alice Geplaatst op 05-03-2011, 22:22 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Wijsheid zonder grens is ieders liefste wens

Ik keek toe hoe ze namen oplas van een korte lijst. Haar donkere ogen waren naar beneden gericht en haar haren vielen in zwarte golven over haar schouders. Een tere diadeem van zilver was op haar hoofd gezet. Het was ingelegd met blauwe stenen wier kostbaarheid mijn verbeelding voorbij ging. Mijn ogen bleven hangen op de tiara, het hoofddeksel had me altijd al gefascineerd. Mijn blik gleed weer naar beneden. Ze droeg een rijkelijk versierde jurk in koningsblauw. Soms als ze bewoog, ving een van de kostbare saffieren die op haar jurk genaaid waren het licht en schitterde ons tegemoet. Af en toe keek ze op als er iemand naar voren stapte en dan lachte ze diegene bemoedigend en trots toe. Haar koele schoonheid zorgde ervoor dat menig leerling zich verstapte op het kleine trapje dat we opmoesten om op het podium bij haar te komen. Het was te zien dat ze van middelbare leeftijd was, maar dat deed niets af aan haar schoonheid. Ze was prachtig, en ze wist het. Ze was mijn moeder. Ik plukte zenuwachtig aan mijn haar en werd steeds nerveuzer naarmate de groep afwachtende leerlingen om me heen kleiner werd. Het deed me denken aan de vorige keer dat er zo’n situatie had voorgedaan in mijn leven: de sorteerceremonie. Ik had het toen allemaal onvoorstelbaar eng gevonden, maar dat was niets vergeleken met dit. Ik wilde door de grond zakken, ik wilde overal zijn behalve hier, bij haar. Ik sloot mijn ogen en beeldde me in dat ik ergens anders was. Ik schrok op toen ze mijn naam noemde.
“Ravenklauw, Helena.” Ik opende mijn ogen en zag hoe mijn moeder me toelachte. Haar liefde voor haar dochter stond op haar gezicht geschreven en het duurde even voor ik het gevoel in mijn benen had hervonden. Ik wankelde en beetje toen ik onhandig het podium opklom. Mijn lange, lichtblauwe jurk was zo lang dat ik er meerdere keren bijna over struikelde. De paar meter die ik moest afleggen, strekten zich in mijn verbeelding uit tot een paar kilometer. Ik draaide me om naar het publiek en mijn moeder. Het gevoel dat ik klein en nietig was overspoelde me. Het plafond was betoverd, waardoor de muren over leken te gaan in de buitenlucht. De Grote Zaal zal vol met mensen die me allemaal blij aankeken. De paar leerlingen die nog op de plek stonden waar ik me net nog had bevonden, lachten me toe. Mijn moeder leek over te lopen van trots. Ik  wilde het liefst wegrennen en nooit meer stoppen.
“Je diploma.” Zei Rowena Ravenklauw met een overweldigende glimlach. Ze stak haar hand uit met een rol van dik, vers perkament erin. Ik pakte het trillerig aan en keek mijn moeder vragend aan. Na een klein knikje van haar kant rolde ik het perkament open, mijn ogen opensperrend bij het zien van mijn resultaten.
“De beste student uit de geschiedenis van Zweinstein!” Riep mijn moeder uit voor ik goed en wel al mijn cijfers had bekeken. Mijn blik gleed langzaam langs mijn cijferlijst, verheugd om steeds ‘Uitmuntend’ achter mijn vakken te zien staan. Mijn ogen bleven stilstaan bij het zien van één cijfer in het bijzonder. Ik voelde mijn organen zwaarder worden in mijn buik en had het gevoel dat ik elk moment op mijn knieën zou kunnen neerzakken. Nee, alles waar ik voor gewerkt had bleek voor niets te zijn geweest. Ik staarde nog steeds geschokt naar de woorden ‘Boven Verwachting’ die in krullerige letters op het perkament geschreven waren als uitslag van het vak Astronomie. Ik wist mijn ogen los te rukken van het perkament en keek mijn moeder ontdaan aan. Ze zag me niet. Ze was bezig met een lofzang te houden over mijn cijfers. Ik was de beste student die ooit op Zweinstein had gezeten. Ik was beter dan al mijn klasgenoten, beter dan iedereen om me heen. Behalve haar. Het was me niet gelukt. Het enige dat me ooit van mijn depressiviteit en mijn minderwaardigheidscomplex had kunnen verlossen, was aan mijn neus voorbij gegaan. Ik voegde me bij de andere leerlingen die hun cijferlijsten al hadden gekregen. Ik zag vanuit mijn ooghoeken dat ze me allemaal lichtelijk jaloers aankeken, maar ik besteedde er geen aandacht aan. Ik was nog steeds in shock door dat ene cijfer. Ik wist dat ik er voor buitenstaanders kalm en bedaard uitzag, maar zo voelde ik me niet. Ik liet nooit mijn ware emoties zien aan anderen. Ik had gefaald en het ergste was dat het niets scheelde. Ik was zó dichtbij. Mijn ogen gleden weer naar mijn moeder, die nog steeds diploma’s uitdeelde aan haar afdeling: Ravenklauw. Er was nog een restant van haar geluk voor mij op haar gezicht achtergebleven. Zweinstein bestond nog niet lang, alle oprichters van de magische school leefden nog. Het was gebruikelijk dat zij alleen de leerlingen uit hun eigen afdeling hun diploma zouden uitreiken. Ik keek hoe Helga Huffelpuf, Goderic Griffoendor en Zalazar Zwadderich op hun rijkelijk bewerkte tronen toekeken hoe alle Ravenklauwers hun cijferlijsten kregen. Helga leek net zo gelukkig en trots te zijn op alle leerlingen als mijn moeder. Haar wangen werden zoals altijd gekleurd door een diepe blos en ze had haar blonde haar opgestoken in een moederlijk knotje. Goderic Griffoendor had nog het meest weg van een leeuw met zijn wilde rode manen en nobele uitstraling. Hij schoof steeds heen en weer in zijn met rood fluweel beklede zitting, onrustig en ongeduldig. Zalazar Zwadderich deed geen moeite om zijn verveling te verbergen. Zijn hoofd rustte in zijn handen en hij leek te slapen, maar keek elke keer geïrriteerd op wanneer een leerling luid applaus