Superdreuzel Geplaatst op 19-04-2011, 17:35 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Argus Vilder
Argus Vilder, wie kent hem niet. De altijd chagrijn die alle vieze klusjes moet opruimen op Zweinstein. Iedereen negeert hem als hij door de gang loopt. En nam hem altijd wel een keer in de zeik. Vooral de leerlingen maar, sommige geesten kunnen er ook wat van. Vooral Foppe. Elke keer dat hij de kans krijgt neemt hij Argus of zijn kat, mevrouw Norks, in de maling. Maar spreekt hem rechtstreeks aan met goede bedoelingen. Hij krijgt nooit te horen: “Hoe gaat het met u meneer?”. Althans, dat denken wij. Maar er is wel dergelijk iemand geweest die dat heeft gevraagd aan Argus Vilder. Diegene vroeg; “Hoe gaat het met u, Argus Vilder?”. En daar deed hij dan ook gelijk zijn verhaal.

Het begin
Argus Vilder liep over de straat in Londen. Hij was op weg naar een aantal vrienden van hem. Ze zouden een vrijgezellenfeestje hebben van zijn beste vriend. Herman. Hij kende Herman al heel lang, Argus kan niet eens meer herinneren dat hij Herman niet kende. Ze deden alles met elkaar, vissen vakantie vieren en ook gingen ze naar dezelfde school. Maar toch voelde Argus zich niet hetzelfde als Herman. Toch had hij heel veel zin in het vrijgezellenfeest. Ze hadden gepland om hem te kidnappen en hem dan mee te nemen naar het partycentrum in Londen. Ze zouden beginnen met een potje karten, daarna paintballen en als afsluiter zouden ze rodeo gaan rijden. Hij was al bijna bij Gerard thuis toen hij iets in zijn ooghoek zag bewegen. Hij keek om en zag niets anders dan de huizen van de straat. Hij schudde met zijn hoofd en liep door. Hij belde bij Gerard aan en stapte naar binnen.
‘Hey Argus.’ Zei Gerard.
‘Hi Geer. Alles goed?’ Vroeg Argus.
‘Ja, met mij is alles goed. Beetje zin in het feestje?’
‘Dacht van wel. Kan niet wachten om het gezicht van Herman te zien.’
‘Ik denk dat hij niet weet wat hem te wachten staat.’
‘Laten we het hopen!’
‘Hoe laat wilde je die kant opgaan?’ Vroeg Gerard.
‘Ik was van plan om rond 1 uur die kant op te gaan.’ Argus keek op zijn horloge en zag dat het half 12 was. ‘We hebben dus nog even.’ Zei hij tegen Gerard.
‘Mooi zo. Dan ga ik nog even me omkleden.’
‘Oké, ik ben even achter.’ Argus liep naar de achterdeur van het huis en liep de tuin in. Hij had een licht gevoel in zijn hoofd en was blij dat hij even buiten was. Hij wilde weer naar binnen stappen toen hij geritsel achter zich hoorde. Hij draaide zich om maar zag niks anders dan de bosjes die er altijd al stonden. Hij liep naar binnen. Toen hij de achterdeur dicht deed keek hij nog even richting de bosjes maar kon niks ontdekken. Toen hij bezig was met het zoeken naar een aspirine kwam Gerard naar binnen.
‘Wat zoek je?’ Vroeg Gerard. Hij vond het niet vreemd meer dat Argus in de kastjes zit. Ze voelden zich altijd thuis bij elkaar en pakte wat ze nodig hebben. Dat is bij hun normaal.
‘Ik zoek een aspirine, ik voel me een beetje licht en niet zo lekker in mijn hoofd.’ Legde Argus uit.
‘Die liggen in de badkamer, in het medicijnenkastje. Als ik jou was zou ik een ibu pakken. Die werken even beter. En sneller.’ Opperde Gerard. ‘Heb je btw wel iets gegeten vanmorgen?’ Vroeg hij bezorgd.
‘Nee, ik heb niet ontbeten. Ik was wat laat.’
‘Ik maak anders wel even wat broodjes voor ons. Voordat de rest van de jongens komen.’ Gerard keek op de klok en zag dat het kwart over 12 was. ‘Dat kan nog gemakkelijk.’
‘Lekker. Dan pak ik even een ibu. Ben zo weer terug.’En met die woorden liep Argus naar de badkamer toe. Hij zag het medicijnkastje en zocht naar de ibu. Hij pakte er een uit de verpakking en slikte hem met wat water in. Hij scheurde er nog een af en stopte deze in zijn zak. Je weet maar nooit wanneer je er een nodig hebt dacht hij. Argus liep naar beneden toe en zag dat Willem en Charlie ook al gekomen waren. Hij begroette ze en liep door naar de keuken.
In de keuken stonden twee borden. Een van de twee bordjes was al leeg, op de ander lagen twee bruine sneetjes gezond voor hem klaar. Hij nam het bord mee naar de woonkamer. Toen hij ging zitten op een van de stoelen, bedankte hij Gerard met een knipoog. Nadat alle mannen, Willem, Charlie, Gerard, Simon, Xeno en Argus, binnen waren liepen ze met zijn 6en richting het huis van Herman. Het was nog geen 10 minuten lopen. Argus belde aan en gebaarde naar de rest van de mannen dat ze zich moesten verstoppen. Zo zou Herman niets in de gaten hebben, Argus kwam wel vaker zomaar langs. Toen Herman de deur open deed stapte Argus gelijk naar binnen.
‘Zo, jij gaat met ons mee!’ Riep hij.
‘Ons, waar heb jij het over?’ Begon Herman lachend. Op dat moment stapte de ander heren van hun verstopplaats weg en liepen richting de deur.
‘O, met jullie.’ Zei Herman verbaasd.
‘Ja, jij gaat met ons mee.’ Begon Gerard.
‘Hup. Meekomen.’ Zei Charlie lachend toen Herman rustig in de deuropening bleef staan.
‘Hoe bedoel je meekomen. Ik kan toch niet weg. Dit is de enige rustdag van Chantal en mij.’ Protesteerde Herman.
‘Herman, ga maar met de jongens mee.’ Werd er vanuit binnen geroepen door Chantal.
‘Hoe bedoel je ga maar mee. Dan ben je helemaal alleen thuis.’ Probeerde Herman nog, hij had geen idee waarom hij mee zou gaan met de heren. Hij wilde lekker thuis blijven en niets doen.
‘Schiet op. Mijn moeder komt zo en dan gaan wij even de stad in, lekker shoppen.’ Riep Chantal die richting de deur kwam lopen. ‘Ga nou maar. Neem wel je jas mee.’
Herman keek verbaasd in de richting van Argus met een blik in zijn ogen van “Wat ben jij nou weer van plan.”.
‘Herman, doe niet zo flauw en kom gewoon mee. Het wordt een leuke dag.’ Zei Argus geruststellend.
‘Een leuke dag?’ Zei Simon spottend. ‘Het worden gewéldige dagen. Dat is wat ik je zeg.’
‘Leuke dagen!’ Riep Herman geschokt.
‘Je weet hoe Simon is, kom op anders zijn we te laat.’ Zei Xeno ongerust. Hij zag op zijn horloge dat ze waarschijnlijk al te laat zouden zijn. ‘Kom op! Nu!’
‘Ga mee, doe je jas aan en geniet.’ Zei Chantal tegen Herman. Ze gaf hem de jas aan en probeerde hem duwend naar buiten te krijgen. Toen Argus door had waar Chantal mee bezig was hielp hij haar om hem naar buiten te krijgen. Na wat duwen en trekken van de jongens stond Herman buiten.
‘Kom op, we gaan.’ Riep Argus. Op het moment dat Argus dat zei kwam er een zwart busje met geblindeerde ramen aangereden die vlak voor hun neus stopte.
‘Instappen.’ Riep Simon. ‘Dan kunnen we eindelijk gaan.’
‘Instappen?’ Vroeg Herman met een beetje angst in zijn stem.
‘Ja, instappen.’ Zei Argus. ‘Geloof mij nou maar. Er gaat vandaag niets ergs gebeuren waar ik zeker van weet dat je niet leuk zou vinden.’
Enigszins gerustgesteld stapte Herman het busje in. Snel na hem volgde de andere mannen. Argus stapte als laatste in en deed de schuifdeur achter hem dicht. Toen hij dat deed zag hij nog net een schim van een oudere man met een baard. Hij schudde met zijn hoofd en hoopte dat die illusies op zouden houden tijdens het vrijgezellenfeestje. Anders zou het nog wel eens een lange dag en nacht kunnen worden.


