Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Het leven is een raadsel. Het was volle maan. Door de ramen van Zweinstein scheen een mooi wit licht. Het was stil in het kasteel, je hoorde en zag niks. De schilderijen lagen bijna allemaal te slapen, de paar die nog wakker waren zaten met elkaar te kaarten. Door één van de vele gangen liep een man met zijn kat, de man had een vieze oude mantel aan die al minstens 4 jaar niet een sopje had gezien. De man keek in elke gang naar verdachte leerlingen die het er toch waagde om hun bed uit te komen. Tot nu toe had hij alleen een stelletje betrapt op de 4de verdieping. Nadat hij hun afdelingshoofd erbij had gehaald dropen ze af naar de voor hun bestemde leerlingenkamer. “Kom op Mevrouw Norks misschien zijn er leerlingen die we kunnen straffen in de zuiderlijke toren.” De kat keek op net of die begreep wat de man zei en liep met een drafje richting de trap naar de zuiderlijke toren. Samen liepen ze de trap op, nog niet halverwege draafde de kat met een spurt omhoog. “Heb je een leerling gevonden Mevrouw Norks?” De man kreeg een eng lachje op zijn gezicht, hij had er weer één gevonden. “Wat doen wij hier op dit uur van de nacht?” Vroeg hij aan 2 schimmen die halverwege de gang stonden. De jongen en meisje draaide zich om. “ Aaah ik zie het al Griffoendor.” Het tweetal keek elkaar verschrikt aan. “We komen van een feestje van professor Slakhoorn.” Piepte de jongen die steeds een stapje achteruit deed als de man dichterbij kwam.” Feestje zeg je ik, zal het gaat controleren bij Professor Slakhoorn.” De man hoefde niet lang te wachten. “Argus wat doe jij met die leerlingen die heb ik half uur geleden terug gestuurd naar hun leerlingenkamer.” De man keek met een vies gezicht Professor Slakhoorn aan. “Ik ging er van uit dat deze leerlingen stiekem hun leerlingenkamer waren uit geslopen.” Professor Slakhoorn keek de 2 leerlingen aan.” Jullie gaan nu direct naar jullie leerlingenkamer ik ga dit uitzoeken met meneer Vilder.” Voordat de zin uitgesproken was liepen de 2 leerlingen op een drafje de gang uit. “Argus,” Begon Slakhoorn ”misschien had ik even moeten melden dat ik een feestje had.” Hij haalde een perkament uit zijn uit zijn vest, die toch wel een beetje strak stond.”Hier is een lijst van namen met leerlingen die op mijn feestje waren, ik ga er vanuit dat je deze leerlingen laat gaan als je ze op de gangen treft.” Met een glimlach op zijn gezicht draaide hij zich om en liep weg. “Kom op liefje er is vanavond niet zoveel te doen.” Vilder baalde nu kon ie geen leerling straffen voor op het op de gang zijn in de late avond. Onderweg naar beneden kwam ie nog een paar leerlingen tegen die blijkbaar ook op het feestje van Professor Slakhoorn waren geweest. Hij liep de hal door richting zijn kamer.
Een klik gaf aan dat Vilder naar bed was. Uit de rechterhoek van de hal kwam een gedaante vandaan, hij keek omhoog, denkend aan dat ene moment waar hij de laatste tijd zoveel aan dacht. Het grootste probleem in zijn leven. Waar hij voornamelijk aan dacht was dat hij het anders had kunnen oplossen. Wat zou er zijn gebeurt als hij het helemaal anders aan gepakt had? Denkend liep hij door de hal heen. Wat als? Nee, het had geen zin. Hij had het mooiste moment van zijn leven verpest door een klein probleem groot te maken. Doordat hij het verkeerd had opgelost was hij hij hier nu, niet dat hij hier het niet leuk vond. Nee dat had met andere dingen te maken. Hij was op zijn plek hier, hij vond het wel jammer dat hij niet meer bij zijn familie was. Zijn familie. Hij zuchte, op dit moment wist hij niet wat nou zijn echte familie was. In zijn ooghoek zag hij een aantal leerlingen richting de kerkers rennen. Wat was het mooi geweest toen zijn familie nog familie was. Hij zuchte keek nog één keer achterom en opende zijn deur naar zijn kamer.
