‘Ik heb, zo mogelijk, een nog grotere fout gemaakt, vader.’
‘Dat valt me bijna niet voor te stellen.’
‘Ik wist het niet, wilde het ook niet weten. Ik schoof mijn schuld af op een ander, wilde iemand laten boeten voor mijn eigen fouten. Ik wilde gerechtigheid, kwaad met kwaad vergelden. Ik wilde bloed zien vloeien...’
‘Voldeed het aan je verwachtingen?’
‘Het heeft het verleden niet uitgewist.’

~

Als in een waas liep hij door het huis. Het was stil en alles leek nog precies op hoe het eens was. Moeiteloos kon hij zijn vader en moeder voor de geest halen: zijn vader, met een voor zijn leeftijd al vroeg ingevallen gezicht, zijn moeder met lang, zwart haar wat altijd in een strakke knot was opgestoken. Zijn vader zat in de schommelstoel, las in de pas binnengebrachte Ochtendprofeet met zijn ene been over het andere geslagen, nippend van zijn Oude Klare’s Jonge Borrel. Even leek hij Albus aan te kijken maar die wist dat hij het zich verbeeldde. Zijn vader had nooit in dit huis geleefd, had het zelfs nog nooit gezien. Zijn vader zat in Azkaban voor een daad die gerechtvaardigd maar desalniettemin verkeerd was geweest. Wraak. Wraak had hij genomen op de drie Dreuzels die zijn geliefde en enige dochter tot waanzin hadden gedreven. Getraumatiseerd als dat ze was wilde ze nooit meer iets met magie te maken hebben, had ze ervoor gezorgd dat dit gezin voor eeuwig uit elkaar was gevallen.
Zich niet bewust van waar hij precies naar keek staarde hij naar een plek in de kamer, de stilte was overweldigend. Dit huis, dit ooit zo vertrouwde huis was nu een plek van stukgevallen dromen, onuitgesproken beschuldigingen, van een gruweldaad die voorkomen had kunnen worden. Nooit had Perkamentus gedacht dat zijn door het leven geschade, maar o zo lieve zusje verantwoordelijk zou zijn voor het verlies van zijn tweede ouder. Hij keek naar zijn moeder die hij nog zo levendig de vloer kon zien boenen, net als vroeger. Hij keek haar doordringend aan over zijn halvemaanvormige bril maar ze keek niet terug.
De pijn in zijn hart was ondraaglijk, het was té erg. Zijn opkomende tranen wegvegend liep hij naar boven waar hij twee Helers van het St. Holisto bij Ariana’s bed zag staan. Ariana zelf lag onder de deken, in een diepe, droomloze slaap; het flesje toverdrank wat hiervoor verantwoordelijk was op haar nachtkastje. Iemand schraapte zijn keel.
‘Was je van plan ons nog eens in de steek te laten, Albus?’
Hij draaide zich om. Zijn jongere broer Desiderius keek hem vanuit een hoek van de kamer met een alleszeggende blik aan. Woorden hoefden niet uitgesproken te worden. Hij wist wat er van hem werd verwacht.

~

Gellert Grindelwald draaide verveeld met zijn toverstok tussen zijn vingers. Onderuitgezakt en met zijn benen op het bureau deed hij absoluut geen moeite zijn ongenoegen te verbergen. Van zijn charmes moest hij het hebben, daardoor kwam hij altijd met alles weg. Zijn keurig gekamde, blonde lokken vielen soepel over zijn voorhoofd en omlijstten een knap gezicht met donkere ogen en een spitse neus. Voor zijn afkomst had Grindelwald een zeer ongewoon voorkomen: in tegenstelling tot de meeste Oost-Europeanen had hij een verfijnde bouw en spichtige gelaatsuitdrukking. Niemand zou zeggen dat hij op Klammfels had gezeten. Ook zijn karakter was, wat velen zouden zeggen, ongewoon. Hij had niets van het norse en starre overkomen waar zijn streekgenoten zo mee te kampen hadden maar was juist spontaan, energiek en indrukwekkend charismatisch.
Voetstappen op de trap suggereerden de komst van zijn vriend maar hij maakte geen aanstalten een respectvollere houding aan te nemen. Perkamentus kwam binnen en wierp hem een vlugge blik toe. Gedeelde ergernis nam bijna een tasbare vorm aan in de kleine kamer waar ze zich bevonden.
‘Je kan hier toch niet voor eeuwig blijven? Dat mens maakt je gek!’ Hij keek op. Nog net zag hij Perkamentus’ kaak verstrakken bij dat laatste woord. Het hing al weken tussen hen in: hun grootse plannen zouden voor altijd dromen blijven wanneer ze niet tot de uitvoer kwamen. En tot zijn grootse spijt drukte de verantwoordelijkheid voor zijn familie in grote mate op Perkamentus’ schouders.
‘Albus, we moeten praten. We kunnen dit onmogelijk nog langer uitstellen, het zou een verspilling van talent en intellect zijn.’ Perkamentus keek hem angstig maar schuldbewust aan. ‘We moeten nú iets doen, Albus! Onze plannen zijn gemaakt, ons pad is uitgestippeld. We worden de machtigste magiërs ooit gekend!’
Er viel een stilte. De gedreven blik in Grindelwalds ogen stierf langzaam weg. Teleurstelling en verwijt vulde zijn geest. ‘Laat ik duidelijk zijn: ik wil, deze zomer nog, vertrekken! Ik wil de Zegevlier vinden en je gaat met me mee of ik ga zonder je. Aan jou de beslissing.’
Perkamentus keek weg.
‘Albus, je bent mijn vriend en ik zou deze queeste graag met jou volbrengen maar ik kan niet langer mijn tijd verdoen door bij jou en je hulpbehoevende zus te blijven hangen! Begrijp het dan! Ik-’
‘BEGRIJPEN?!’ viel Perkamentus uit. ‘Hoe denk je dat dit voor mij is? Denk je dat ik me niet afvraag wat ik hier doe? Ik, met mijn uitzonderlijke talent, de hoogste onderscheidingen, prijzen en uitingen van lof! Ik wéét het, Gellert: ik verdoe hier mijn tijd! En als ik de vrijheid had waren we nu al onderweg geweest, hadden we al avonturen beleeft, misschien zelfs gevochten!’
De normaal gesproken zo twinkelende ogen van Perkamentus schoten vuur, maar Grindelwald wist beter. Gefrustreerd in zijn haar grijpend, slaakte hij een gedeprimeerde zucht. Hij wist dat het waar was, dat hij misschien niet degene was die echt onder de situatie leed. Toen deed hij iets waar hij meteen spijt van zou krijgen.
Hij stond op en ging recht tegenover Perkamentus staan. ‘Als je echt zoveel van me houdt als dat je beweert, Albus, doe je dit. Voor mij.’