De illusies
Argus werd wakker van een fluitende vogel op zijn balkon. Hij deed langzaam zijn ogen open en keek op de wekkerradio om te kijken hoe laat het was. Tot zijn verbazing zag hij dat het al 16.25 uur was. Hij had dus meer dan 10 uur geslapen. Dat had hij niet verwacht. Gisteravond was het nogal laat geworden met het vrijgezellenfeestje van Herman. Argus lag rond 6 uur pas in zijn bed.
Het was gister wel erg leuk. Hij had aan Herman in de loop van de avond gemerkt dat hij het ook leuk begon te vinden. Het duurde even maar na het 2e rondje karten had Herman de smaak wel te pakken. Na alle activiteiten gingen ze nog even de kroeg in en dat duurde langer dan gedacht. Maar het was ook zo gezellig. Er was maar één minpuntje voor Argus. Zijn illusies die hielden niet op. Het werd maar mate de avond vorderde steeds erger. De oude man met de baard die zag hij, volgens hem, steeds vaker. Maar hij negeerde ze compleet. Hij ging er vanuit dat ze net als een irritant kind zonder aandacht zouden stoppen. Helaas was dit dus niet het geval.

Argus stond vroeg op en liep richting de badkamer. Hij was erg blij dat hij even onder de douche kon stappen. Zo kon hij de lange dag en nacht van zich afwassen. Na de douche stond hij voor de kledingkast en koos zijn kleding uit voor de dag. Hij zag zijn pak, spijkerbroek maar ook zijn favoriete joggingbroek. Na lang kiezen, ongeveer 3 seconden, pakte hij de joggingbroek. Toen hij voor de spiegel stond om zijn haar te doen dacht hij dat hij gek werd. Hij zag niet zijn gezicht maar een oud gezicht, met een grijzige baard en een rond brilletje op zijn puntige neus. Hij schrok zich dood en draaide zich super snel om. Achter hem was niets te zien. Argus bleef nog even staan om adem te halen voordat hij richting de woonkamer liep. Hij liep door naar de keuken en pakte een aspirine en een glas water.