kreeg. Mijn moeder, Rowena Ravenklauw, stond gracieus de diploma’s uit te reiken en toen ze klaar was hield ze nog een korte toespraak die aan mij voorbij ging. Ik kon alleen maar opgaan in mijn eigen ongeluk. Voor zolang als ik me kon herinneren, had ik opgekeken tegen mijn moeder. Ze was slim en belangrijk en ik wenste dat ik dat ooit ook zou zijn. Toen ik op Zweinstein kwam, werd ik erop aangekeken dat ik de dochter van een van de oprichters van de school was en de leerlingen namen mij daardoor steeds minder serieus. Ik werd gek van de steken onderwater waar mijn klasgenoten mij mee treiterden en zo ben ik een doel gaan stellen in mijn leven. Het enige doel waardoor ik niet meer werd gezien als de dochter van Rowena Ravenklauw, maar als mezelf. Ik moest en zou beter worden dan mijn moeder. Ik wilde dit realiseren door meer S.L.IJ.M.B.A.L.L.E.N. dan haar te halen, maar ik haalde er evenveel. Er was nog hoop, als ik haar versloeg met de P.U.I.S.T.E.N., dan had ik gewonnen en was mijn leven compleet naar mijn eigen mening. Hoewel mijn moeder nooit op Zweinstein had gezeten, had ze wel bijgedragen aan het maken van deze testen en had ze ze zelf ook gemaakt. Alle oprichters hadden dat gedaan om te zien of het een realistisch beeld gaf van wat een leerling-tovenaar zou moeten kunnen maken. Voor alle vakken had ze ‘Uitmuntend’ gehaald, behalve voor Dreuzelkunde. Dat vak had ze niet gemaakt, omdat ze niets van Dreuzels wist. Dat was mijn kans. Ik had alle vakken genomen waarvan zij de toetsen had gemaakt, met Dreuzelkunde erbij. Als ik voor alles ‘Uitmuntend’ zou kunnen halen, was mijn missie geslaagd. Dat was helaas niet gebeurd. Ik had gefaald en ik wist niet meer wat ik moest doen. Mijn moeder stapte aan de kant en kwam naast me staan. Zalazar Zwadderich stond sloom op uit zijn mosgroene troon en pakte de laatste lijst met namen van een tafeltje af waarop ook een stapel met rollen perkament lag; de diploma’s voor de afgestudeerde Zwadderaars. Zwadderich maakte er een show van om zijn leerlingen overdreven veel lof toe te spreken en steeds opmerkingen maakte over hoe Zwadderich beter was dan de andere afdelingen. We hadden allemaal geleerd zijn gezwets te negeren, en dat was precies wat we deden. Voor mij was dat niet moeilijk, gezien mijn emotionele staat. Na de plechtigheid was er een diner, waarbij de vier grote afdelingstafels volgepakt stonden met de heerlijkste maaltijden. Ik ging met de andere Ravenklauwers aan onze afdelingstafel zitten en mijn moeder keerde terug naar haar troon. Ik prikte in mijn eten en schoof het rond op mijn bord. Ik had geen honger en zou toch niets naar binnen kunnen krijgen als dat wel het geval was geweest.

De Baron stond op van zijn stoel toen Rowena Ravenklauw wenkte dat hij naar haar toe moest komen. Hij trok zijn donkerblauwe overjas recht en klopte zijn onbesmeurde broek af voor de zekerheid voordat hij naar haar toeliep. Zijn passen waren vastberaden en een subtiele glimlach verscheen op zijn gezicht. Hij wist wat er ging gebeuren. Alles ging volgens zijn planning, hoewel Rowena Ravenklauw geen idee had dat hij alles allang had voorzien. Zij dacht dat ze uit zichzelf handelde, en de Baron zag geen reden om haar uit die illusie te halen. Hij kwam naast haar staan en wachtte tevreden af tot zij haar eten had doorgeslikt.
“Ik zou graag willen dat je mijn dochter ontmoet.”  Zei ze tegen hem en zijn lach werd breder. Precies zoals hij gepland had.
“Met alle genoegen, madame.” Antwoordde hij met een lichte buiging uit eerbied. Rowena Ravenklauw wenkte naar haar dochter en deze kwam gracieus naar hen toegelopen. Steeds meer mensen verlieten hun eten om met anderen te praten, waardoor de Grote Zaal nu bezaaid was met kleine groepjes pratende heksen en tovenaars. Helena Ravenklauw stond nu vlak naast haar moeder aan de andere kant van haar troon en de Baron nam haar nu voor de eerste keer goed in zich op. Ze had haar donkere haarkleur van haar moeder geërfd, het was zo diep dat het inktzwart leek te zijn. Het haar reikte tot het midden van haar rug, waardoor het haar een zo mogelijk nog jeugdigere uitstraling gaf. Haar helderblauwe ogen, de precieze kleur van haar afdeling, had ze van haar vader meegekregen. Haar roomwitte huid was perfect en hielp haar roze lippen nog meer op te vallen dan ze al deden. Ze droeg een jurk die veel weg had van die van haar moeder. Helena’s jurk was lichtblauw en kleine opgenaaide donkerblauwe steentjes fonkelden in het kaarslicht. De zomen waren afgezet met kleine pareltjes en er waren prachtige patronen in de stof geborduurd met gouddraad. Om haar tere hals droeg ze een dun zilverkleurig kettinkje met een steen eraan in de vorm van een regendruppel. De Baron glimlachte charmant naar haar. Precies als gepland. Hij had Helena Ravenklauw wel eens vluchtig in haar moeders bijzijn gezien, maar was nog nooit bij haar in de buurt gekomen. Het was liefde op het eerste gezicht voor hem en hij wilde koste wat het kost met haar trouwen. Hij had maanden van tevoren gepland om deze wens uit te laten komen. Hij was in contact gekomen met haar moeder, Rowena Ravenklauw, en deed zich voor als een bewonderaar van haar en Zweinstein. Ze was niet immuun voor zijn charmes en begon hem al snel te koesteren als een trouwe vriend. Zijn plan had gewerkt, hij stond nu op het punt zijn eerste woorden tegen de vrouw die hij liefhad te zeggen. Helena was net zeventien geworden en daarmee meerderjarig. De Baron kon niet wachten tot het moment zover was dat hij haar ten huwelijk kon vragen en zij een positief antwoord zou geven.