Het was 1945 de oorlog in de dreuzelwereld was afgelopen zoals hij voorspeld had, mens en dier waren opgelucht dat er geen oorlog meer was. In de tovernaarswereld was er niet veel van gemerkt, toch waren mensen in de tovernaarswereld blij dat deze oorlog over was. In een bos bij het kasteel Zweinstein ontmoete hij haar voor het eerst. Nog nooit had hij zo'n mooie vrouw gezien ze had prachtig zwart haar en benen waar elke centaur van droomde. Firenze keek naar de sterren en probeerde uit te zoeken of deze prachtige vrouw in zijn toekomst een rol ging spelen. Hij zag duidelijk aan de stand van Terrebellum, de ster die ooit 2 sterren was. Hij kon duidelijk zien dat deze vrouw een deel uit zijn leven zou worden, alleen kon hij niet zien of dit voor lange tijd zou zijn. Naast zich hoorde hij een geritsel de mooie vrouw kwam aanlopen.” Hallo.” zei de mooiste stem die hij ooit had gehoord.”Hallo, wat een mooie nacht niet?” Firenze liep naar de open plek waar de vrouw ook stond. De vrouw glimlachte wazig. “ De nacht is zeker mooi.” Ze staarde omhoog naar de sterren.”Ik ben Amelia de Villo ,ik kom uit het hoge noorden.” Terwijl ze dat zei keek ze niet weg van de sterren. Firenze keek vanuit zijn ooghoek naar Amelia, van dichtbij zag hij dat ze allemaal kleine moedervlekken had rondom haar neus, ogen en mond. Haar sierlijke armen waren lichterlijk gespiert ze moest wel veel jagen. Hij schudde met zijn hoofd, zijn hoofd draaide overuren. “ Ik ben Firenze ik woon al mijn hele leven in dit bos.” Zei Firenze maar terug wat moest ie anders.Amelia keek nog steeds naar de sterren en Firenzo kon zijn ogen niet van haar afhouden. Hij wist dat hij dit moment moest gaan koesteren.
De daarop komende dagen waren Firenze en Amelia onafscheidelijk. Op dag 3 begonnen ze langzaam plannen te maken voor de toekomst al was die nog onzeker. “Firenze hoeveel kinderen wil jij?” Vroeg Amelia terwijl ze een takje brak met haar hoef.” Ik denk dat ik 2 wel genoeg vind.” Hij glimlachde hij kende deze vrouw nog maar net een paar dagen en ze hadden het nu al over kinderen. Ineens voelde hij de warme hand van Amelia in de zijne, zijn wangen werden rood. “ Je bent mooi als je bloost.” Ook op de wangen van Amelia verscheen een rood blosje. Het was een prachtige dag, de zon stond helder aan de hemel en het voelde goed aan. “Ik denk dat ik je leuk vind.” Mompelde Amelia blozend. Firenze wist niet waar hij moest kijken. “Amelia,” Hij keek Amelia in de ogen,”ik denk dat ik jou ook leuk vind.” Amelia kon haar oren niet geloven. Had hij nou net gezegt dat hij haar net zo leuk vond als zij hem vond? “Firenze, mijn liefste.” Ze pakte zijn hand vast.”Heb je zin om morgenavond naar de sterren te kijken met mij? Het is morgen volle maan.” Firenze hoefde eigenlijk niet na te denken. “Ja dat zou ik gezellig vinden.” Zo stonden ze nog een tijdje hand in hand naar de sterren te kijken. Firenze keek elke avond naar de sterren. Hij zag dat hij en Amelia bj elkaar hoorde, elke dag stond het meer vast in de sterren.
De volgende dag werd Firenze wakker hij keek om zich heen, zijn slaapplek was nog steeds het zelfde maar toch voelde het anders, er was iets aan de hand in het bos. Hij stond op en draafde zo snel als hij kon naar de open plek waar de kudde samen kwam bij problemen. Ban en Ronan stonden met hun bogen al te wachten tot Firenze ook zich bij de groep ging voegen. “Wat is er aan de hand?” Firenze was nog niet zo lang wakker en kon nog niet helemaal wakker worden. “Er zijn jagers in het bos.” Antwoorde Ban met een kille stem. Het enige waar Firenze aan kon denken was zijn Amelia. Hij keek om zich heen niet de hele kudde was aanwezig. Hij pakte een pijl en boog van de grond en keek nog één keer naar alle gezichten in de groep. Achterin zag hij de zwarte haren van Amelia met zucht liep hij naar haar toe. “Mijn liefste,” Hij pakte haar hand.”Ga je mee om de jagers aan te pakken?” Amelia keek serieus. “Ik zou mee willen maar er moet iemand bij de veulens blijven,” Firenze was er blij om, het opjagen van jagers kon gevaarlijk zijn, de vorige keer was Lanos raar gewond geraakt. Dankzij de goede zorgen van zijn vrouw Leandra was hij zo goed als nieuw. Firenze wou niet Amelia dat ook gebeurde het zou zijn hart breken. Binnen tien minuten was de kudde bij elkaar. Amelia stapte naar voren.”Ik blijf bij de veulens samen met Leandra.” Ze keek naar iedereen in de kudde, haar blik bleef steken bij Firenze.”Heren doe voorzichtig, wij wachten hier op jullie terugkomst.” Wild trapte de centaurs met hun hoeven. Zonder enig overleg werden er 4 groepjes gevormt, iedere groep ging een richting uit. Firenze, Ban en Michalo gingen zuidwaards. Met een snelheid als de wind probeerde ze de jagers te vinden. Het drietal galoppeerde als een echte eenheid. Ineens stopte Ban. “Wat is er?” Vroeg Michalo. Ban spitste oren en knikte links van hem. “Ze zitten daar ongeveer,”Hij snuifde de geur op.”vijfhonderd meter die kant op.” Firenze zijn hersens begonnen op volle toeren te draaien, zijn neus was goed genoeg om te weten dat deze jagers een eenhoorn vermoord hadden. De geur van eenhoornbloed brandde in zijn neus. Hij haatte het als tovernaars eenhoorns gingen jagen voor het eeuwige leven. De meeste kregen na een tijd toch spijt van het drinken van eenhoornbloed, de vloek die drinken van eenhoornbloed met zich meebracht maakte de meeste tovernaars en heksen gek, dat ze binnen een jaar dood waren. Firenze keek Ban aan, die Michalo aankeek. “Als ik het goed hoor zijn het er twee,” Ban wees naar de plek waar de tovernaars moesten zitten.”Firenze jij pakt de kleine, dan pak ik de grote. En jij,' Hij knikte naar Michalo. 