Na een lekkere middag niets doen had Argus ook geen zin om eten te gaan koken. Hij pakte de telefoon en belde voor een pizza. Hij ging op de bank zitten en zocht een leuk tv-zender uit. Hij belande bij WatchAMovie en keek naar een film die net begon. Hij zat er net lekker in toen de voordeurbel ging. De pizza, dacht Argus. Hij liep richting de voordeur en pakte onderweg zijn portemonnee van de plank in de gang. Hij deed de deur open en zag daar de oude man staan met een pizza in zijn handen. Argus gaf een gilletje en gooide de deur dicht. Hij ademde haastig in en uit en dacht dat hij gek werd. Hoe kan die man daar nou staan? Is hij echt? Hoe weet hij waar ik woon? Toen de deurbel weer ging deed Argus aarzelend open. Hij keek in de ogen van een jongeman van ongeveer 20 jaar met een brommerhelm op. Deze staarde Argus vreemd aan en gaf hem de pizza aan.
‘Dat wordt dan $15,-.’ Zei de jongeman
Argus pakte een briefje van 20 uit zijn portemonnee en gaf hem aan de jongeman. Hij deed de deur dicht en liep richting de woonkamer. Hij plofte op de bank neer en opende de pizzadoos. Hij pakte het eerste stuk en begon met eten. Voordat Argus het doorhad was de pizza op. Hij stond als een dode man op en liep richting de vuilnisbak. Hij kieperde de pizzadoos in de vuilnisbak en liep weer terug naar de bank. Hij staarde naar de tv, waar ondertussen een romantische komedie op was begonnen, en dacht echt dat hij gek aan het worden was. Die man kon toch niet bestaan? Of wel?

Confrontatie
Argus liep met wantrouwen door de London heen. Het was al tijden geleden dat hij boodschappen deed. Maar het moest. Hij moest zijn eigen huis uit. Het werd steeds gekker met de illusies van hem. Hij wist echt niet meer wat hij wel en niet moest geloven. Hij geloofde zichzelf niet meer. Het was ook al eeuwen geleden dat hij zijn vrienden had gezien. Normaal sprak hij Herman elke week wel een keer. Maar nu had Argus hem al 2 maanden niet gesproken. Hij vertrouwde niemand meer. Straks kwam het door Herman dat die man hem achtervolgde.
Hij liep richting de supermarkt en stapte daar naar binnen. Hij keek richting de kassa’s en schrok al niet meer van het feit dat in elke rij een oude man met een baard, rond brilletje en een puntige neus stond. Het was gewoon geworden. Met veel wantrouwigheid in zijn lichaam deed hij zijn boodschappen. Hij liep richting de kassa met zijn kar volgeladen. Hij was voorlopig niet van plan om naar buiten te gaan. Niet als het noodzakelijk was. Als Argus niet financieel in de problemen zou zitten zou hij nu nog steeds op de bank zitten en elke dag eten bestellen. Maar helaas. Hij moest boodschappen doen. Na het afrekenen van zijn spullen liep hij ermee naar huis.

Toen hij thuis was ruimde hij alle spullen op. De koelkast was weer eens sinds tijden gevuld. Hij moest zelfs even kracht zetten en moeite doen om de deur dicht te krijgen. Maar toen dit gelukt was ging hij op de bank zitten. Hij zat op de bank en keek eens door de woonkamer heen. Wat is het eigenlijk een rommel in huis, dacht Argus. Hoewel hij zich erg lamlendig voelde ging hij toch maar opruimen. Dat hij die man constant zag betekende niet dat hij niet door moest gaan met zijn leven. Hij moest echt zijn woonkamer opruimen. Toen hij daar net mee begonnen was, hij had al een aantal vuilniszakken vol pizzadozen en andere dozen aan de kant gezet, ging de bel. Langzaam liep hij richting de deur en keek door het doorkijkgaatje, wat hij 2 weken geleden had laten plaatsen, en zag het gezicht van de man. Het was ook altijd hetzelfde liedje dacht hij. Hij keek weg en keek vervolgens weer door het kijkgaatje heen. Hij schrok, normaal hielp dat wel. Het gezicht van de oude man was er nog steeds. Hij schudde met zijn hoofd en keek weer weg. Hij keek weer in het doorkijkgaatje en zag nog steeds de oude man met de baard voor de deur staan. Hij deed langzaam de deur open. Als de man niet in zijn hoofd weg wilde gaan dan verdween hij misschien later wel.