Tree voor tree liep Perkamentus de trap af, zich maar al te bewust van zijn fysieke gestalte. Elke beweging die hij maakte, elke ademhaling, elke hartslag leek door de ruimte te galmen, zijn aanwezigheid te verraden. Voorzichtig, en zo snel als maar mogelijk was in het donker van de zoele zomernacht, probeerde hij het kraken van de verrotte treden te vermijden. Toen hoorde hij iets wat onmogelijk van de oude trap afkomstig kon zijn. Voetstappen! Het zweet brak hem uit en zijn hele lichaam leek te verstijven. Hij kon nog net zijn hoofd omdraaien om te zien dat de deur van Desiderius’ kamer open ging. Twee in pantoffels gestoken voeten stonden in de deuropening, met de tenen op hem gericht; ze waren nog geen anderhalve meter van hem verwijderd.
Even gebeurde er niets.
Toen liepen de pantoffels recht op hem af. Perkamentus durfde geen adem te halen, probeerde verwoed excuses te verzinnen en voelde zijn keel vernauwen toen hij een vlaagje wind voelde en over de rand van de trap de twee voeten vlak langs hem heen zag lopen, hun weg zag vervolgen naar de badkamer. De kraan werd opengedraaid en zo te horen spoelde Desiderius zijn gezicht.
Dit keer nam Perkamentus geen risico en dook ineen, nog net voor zijn broer naar buiten kwam lopen. Met bonzend hart wachtte hij tot het sloffen van de pantoffels was weggevaagd en er enkele minuten waren verstreken. Toen vervolgde hij zijn weg naar beneden.
Een golf van opluchting overspoelde hem toen hij eenmaal onderaan de trap stond en vlug maar geruisloos liep hij de woonkamer in. Om zich heen kijkend en zich afvragend waar te beginnen, verdrukte hij de verwoedde pogingen van zijn geweten hem op andere gedachten te brengen. Elke cel in zijn lichaam schrééuwde dat het verkeerd was. ‘Ik ben géén egoïst!’ zei hij in zichzelf. ‘Dit heb ik niet verdient, dit is nooit mijn lot geweest.’ Toch wist de verleiding te blijven dralen, het uit te stellen, hem bijna over te halen. Toen liep hij resoluut op het dressoir af. Totaal opgeslokt door zijn stille strooptocht had hij niet in de gaten dat twee ogen hem vanuit de schaduwen bespiedden.

Het grauwe ochtendlicht verlichtte de overvolle keuken. De fluitketel liet zijn lied horen en de ouderwetse koekoeksklok tikte luid. Overal stonden kruidenpotjes, hingen pannen aan het plafond en stonden kastjes in de ruimte, bedekt met een dikke laag Heks & Haards en hoge stapels boeken. In huis was het nodige verandert sinds zijn terugkeer. Hoewel het nauwelijks viel voor te stellen was het eens een baken van orde en eenvoud geweest. Onder leiding van zijn moeder was de enorme puinzooi die Perkamentus altijd leek te vergezellen beperkt gebleven tot zijn slaapkamer, maar deze had nu de vrije loop. Magische objecten, veelal door hem zelf vervaardigd, zweefden, vlogen en hupsten kriskras door de kamer, normaliter gevolgd door de gretige ogen van zijn zusje die, hoewel zij zelf nooit toverde, gefascineerd was door alles wat Perkamentus maakte. Ze droeg hem op handen. In alle jaren dat ze met hem in één huis had geleefd, en zélfs de jaren zonder, had geen enkel voorval hem van zijn voetstuk doen vallen. Haar andere broer had haar niet minder kunnen interesseren.
De drie overgebleven gezinsleden zaten in stilte aan tafel. Perkamentus achterhaalde een historische verwijzing uit De Zondagprofeet terwijl Desiderius, al plukkend aan zijn pas aangegroeide sik, verdiept zat in een boek over de verschillende toepassingen van bezoars. Ariana zat slechts. Zittend op haar handen en met haar benen gekruist keek zij met een afgevlakte, doodse blik naar boven. Of ze echt ergens naar keek was niet duidelijk. Haar ogen bewogen niet.
Nadat hij tot de conclusie was gekomen dat de Profeet weer eens onzin schreef vouwde hij de krant dicht en keek naar de overkant van de tafel. Spontaan ging er een stuk in hem dood. Hij stond op en liep naar zijn zus die geen blijk van zijn aanwezigheid gaf. Liefdevol streelde hij haar haren maar toen hij haar wang wilde aaien keek ze hem plots aan. Leegte en pijn weerspiegelden in zijn brillenglazen. Zijn hand stopte in de lucht en hij voelde de blik van Desiderius in zijn rug branden. Terwijl hij in haar ogen staarde liet hij zijn hand zakken. Eenmaal keek hij achterom om het staren van zijn broer een halt toe te roepen maar hierin slaagde hij niet. Zwijgzaam en met gebogen hoofd verliet hij de kamer.

Kijkend naar de plek waar zo-even nog het gezicht van haar Albus was geweest onderdrukte zij een onuitgesproken angst. Het was begonnen als een klein, onschuldig bolletje wat in haar buik was gaan groeien maar inmiddels haar hele binnenste in zijn bezit had genomen. Ze had het niet in de hand.
Niet weer! Niet weer! Ze focuste zich op een plek in haar gezichtsveld. Niet weer! Niet weer!
Ze moest zich in bedwang houden. Focus, focus! Nog één enkele keer knipperde zij, om zich de rest van de dag niet meer te verroeren.

Grimmige wolken verspreiden zich in de lucht, leken elk beetje zonlicht op te slokken. Het weer was drukkend en het zou Grindelwald niet verbazen als het zou gaan onweren. Met een bezorgde blik keek hij naar het huis van de Perkamentussen en hoopte maar dat er geen overeenkomst was tussen het weer en de sfeer in huis.

Verward en een beetje verdwaasd liep Perkamentus naar buiten, hij kon de spanning in huis bijna niet meer aan. Pogend al wat hem aan zijn beslissing deed herinneren te ontlopen, ging hij aan de oever van het grote meer zitten wat zo idyllisch aan hun tuin grensde. Uit zijn zak haalde hij een bewegende foto waar twee jongens op stonden, lachend voor het huis van een van de weinige vrienden die de familie echte trouw hadden bewezen. Het drietal lachte geanimeerd en de jongens overhandigde hun metgezel een grote bos weelderige, gele bloemen die, zo bleek later, een zeer krachtige giechelspreuk bevatte. Op de achterkant van de foto stond geschreven:

Zomer 1897, Engelbert en Albus geven Mathilda een cadeau dat haar nog lang is bijgebleven.