'gaat kijken of de eenhoorn nog te redden is.” Firenze en Ban probeerde zo zacht mogelijk naar de plek te lopen waar de twee tovernaars moesten zijn. Zachtjes liepen ze naar de struik waar ze zicht hadden op de twee mannen. “John waarom moeten we dit drinken ik vind het er vies uitzien.” De kleine man keek vies naar het zilverkleurige bloed dat in een glas zat. “Pete, hou een op met zeuren als we dit drinken leven we voor altijd.” De grote man keek de kleine man kwaad aan.”We kunnen de tovernaarswereld veroveren, beginnend bij het ministerie.” De kleine man zat toch wat onzeker te kijken naar het goedje in zijn glas. “Man, drink het nou gewoon op, dan kunnen we plannen gaan maken.” De grote man werd nog kwader en duwde de kleine man de bosjes in. De kleine man stond op en duwde de grote. Op dat moment schoot Firenze een pijl richting de kleine man, die verschrikt op keek. De grote man trok geschrokken zijn toverstok en richtte die naar Ban, die met zijn pijl en boog de bosjes uitliep. “Paralitis.” Schreeuwde hij. De spreuk misde Ban op een haar na. Zo snel dat het mensen oog het niet kon zien sprong Ban op de grote man af. Hij pakte deze bij de nek en smeet hem minstens honderd meter het bos in. Firenze daarin tegen had het makkelijk de kleine man rendde gillend weg. Dat maakte het voor hem alleen maar makkelijk. Al rennend pakte hij zijn pijl en boog en schoot een pijl af. De eerste schampte de nek van de kleine man, die op de grond viel. Firenze zette een hoef op de borstkas van de kleine man en keek hem woedend aan. Het glas waar het eenhoornbloed in zat lag gebroken naast hem. “Jij.” Brulde Firenze, hij was zo kwaad op deze man.”Jij, je hebt een eenhoorn vermoord.” De kleine man zat te trillen als een rietje.”Doe mij niks.” Bibberde de man. Firenze wist niet hoelang hij zich nog in kon houden.”JIJ HEBT EEN EENHOORN VERMOORD.” Bulderde hij zo hard dat de vogels in de bomen er verschrikt ervandoor gingen. De kleine man begon meer te trillen “Laat mij gaan.” Het kwam er bibberend uit.”Ik heb niet een eenhoorn vermoord dat was John die heeft het gedaan.” De man begon te huilen. Firenze kon dit niet aanhoren, sinds Amelia in zijn leven was had hij moeite met de kleine dingen die zo gewelddadig waren. Het jagen op eten werd er niet makkelijker op als je niks wou neerschieten. Hij moest dit doen dat wist hij ook, deze mannen moesten gestraft worden. Het vermoorden van een eenhoorn was het ergste wat je kon doen. In zijn ooghoek zag hij Michalo aan galopperen. “De eenhoorn was een veulen, het is dood.” Of er een klap in zijn gezicht werd gegeven, werd Firenze rood van woede.”EEN VEULEN! JIJ,JIJ.” Firenze pakte zo snel zijn pijl en boog dat de kleine man er niks aan had kunnen doen. Met een wreed krakend geluid belande de pijl in de borst van de man. De man zijn ogen stonden wijd open, langzaam zagen Firenze en Michalo het leven uit zijn ogen verdwijnen, tot er niks meer over was dan een slap lichaam. “Ruim het lichaam op.” Comandeerde Michalo. Firenze wist wat hem te doen stond. Hij zocht een plek om het lichaam te begraven. Met zijn voeten begon hij een kuil te maken. Zijn hersens draaide op volle toeren. Wat bezielde hem, hij had nog nooit gemoord. Wat zou Amelia hier van denken? Nu hij een mens van het leven had beroofd. Zou ze hem nu minder aardig en leuk vinden? Hij moest er niet aan denken maar gewoon doen. Met zijn voet schopte hij de kleine man in het graf, als een speer gooide hij het gat dicht. Dit was zijn eerste moord, hij kon nog steeds niet geloven dat hij dit had gedaan. Met een gevoel van walging gooide hij takken en bladeren over het graf, niemand zou dit meer vinden. Zonder om te kijken liep hij richting de plek waar Michalo stond te wachten. “Dat heb je netjes gedaan Firenze, kom op dan gaan we naar Ban toe misschien dat we hem nog kunnen helpen.” Zwijgend gallopeerde ze naar de plek waar ze Ban achter hadden gelaten. Op de plek waar ze Ban vonden, lag veel bloed en overal lagen stukjes vlees van de man. “Wat heb je met die man gedaan?” Vroeg Firenze vol afschuw. “Zijn verdiende loon gegeven.” Firenze wist niet waar hij moest kijken overal lagen stukken van een lichaam dat ooit één geheel was geweest. In de grote boom achter Ban hong een bebloede broek, paar meter verderop lag het hoofd van de man. Een misselijk gevoel kwam bij Firenze naar boven. Hij moest hier weg. “Ik ga de rest op de hoogte stellen van onze vonst, ruimen jullie dit op?” Ban keek geiriteerd naar Firenze. “Ga!” Firenze dacht geen moment na en begon te rennen naar het noorden waar ook een paar centaurs moesten zijn.