Kennismaking
Argus deed de voordeur verder open en keek naar de man. Hij zag de oude man met de baard staan. Maar in tegenstelling tot normaal klopte de kleding bij het gezicht. De oude man had een paarse lange jas, nou eigenlijk meer een mantel, aan met daaronder uit een zwarte broek. De man had zijn baard netjes verzorgd en was aan het uiteinde in een soort staartje gebonden. Argus keek vol verbazing naar de man en deed vervolgens langzaam de deur weer dicht. Dit kan niet, dacht hij. Dit is niet mogelijk. Zo een mantal, die kleding. Nee, dat is niet mogelijk. Dit moet een grap zijn, dacht Argus. Hij keek weer door het kijkgaatje en zag de oude man nog rustig voor de voordeur staan wachten. Argus deed de deur weer open.
‘Wie ben jij? Wat wil je van me? En hoe ken je mij?’ Vroeg Argus snel achter elkaar.
‘Argus Vilder, het lijkt mij handig als wij even naar binnen gaan. Dat praat iets makkelijker.’ Zei de vreemde oude man.
‘Hoe ken jij mijn naam?!’ Vroeg Argus beginnend boos wordend. De man negeerde Argus compleet en liep richting de woonkamer. Daar zwaaide hij met zijn hand en de bank was helemaal netjes. Argus knipperde met zijn ogen, deed de deur dicht en liep achter de oude  man aan.
‘Nu je binnen bent wil ik antwoorden op mijn vragen.’ Eiste Argus boos.
‘Eens even zien. Wie ik ben was geloof ik je eerste vraag. Mijn naam is Albus Perkamentus, ik werk op een school. Dan vroeg je wat ik van je wilde. Ik wil je een aanbod doen. Jij kan iets voor mij betekenen en dan kan ik wellicht een leuke tijd voor jou verzorgen. En hoe ik je ken, ik geloof dat je die vraag zelf wel kunt beantwoorden. En je laatste was hoe ik je naam kende. Nou beste Argus, ik volg je al een tijdje en dan leer je een persoon goed kennen. En dus kende ik ook je naam.’ Zei de man kalm en rustig. De man vertelde zelfs zo rustig dat Argus er zelf ook iets van rust kreeg. Als die man zo rustig en kalm kan praten in een onbekende omgeving, dan kan ik dat toch zeker ook.
‘Ik denk echt niet dat ik je ken.’ Zei Argus quasi boos.
‘Argus, ik weet zeker dat je me kent. We hebben elkaar wel eens eerder ontmoet. Maar dat is al een tijdje geleden. Als ik het goed heb, wat vaak het geval is, is het 17 jaar geleden dat wij elkaar ontmoet hebben.’
’17 jaar geleden? Maar toen was ik 10 jaar oud. Ik denk echt niet dat ik me dat kan herin…’ Argus stopte middenin zijn zin. Het kan best wel dat hij deze man eerder had ontmoet. Maar toen zag hij er in mijn ogen heel ander uit, dacht Argus. Hij was jonger, een minder lange baard. Maar die ogen en die neus, en natuurlijk de sprekende kleding. Die kwamen me wel bekend voor. Dan heb ik deze man ontmoet toen ik naar de middelbare school zou gaan. Maar ik weet niet meer waarom. Het enige wat ik nog weet is dat mijn ouders zich in ene anders gingen gedragen. Vreemder. Ze gedroegen zich maf, begonnen met stokjes te zwaaien en beweerde tovenaars te zijn. Echt te zot voor woorden. En wat ik me nog kan herinneren is het feit dat ik toen naar een pleeggezin werd geplaatst.
‘Ja Argus, dat klopt. Je ouders gedroegen zich niet “maf”. Het is de waarheid. Tovenaars bestaan.’ Zei Albus Perkamentus alsof hij de gedachtes kon horen, waarschijnlijk was dit ook het geval.
‘Praat niet zo raar, oude man.’ Begon Argus. ‘Tovenaars bestaan niet. Magie bestaat niet. Het enige waar dat kan bestaan is de fantasie van een kind. En zelfs dan is het er niet echt.’