“Helena, dit is Baron George Hamilton, een groot bewonderaar van Zweinstein en hij heeft al meerdere gulle gelddonaties gedaan aan ons.” Rowena Ravenklauw gebaarde naar hem en vervolgde het voorstellen.
“Baron, dit is Helena, mijn dochter. Ze heeft, zoals U ongetwijfeld al had gehoord,  de beste resultaten ooit gehaald op Zweinstein.’ De Baron hoorde de liefde en trots doorklinken in de stem van de oprichtster, maar keek ondertussen naar het beeldschone meisje voor hem. Hij dacht een vlaag van paniek in haar ogen te zien toen haar moeder weer over haar geweldige cijfers begon, maar hij besteedde er geen aandacht aan.
“Aangenaam kennis met U te maken.” Zei de Baron en hij kuste Helena’s hand. Hij was bang dat hij zou verdrinken in haar zachte handen, maar wist zich zonder problemen weer op te richten en haar in haar ogen te kijken. Helena lachte beleefd naar hem, en hij wist niet zeker of hij zich inbeeldde dat ze verlegen overkwam of dat het echt zo was.
“Insgelijks.” Was haar antwoord. De Baron moest moeite doen om niet meteen voor haar neer te knielen en haar ten huwelijk te vragen. Het enige dat hem weerhield van deze impuls was de gedachte dat ze hem af zou kunnen wijzen. Ze hadden elkaar immers pas net ontmoet.

Ik keek goed naar de Baron die voor me stond. Ik had het vermoeden dat ik aan hem voorgesteld werd met een reden. Zoals mijn moeder wel vaker had laten benadrukt, was ik nu op huwbare leeftijd en ik zag mijn moeder er wel voor aan om al druk bezig te zijn met kandidaten werven. De Baron was niet verkeerd om aan te zien. Hij was bleek en had lichtbruine krullen die over zijn schouders vielen. Zijn ogen waren lichtgrijs en koel. Hij was gekleed in kostbare kleding en glimmende ringen versierden zijn vingers. Hij had een relatief grote neus, die statig midden in zijn gezicht stond. Zijn snor was lichtelijk gekruld aan de uiteinden, niet precies genoeg om bewust gedraaid te zijn. Hij keek me beleefd aan en ik wist zeker dat het een goede man moest zijn. Buiten dat had ik geen enkele interesse in hem. Hij zou ongetwijfeld zo aardig en gul zijn als mijn moeder had gezegd, maar ik zou niet met hem willen trouwen. Ik wilde trouwen met iemand die mij begreep en ook mijn beste vriend zou zijn. Ik lachte beleefd terug naar hem.
“Ik stel voor dat jullie een stukje wandelen over het schoolterrein.” Zei mijn moeder met een lach die ze nauwelijks kon verbergen. Ik knikte alleen maar. De Baron vroeg om mijn arm en die gaf ik hem. Ik voelde me ongemakkelijk, maar besloot dat niet aan hem te laten merken. We liepen de Grote Zaal uit, de gang door en toen door de grote massief houten deuren gingen we naar buiten. Het was begin juni en de zon scheen vrolijk. Het gras had een opvallende kleur groen en danste in een licht briesje. Het weer was heerlijk en ik genoot van de warmte van die zon die ik op mijn huid voelde.
“Gefeliciteerd met je prestaties.” Zei de Baron tegen me en hij keek me weer blij aan.
“Dank U wel.” Zei ik zachtjes.
“Weet je al wat je nu wil gaan doen nu je klaar bent met je zevende jaar?”
“Nog niet.” Antwoordde ik. Het was nog maar kort geleden dat het onacceptabel was dat meisjes naar school gingen, maar met de komst van Zweinstein veranderde dat. Meisjes hadden nu recht op een magische opleiding, maar ik wist niet of het ook normaal was voor vrouwen om te gaan werken. Ik had er helemaal niet aan gedacht in alle stress van het willen verslaan van mijn moeder.
“Je hebt in ieder geval keuzes genoeg.” Zei de Baron bij het zien van mijn aarzeling. “Met jouw cijferlijst kun je alles doen wat je wil.” Ik was het niet met hem eens.  Met mijn cijferlijst kon ik niet beter zijn dan mijn moeder. Ik haalde mijn schouders op.
“Ik denk dat ik er nog wat langer over na moet denken.” Zei ik uiteindelijk.
“Je hebt alle tijd, geen zorgen.” Zei hij en we stopten bij een houten bankje. De Baron vroeg of ik wilde zitten en ik stemde in. Ik sloot mijn ogen en genoot van de zon.

De Baron keek toe hoe Helena met gesloten ogen wegdroomde in het licht van de frisse lentedag. Hij nam haar zo mogelijk nog beter in zich op. Hij was gefascineerd door de welving van haar voorhoofd en de vorm van haar neus. Haar witte huid leek licht te geven door de manier waarop het het zonlicht weerkaatste en het contrast met haar donkere haar was overweldigend. De manier waarop haar lange wimpers op de huid onder haar ogen rustte, veroorzaakte rillingen over de rug van de Baron. Tranen sprongen in zijn ogen bij het zien van zulke pure schoonheid. Hij moest de neiging onderdrukken om haar meteen de liefde te verklaren. Hij voelde zich lichtelijk onwennig, hij vond het surrealistisch om zomaar met haar te praten alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, terwijl hij al maanden van haar droomde. Hij had zijn hand uitgestoken om een lok van haar haren in zijn hand te nemen, maar schrok op toen Helena rechtop ging zitten. Ze keek vragend naar zijn hand en hij trok hem snel weer terug.
“Is er een reden waarom mijn moeder ons aan elkaar heeft voorgesteld?” Vroeg Helena opeens. De Baron sperde zijn ogen open. Hij had niet gerekend op zulke directe vragen. Hij besloot de vraag met de waarheid te beantwoorden. Zoveel mogelijk.
“Ik denk dat je moeder vindt dat we goed bij elkaar passen.” Zei hij voorzichtig. Ze zuchtte.
“Dat dacht ik al.” Zei ze en ze leek geërgerd te zijn.

Ik stond op en keek naar de Baron die lichtelijk uit het veld geslagen leek te zijn.