Ondanks zijn sombere stemming kwam er toch even een glimlach op zijn gezicht. De spreuk bleek onomkeerbaar te zijn en Mathilda had wel twee weken schaterend over de grond gerold voor de twee vrienden de tegenvervloeking hadden uitgevonden. Ze hadden samen zoveel beleefd: mooie en droevige momenten, avonturen en tijden van verveling. Maar de tijd met Engelbert was voorbij.
Uit dezelfde zak haalde hij een zorgvuldig opgevouwen stukje perkament. Hij kneep het bijna fijn terwijl hij naar het gerimpelde water keek. Hij beet zijn lip en vouwde het open.

Ik wacht op je tot zonsopgang.

Toen brak de hemel open en gutste bakken vol regen op de aarde neer, wisten de woorden uit.

Het regende nog steeds toen hij naar huis ging. Het regende nog steeds toen hij het avondeten opdiende. Het regende nog steeds toen hij zei dat hij vroeg naar bed ging en zijn broer en zus in de woonkamer achterliet. Het onweerde toen hij zijn spullen pakte.
Toen hij de laatste koffer dichtsloeg keek hij op. Licht flitste door de kamer en in de verte hoorde hij een jammerlijke schreeuw. Toen hij bij het raam stond zag hij dat verderop in het dorp de bliksem was ingeslagen en een huis in lichterlaaie zette. Vlammen likten gretig aan de houten kozijnen en leek het huis binnen enkele tellen te verzwelgen. Perkamentus kon zijn ogen er niet vanaf houden. Iemands thuis, zijn vertrouwde omgeving, werd in nog geen half uur met de grond gelijk gemaakt. Zijn ogen vernauwden zich. Boven het geluid van schreeuwende dorpelingen kwam nog net het gehuil van een kind uit. Wanhopig en gegrepen door doodsangst bonsde het kind op het raam maar kreeg het niet open.
Het leven vroeg zijn offers.
Hij draaide zich om en keek naar zijn, voor zijn doen, ongebruikelijk nette kamer. Twee koffers lagen op elkaar gestapeld en een magisch vergrote plunjezak lag op zijn stoel. Het bed was opgemaakt, de vloer was leeg, in de kasten aan de wand stonden aanzienlijk minder boeken en waar eens fotolijstjes op zijn nachtkastje hadden gestaan was het nu akelig leeg. Het was zo steriel, zo klinisch, zo onvertrouwd en beangstigend.. Hij kon het nauwelijks aanzien.
Nog uren moest hij wachten, uren die hij doodde met het oefenen van zijn zweefspreuk en het controleren op vergeten spullen. Toen het middernacht was liet hij zijn koffers op de grond neerdalen en hees de plunjezak over zijn schouder.
Voorzichtig deed hij zijn kamerdeur open en keek de overloop rond. Niets. Het huis was stil en donker. Perkamentus raapte zichzelf bij elkaar en liep, zo geluidloos als maar mogelijk was, de krakende trap af. Met de koffers voor hem uitzwevend haalde hij zonder problemen de voet van de trap. Het geluid van zijn spullen die net iets te hard de grond raakten werd overstemd door het roffelen van de regen. Toch keek hij op, maar op de overloop ging geen licht branden. Met zijn hart in zijn keel maar ook een vreemd soort van opluchting vond hij dat het plan tot nu toe erg vlekkeloos was verlopen. Hij durfde weer uit te ademen en slaakte een gedempte lach; pakte zijn koffers op, draaide zich om naar de deur en keek recht in haar ogen.
Daar, voor de deur, stond Ariana met een blik die dwars door hem heen leek te branden. Een bliksemflits verlichtte de hal. Haar huid was grauw en haar ogen donker. ‘Je laat me alleen.’ Haar lip trilde en haar krassende stem, die ze al in geen jaren meer had gebruikt, beefde. Ongeloof droop van haar gezicht. ‘Je laat me ècht alleen.’ Perkamentus wist niet waar hij moest kijken maar toen brak er iets in Ariana.
Tranen rolden over haar gezicht en ze begon sneller te ademen. ‘Je laat me alleen, alleen!’ Haar snelle adem sloeg over in hyperventileren en ze moest steun zoeken bij de deurpost. ‘Je laat me alleen. Je-’-laat-me-’ hortend snakte ze naar adem, ‘-alleen!’
‘Ariana, wordt rustig, je moet even tot rust komen!’ Hij stak een hand uit. Toen barste de bom.
‘JE LAAT ME ALLEEN! JE LAAT ME ALLEEN! JE LAAT ME ALLEEEEEN!’ Ariana schreeuwde het uit, spetters spuug vlogen in het rond en Perkamentus hoorde zijn broers kamerdeur openslaan. Het geschreeuw ging door merg en been, leek een compromis te sluiten tussen pure rancune en smart. Ze klapte dubbel en zelfs Desiderius die als een bezetene de trap af kwam rennen mocht duidelijk niet dichterbij komen.
‘WAAAAAAAAAAAAAHHH!!!!’
‘WAT HEB JE IN GODSNAAM GEDAAN?’ brulde Desiderius, hij kwam nauwelijks boven het gegil van zijn zus uit. Toen gleed zijn blik naar beneden, bleef hangen op de koffers. Zijn ogen schoten meteen weer omhoog en een maniakale schittering gleed over zijn irissen. ‘Nee. Dit meen je niet.’ Het klonk meer als een dreigement dan een vraag en hij zette een stap in Perkamentus’ richting. Ariana zakte op de achtergrond in elkaar. ‘Dit doe je niet, niet weer,’ zei hij beheerst, maar de tot hysterie nijgende ondertoon ontging Perkamentus niet. Langzaam en vol ongeloof schudde hij zijn hoofd en hij trok zijn toverstok. Perkamentus greep naar zijn staf maar plots werd hij aan de kant gesmeten. Hij knalde tegen de muur en zijn bril sloeg kapot.
‘WAAG HET NIET HEM AAN TE VALLEN!’
Versuft keek Perkamentus op en zag een vage gedaante tussen hem en zijn broer en zus staan. ‘Reparo.’ Hij zette zijn bril weer op zijn neus en krabbelde overeind, toverstok in de aanslag.
‘BEMOEI JE ER NIET MEE, VIES ONDERKRUIPSEL! JE HEBT AL GENOEG GEDAAN!’
‘O JA?’ brulde Grindelwald, ‘NOU BLIJKBAAR NOG NIET GENOEG!’
Glas vloog door de gang en met een enorme kracht werden ze achterover gesmeten toen de spreuk weerkaatste in de spiegel. Het huis trilde op zijn veste en een dikke stofwolk belemmerde het zicht. De twee vrienden schoten overeind en probeerden iets te zien door de grijze wolk. Vanuit het duister doemde een gedaante op.
‘JE GAAT NIET MET DIE KWAKZALVER MEE! JE BLIJFT BIJ ONS!’
‘Soms heiligt het doel de middelen, Desiderius!’
‘WAT EEN ONZIN! JE BENT DIT ONS VERSCHULDIGD, ALBUS! DOOR JOU HEBBEN WE AL GEEN MOEDER MEER!’
Perkamentus werd getroffen door een pijn die zo sterk was dat zijn hele bewustzijn veranderde. Zijn hart leek uit zijn lichaam te scheuren en de tijd leek stil te staan. Niet in staat zich te verroeren keek hij om zich heen hoe de ene lichtflits de andere opvolgde, het huis vernielde, zijn geliefden verminkten. Alsof hij onderwater was, hoorde hij slechts vage geluiden, een afspiegeling van de vele vervloekingen die door de gang vlogen.
Als uit een vergeten herinnering hoorde hij Grindelwald roepen: ‘Laat ons gaan, Desiderius!’ Hij zag zijn zusje opkijken, ontwaken uit een gil die wel eeuwig leek te duren. Ze krabbelde overeind en liep op hem af. Boosaardige spreuken leken haar maar net te missen terwijl ze steeds dichterbij kwam. Een vreemd soort licht verspreidde zich van achter haar rug, verblindde alles behalve het zo engelachtige meisje. Ariana keek hem aan met haar trieste, blauwe ogen. Ergens in de ruimte weerklonk een vervloeking. Haar ogen werden grijs, het licht doofde uit en ze wankelde voorover. Alles werd zwart.