In het noorden vond hij Ronan, Frederick en Pia. “We hebben de jagers gevonden en uitgeschakeld.” Melde hij terwijl hij nog steeds het beeld van de kleine man in plas bloed in zijn geheugen zag. “Mooi, Pia ga jij de andere groepen in het westen en oosten zoeken.” Zei Ronan terwijl hij Pia aan keek.”Kom dan terug naar ons kamp.” Pia knikte en gallopeerde naar het oosten. Firenze keek Ronan aan. Ronan knikte en zonder iets te zeggen gallopeerde ze richting het kamp. De wind op zijn huid liet Firenze niet vergeten wat hij gedaan had. In de verte zag hij dat de zon onder ging, vanavond had hij zijn belangrijke afspraakje met Amelia, al had hij er nu weinig zin in. Net een paar honderd meter voor het kamp hield Ronan hem tegen. Frederick stopte ook.”Frederick ga jij maar vast naar het kamp ik moet even met Firenze praten.” Frederick knikte en ging in een drafje naar de plek waar het kamp stond. “Firenze,” Begon Ronan.”ik zie dat je ergens mee zit. Wat is er aan de hand?” Firenze vertelde het verhaal van de woedeuitbarsting en zijn ontzettende schuldgevoel. “Het zijn maar mensen, je wist wat je moest doen en je hebt het juiste gedaan voor onze kudde en alle magische dieren die in dit bos wonen.” Door deze woorden van Ronan voelde Firenze zich niet echt beter. “Waarom voel ik me dan niet beter?” Ronan zuchte. “Je eerste moord zul je nooit vergeten, je moet hier mee leren leven.” Firenze wou hier niet mee leven hij zou dit oplossen. “Wat heb jij gedaan bij je eerste moord?” Vroeg hij aan Ronan.”Ik heb er weken van wakker gelegen. Op een gegeven moment besefde ik dat het voor het goede was.” Ronan begon een takje af te breken van de struik waar hij naast stond. “Ik zal je alle tijd geven, net als de rest van de kudde. Neem je tijd om dit te verwerken.” Met deze woorde gooide Ronan het afgebroken takje op de grond en draafde naar het kamp toe. Firenze stond verbaasd te kijken op het plotselinge vertrek van Ronan. Nog steeds had hij geen idee hoe hij hier mee om moest gaan. Zijn hart zei dat hij terug moest gaan en te kijken of hij de familie van de man op de hoogte kon stellen, zijn hoofd daarin tegen zei dat hij zich moest vermannen en gewoon door moest gaan met zijn leven. Hoe ging hij door met zijn leven als hij zich zo slecht voelde. Hij moest op het afspraakje met Amelia maar met haar praten, misschien wist zij hoe hij hier mee om moest gaan.
Die avond stond er een halve maan die niet heel goed te zien was door de wolken die in de lucht hingen. Ondanks dat ze de sterren niet echt konden zien stonden ze toch naar de lucht te kijken. In het maanlicht leek het zwarte haar van Amelia te glanzen, haar ogen leken diamanten en haar donkerbruine vacht zag er glanzend uit. Als hij haar zo zag durfde hij niet te vertellen dat hij er best wel mee zat dat hij iemand had vermoord. Firenze nam een grote teug frisse lucht.”Ik zit er best wel mee wat ik vanmiddag heb gedaan.” Hij flapte het er zo uit. Amelia keek hem met grote ogen aan. “Heb je nog nooit iemand om het leven gebracht?” Firenze durfde Amelia niet aan te kijken, hij had zo gehoopt dat ze het zou begrijpen, aan haar vraag te merken was hij nog een ontzettend groentje. “Dieren heb ik wel gedood. Nog nooit een mens.” Hij keek naar de grond. “Lieve Firenze.”Amelia streek met haar hand over het gezich van Firenze.”Je eerste keer is altijd moeilijk.” Ondanks de opbeurende woorden van Amelia voelde Firenze zich niet beter. “Hoe ben jij over je eerste moord heen gekomen?” Amelia keek hem recht in zijn ogen en gaf hem een tedere zoen. Verzonken door de gepassioneerde zoen, vergat Firenze de wereld om hem heen. Het enige wat hij zag was het mooie gezicht van Amelia. De geur van rozen kwam van haar haar af. Amelia's handen gingen door zijn blonde haren. Firenze kon niet achterblijven en zijn handen gingen door de lange zwarte haren, de geur van rozen werd zo nog meer versterkt. Langzaam gleden zijn handen naar het perfecte gezicht van Amelia. Haar huid was zo zacht, hij vroeg zich af wat ze gebruikte om die huid zo te krijgen. Hij kreeg niet veel tijd om daar over na te denken, Amelia haar handen gingen over zijn borst en een kriebel in zijn maag liet hem vergeten waar hij aan dacht. Die avond verloor Firenze zijn onschuld, zijn jeugd en vergat hij zijn eerste moord.