Overtuigen
‘Hoe weet je nou of het wel of niet bestaat. Je hebt er geen enkel bewijs voor.’ Zei Albus rustig.
‘Er is ook geen bewijs dat het wél bestaat.’ Wierp Argus tegen.
‘Dat valt nog te bezien.’ Zei Albus op een toon waar Argus bang van werd. Albus pakte een stokje uit zijn zak en zei tegen Argus; ‘Vind je het erg als ik je even wat demonstreer?’
‘Eehm, nee. Denk ik. Tenzij het iets sloopt, want ik heb geen geld om het te repareren.’ Zei Argus. Hij bedacht dat als deze man constant al een illusie was dat hij dit waarschijnlijk ook verbeelde. Dus dan kan het niet zoveel kwaad.
Albus riep de woorden “Lumos” en op dat moment ging het licht aan in de woonkamer.
Argus begon te lachen. ‘Zo een truc kan ik ook. Als je mij wil overtuigen zal je met iets beters moeten komen.’
‘Je weet dat je er nu om vraagt?’ Zei Albus op een toon waar Argus normaal gesproken voor zou weglopen. Albus greep weer naar zijn stokje en riep de woorden “Bombardo”. Argus schoot naar achter toen de kast in de woonkamer ontplofte. Het maakte een ongelofelijk kabaal en Argus schrok zich kapot.
‘Je zou niks kapot maken!’ Was het enige wat Argus kon uitbrengen.
‘Rustig, ik zal het voor je repareren.’ Albus greep zijn stokje en zei “Reparo”. Voor Argus met zijn ogen kon knipperen was de kast weer heel en was er niks van de explosie te merken.
‘Oké, je kunt een aantal trucjes.’ Zei Argus. ‘En wat wil je daarmee zeggen?’
‘Ik wil je alleen maar laten zien dat je ouders gelijk hebben. Er bestaat wel degelijk magie en tovenarij.’
‘Stel dat het zo is, hoe kan ik er dan niet vanaf weten?’ Vroeg Argus verbaast. ‘Mijn ouders waren er blijkbaar bekend mee.’
‘Dat komt omdat je een snul bent.’ Zei Albus alsof het de normaalste zaak was van de hele wereld. Alsof Argus dat zelf niet kon bedenken.
‘Hoe noem je mij!’ Riep Argus beledigd, hij wist niet wat het was, maar het klonk beledigend.
‘Een snul, dat is iemand met tovenaarsouders maar die zelf niet kan toveren. Zoals jij dus.’ Zei Albus.
Aanbod
Argus keek Albus met verbazing aan. Alles waar hij in had geloofd blijkt nu niet waar te zijn.
Begon Albus. ‘Je ouders waren niet gek. Ze zijn echt tovenaars. Ze hebben alles gedaan om bij jou ook te kijken of je een tovenaar was. Daarom kende je mij al. Ik heb je 17 jaar geleden “getest”.’
‘Maar, maar. Nee!’ Bracht Argus met moeite uit. ‘Het kan niet dat.. Het is onmogelijk.’
‘Nee, Argus. Niets is onmogelijk. Niet in onze wereld. Niet in jóúw wereld.’
‘Stel dat. Stel! Stel dat ik je geloof. Waarom vertel je me dit. Wat voor nut heeft het?’
‘Nu weet je waarom je uit huis bent gezet toen je klein was. En ik kom je een aanbod doen.’ Zei Albus voorzichtig.
‘Aanbod?! Wat voor aanbod kan jij me nou doen?’ Dacht Argus hardop. Als deze gek dacht dat hij mij een aanbod kon doen dan had hij het goed mis. Ik leid mijn eigen leven en totdat hij in mijn leven kwam beviel mij dat eigenlijk wel. Weet je wat ik doe, dacht Argus. Ik laat hem gewoon zijn verhaal doen en zet hem vervolgens mijn huis uit. Ha!, dacht Argus. Dit komt helemaal goed. Hij is straks weg en dan zijn mijn illusies ook weg, hoop ik.
‘Ik kan jou het aanbod van je leven geven. Dan zijn al je zorgen weg. Althans ik hoop dat je het aanbod zo zult zien.’ Zei Albus.
‘Nou. Kom maar op. Wat is je aanbod-van-je-leven?’
‘Dat je op de school komt werken. Je woont daar dan tijdens de schooltijd en als je wilt kun je er ook na schooltijd blijven wonen. Je krijgt goed betaald en je helpt de leerlingen van de school in hun ontwikkeling.’ Vertelde Albus.
‘Werken op een school? Welke school? Als wat? En hoe bedoel je goed betaald?’ Vroeg Argus nieuwsgierig. Hij wilde er eigenlijk toch wel meer van weten. Je weet maar nooit.
‘Het is op een tovenaarsschool, Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij & Hocus-Pocus. En je kunt daar de leerlingen goed helpen. Je gaat ze begeleiden en ze komen naar jouw toe als er problemen zijn. Je kunt jezelf dan een leerlingenbegeleider noemen. Maar je zult ook andere dingen doen. Bijvoorbeeld het onderhouden van de school. En dat heet dan een conciërge. Dus het ligt eraan hoe je de baan zelf ziet. En het salaris. Dat ligt een beetje anders. In de tovenaarswereld betalen wij namelijk niet met ponden. Wij betalen daar met Galjoenen, Sikkels en Knoeten vandaar. Maar dat zal ik je allemaal nog wel uitleggen.’ Legde Albus langzaam uit.
‘Hoe bedoel je later uitleggen? Waarom niet nu?’
‘Omdat ik nu weg ga. Jij moet hier over nadenken en dan hoor ik wel van je hoe je erover denkt. Dan kijken we wel verder hoe en wat we moeten gaan ondernemen.’ Zei Albus.
‘Oké, denk ik. Hoe kan ik jou dan bereiken?’
‘Ik weet wanneer ik weer moet komen.’ En met die woorden verdwijnselde Albus.