“Begrijp me niet verkeerd,” Begon ik. “Maar ik wil niet dat andere mensen mijn leven proberen te plannen. U zult vast een heel waardige en goede man zijn, maar op deze manier wil ik dit niet.” Ik boog licht voor hem en keerde terug naar het grote kasteel. Ik liep straal voorbij de Grote Zaal, waar het nog steeds gonsde van de stemmen van enthousiast socialiserende heksen en tovenaars. Pas toen ik een lange trap opliep die in een spiraal omhoog reikte, was ik genoeg tot rust gekomen om te bedenken wat ik zou gaan doen. Mijn moeder zou woedend op me zijn nu ik bij haar gast was weggelopen. Ik stopte bij de deur die toegang gaf tot de leerlingenkamer van Ravenklauw. Een grote, robuuste deurklopper van massief brons sierde de deur. De klopper had de vorm van een grote adelaar die wijs met zijn ogen knipperde toen hij me aan zag komen. De adelaar legde me een raadsel voor.
“Als er de helft van een hoeveelheid wijn uit een bokaal gedronken wordt, is de bokaal dan halfvol of halfleeg?” Vroeg hij me. Ik hoefde niet na te denken en antwoordde meteen.
“Het antwoord hangt af van de persoon die de vraag beantwoord, er is geen goed antwoord en ook geen fout antwoord.” De adelaar lachte naar me en de deur zwaaide open. De leerlingenkamer was ruim en rond, waardoor er geen hoeken waren. Zelfs de ramen waren gebogen, waardoor de harmonie werd versterkt. De gewelfde muren waren behangen met grote doeken van zijde in de kleuren blauw en brons. Het plafond was gevormd in een donkerblauwe koepel die beschilderd was met sterren en planeten en kometen. Deze sterren waren ook verwerkt in het dikke, zachte tapijt waarin mijn voeten altijd wegzakten als ik eroverheen liep. Ik liep richting de meisjesslaapzaal en toen ik door de deur liep die naar de slaapvertrekken leidde, zag ik het witmarmeren standbeeld van mijn moeder. Het glansde in het kaarslicht en op het hoofd was mijn moeders diadeem uitgehakt in het harde steen. Het was een exacte replica van de diadeem die mijn moeder altijd droeg. Het hoofddeksel had de kracht om de drager zo mogelijk nog slimmer te maken dan diegene al was en ik had me altijd al afgevraagd of het ook werkte bij mijn moeder of dat ze zo slim was dat het in haar beleving een gewone tiara was. Ik liep de trappen op en kwam op een kleine overloop waar je kon kiezen uit drie deuren. Links was de meisjesslaapzaal, rechts die voor de jongens en de deur in het midden leidde naar de kamer van mijn moeder. Het was me vanaf het begin aan al opgevallen dat de deuren niet hetzelfde waren. Afgezien van hun positie, was de vormgeving anders. De deuren die toegang gaven tot de slaapzalen voor de leerlingen waren hetzelfde, maar de toegangspoort naar mijn moeders kamer had subtiele aanpassingen. In het oppervlak van het diepbruine stuk hout waren zwierige patronen geëtst die nog het meest leken op de stromen van het water of de onbezorgde wegen van een licht briesje. Je zag het alleen als je heel goed keek of wist dat het er zat. De deurknop was voorzien van een krullerige letter R in dezelfde stijl als de decoratie op de deur zelf. Zelfs de deurpost was niet hetzelfde. Er waren hier geen etsen, maar een kleurverschil. Alle drie de deuren hadden een sobere donkerbruine kleur, die een verborgen dieprode glans had als het licht er op de juiste manier opviel. De deurposten aan mijn linker en rechterkant waren van hetzelfde hout, maar de kleur van de deurpost tegenover mij was anders. De lijst om de deur was een lichtere tint bruin, die nog het meest leek op de kleur van licht zand. Dit was het enige verschil dat de overige leerlingen duidelijk maakte dat er verschil in de kamers zat, het was het enige verschil dat ze opviel. Het was het laatste dat ik gezien had. De patronen in het hout vielen mij het meest op, ik had ze meteen gezien toen ik er voor de eerste keer langsliep. Ik had die deur maar een paar keer geopend, en elke keer was het om stiekem door de spullen van mijn moeder te kijken wanneer ze er niet was. De deur was zo betoverd dat hij naast haar alleen hen doorliet die direct aan haar verwant waren. Het betekende eigenlijk dat alleen ik ongemerkt naar binnen kon glippen. Mijn vader was al enige tijd buiten beeld, ik was enig kind, ik had geen ooms of tantes aan mijn moeders kant en mijn grootouders waren al jaren geleden gestorven.  Na enige twijfeling en in gedachten verzonken naar de deur te hebben gestaard, draaide ik me beslist om en stapte de verlaten meisjesslaapzaal binnen. Niet nu, nu was niet de tijd. Ik vroeg me af wat er beneden gebeurde toen ik neerzakte op mijn perfect opgemaakte bed. Ik beeldde me in hoe mijn moeder zou reageren als de Baron haar vertelde dat ik weg was gelopen, het kasteel in. Een humorloze glimlach duwde mijn mondhoeken omhoog. Ik streek met mijn hand over de nachtblauwe sprei die versierd was met geborduurde zilveren sterretjes. De ironie lachte me toe. Mijn levensdoel, mislukt. Alles om dat ene vak: Astronomie. Hoe hard ik er ook van weg probeerde te vluchten en mijn gedachten probeerde te verzetten, viel me opeens op hoe vol mijn toevluchtsoord was met verwijzingen naar het vak dat ik niet goed genoeg onder de knie had kunnen krijgen. Ik had opeens de neiging om heel hard te lachen, hoewel ik wist dat wanneer ik mijn emoties de vrije loop zou laten gaan, het lachen resulteerde in tranen. Tegenover mijn bed hing een groot schilderij, waarop een prachtig groen bos was afgebeeld. Zonnestralen drongen door het dikke bladerdek, waarop het leek alsof er lampjes tussen de bladeren op de grond waren verstopt. Ik had vaak gedurende mijn zeven jaar dat ik op Zweinstein zat naar dat schilderij gestaard, wanhopig verlangend om daar te zijn en door de bladeren op de grond te rollen, om in de bomen te klimmen en te verdrinken in zonlicht. Terwijl die verlangens weer in me opborrelden, brachten ze ook een idee met zich mee. Mijn hart begon sneller te kloppen en mijn greep op mijn sprei verstevigde en ik voelde de stof zich verkreukelen in mijn handen. Mijn ogen sperden open en adrenaline gierde door mijn lichaam. Opnieuw kroop er een glimlach over mijn gezicht, maar deze keer kwam deze voort uit opwinding en zelfvoldaanheid en niet uit zelfmedelijden. Ik probeerde mezelf te kalmeren, maar slaagde er slechts half in. Ik moest wachten tot de nacht viel.