De weken erna waren Firenze en Amelia kwamen ze dichter bij elkaar dan dat ze ooit bij iemand anders waren geweest. In maand twee bouwde ze samen een eigen huisje, wel in de buurt van de kudde, zodat ze wat privacy hadden. Een week nadat ze samen waren gaan wonen, kwam Firenze thuis van zijn weekelijkse jacht. “Hallo schat, goede jacht gehad?” Amelia was aan het opruimen in het deel van het huisje wat hun slaapplek was. “Ik heb drie konijnen, twee hazen en twee herten gevangen.” Hij had de konijnen en hazen in 1 hand en de herten in de ander. Amelia kreeg een flimlach op haar gezicht. “Mooi dat zullen we nodig hebben.” Firenze kreeg een frons op zijn gezicht. “Wat bedoel je? We kunnen hier toch makkelijk een week van eten?” Amelia klopte haar handen schoon. “Schat, we krijgen een veulen!” Ze zei het met een grote glimlach. Firenze daarin tegen wist niet wat heb gebeurde. “Wat? Hoe? Wauw!” Amelia stond te glunderen. “Ik voelde me al niet lekker dus ben ik naar Leandra gegaan voor wat kruiden.” Amelia keek Firenze recht in de ogen.”Nog voordat ik wat kon zeggen zei ze dat ik drachtig was.” Firenze werd witter dan zijn haarkleur. “Firenze? Voel je je wel goed?” Firenze schudde zijn hoofd, het laatste wat hij zag was het bezorgde gezicht van Amelia. “Firenze. Schat, word wakker.” Firenze voelde koud water in zijn gezicht. Hij opende zijn ogen, zo te zien was hij flauwgevallen. Amelia was niet meer de enige die er was. Hij zag Leandra en Lanos, die stonden met een bezorgd gezicht in de hoek van wat hun huiskamer was. “Wat is er gebeurd?” Vroeg hij terwijl hij overeind probeerde te komen.”Lieverd, blijf nog even liggen je hebt je hoofd gestoten aan de boomstronk.” Amelia's zachte stem klonk als een engel. Firenze sloot zijn ogen, had hij dat gedroomd dat de liefde van zijn leven drachtig was? “Hoelang lig ik hier al?” Mompelde hij. “Je bent langer dan een half uur van de wereld geweest.” Haar handen streken door zijn haar. “Ik heb Leandra direct opgehaald.” Firenze opende zijn ogen en zag dat Amelia witter was dan de sneeuw in December. “Mijn liefste maak je geen zorgen ik voel me al stukken beter.” Firenze probeerde op te staan maar klapte weer op de grond van de duizeling in zijn hoofd. “Misschien moet ik nog even blijven liggen.” Mompelde hij. Hij voelde de warme lippen van Amelia op zijn mond. “Ik ga even met Leandra mee om wat kruiden te halen.” Ze streek hem nog even door het haar. “Ik ben over kwartier wel terug. Lanos blijft in de buurt voor het geval dat. Oké?” Ze stond op en liep richting het dorp, waar de rest van de kudde woonde. Firenze lag op zijn zij met zijn ogen dicht. Wat was er nou gebeurt? Hij probeerde het laatste moment te herinneren voordat hij flauwviel. Hij had gejaagd met Ban en Lanos, hij had flink wat gevangen. Opeens wist hij het weer. Amelia was drachtig. Hoe gingen ze dit nou doen? Hij had geen idee hoe hij dit moest oplossen. Hij was nog veels te jong om een veulen op te voeden. In zijn hoofd gingen meerdere dingen schoten door zijn hoofd. Firenze sloot weer zijn ogen en probeerde het voorval te wissen uit zijn gedachte. Helaas had het weinig zin, hij bleef een akelig beeld van de horror bevalling van zijn zus zien. Haar bevalling was zo akelig geweest dat hij tot op de dag van vandaag er nog steeds nachtmerries over had. Firenze kreeg tranen in zijn ogen dat moment wat hij zo graag wou vergeten stond nu glashelder op zijn netvlies gebrand, dit moest hij voorkomen, Amelia mocht niet dat meemaken. Die klap op zijn hoofd was harder geweest dan dat hij dacht. Binnen vijf minuten was hij in zijn grootste nachtmerrie beland.