~

22 april 1945 - Perkamentus keek voor zich uit. Hij was in het huis van Nicolaas Flamel, een trouwe vriend en onderzoekspartner, maar ondanks dat het boek opengeslagen op zijn schoot lag kwam hij niet tot studeren. Met de toppen van zijn vingers tegen elkaar keek hij over de rand van zijn brilletje naar de feniks die kalm op zijn stok zat. Hij kon het niet helpen, het kwam door iets wat zijn vriend eerder gezegd had.
‘Een Steen der Wijzen maken is al moeilijk genoeg, Grindelwald verslaan is nagenoeg onmogelijk!’

Perkamentus zakte weg. De ruimte leek zich te vervormen tot een woest landschap. Duisternis en harde windstoten bemoeilijkten de vlucht van de twee jongens en de regen maakten hun gewaden zwaar en verstikkend zoals ze zo nauw om hun lichaam sloten. De doorweekte, blonde jongen staakte zijn sprint en keek om toen hij merkte dat hij niet langer gevolgd werd. ‘Gellert-’ hijgde de jongen die achterbleef. De andere jongen strompelde dichterbij zodat hij zijn vriend kon verstaan. ‘Gellert, ik kan niet mee, ik kan niet-’ de jongen slikte. ‘Ik kan niet... dít kan niet... Ik-’ ‘Albus,’ de jongen keek hem vol ongeloof aan, leek verder niets uit te kunnen brengen. ‘Ga alleen, Gellert. Ga zonder mij.’ Vol verwijt keek hij op, de jongen knikte slechts. Bomen kraakten vervaarlijk, de wind huilde en de duisternis die hen omhulde leek hen in te sluiten.
‘Je weet wat dit betekent!’
‘Ga!’
Na een laatste blik van spijt verdween de jongen met het geluid van een zweepslag. Het was nog enkel de vermoeide jongen die op zijn knieën tussen de grote krakende bomen voor zich uitstaarde, alleen in de eenzame, kille duisternis; omhuld door schimmen die voor altijd bij hem zouden blijven.

‘Albus?’ Flamel staarde hem bezorgd aan. ‘Is er iets?’
‘Nee, ik was in gedachten verzonken.’ Perkamentus wachtte tot hij niet meer bekeken werd en keerde toen terug naar zijn gedachtes. Het was al jaren geleden sinds hij Grindelwald voor het laatst had gezien maar sindsdien werd hij door zijn naam achtervolgd, brandden woede en wrok in zijn hart elke keer dat de naam viel. Hoewel hijzelf niet langer bezig was met het vinden van De Relieken wist hij dat zijn vijand dat wel deed. ‘Legendarische toverstokmaker beroofd’, ‘Gruwelmoorden blijven onopgelost’ en ‘Grindelwald, onze redding’ waren slechts enkele berichten van de velen die hem dagelijks overspoelden. De situatie was van ‘ronduit verontrustend’ veranderd in ‘ongecontroleerde noodtoestand’. De wereld was bezweken in zijn strijd tegen de machthebber toen deze de Zegevlier bemachtigde en hield zichzelf slechts nog in leven door totale aanbidding te veinzen. De mensen waren bang, durfden nog nauwelijks te ademen uit angst te worden gehoord door de Gewapende Tovenaar. Zelfs hier, in het Verenigd Koninkrijk, was zijn heerschappij onontkoombaar. Er werden wetten doorgevoerd die Dreuzels de dood als verlossing deden zien en halfbloeden lieten hunkeren naar een veilig verblijf in Azkaban. Winkels in de Wegisweg openden hun deuren alleen nog op afspraak en De Profeet schreef slechts de waarheid bij gebrek aan inspiratie. En dan was er Normengard. Normengard was een tovenaarsgevangenis waarin iedereen werd opgeborgen die het leiderschap van de alleenheerser betwijfelde. Het was er hels. Niemand wist het er lang uit te houden en menig Necroot werd hier geboren, vervulde zijn straf als dienaar van het duister.
Het kon zo niet langer.
Velen zagen Perkamentus als de aangewezen persoon de tovenaar uit de weg te helpen, hun enige hoop. Zijn reputatie van uitzonderlijke wijsheid en ongeëvenaarde toverkracht verplichtten hem een einde te maken aan deze waanzin maar hij zag er niet bepaald naar uit met zijn vijand geconfronteerd te worden. Al jaren leefde hij een onzichtbaar leven, verschool zich uit angst voor het verleden. Elke dag die verstreek groeide de kracht van Grindelwald, werd hij onverslaanbaarder.
Hij moest met de minister gaan praten, hij kon dit niet alleen.