Die dag heeft mijn moeder nog verscheidene keren op de deur van de meisjesslaapzaal staan kloppen, maar ze was niet binnengekomen. Ik had de deur magisch vergrendeld en ze hechtte teveel waarde aan mijn privacy om toch binnen te komen. Het had haar echter niet weerhouden te praten tegen me door de deur heen. Een spervuur van vragen werd op me afgevuurd.
“Wat is er?”
“Wat is er gebeurd?”
“Voel je je niet lekker?”
“Kan ik iets voor je doen?”
“Heeft de Baron iets verkeerds gedaan of gezegd?”
“Wil je alsjeblieft antwoord geven?”
Ik heb geen antwoord gegeven en na een tijdje was ze weer weggegaan. Omdat het de laatste dag van het schooljaar was, waren alle andere meisjes uit het zevende jaar al naar huis gegaan met hun familie en had ik de slaapzaal voor mezelf.
Eindelijk, toen de lucht pikzwart was en de sterren flonkerden als kaarsjes die buiten mijn bereik zweefden, besloot ik dat het tijd was voor mijn plan. Ik pakte een klein buideltje met een deel van mijn spaargeld uit mijn nachtkasje en liep naar de deur. Ik legde mijn oor ertegenaan om te luisteren of er iemand op de overloop was. Het bleef stil en ik liep terug naar mijn bed om mijn toverstaf te pakken. Ik streek nog even met mijn hand over de bedsprei die een spiegel leek te zijn van de nachtlucht buiten het kasteel. Wanneer ik weer terugkeerde in deze slaapzaal, zou ik geen tijd verspillen aan het vaarwel zeggen tegen de spullen die mij zeven jaar lang omringd hadden. Ik nam nog een laatste keer alles in me op en vanuit mijn ooghoeken keek ik naar het schilderij van het bos. Ik haalde nog een keer diep adem, pakte een kandelaar van een kastje af en liep weer naar de deur. Ik opende de deur met een non-verbale spreuk en sloop voorzichtig de overloop op. De deur naar mijn moeders kamer was gesloten. Ik stak mijn toverstok in een van mijn nauwsluitende mouwen, ik zou hem voorlopig niet nodig hebben. Mijn moeder deed haar deur nooit op slot, alleen zij en ik konden binnenkomen, dat was beveiliging genoeg. Na weer aan de deur geluisterd te hebben en te zien dat er geen streep licht onder de deur uit kwam, concludeerde ik dat ze waarschijnlijk sliep en waagde mijn kans. Ik opende de deur zo zacht mogelijk en stak mijn hoofd naar binnen. Het was pikdonker, de gordijnen waren dicht en alle kaarsen waren uit. De geur van een pas uitgeblazen kaars was verdwenen, wat erop wees dat ze al een tijd in bed lag. Ik liet mijn hele lichaam naar binnen glijden en hield de kandelaar voor me uit. Ik liep met besliste tred naar haar bureau en zag een marmeren buste op het tafelblad staan. Net als het beeld in de leerlingenkamer, was deze buste een weergave van mijn moeder. Serene ogen keken blind voor zich uit en haar stenen haren golfden langs haar schouders naar beneden. Alles was hetzelfde, behalve een klein detail. De tiara was weggelaten in het beeld. Dat was ook precies waar de buste voor gebruikt werd. De echte zilveren diadeem rustte op het hoofd. Mijn moeder bewaarde het daar als ze sliep, veilig in haar eigen slaapkamer, waar niemand het uit kon stelen. Behalve ik. Ik tilde het hoofddeksel voorzichtig van het stenen beeld en deed het om mijn arm, als een veel te grote armband. Ik sloop snel terug naar de deur met de kandelaar voor me uitgestoken, nog snel even turend of mijn moeder echt sliep. Ik zag dat dat het geval was en ging weer naar de overloop, waar ik haar deur zachtjes sloot. Mijn vingers gleden nog een laatste keer over het patroon in het hout en toen keerde ik terug naar mijn kamer. Ik deed geen moeite om de deur weer magisch te vergrendelen, want ik zou toch weggaan. Ik deed de deur wel gewoon achter me dicht en zette de kandelaar daarna aan de kant. Ik zette de diadeem haastig op mijn hoofd en richtte me tot het schilderij aan de muur. Ik haalde geschokt adem. Ze zeiden dat de drager van de diadeem slimmer werd, maar ik had nooit gedacht dat het zo zou voelen. Ik had gedacht dat het heel stiekem je hoofd binnensloop, zodat je niet zou merken dat je de tiara ophad, zodat ze er van overtuigd kon raken dat je het echt zelf deed. Het leek daar totaal niet op. Zodra ik de diadeem op mijn hoofd had gezet, leek het alsof er een lichtje aanging in mijn hoofd. Alles werd duidelijker, alles leek makkelijker te verklaren. Opeens kwamen er herinneringen boven van vragen op de examens waar ik geen antwoord op had geweten. Ik kon ze moeiteloos beantwoorden met de diadeem op mijn hoofd. Het leek alsof mijn leersessies meer effect hadden opeens, dat alle vergeten details weer boven kwamen drijven. Nog lichtelijk verdwaasd door de effecten van de diadeem, richtte ik me op wat me te doen stond. Ik hoopte dat de diadeem mee zou werken. Ik keek strak naar het schilderij dat voor me op ooghoogte hing. Het was een raar gezicht, een helder bos vol zonlicht terwijl ik in een nauwelijks verlichte kamer stond. Het leek tegenstrijdig, maar het hielp me juist mijn verlangen aan te wakkeren om in de bomen te klimmen, door de bladeren te zwemmen en het zonlicht op mijn huid te voelen. Ik hoopte met al mijn kunnen dat het zou lukken en draaide weg van het schilderij. Mijn toegang tot zuurstof werd afgesneden net op het moment dat ik had willen inademen. Zodra ik weer lucht in mijn longen