Het was donker. Ik wist waar ik was, thuis. In mijn ooghoek zag ik mijn moeder en mijn vader staan. Ik keek naar beneden en zag de benen van een jonge centaur, oké ik droomde over mijn jeugd. Niet mijn jeugd. Ik galoppeerde richting mijn ouders. “Mam, pap, zo fijn jullie weer te zien.” Zei ik tegen mijn ouders die strak voor zich uit keken. Konden ze me nou niet zien? Ik ging naast ze staan om te zien waar ze naar keken. Ma hield pa zijn hand vast, en had tranen in haar ogen. Ik wist welk moment dit was, het was de bevalling van Tentation. Ik zag weer het afschuwlijke moment uit mijn jeugd. De voeten en hoofd van het veulen staken al uit Tentation. Ze lag op de grond, lijkbleek. Ik moest iets doen en liep zo snel als ik kon naar mijn zus toen. Ik had het anders moeten doen, dat wist ik. Ik keek om mee heen en zag een touw liggen. Zo snel als ik kon bond ik het touw om de voeten van het veulen. Ik legde een stevige knoop in het touw en begon te trekken. Stukje bij beetje kwam het veulen eruit, ik zag de blonde haren. “Tentation, bij de volgende wee duw zo hard als je kan.” Ik zag dat Tentation reageerde op mijn stem. “Firenze, ik ga het niet redden.” Haar huid was zo wit dat ik er bang van werd, ik wist wat er ging gebeuren. “Kom op zus! Dit kun je!” Ik schreeuwde zo hard dat de vogels in de bomen opvlogen. “Nee, ik ga het niet redden.” Langzaam zag ik alle levenskracht uit mijn zus wegstromen. “Tentation, zet nog even door je bent er bijna.” Ik had de tranen in mijn ogen. Bij de wee die daarop volgde trok ik zo hard als ik kon aan het touw. Met een plop was het veulen geboren. Ik stak mijn hand uit naar de nek om te voelen of het hart klopte. Ik voelde een hartje, dat is goed. Zo snel als ik kon liep ik naar mijn zus, die beweegloos op de grond lag. Ik voelde in de nek van Tentation. “Kom op Tentation!” Ik sloeg haar ik het gezicht. Ze reageerde niet, ik wist wat het betekende. Waar mijn ouders stonden klonk een luide snik, ik keek die kant op en zag mijn moeder huilen. De ogen van Tentation stonden wagenwijd open, ze zagen er leeg en dood uit. NEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEEE! Ik gilde het uit.”Nee Tentation”
Met rode ogen en tranen op zijn wangen werd Firenze wakker. Amelia aaide door zijn haar. “Het is goed Firenze.” Ze veegde zijn tranen weg met haar hand. “Het komt goed lieverd, het was een droom.” Firenze keek recht in haar ogen en kon niet langer zijn tranen bedwingen. De tranen stroomde over zijn wangen. Hij wist dat het een nachtmerrie was, alleen leek het zo levensecht. Hij wist dat niet alle bevallingen zo gingen. Leandra had 3 gezonde veulens op de wereld gezet. Zijn moeder had ook 6 veulens gezond op de wereld gezet. En toch was hij bang. Bang omdat hij wist wat er mis kon gaan, bang omdat hij zijn Amelia niet kwijt wou raken. “Het komt goed, lieve Firenze.” Fluisterde Amelia in zijn oor. “Waarom ben je zo bang?” Vroeg ze, terwijl ze naast hem ging liggen in het mos bedekte bed. In één adem vertelde hij het verhaal van zijn zus. Dat ze nog jong was, jonger dat hij nu was. Het belangrijkste deel van het verhaal kwam met een overvloed aan tranen. Amelia trok wit weg na dit verhaal. “Firenze, het komt goed. Leandra zal me bijstaan in de bevalling, als je er niet bij wil zijn hoeft het niet.” Firenze schudde zijn hoofd. “Ik wil wel bij de bevalling zijn van ons eerste veulen.” Amelia kreeg een glimlach op haar gezicht.”Wij gaan dit redden, zo lang we samen zijn kunnen we de hele wereld aan.” Vanaf dat moment wist Firenze dat het goed zou komen terwijl hij Amelia een zoen gaf. “Gefeliciteerd schat.”