29 april 1945 – Dauw hing nog boven de grond, de zon kwam net op, hij was laat. Gehaast sloot hij de voordeur. Met gebogen hoofd liep hij met vlugge passen naar de hoek van de straat, Verdwijnselde zodra hij deze had gepasseerd.
Eenmaal op het Ministerie gearriveerd wilde hij net naar de bewakingsbalie lopen toen iets in het bassin van de enorme fontein zijn aandacht trok. Er dreef iets in het water. Perkamentus kwam nieuwsgierig dichterbij en probeerde de vorm te herkennen. Zijn adem stokte: het was een mens! Armen en benen gespreid dreef het met zijn hoofd naar beneden tussen de kobold en de centaur. Perkamentus sprong in het water, waadde naar het lichaam toe en keerde het om. Met een schreeuw draaide hij zich om en kokhalsde.
Het beeld stond op zijn netvlies gebrand, deed zijn hoofd tollen. Het gezicht van de man was grijsgroen en een schreeuw van angst stond nog in zijn gelaat gegrift. Om de uit zijn kassen gerukte ogen was een bebloed stuk doek gebonden met in magische inkt geschreven woorden.

Ik zie je

Hij deinsde achteruit, struikelde over zijn om zijn benen drijvende gewaad en viel achterover. In een wirwar van haar, gewaad en ledematen tolde hij rond. De druk van het water stuwde hem omhoog en hij voelde zichzelf tegen het lijk aan drukken. Van afschuw vormde zijn mond een gil waarbij water zijn longen ingoot en zijn ogen puilden uit bij gebrek aan zuurstof. Toen zag hij in de nek van het slachtoffer een minuscule vorm. Zou het...? Zijn voeten voelden weer grond en proestend kwam hij boven water, snakte naar adem en stikte bijna in het vocht wat zijn luchtwegen versperde. Nog half hoestend zag hij dat er mensen van het Ministerie arriveerden en op hem af kwamen lopen. Gauw pakte hij de man en draaide hem om. Het was wat hij al vreesde.
‘Hé, jij daar!’
Gillen en schreeuwen echoden door de ruimte en Scherpspreukers van het Magische Arrestatieteam renden vanuit alle kanten naar hem toe, stuurden vloeken op hem af die hij met gemak pareerde. Toen kwamen er Schouwers. ‘Het is Perkamentus!’ ‘Er drijft een lijk!’ Spreuken vlogen in het rond, een scherpe pijn verspreidde zich vanuit zijn arm. Paniek vervulde zijn binnenste. Hij moest weg!
Alle gezichten keken plots op. Een prachtig lied galmde door de ruimte en hij kon nog net de rode vogel zien die hem aan zijn gewaad vastgreep en met hem de groene vlammen van de haard in vloog.

‘Albus!’
Voor Perkamentus het goed en wel kon bevatten stond zijn vriend over hem heen gebogen en stroopte zijn mouw op. Bloed gutste uit de gapende wond in zijn bovenarm en hij voelde zich licht in het hoofd worden. Felix legde zijn kop op zijn arm en de pijn werd meteen draaglijker na het vallen van de eerste Fenikstranen.
‘Wat is er gebeurd?’ Flamel keek hem ontzet aan.
Perkamentus bleef doorweekt en bebloed  liggen maar zijn gezicht sprak van kracht.
‘Het is klaar.’