voelde, begon ik verschrikkelijk te hoesten. De tiara viel van mijn hoofd en ik verwachtte een doffe bonk te horen wanneer het sieraad het dikke tapijt raakte. Ik plaats daarvan hoorde ik zacht geritsel. Mijn gehoest stierf weg en ik keek naar de grond onder mijn voeten. Ik stond op bladeren. Ik hief mijn hoofd op en keek verbaasd naar mijn omgeving. Ik stond midden in een groot bos, een zachte ondergrond bedekt met bladeren onder mijn voeten, de lucht werd aan mijn oog onttrokken door het dichtte bladerdek dat zich aan de takken boven mij uitstrekte en ik hoorde het geluid van krekels. Het was donker, midden in de nacht. Het was gelukt. Een grote lach lichtte mijn gezicht op en ik zette de tiara op mijn hoofd. Ik herinnerde me de keer dat het schilderij tegenover mijn bed werd opgehangen. Ik was twaalf jaar oud en mijn moeder had speciaal aan mij gevraagd waar ik het wilde hebben. Ik had geantwoord dat ik ermee in slaap wilde vallen en er wakker bij wilde worden, dus mijn moeder had besloten dat het recht tegenover mijn voeteneinde moest komen. Ik was zo blij als maar zijn kon en had mijn moeder vol extase gevraagd of dit sprookjesbos echt bestond. Ze had geantwoord dat ze het schilderij had gekregen van een edelman uit Albanië, die in zijn vrije tijd de kunst van het schilderen tot een van zijn favoriete bezigheden had gemaakt. Het bos bestond echt, in een land ver van mijn bed en altijd had ik ernaar verlangd om het in het echt te kunnen bewonderen. Het was nu vijf jaar later en het was me gelukt. Ik zette de diadeem recht op mijn hoofd terwijl ik nog een keer om me heen keek. Ik was nooit een ster in Verdwijnselen geweest, en ik had gehoopt dat de tiara me erbij zou helpen. Ik wist niet of dat het geval was, maar dat was niet belangrijk. Het belangrijkste was dat ik weg was uit Zweinstein. Met mijn moeders diadeem. Eindelijk had ik een manier gevonden waarop ik rust zou vinden. Haar diadeem bracht me de wijsheid die ik miste ten opzichte van haar en ik was zo ver van haar vandaan, dat ik me nooit meer zorgen hoefde te maken dat ik me minderwaardig zou voelen bij haar aanblik. Het allerliefst was ik wijzer dan haar geweest zonder haar diadeem nodig te hebben, maar ik was zo wanhopig dat ik mijn trots overboord had gezet en het sieraad van haar gestolen had.  Ik keek hoe alle bomen en bladeren werden omhuld door duisternis en schaduwen en besloot dat ik maar beter kon gaan slapen voordat ik verder iets deed. Ik zocht een bijzonder mooie boom uit en schoof gevallen bladeren met een wijde armbeweging bij elkaar om een bed te creëren. Ik ging liggen, voelde nog een keer met mijn vingers aan mijn moeders diadeem en viel niet lang daarna in slaap.

De Baron was op verzoek van Rowena Ravenklauw op Zweinstein blijven slapen. Zodra Helena van hem weg was gelopen, was hij naar haar moeder gegaan om te vertellen wat er gebeurd was. Haar moeder had hem teleurgesteld aangekeken en hem een slaapplaats aangeboden in het kasteel. Hij kreeg nog een kans bij Helena, nadat Rowena hem had verteld over de buien die haar dochter kon hebben. Rowena leek teleurgesteld. De Baron voelde niet veel medelijden. Zijn hart ging uit naar Helena en hij had de hele nacht wakker gelegen omdat hij niet kon stoppen met piekeren. Had Helena hem nou afgewezen? Gaf ze hem nog een kans? Beeldde hij zich dingen in?  Hij bleef maar in zijn bed draaien en de slaap wilde maar niet komen. De volgende ochtend zat de Baron aan het ontbijt met wallen onder zijn ogen. Hij had gevloekt toen hij die ochtend naar zijn spiegelbeeld had gekeken, hij wilde er zo goed mogelijk uitzien voor Helena, maar hij had geen toverspreuk of toverdrankje om ze weg te toveren. Ondanks zijn behoefte aan slaap die maar niet had willen komen, zat hij met rechte rug aan de tafel, zoveel mogelijk van zijn waardigheid behoudend. Hij keek op toen hij vluchtige voetstappen in zijn richting hoorde komen. Rowena Ravenklauw stond ontsteld voor hem. Nog voor de Baron vlug op kon staan om voor haar te buigen, bracht ze het nieuws.
“Helena is weg.” Hij kon de paniek in haar ogen zien en diezelfde emotie stroomde nu door zijn hele lichaam.
“Weg?” Wist hij uit te brengen.
“Weg.” Er liep een traan over Rowena’s wang. “Ze is niet op haar slaapzaal en haar toverstok is ook verdwenen.” Ze sloot haar ogen, waardoor er nog meer tranen zich een weg over haar witte gezicht baanden. Zodra de Baron het gevoel in zijn benen had hervonden, stond hij trillerig op.
“Ik ga haar meteen zoeken.” Hij probeerde langs haar heen te lopen, maar ze hield hem tegen door een hand op zijn schouder te leggen.
“Ze is niet meer op Zweinstein.”
“Hoe weet U dat?” De Baron sperde zijn ogen open.
“Ik heb de staf vanochtend de school en het terrein laten uitkammen. Ze is hier niet meer.”
“Dan is ze ontvoerd! Ik licht meteen de Dreuzel-authoriteiten in!” De Baron probeerde weer langs Rowena te lopen, maar werd weer tegengehouden.
“Het heeft geen zin. Ik weet waar ze is, en ze is niet ontvoerd.” Rowena haalde diep adem. “Ze is zelf weggegaan.” De Baron plofte weer op de houten bank neer.
“Waarom?” Stamelde hij.
“Ik denk dat ik het al weer, maar daar ga ik nu niet over uitweiden. Het belangrijkste is dat ze weer terug gehaald wordt.”