De negen maanden die volgde probeerde Firenze en Amelia een plek te creëren voor het veulen, die na 10 maand na het nieuws geboren zou worden. Die dinsdag van de bevalling begon zoals elke dinsdag was. Amelia voelde zich de hele ochtend al onrustig de krampen in haar lichaam waren niet te houden. “Firenze, zou je Leandra willen halen ik denk dat het is begonnen.” Firenze liep gelijk naar Amelia toen en voelde aan haar buik. De buik was al een tijdje erg groot en zo af en toe zag je precies waar het veulen lag. Nu zag hij dat de uiers gezwollen waren, het teken dat de bevalling eraan zat te komen. “Ik ga nu Leandra halen, ik ben terug binnen tien minuten.” Zo hard als hij kon galopeerde hij naar de hut van Lanos en Leandra. Zonder te kloppen stormde hij naar binnen. “Het is begonnen!” Leandra die bezig met de hut te vegen, liet haar van een tak gemaakte bezem vallen en liep richting haar kruidenrek. “Ik ben er klaar voor.” Leandra pakte een stuk touw en liep zo kalm als iemand kon wezen naar buiten. Firenze liep gespannen achter Leandra aan. Waarom galopeerde ze niet?​ Of Leandra zijn gedachten had gelezen zei ze “Firenze, rustig het komt goed.” Firenze was er niet gerust op. Hij had dan wel de nachtmerrie geprobeert te vergeten, toch spookte het verschrikkelijke beeld van zijn zus nog door zijn hoofd. “Ik ga die kant vast op.” Riep hij naar Leandra terwijl hij naar huis galopeerde. Amelia lag al op de grond. “Amelia, schat. Gaat het?” Amelia hief haar hoofd omhoog. “Ja, het gaat de weeën worden erger.” Ze pufte een wee weg. Firenze aaide haar door haar haar. “Het komt wel goed Leandra is onderweg.” Terwijl hij dat zei, kwam Leandra binnen gelopen. Ze knielde neer bij Amelia. “Hoelang heb je al weeën Amelia?” Vroeg ze terwijl ze wat kruiden uit haar tas van bladeren en takken pakte. “Ik denk nu zo'n vijf minuten denk ik.” Weer pufde Amelia een wee weg. Leandra draaide haar hoofd naar Firenze.”Zou je buiten willen wachten ik denk dat het beter is dat Amelia rust krijgt.” Firenze knielde snel neer bij Amelia. “Ik ga een rondje rennen. Ik ben zo snel mogelijk terug.” Hij gaf haar een zoen en liep de deur uit. Voor vijf minuten stond hij buiten het huisje te ijsberen. Totdat hij toch zoiets had dat hij beter maar een stuk kon gaan rennen. Zo snel als de wind galopeerde hij richting Zweinstein. Op de rand van het bos bleef hij staan. Ooit zou hij dit niet stiekem te hoeven doen. Hij keek naar het kasteel. Het was een zonnige dag, aan het meer zaten studenten met boeken te leren. Op het zwerkbalveld waren studenten aan het oefenen. Zijn blik dwaalde af naar twee studenten die innig aan het zoenen waren. Zijn gedachten dwaalde af naar het moment dat hij en Amelia net bij elkaar waren. Ze hadden op de open plek in het bos gestaan, waar de eerste zoen was gegeven. Het was een intiem en mooi moment geweest. Nu stond hij op het punt om vader te worden. Hij had de nacht ervoor nog in de sterren gekeken, nog steeds stond de toekomst niet vast. Firenze voelde zich ongeduldig worden. Zou dit betekenen dat er iets gebeurt was? Hij keek nog één keer naar het verliefde stelletje, draaide zich om en galopeerde zo snel als hij kon weer naar huis. Met een paar minuten was hij bij het huis, waar een akelige stilte heerste. Hij was niet op zijn gemak en zonder kloppen liep hij het huisje in. Amelia lag op de grond met een prachtig veulen in haar armen. “Ben ik te laat?” Vroeg Firenze verbaasd. Amelia had gehuild dat was duidelijk te zien in haar ogen. “Firenze, je bent precies optijd.” Firenze keek naar het kleine hoopje dat naast Amelia lag. “Het is een jongen.” Leandra kwam uit wat de keuken was lopen, ze had een kom met water bij zich. “Je hebt geluk de tweede moet nog komen.” Firenze schrok. “Twee?” Vroeg hij verbaast. Was dit een grapje? “Ja er zit nog één in.” Zei Leandra heel kalm. Firenze wist niet waar hij moest kijken. Hij keek naar het kleine hoopje dat naast Amelia lag, nu hij goed keek had het pikzwart haar net als zijn moeder. Hij liep kalm naar Amelia toe en knielde neer. “Schat, hij is prachtig.” Het veulen reageerde op de stem van zijn vader. Zonder enig probleem stond het veulen op en liep naar zijn vader toe. Firenze stak zijn arm uit en gaf het veulen een knuffel. “Ik zal altijd van je houden.” Fluisterde hij in het oor van het veulen. Uit de mond van het veulen kwamen wat brabbel geluiden. “Amelia lieverd. Zet nog even door dan zijn we ouders van twee schitterende veulens.” Amelia glimlachde.”Dat komt wel goed.” Firenze wou niet erbij zijn en toch bleef hij geknield, met de pasgeboren eerste veulen in zijn armen, bij Amelia. Zijn blik schoot heen en weer van het veulen