4 mei 1945 – Voetstappen galmden door de hoge, stenen gangen van de gevangenis. Fakkel na fakkel flitste voorbij. Hij hoorde gillen uit de diepte. Vol kille woede beende hij verder, zou met alles afrekenen wat op zijn pad kwam. Het was klaar. Jaren had hij hier naartoe gewerkt en eindelijk was het zover. De moord enkele dagen terug als laatste aanzet. Het teken in de nek van de man was die van de Relieken, het teken wat zij jaren geleden als handelsmerk hadden gebruikt. De boodschap was voor hém bedoeld, Grindelwald was er klaar voor.
Hij versnelde zijn pas en vond zijn weg in het doolhof aan gangen. Een robuuste trap doemde op aan het eind van de gang. Het was bijna zover. Hij hoorde zijn vijand in de verte schateren.
Het lachen zou hem niet lang meer vergaan, hij zou zijn pijn voelen! Jaren aan spijt en verbittering om het verlies van zijn familie, Desiderius die hem niet langer wilde zien, de nachtmerries over de beruchte avond waarbij steeds het cruciale moment ontbrak, zouden gewroken worden. Hij wist wie zijn zus had gedood. Nooit meer zou hij vergeten hoe het licht in haar ogen uitging, het schijnsel achter haar verdween. Hoe zij levenloos ter aarde stortte. De aanrichter van dit kwaad diende zijn verantwoording op zich te nemen!
‘Aha, Albus,’ zei de tovenaar vanaf zijn troon, ‘Ik had al op je komst gerekend.’
Koude, glibberige handen sloten zich om zijn armen en romp, pakten zijn toverstok af zodra hij de zaal had betreden. Rottingslucht van tientallen ontbindende lijven vulde zijn neusgaten en hij voelde het vlees over hun botten wrijven in hun poging de worstelende Perkamentus naar hun meester te brengen.
‘Je hebt mijn boodschap ontvangen, neem ik aan?’ Grindelwald grijnsde boosaardig, de Zegevlier stak uit zijn gewaad. ‘Ik had niet gedacht dat ik je persoonlijk uit zou hoeven nodigen maar mijn geduld begon een beetje op te raken.’ Hij stond op uit zijn stoel en liep naar de gevangene. Hun neuzen raakten elkaar bijna en een smalend glimlachje werd zichtbaar. ‘Durfde je de confrontatie niet aan?’
‘Je zult boeten, Gellert!’ schreeuwde Perkamentus dapper.
‘O ja? Dacht je dat echt?’ Het licht in de fakkels leek te dimmen en steeds meer Necroten doemden op uit de schaduwen. Tot zijn schok herkende hij sommigen als vermiste tovenaars en heksen. Met grauwe, holle ogen kwamen ze op hem afgelopen, sloten hem in en lieten hun vervaarlijke, zwarte tanden zien.
Grindelwald lachte honend en pakte Perkamentus’ toverstok van de Necroot aan. ‘Is het je niet opgevallen dat jíj degene bent die hier gevangen gehouden wordt? Wij hebben nog het een en ander uit te vechten Albus! Zoals je wel weet ben ik de machtigste magiër op aarde, ik heb de wereld aan mijn voeten. Maar al die jaren leek mijn oude vriend mij steeds te ontglippen, zich voor mij te verbergen. Toch ben ik niet almachtig, Albus, voor ik me met mijn gelijke heb gemeten.’ Grindelwald keek of hij hier al jaren naar had uitgekeken. ‘Wat dacht je-’ Hij gebaarde om zich heen, ‘lijkt het je wat je bij mijn leger te voegen?’
Met een enorme krachtsinspanning wist Perkamentus zich los te schudden en nam een aanloop maar nog voor hij naar zijn toverstok kon grijpen werd hij tegen de grond gedrukt door tientallen lichamen die hun handen om zijn mond en keel sloten.
‘Wacht wezens!’ beval Grindelwald en hij hurkte bij zijn vijand neer. ‘We moeten wel aardig zijn tegen onze gast, hij heeft toch op zijn minst medezeggenschap over zijn eigen dood.’ Grindelwald glimlachte boosaardig. ‘Wat vind jij Albus, zal ik je aan mijn goedschikse dienaars overlaten? Of wordt je liever vermoord door je eigen toverstok?’
Zijn woede maakte plaats voor angst. Elk moment kon hij gruwelijk aan zijn einde komen net als zijn Ariana. Ariana. Tranen vulden zijn ogen. Het mooie, lieve meisje wat altijd zo van hem had gehouden, hem alles had vergeven. Hij was haar vergeten, had zijn eigen belangen voorop gesteld. Nooit had hij zich zo gerealiseerd hoeveel hij om haar had gegeven, hoezeer hij haar had geliefd. Warmte vervulde zijn hart terwijl de tovenaar zijn stok op hem richtte en de druk op zijn keel toenam. Hij zou haar snel weer zien, haar in zijn armen sluiten. Hij voelde de verbondenheid, de wil zich te verenigen met zijn lot. In warme golven stroomde de liefde door zijn aderen en liet zijn lichaam gloeien. Hij voelde zich wegzakken in een zachte heerlijkheid die hij niet kende..
‘NEE!’
De handen lieten hem los en hij zoog naar adem. Hij zag de verbaasde tovenaar boven zich en deed een greep naar de toverstok. Maar niet zíjn toverstok. De Zegevlier trilde lichtjes in de handen van zijn nieuwe meester, leek te zinderen van energie. ‘INCENDIO MAXIMALUS!’ Vlammen waaierden uit over de ruimte, dreven de wezens terug in de schaduwen.
‘IMPEDIMENTA!’ brulde de andere tovenaar.
‘PROTEGO!’
‘VENTUS! SERPENSORTIA!’
Een plotselinge windvlaag met de kracht van een orkaan blies hem van zijn sokken en smeet hem op de grond, onmiddellijk gevolgd door een enorme slang die op zijn borst landde. Toen hij opkeek, keek hij recht in de bek van het beest, gifspetters vlogen uit zijn klieren. ‘Confundo’ dacht Perkamentus en hij richtte zijn stok. De slang hapte nog net mis en keerde zich tegen de andere tovenaar.
‘IMPERA EVANESCA!’ De slang verdween en een vloek suisde door de ruimte. Perkamentus wist hem maar net te ontwijken en vuurde een non-verbale spreuk terug. Die miste doel en sloeg een krater uit de muur achter Grindelwald. De vlammen sloegen om hen heen en de hitte was ondraaglijk.
‘GEEF JE OVER GRINDELWALD!’ gilde Perkamentus boven het knetterende vuur uit.
‘OVER MIJN LIJK! IK BEN SLECHTS ÉÉN MAGIËR VERWIJDERD VAN ABSOLUTE MACHT EN DAT BEN JIJ!’ Ramen vlogen aan diggelen, de geur van verbrandde lijken bedwelmde de tovenaars en een diepe spleet in de vloer deelde de ruimte in tweeën. De grond onder hun voeten beefde en brokken steen begonnen uit het plafond te storten.
‘VOOR ARIANA!’ brulde hij en hij sprong over de spleet, recht op Grindelwald af. ‘AVADA-’
Grindelwald sloeg met één beweging de stok van zich af.
‘Maar Albus, wie hou je voor de gek? Jij weet net zo goed als ik wie Ariana heeft gedood! Dat was jij.’

Terug in de tijd. Vormen vervagen, kleuren schieten langs hem heen. De jongens vechten hevig, stof dwarrelt uit het plafond. ‘Laat ons gaan, Desiderius!’ Het meisje houdt op met schreeuwen en staat op. De engelachtige Ariana loopt op hem af, gaat voor hem staan. Perkamentus richt zijn toverstok. Ongelovige ogen van Desiderius wenden zich tot hen. Ariana kijkt hem smekend aan en steekt haar hand naar hem uit. ‘Paralitis’ klinkt het gefluister. De rode Lamstraal raakt haar recht in het hart, kleurt haar ogen grijs. Perkamentus ziet hoe zijn zus aan zijn voeten neerstort en zet het op een lopen. Desiderius’ geschokte blik blijft hem achtervolgen.

Maar de blik leek steeds minder op die van Desiderius. De ruimte vervormde weer en de uitdrukking van de jongen werd er een van afwachting. Perkamentus werd overspoeld door emoties die hij niet kon beteugelen. Híj.. Hij was het geweest.. ‘NEEEEE!’
KADENG!
De grond verdween onder hun voeten op het moment dat de noordertoren van Normengard instortte. In een mengsel van stenen, vuur en verkoolde lichamen stortten de tovenaars ter aarde.
‘MOBILICORPUS!’ Perkamentus wees op zichzelf met de Zegevlier en bleef enkele meters boven het puin hangen. Een enorme stofwolk rees op vanaf de grond en het vuur doofde langzaam uit. Voorzichtig liet hij zichzelf zakken en landde hoestend in de as. Met zijn mouw voor zijn mond tastte hij met zijn voeten de omgeving af opzoek naar een teken van leven.
‘Uche-uche..’ klonk het zwak vanonder het puin. Perkamentus kon het nauwelijks geloven maar bedacht zich toen dat een uitzonderlijk tovenaar als Grindelwald wel eens op hetzelfde idee had kunnen komen als hij; hij had alleen een vreemde toverstaf gehad.
Toen hij er zeker van was dat hij zich boven de tovenaar bevond begon hij te graven. Nog meer stof rees op en Perkamentus moest zelf moeite doen niet te stikken. Toen hij een stuk hout opzij schoof ontstond er een opening. ‘Hier,’ zei een zwakke stem vanuit de duisternis en een hand stak door het gat. Met een krachtsinspanning die hij bijna niet meer kon leveren trok hij Grindelwald uit de holte.
‘Detentio.’ Touwen wikkelden zich om zijn vijand. Verbaasd keek Grindelwald op.
‘Je mag dan misschien niet degene zijn die de uiteindelijke spreuk heeft afgevuurd, Gellert, maar op een ander niveau ben je wel zeker voor haar dood verantwoordelijk!’ brieste Perkamentus en hij veegde zweet en stof van zijn voorhoofd. ‘Al die tijd heb jij me tegen hen opgestookt, mijn arrogantie versterkt, misbruik gemaakt van mijn liefde voor jou!’
De stofwolk was gaan dalen en een indringende stilte viel over het slagveld. Perkamentus’ lip trilde en even leek het of hij zou huilen maar zijn kaak verstrakte en zijn ogen werden hard.
‘Nu wordt het tijd dat er met jou wordt afgerekend!’ Grindelwald kneep zijn ogen dicht en Perkamentus richtte zijn staf.