“Ik zal het doen, zeg me waar ik heen moet gaan.” Zei de Baron zo vastbesloten mogelijk gezien zijn mentale staat. Rowena keek hem recht aan met haar grote blauwe ogen die zoveel op die van Helena leken. Ze stonden vol met opgehoopte tranen die ongetwijfeld haar zicht vervormden. Toen ze weer knipperde, gleden ze naar beneden, strijdend om wie het eerst haar kin zou bereiken. Haar snikken werden geleidelijk luider en niet lang daarna klapte ze dubbel alsof haar hart doorboord werd door duizenden dolken. Haar snikken veranderden in schreeuwen van pijn en ze zakte neer op haar knieën. Een hand drukte ze tegen de plaats waar haar hart zich bevond en met de ander bedekte ze haar ogen. De Baron ging twijfelend op zijn knieën zitten en nam Rowena Ravenklauw in zijn armen. Tranen begonnen ook uit zijn eigen ogen te vloeien. Rowena huilde tegen zijn schouder en hij streelde haar haren. Hij had lang gedroomd van het moment waarop hij Helena in zijn armen kon sluiten, maar hij had nooit verwacht dat de vrouw die voor het eerst toevlucht zocht bij hem niemand minder dan haar moeder zou zijn. Zijn kin rustte op haar hoofd en hij sloot zijn ogen. Rowena’s schreeuwen leken rechtstreeks vanuit haar hart te komen, maar het hart van de Baron was te verdoofd om haar voorbeeld te volgen. Ze zaten in het midden van een lege Grote Zaal, comfort zoekend in elkaars armen, hoewel er geen sprake was van de liefde waar de Baron zo naar verlangde. De enige liefde die het tweetal voelde, was voor de jonge Helena, die het kasteel ontvlucht was. De Baron hoorde de deur dichtgaan en opende zijn ogen. Hij moest een paar keer knipperen om zijn zicht weer optimaal te krijgen en zag dat twee personen op hen af kwamen lopen. Helga Huffelpuf, gekleed in een elegante gele jurk en een treurige uitdrukking op haar gezicht, liep vooraan en nam Rowena van hem over. Rowena begon zo mogelijk nog harder te snikken in de armen van haar vriendin. Goderic Griffoendor keek al even gepijnigd en aaide Rowena over haar lange donkere haar. Zijn rode gewaad was rijkelijk versierd met kostbare robijnen die morbide glinsterden als veredelde druppels bloed.  De Baron wendde zijn blik af. Het leek uren te duren in zijn beleving voordat Helga Huffelpuf en Goderic Griffoender Rowena Ravenklauw meenamen naar haar kamer. Ze konden alleen binnentreden op uitnodiging van Rowena en het duurde even voor Rowena zich zodanig bij elkaar kon rapen om de woorden te zeggen die nodig waren om de anderen toegang te verstrekken. De Baron was achter ze aan gelopen en Rowena liet ook hem binnen. Goderic had Rowena de trappen opgedragen en legde haar nu op haar bed neer. Helga streek bezorgd naast haar neer en hield haar hand vast. De Baron kon nu voor het eerst echt goed naar Rowena kijken. Ze was gebroken. Ze trilde van top tot teen en snikte nog hevig na. Haar ogen waren rood omringd en haar oogwit was de kleur van bloed. Ze had rode krassen op haar gezicht waar haar nagels langs waren geweest, proberend de pijn van binnen te verlichten met fysieke pijn. Haar haren die normaal gesproken zorgvuldig in model waren gebracht, stonden nu alle kanten op en de Baron kon een paar vage kale plekken zien waar ze haar haren had uitgetrokken. Helga keek hem mistroostig aan.
“U hoeft hier niet te blijven, ze zal voorlopig nog niet veel zinnigs uit kunnen brengen.” Zei ze en de Baron voelde zichzelf apathisch knikken. Hij draaide zich om en liep de kamer uit. In plaats van zich terug te trekken in zijn kamer in het gastenverblijf, liep hij meteen zijn rechterkant op en bleef stilstaan voor de dichte deur van de meisjesslaapzaal. Hij liet zijn hand rusten op de deurknop. Hij bleef stilstaan en maakte geen aanstalten om de deur te openen. Hij realiseerde zich dat hij stond te wachten, waarop wist hij niet. Misschien wachtte hij tot hij werd teruggeroepen door Helga Huffelpuf of Goderic Griffoendor. Misschien wachtte hij tot Helena de deur open zou doen. Misschien was hij gewoon bang dat de deur ook zo’n apart systeem had waardoor hij niet naar binnen kon. Hij wilde naar binnen, heel graag zelfs. Hij wilde zien waar Helena alle nachten van de afgelopen zeven jaar had doorgebracht. Hij wilde al haar kleren op haar bed gooien en ertussen gaan liggen, hun geur opsnuivend. Hij wilde in de spiegel kijken waar zij zeven jaar lang alle ochtenden en avonden in had gekeken. Hij wilde haar, maar ze was er niet. Bijna liet hij de deurknop los, bang voor wat hij binnen zou vinden als het niet was wat hij had verwacht. Bijna liep hij weg, maar hij besloot door te zetten. Dit was het dichtste dat hij voorlopig bij haar in de buurt kon zijn. Een vlaag van verbazing schoot door zijn lichaam toen de deur gewoon meegaf en de kamer onthulde die erachter lag. De slaapzaal was qua inrichting een verlengde van de leerlingenkamer. Nachtblauw was de overheersende kleur, aangevuld met accenten in brons. Op het plafond was een sterrenhemel geschilderd die gespiegeld werd door het dikke tapijt. Er was niets dat deze kamer zo bijzonder maakte, maar voor de Baron was het een wonderland. Een van de bedden was onopgemaakt en het leek alsof er nog maar net uit was gestapt. De Baron kwam tot stilstand voor het bed en staarde erop neer. De sprei was op sommige plekken erger gekreukeld, alsof iemand het in haar hand had willen verproppen. Zijn blik werd getrokken door een schilderij aan de muur die niet bij de rest van de kamer paste. Het was een afbeelding van een prachtig groen bos in volle bloei. Het hing tegenover het bed waar hij naast stond. Hij ging voor het schilderij staan en stelde zich voor hoe Helena hier naar gekeken moest hebben. Het leek een plek te zijn ver van het kasteel en de Baron vroeg zich af of het echt bestond.