Ontkenning
Argus stond nog een paar minuten starend naar de plek te kijken waar Albus was verdwenen. Argus schudden een aantal keren met zijn hoofd en keek weer naar de plek waar Albus verdwenen was. Toen liep Argus naar de koelkast toe en pakte een flesje cola. Hij liep richting de woonkamer en ging zitten op het enige wat schoon was, de bank. Wat moet hij nou doen, dacht hij. Hij kan het aanbod van Albus wel aannemen maar, dan is hij al zijn vrienden kwijt. Dan is hij alles wat hij heeft, alles waar hij voor heeft gewerkt weg. Dan moet hij helemaal opnieuw beginnen. Wel een uitdaging, maar wil ik dat wel, dacht Argus.
Wat zal ik doen?, dacht Argus. Ik weet het al. Ik ga eerst verder waar ik mee bezig was. Ik doe net alsof er niets gebeurd is. Ontkenning noemen andere mensen het ook wel.
Argus liep met voorbedachte raden richting de keuken om de cola weg te gooien en gooide hem in de nog openstaande vuilniszak. Hij liep met diezelfde vuilniszak richting de woonkamer en ging verder met het opruimen.
Verder gaan
Argus was bijna klaar met de woonkamer toen de telefoon ging. Hij zette de stoffer en blik in de hoek neer en nam op.
´Met Argus.´ Klonk hij opgewekt.
´Hé, met Herman.´ Herman klonk erg verbaasd aan de telefoon. Het was ook al maanden geleden sinds dat Argus de telefoon opnam. Het was maar goed dat Herman besloot het weer eens te proberen.
´Herman, hoe gaat het met je?'
'Goed, zo te horen met jou ook.'
'Ik voel me ook veel beter.' Ik ben eindelijk af van de illusies, dacht Argus erachter aan.
'Mooi zo, heb je zin om weer eens af te spreken.'
'Lijkt mij ook erg leuk, ik ben nu bezig met schoonmaken en ik denk dat ik daar nog wel even mee bezig ben. Is het goed als ik je morgen even terug bel? Dan kan ik iets makkelijker iets afspreken.'
'Eehm, is goed.' Zei Herman verbaasd. Sinds wanneer maakt Argus schoon, dacht hij.
'Oké, dan bel ik je in de loop van de middag.'
'Is goed. Succes met het opruimen van je huis.'
'Dank je.'
Toen Argus ophing ging hij weer door met het opruimen van de woonkamer. Na ongeveer een uur werken was de woonkamer zowaar te herkenen. Het laminaatwas geheel zichtbaar en de meubels waren weer ontstoft.
Argus pakte twee vuilniszakken vast en liep naar beneden toe om ze in de afvalcontainer te gooien. Hij moest vijf keer op en neer lopen voordat hij alle zakken weg had gebracht. Toen hij voor de vijfde keer naar beneden liep kwam hij zijn buurvrouw tegen.
'Hi Argus.'
'He Angelique, hoe gaat het?' Vroeg Argus
'Met mij gaat het goed. Bezig met de grote schoonmaak?' Vroeg ze doelend op de vuilniszakken.
'Ja het was een beetje een rommeltje geworden. Vandaar.'
'Als ik kan helpen dan hoor ik het wel van je.' Met die woorden liep Angelique weg. Waarschijnlijk had ze haast, dacht Argus.
Argus liep naar buiten en gooide de zakken in de container. Vervolgens liep hij weer naar binnen en liep door naar de keuken. Hij keek op de klok en zag al dat het 20.22 was. Tijd om eten te gaan maken dacht hij.

Terug bij af
Zoals Argus zelf bedacht had, zou hij alles proberen te vergeten. Doorgaan met zijn leven. Dat was Argus zijn plan maar helaas. Het liep niet zoals hij had gewild. Na ongeveer 3 weken kwamen de illusies weer terug. Hij zag Albus zijn hoofd overal waar hij keek, het was nog erger dan eerst. Voordat Argus het wist was hij weer terug bij af en eigenlijk nog erger. De woonkamer was weer een grote puinhoop en hij kwam zijn huis niet meer uit. Herman had hem nog geprobeerd te bellen maar die kon hem niet meer bereiken. Argus nam de telefoon helemaal niet meer op. Hij bestelde af en toe wat te eten en daar hielt het mee op.
Toen Argus op een woensdag ochtend wakker werd had hij er genoeg van. Hij had het al een keer eerder gehad. Toen was hij er ook boven op gekomen, dacht hij. Waarom zou ik het nu niet nog een keer kunnen? Ik ga het gewoon proberen. Ik wil mijn oude leven terug. Alle jongens weer eens zien en lekker genieten van een leuk leven. Mijn oude leuke leven.

2de start
Argus was weer van voor af aan begonnen. Het schoonmaak werk, de vrienden weer proberen te bereiken en de illusies verdwenen. Argus dacht elke dag goed na over wat hij zou doen als de illusies weer terug komen. Hij wist dat het niet al te lang zou duren. Het zou weer terugkomen. Maar hoe moet ik er op gaan reageren?, dacht Argus. Hoe gaan we het aanpakken?
Er is natuurlijk altijd de optie om het aanbod aan te nemen van Albus, dacht Argus. Maar wil ik dat wel. Wil ik op een school gaan werken waar kinderen rond lopen die kunnen toveren. Niet eens echt kunnen toveren, maar het nog moeten leren. Maar het is wel leuk om de kinderen te helpen. Maar een conciërge, dat klinkt nou niet echt bepaald als een topbaan. Wil ik het wel?, dat is de belangrijkste vraag.
Argus was diep in zijn gedachte verzonken toen de telefoon ging. Geschrokken keek hij op. Zou het Herman zijn, belt hij eindelijk weer eens terug. Vast niet, dacht Argus erachteraan.
‘Goedemiddag Argus.’ Werd er aan de andere kant gezegd.
‘Goedemiddag, met wie spreek ik?’ Vroeg Argus verbaast. Dit was Herman niet, deze stem ken ik helemaal niet.
‘U spreekt met Minerva Anderling. Ik werk op Zweinstein en ik belde aangezien professor Perkamentus mij gevraagd heeft u te bellen.’ Begon Minerva. ‘U zou weten waarover ik zou bellen.’
‘Eehm, kunt u tegen Albus..’
‘Professor Perkamentus bedoelt u.’
‘Kunt u tegen prófessor Perkamentus doorgeven dat ik het nog niet weet. Dat ik er nog over aan het nadenken ben.’
‘Dat zal ik hem doorgeven, ik moest nog een ding zeggen. De naam maakt niet de persoon.’ Zei Minerva mysterieus. ‘Goedendag.’
‘Goedendag, en een fijn..’ TUUT TUUT TUUT. Er was al opgehangen. Argus keek beduusd naar de telefoon, schudde met zijn hoofd en ging verder met schoonmaken.