~

Een met zweren bedekte hand deed de deur achter Perkamentus dicht. De rochelende adem van de Dementor was veel dichterbij dan hij op prijs stelde en elk gevoel van hoop werd uit zijn geest gezogen. ‘Nog een paar stappen,’ dacht hij, ‘dan ben ik buiten.’ Hij spoedde zich door de donkere gang naar de zware metalen deur waar een laatste bewaker voor stond. De kap van de mantel bewoog zijn kant op en er klonk een rochelend slurpgeluid alsof hij het laatste beetje warmte uit zijn prooi wilde zuigen voor het zou vertrekken. De vele sloten klikten en de deur ging open. Zo vlug als maar kon stapte hij het verblindende zonlicht in, voelde zijn longen zich vullen met lucht maar het gevoel van geluk bleef uit.
Hij had, uiteindelijk, het juiste gedaan; gedaan wat een ridder zou doen. In plaats van zijn vijand het leven te ontnemen had hij hem in één van zijn eigen cellen gedreven, hem veroordeeld tot één van zijn eigen gruweldaden. Dagen had hij rondgezworven, rusteloos en op zoek naar vergiffenis. De kranten spraken van een held, een verlosser; Grindelwalds volgelingen werden opgespoord en veroordeeld en met de minuut leek er meer licht op de aarde te schijnen. Maar Perkamentus teerde weg van wroeging. Dat had hem doen besluiten hetgeen te doen wat hij meer dan een halve eeuw had uitgesteld.

De man, die na al die jaren het leven nog niet los had kunnen laten, keek hem aan. ‘Er is niks meer wat ik voor je kan doen, zoon.’
Perkamentus keek op naar de geest maar diens gezicht liet niks los.
‘Heb je enig idee wat het tegenovergestelde is van wraak?’
Hij dacht na. ‘Bij gevoelens van wraak leg je de schuld bij iemand anders, bij spijt wijdt je het aan jezelf.’
De geest knikte.
‘Je bent hier gekomen om jezelf te kunnen vergeven, maar ik ben bang dat je voor niets bent gekomen. Ik heb hier 55 jaar rondgedoold, Albus. Sommige dingen kunnen niet worden vergeven.’

Nog eenmaal keek hij op naar het enorme fort. Een doorzichtige witte gedaante keek naar hem vanuit één van de weinige ramen. ‘Dag vader,’ dacht Perkamentus en hij stapte in de boot die hem terug zou brengen naar een niet veel gelukkiger wereld.


meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it. 
alice Geplaatst op 08-06-2011, 22:27 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Wauw! Heeft me vanaf het begin geboeit. Mooi geschreven en een super hoofdpersonage. De zonde is er ook goed in verwerkt.


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 08-06-2011, 22:50 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Thanks very much! Morgen lees ik jouw verhaal Alice, ik wil er echt de tijd voor nemen

Trouwens: De titel is gebaseerd op de leus van Normengard. In het Engels klonk deze het beste en het vraagteken... nou ja dat spreekt voor zich

Dit bericht is gewijzigd op 11-06 00:28.


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Freuzel Geplaatst op 09-06-2011, 22:31 Reageer
user icon
Berichten: 1526
gebruiker
Verstuur privé bericht

Cool verhaal Evilwitch


meld dit bericht aan een moderator

LIKE A BOSS 
Superdreuzel Geplaatst op 11-06-2011, 00:32 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Noh, dit is erg vergelijkbaar met mijn verhaal

22 april 1945


dit bijvoorbeeld in mijn verhaal gaat het om 23 april 1945


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 12-06-2011, 09:06 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Idd, de gelijkenissen zijn echt enorm
Dat wordt nog lastig voor de jury (dus dáárom duurt het zo lang!)

Leuk om te lezen hoe jij je het had voorgesteld!


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Ginny-w Geplaatst op 12-06-2011, 15:08 Reageer
user icon
Berichten: 6331
gebruiker
Verstuur privé bericht

Nee, het duurt lang omdat ik nog niet alle beoordelingen heb


meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it. 
Christiane Geplaatst op 16-06-2011, 14:58 Reageer
user icon
Berichten: 552
gebruiker
Verstuur privé bericht

Mijn beoordeling:

+De omgeving en gevoelens goed beschreven
+Het verhaal hield me vast en ik heb het snel kunnen lezen
+gemakkelijk te lezen
-de zonde was voor mij niet helemaal duidelijk, tot het einde
-Ik snapte niet waarom Ariana zo bang (als ze überhaupt ''bang was voor hem) was voor Perkamentus


meld dit bericht aan een moderator

Las cosas más hermosas en la vida no se ven, sino que siente el corazón. (the most beautiful things in life are not seen, but felt by heart.) 
xhermoine Geplaatst op 16-06-2011, 16:43 Reageer
user icon
Berichten: 677
gebruiker
Verstuur privé bericht

Beoordeling:

Ten eerste: wauw! Ik vind het verhaal echt ontzettend mooi. Je hebt een gebeurtenis gebruikt die echt heeft bestaan maar waar je niet veel over weet en ik vind dat altijd heel erg knap als je er dan nog iets geloofwaardigs van kunt maken. Je gebruikt echt hele mooie woorden en je werkt de gedachtes van Perkamentus ongelofelijk goed uit. Het verhaal is op het laatst wel iets minder goed te volgen. Misschien kan dat komen door dat je het einde heel snel moest schrijven of zo maar ik blijf er een beetje in steken. Er zijn ook een paar zinnen waar ik de betekenis niet helemaal snap of waar de betekenis niet helemaal tot zijn recht komt. Verder ontzettend goed!