naar Amelia, die zo haar best deed om hun tweede veulen op de wereld te zetten. Hij keek naar zijn zoon, hij had duidelijk zijn neus en haar pikzwarte haar. “Jij bent het mooiste op de wereld, kleine man van me.” Hij was opslag verliefd op zijn zoon. Hij stond op en nam zijn zoon in de armen. “Je kunt het schat.” Zei hij op een rustige toon. Leandra had al een stuk touw in de handen. Ze wachtte op de benen die eruit zouden komen. Firenze begon met zijn zoon in de armen te ijsberen door het huisje, achter zich hoorde hij Amelia een wee weg puffen. Hij keek naar zijn zoon, die een duim in zijn mond hand. Met heel zijn hart hield hij van dit kleine mannetje. Toen hij weer opkeek naar Amelia, staken er al 2 voeten uit haar. Hij probeerde goed te kijken en zag ook een kruin van het veulen. Leandra bond het touw om de benen. “Amelia duwen!” Zei ze, terwijl ze klaar ging staan om het veulen eruit te trekken. Met een plop viel het vuilen eruit. Amelia leek opgelucht en keek stralend naar Firenze en hun zoon. Leandra begon het veulen schoon te maken met de natte lap uit de kom. Nieuwsgierig keek Firenze hoe Leandra het veulen schoonmaakte. “Het is een meisje, gefeliciteerd jullie beide.” Firenze straalde nog meer dan Amelia deed. Amelia had hun dochter in de armen terwijl ze nog één grote druk gaf om het nageboorte eruit te persen. “Je hebt het prima gedaan.” Zei Leandra terwijl ze het nageboorte in een bak stopte. “Ik laat jullie alleen. Hebben jullie me nodig dan ben ik thuis.” Leandra pakte al haar spullen en liep richting de deur. Net voor ze de deur uit zou lopen draaide ze zich om. “Hoe heten onze nieuwe veulens in de kudde?” Vroeg ze. Amelia keek naar Firenze die op zijn beurt knikte. “Ze heten Daisy en Elijah.” Leandra glimlachde. “Dat zijn hele mooie namen.” En met die woorden liep ze het huisje uit.
De jaren die volgde waren mooie jaren voor Firenze en Amelia. Daisy en Elijah groeide op zoals het moest. Tot die ene dag dat Amelia stierf. Het was een zwarte dag voor het gezin. Totaal onverwacht was Amelia tijdens de jacht neergeschoten door een paar dreuzel jagers. Omdat ze niet graag ging jagen met een groep was ze doodgebloed. Die middag vond Elijah zijn moeder. Het was een zwaar jaar voor Firenze, eerst stierf de liefde van zijn leven en later dat jaar gingen zijn kinderen naar Ierland om zich daar bij een kudde te voegen. Firenze was weer alleen.....
Firenze trok de deur achter zich dicht en keek door zijn kamer. Professor Perkamentus had zijn kamer helemaal ingericht zoals hij gewent was. In de linkerhoek had hij een steen neergezet, die Daisy en Elijah voor hem hadden gemaakt toen ze vier waren geworden. Hij zuchte hij miste zijn gezin. Hopelijk kwamen zijn kinderen binnenkort weer eens langs al wist hij niet of hij wel welkom was in het Verboden Bos. Ban was boos omdat hij voor Perkamentus ging werken als een muildier. Hij had toch zijn droom waar gemaakt, hij had ooit ervan gedroomt om niet stiekem naar de school te kunnen kijken. Nu woonde hij hier al een tijdje, hij had het verschrikkelijke mens Omber overleefd. Nu voelde hij zich op zijn gemak. Hij keek uit het raam waar hij de sterren kon zien. Hij wist al een tijdje dat er gevaar dreigde. Alleen kwam het nooit dichtbij genoeg. Op dit moment had hij graag Amelia om zich heen willen hebben, die wist altijd de juiste woorden te zeggen om hem op zijn gemak te laten voelen. Nog één keer keek hij uit het raam, hij zag een paar schimmen over het terrein sluipen. Hij besteede er geen aandacht aan, hij zag wel vaker leerlingen weg sluipen. Zo langzaam als hij kon liep hij richting de kamer waar zijn bed stond. Hij opende de deur en zag het mos bedekte vloer die er erg uitnodigend uit zag. Hij zakte door zijn benen en ging liggen. Het lag toch niet zo lekker als zijn oude bed. Hij legde zijn hoofd op het mos bedekte kussen. Terwijl hij zijn ogen sloot zag hij nog even alle mooie en minder mooie herinneringen door zijn hoofd heen vliegen. Wat was het leven mooi geweest, dat was thuis. Nogmaals zuchte hij. Hij was thuis, Perkamentus had hem met open armen ontvangen. Het was een goede man. Voor vijf minuten lag hij te luisteren naar de geluiden die hij om zich heen hoorde. Een uil oehoehde in de verte, de wind blies had tegen de bomen waardoor hij een ruisend geluid hoorde. Ondanks dat hij in het kasteel was, voelde hij zich wel thuis. Ooit kwam er een dag dat hij zijn vrienden uit de kudde weer terug zag, tot die tijd zou hij er het beste van maken met wat hij had. Nog één keer keek hij op, hij boog zich naar de kaars en blaasde deze uit. Het leven is een raadsel. Dacht hij terwijl hij in een droomloze slaap viel.
|