Droom
Na ongeveer een week schoonmaken was de woning weer een beetje normaal, toonbaar. Argus keek trots door zijn huis heen en ging zitten op de bank. Hij ging lekker zitten en het duurde niet lang voordat hij sliep. Normaal gesproken droomt Argus nergens van, maar vandaag droomde Argus wel degelijk. Het was een erg levendige droom.
Argus werd wakker in een onbekende ruimte voor hem. Hij keek om zich heen en zag een hele grote hal met gigantische lange tafels. Er stonden 4 lange rijen met tafels en banken opgesteld in de ruimte. Argus liep naar een van de lange tafels en ging aan een van de tafels zitten. Hij zat daar eigenlijk heel relaxed toen Albus binnen kwam lopen. Hij sprong op en liep richting Albus.
‘Argus. Hoe gaat het met je?’ Vroeg Albus.
Argus schrok zich dood. Sinds wanneer vraagt er iemand hoe het met mij gaat? ‘Eehm, goed. Althans, ik denk dat het goed gaat. Met u?’ Vroeg Argus met groeiend respect voor Albus.
‘Met mij gaat het goed. Hoe bedoel je dat je denkt dat het goed met je gaat. Je weet hoe je jezelf toch voelt?’
‘Dat is waar, maar ik weet niet zo goed hoe ik me voel. Nee, laat ik het anders zeggen. Ik weet niet wat ik moet doen. Of ik uw aanbod moet accepteren of verder moet gaan met mijn leven.’ Legde Argus uit. Hij had het gevoel dat hij alles tegen Albus kon zeggen en hij gooide het er dus ook gewoon uit. Misschien kon Albus hem wel helpen.
‘Je moet zelf weten wat je wilt doen. Ik zal je beloven dat wat je keuze zal zijn ik het respecteer en dat ik je met rust zal laten. Je zult dus geen illusies meer hebben van mij. Dat houdt dan op. En als je wel kiest om het aanbod aan te nemen, wat ik erg hoop, dan zal ik je onze wereld uitleggen. Ik zal je vertellen hoe alles werkt en je de kans geven om dingen te vragen.’ Zei Albus langzaam.
‘Ik wil eigenlijk wel een leerlingbegeleider zijn, maar een conciërge dat lijkt me niks.’ Begon Argus. ‘De leerlingen helpen lijkt me leuk werk, en hopelijk ook erg dankbaar werk. Het onderhouden van de school, dat lijkt me een ander verhaal. Ik wil niet de enige zijn die hier verantwoordelijk voor is.’
‘Wat dat betreft kunnen we wel een afspraak maken. We kunnen bijvoorbeeld afspreken dat jij de leerlingen begeleid en dat je het kleinschalig onderhoud doet van de school. Dan houd ik, of een andere professor, zich bezig met het grote onderhoud van de school. Is dat een idee?’ Stelde Albus voor.
‘Dat klinkt erg redelijk. Hoe zou het zitten met mijn huis. Waar ga ik wonen. U had het over op de school zelf. Maar hoe werkt dat?’
‘Je hebt op school een eigen kantoor en je krijgt van ons een eigen ruimte. Een ruimte die bestaat uit 2 slaapkamers, woonkamer, keuken en eetkamer. En niet te vergeten een ruime badkamer met een goed bad. Eigenlijk alles wat je dus nodig hebt om te kunnen overleven.’
‘Oké, stel dat ik het zou doen. Moet ik nog iets weten.’ Vroeg Argus. Eigenlijk leek het hem leuk om het aanbod aan te nemen. Maar hij wilde wel weten waar hij aan toe was. Wat hij kan verwachten als hij het aanbod zou aannemen en er echt serieus op in zou gaan.
‘Het enige dat je moet weten is dat je geen contact meer kunt hebben met je huidige vrienden. Dat je alles achter je moet laten. Maar, je krijgt er wel iets moois voor terug. Je zit goed voor je hele leven en zal veel betekenen voor de leerlingen.’
‘Maar wat ik achterlaat is niet veel.’ Floepte Argus eruit.
‘Dan heb je de keuze gemaakt.’ Zei Albus met een lach. ‘Ik zie je morgen. Dan kom ik je ophalen, dan leid ik je rond op Zweinstein.’


meld dit bericht aan een moderator

 
alice Geplaatst op 19-04-2011, 18:06 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Een leuk verhaal.
Orgineel gevonden alleen denk ik dat sommige feitjes niet kunnen.


meld dit bericht aan een moderator

 
severusfan94 Geplaatst op 19-04-2011, 20:59 Reageer
user icon
Berichten: 270
gebruiker
Verstuur privé bericht