meld dit bericht aan een moderator

''When you got nothing, you got nothing to lose.'' - Jack Dawson, Titanic 
Evilwitch Geplaatst op 16-06-2011, 20:26 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 16-06-2011, 14:58 Christiane schreef:
Mijn beoordeling:

+De omgeving en gevoelens goed beschreven
+Het verhaal hield me vast en ik heb het snel kunnen lezen
+gemakkelijk te lezen
-de zonde was voor mij niet helemaal duidelijk, tot het einde
-Ik snapte niet waarom Ariana zo bang (als ze überhaupt ''bang was voor hem) was voor Perkamentus


Op 16-06-2011, 16:43 xhermoine schreef:
Beoordeling:

Ten eerste: wauw! Ik vind het verhaal echt ontzettend mooi. Je hebt een gebeurtenis gebruikt die echt heeft bestaan maar waar je niet veel over weet en ik vind dat altijd heel erg knap als je er dan nog iets geloofwaardigs van kunt maken. Je gebruikt echt hele mooie woorden en je werkt de gedachtes van Perkamentus ongelofelijk goed uit. Het verhaal is op het laatst wel iets minder goed te volgen. Misschien kan dat komen door dat je het einde heel snel moest schrijven of zo maar ik blijf er een beetje in steken. Er zijn ook een paar zinnen waar ik de betekenis niet helemaal snap of waar de betekenis niet helemaal tot zijn recht komt. Verder ontzettend goed!

Allereerst bedankt voor jullie positieve feedback! Wauw... Ik kan het nog steeds niet geloven!
Ik wil wel het een en ander nog even toelichten:

Ariana is niet zozeer bang voor Perkamentus maar heeft (zoals je eerder in het verhaal kunt lezen) hem spullen in zien pakken en wist dus dat hij haar zou verlaten. Dit maakte haar bang op een manier die wij niet kunnen begrijpen (vanwege het trauma dat zij nooit heeft kunnen verwerken).
Wat de zonde betreft: ik heb hem niet heel nadrukkelijk benoemd maar een subtiele hint is gegeven.

Uit Epiloog:
'Ik schoof mijn schuld af op een ander, wilde iemand laten boeten voor mijn eigen fouten. Ik wilde gerechtigheid, kwaad met kwaad vergelden. Ik wilde bloed zien vloeien...’

Het einde heb ik niet zozeer heel snel geschreven alswel dat ik expres veel beschrijvingen, uitleg en gedachtes heb ingeslikt om het spannend te houden. Ik kan me voorstellen dat het opeens heel anders leest dan de rest van het verhaal, volgende keer zal ik kijken of ik het wat meer in evenwicht kan laten zijn

Bedankt voor jullie geweldige reacties (iedereen!) en natuurlijk voor de overwinning. Ik had het niet aan zien komen als nieuweling op zs en vrij onervaren verhalenschrijfster... Ik voel me gevleid

Dit bericht is gewijzigd op 16-06 20:31.


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Superdreuzel Geplaatst op 16-06-2011, 20:28 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 16-06-2011, 20:26 Evilwitch schreef:
en vrij onervaren verhalenschrijfster... Ik voel me gevleid


Dat zou je niet zeggen als je je verhaal leest! Misschien kan je wat meer verhalen schrijven?


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 16-06-2011, 20:34 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik zal mijn best doen
Ik vond het erg leuk dus ik denk dat jullie nog wel verhalen van me kunnen verwachten, ik weet alleen nog niet wanneer... de komende weken heb ik het iig heel erg druk


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Superdreuzel Geplaatst op 16-06-2011, 20:37 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 16-06-2011, 20:34 Evilwitch schreef:
Ik zal mijn best doen
Ik vond het erg leuk dus ik denk dat jullie nog wel verhalen van me kunnen verwachten, ik weet alleen nog niet wanneer... de komende weken heb ik het iig heel erg druk


druk met schrijven,hoop ik toch zeker


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 16-06-2011, 20:44 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik ben bang van niet.. ik heb nog twee weken voor de vakantie (huiswerk, huiswerk, huiswerk ), ga daarna een week naar Londen, HP- marathon, zomerkamp en dan een week vrij om te verhuizen (inpakken, schilderen, sjouwen + door je rug gaan, weer uitpakken, etc.).. dus ik ben bang dat ik andere dingen aan mijn hoofd heb. Voor nu...


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Superdreuzel Geplaatst op 16-06-2011, 20:45 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 16-06-2011, 20:44 Evilwitch schreef:
Ik ben bang van niet.. ik heb nog twee weken voor de vakantie (huiswerk, huiswerk, huiswerk ), ga daarna een week naar Londen, HP- marathon, zomerkamp en dan een week vrij om te verhuizen (inpakken, schilderen, sjouwen + door je rug gaan, weer uitpakken, etc.).. dus ik ben bang dat ik andere dingen aan mijn hoofd heb. Voor nu...


awh :[

waar ga je heen verhuizen?


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 16-06-2011, 20:59 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Heb je ge-pbt


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Superdreuzel Geplaatst op 16-06-2011, 21:05 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

ik jou ook


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 16-06-2011, 21:14 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

En ik jou weer terug


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Superdreuzel Geplaatst op 16-06-2011, 21:19 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

en je hebt antwoord


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 16-06-2011, 21:34 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Tsja jij ook


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Superdreuzel Geplaatst op 16-06-2011, 21:36 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

ik ga nu eens bezig met een reactie


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 16-06-2011, 21:37 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Mooi zo

Btw hoe lang gaan we hier nog mee door?


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Superdreuzel Geplaatst op 16-06-2011, 21:48 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

tot de 500 posts en je verhaal dicht moet?


meld dit bericht aan een moderator

 
Evilwitch Geplaatst op 17-06-2011, 07:51 Reageer
user icon
Berichten: 1122
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ginny krijgen we ook nog een beoordeling van jou? Ik ben ook benieuwd wat jij ervan vond


meld dit bericht aan een moderator

Blue Caterpillar: "Who are you?" Alice Kingsley: "Absolem?" Blue Caterpillar: "You're not Absolem. I'm Absolem. Stupid girl." 
Superdreuzel Geplaatst op 17-06-2011, 08:15 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ja... We zoudwn ze gisteravond krijgen! *fronst*


meld dit bericht aan een moderator

 
2