Het is inderdaad een erg orgineel verhaal! Leuk om een keer over vilder te lezen soms jammer van spelfoutjes, maar voor de rest een goed verhaal.


meld dit bericht aan een moderator

Iedereen wil leuke vrienden, jouw vrienden ook. 
Ginny-w Geplaatst op 20-04-2011, 15:21 Reageer
user icon
Berichten: 6331
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ben het met Severusfan en Alice eens ^.^


meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it. 
nitsji Geplaatst op 24-04-2011, 14:34 Reageer
user icon
Berichten: 482
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 20-04-2011, 15:21 Ginny-w schreef:
Ben het met Severusfan en Alice eens ^.^


Dank jullie. Ben benieuwd wat de uitslag wordt. En spelfoutjes, oops vergeten te controleren  


meld dit bericht aan een moderator

 
Maraudergirl Geplaatst op 24-04-2011, 14:38 Reageer
Berichten: 7
gebruiker
Verstuur privé bericht

ik ook, op het punt na dat het een "Servus fan" is  ;p


meld dit bericht aan een moderator

 
severusfan94 Geplaatst op 24-04-2011, 14:51 Reageer
user icon
Berichten: 270
gebruiker
Verstuur privé bericht

Hoezo? Niets tegen severus ja!:p hij is de allerbeste personage en de meest interessante personage van het hele verhaal!


meld dit bericht aan een moderator

Iedereen wil leuke vrienden, jouw vrienden ook. 
Ginny-w Geplaatst op 24-04-2011, 14:54 Reageer
user icon
Berichten: 6331
gebruiker
Verstuur privé bericht

Sneep is cool

@Nitsji: Ja, ik ben ook benieuwd naar de uitslag.


meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it. 
Superdreuzel Geplaatst op 30-04-2011, 01:02 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

- Paar spelfouten

- Paar fouten die makkelijk te herstellen waren door het een keer over te lezen:P

-Abrupt einde

+ Orginele vinding

+ je beschrijft goed hoe Argus geisoleerd raakt van de rest van de wereld.


Heb je btw wel iets gegeten vanmorgen?’ Vroeg hij bezorgd.

Msn taal leest niet fijn
‘Dat wordt dan $15,-.’ Zei de jongeman

Dollars in Engeland?:p
Verderop in je verhaal heb je het wel over ponden

‘Goedemiddag, met wie spreek ik?’ Vroeg Argus verbaast. Dit was Herman niet, deze stem ken ik helemaal niet.
‘U spreekt met Minerva Anderling. Ik werk op Zweinstein en ik belde aangezien professor Perkamentus mij gevraagd heeft u te bellen.’ Begon Minerva. ‘U zou weten waarover ik zou bellen.’

Cool. ze hebben eindelijk een telefoon op Zweinstein!

Cijfer (6,5)

Dit bericht is gewijzigd op 30-04 01:03.


meld dit bericht aan een moderator

 
Alexx Geplaatst op 30-04-2011, 09:37 Reageer
user icon
Berichten: 564
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik vond het heel leuk dat je Argus Vilder had gekozen als personage, want ik had eigenlijk niet gedacht dat iemand over hem zou willen schrijven Het is ook apart dat je hem meteen in de dreuzelwereld hebt laten opgroeien, bij een pleeggezin. Daar had ik eigenlijk nog nooit over nagedacht, dus dat vind ik wel creatief. Ik vond alleen wel dat je schrijfstijl wat bter had gekund. Er zitten redelijk wat spelfouten en grammaticale fouten in, en inderdaad, af en toe wat msntaal. Ik snap zelf de overgang van complete afsluiting van de buitenwereld niet. Van de ene op de andere dag spreekt hij zijn vrienden niet meer en daarna doet het verhaal nogal Sims-achtig aan voor mij. Hij maakt het huis schoon, eet, slaapt, maakt het huis schoon, eet, slaapt. Het was een beetje oppervlakkig. We hadden een minimum van 10 a4tjes ingesteld, maar daar ben je helaas ook niet aangekomen. Aan de andere kant vind ik het al wel beter dat je een duidelijk probleem hebt en een duidelijke oplossing. Er zitten ook inhoudelijke fouten in, maar daar heeft SD er al wat van genoemd. Ik weet niet of je veel vaker schrijft, en hoewel ik dit verhaal niet zo heel goed vond, is het wel een goede basis om verder op te borduren en je schrijfstijl te verbeteren, de essentiele dingen heb je namelijk wel onder de knie

cijfer: 5,5

Dit bericht is gewijzigd op 30-04 09:41.


meld dit bericht aan een moderator

 
nitsji Geplaatst op 30-04-2011, 11:38 Reageer
user icon
Berichten: 482
gebruiker
Verstuur privé bericht

Jeeh!! Voor een eerste keer schrijven 2x een voldoende #trots  
Thnx voor het commentaar, zo leer je toch nog iets in het weekend.  


meld dit bericht aan een moderator

 
Freuzel Geplaatst op 01-05-2011, 19:10 Reageer
user icon
Berichten: 1526
gebruiker
Verstuur privé bericht

Laat maar

Dit bericht is gewijzigd op 01-05 19:14.


meld dit bericht aan een moderator

LIKE A BOSS