De komende paar dagen bleef ik op de plek waar ik was Verschijnseld. Ik had het gevoel dat als ik verder zou lopen, ik verdwaald zou raken. Ik wist zeker dat dat nergens op sloeg, want ik was nog nooit in dit bos geweest. Toch voelde het als thuis omdat ik zo vaak had weggedroomd terwijl ik naar het schilderij had gekeken. Het voelde alsof ik de plek door en door kende, maar toch steeds nieuwe ontdekkingen deed. Er waren eekhoorntjes en hazen en reeën en mooie vogels. Ik had ook ontdekt dat een van de majestueuze bomen hol van binnen was en dat zich er een voorraad nootjes in bevond, waarschijnlijk bij elkaar gezocht door de eekhoorntjes. Ik droeg de tiara van mijn moeder elke dag en elke nacht. Soms haalde ik hem van mijn hoofd om het sieraad te bewonderen. Ik ging op in de diepe oceanen van blauw die in de stenen opgesloten leken te zitten. Mijn vingers traceerden de kleine woordjes die in het zilver gegraveerd waren. Wijsheid zonder grens is ieders liefste wens. Het was waar, het was mijn liefste wens, maar nu niet meer. Nu had ik het allemaal. Het zat me dwars dat ik deze wijsheid alleen kon verkrijgen door een object en niet door mijn eigen kunnen, maar die gedachte stuurde ik altijd naar de achtergrond om de vreugde die ik voelde vrij spel te verlenen. Ik zette de diadeem snel weer op mijn hoofd, ik wilde weer slimmer zijn. De vreugde nam me weer over en ik hoorde hoe ik opeens heel hard begon te lachen. Ik voelde me beter dan ik ooit had gedaan.

De Baron was weer in de meisjesslaapzaal in de leerlingen kamer van Ravenklauw. Hij kwam er elke dag wel eventjes om te dromen over Helena en haar bezittingen voorzichtig aan te raken met zijn vingertoppen. Hij was bang dat hij iets zou laten vallen of kapot zou maken. Zijn hart was al gebroken en dat vond hij meer dan genoeg. Hij durfde haar bed niet aan te raken, hij kon er alleen maar naar kijken. Zo stond hij er ook naar te kijken toen Helga Huffelpuf naar hem toe kwam.
“U mist haar.” Zei ze alleen maar. Tranen welden op in de ogen van de Baron. Hij knikte omdat hij bang was dat hij in huilen uit zou barsten als hij iets tegen haar zou zeggen.
“Ze is een geweldige jonge dame, ik kan het U niet kwalijk nemen.” Zei Helga zachtjes en ze kwam naast hem staan. Zij leek niet vatbaar te zijn boor de angst die bezit had genomen van de Baron en liet haar hand langs een van de pilaren van het hemelbed gaan. De Baron wilde het liefst haar hand wegduwen. Helga zuchtte.
“Het gaat niet goed met Rowena.” Het leek haar pijn te doen om die woorden hardop te zeggen. De Baron keek haar aan, nog steeds met tranen in zijn ogen die zijn zicht vervormden.
“Ze eet  en drinkt al dagen niet meer en weigert iets tegen ons te zeggen. Ze is in deze paar dagen veel afgevallen en ik weet zeker dat het niet alleen door het gebrek aan eten komt. Ze is gebroken vanbinnen.” De Baron voelde zich verschrikkelijk. Dit was precies hoe hij zich voelde, alleen was hij niet afgevallen. Hij werd op de been gehouden door te hopen dat hij haar weer zou zien.
“Het is niet helemaal waar dat ze niets zegt.” Zei Helga na een lichte aarzeling. “Ze vroeg vandaag naar U.” De Baron schraapte zijn keel en zij met gebroken stem “Naar mij?”.
Helga knikte en wenkte hem om mee te komen. De Baron volgde hem en samen stapten ze de kamer van Rowena Ravenklauw binnen. De Baron was verbaasd dat hij zonder problemen naar binnen kon stappen, maar blijkbaar had hij nog steeds Rowena’s toestemming om te komen.
“Hij is er.” Zei Helga. Goderic Griffoendor, die naast het bed stond keek op naar De Baron. Goderic zag er dieptreurig uit, zijn gouden haren leken afgemat en zijn ogen die normaal gesproken gevuld waren met vreugde, straalden alleen miserie uit. Het was niets vergeleken met hoe Rowena erbij lag. Ze leek te zwemmen in haar jurk, die in korte tijd veel te groot voor haar was geworden. Haar donkere haren zaten vol klitten er waren meer kale plekken zichtbaar. Plukken haar waren door haar vingers verstrengeld. Haar gezicht was zo leeg en zonder emotie dat de Baron in eerste instantie dacht dat ze overleden was. Haar bloeddoorlopen ogen volgden elke stap die hij zette, dat was het enige teken van leven dat hij zo snel zag. Haar ogen waren opgezwollen en roodomrand. De tranen waren afwezig, maar de Baron dacht dat dat alleen kwam doordat ze niets meer dronk. Ze had niets meer om tranen van te maken.
“Weg.” Het was zachtjes gefluisterd, maar het net zoveel effect als wanneer het hardop gezegd was. Helga en Goderic liepen de kamer uit na elkaar eerst aarzelend aangekeken te hebben. De Baron ging op de stoel zitten die naast Rowena’s bed stond en pakte een van haar handen vast. Hij voelde de plukken haar in haar handpalm, maar probeerde er niet teveel aan te denken. Nu hij dichterbij Rowena zat, zag hij haar wangen ingevallen waren.
“Ik moet Helena weer zien.” Fluisterde ze weer zachtjes. De Baron knikte instemmend.
“Ik hou dit niet lang meer vol, ik voel het leven uit me vloeien. Nog een laatste keer.” Ze sloot haar ogen en De Baron was bang dat dit het einde was, maar haar middenrif bleef op en neer gaan door haar ademhaling.
“Ik wil dat U haar terugbrengt naar me.” Zei Rowena en richtte haar grote ogen op hem. Zijn adem stokte.
“Ik?” Vroeg de Baron verbaasd.
“Ja. Ik weet waar ze is, maar ik kan zelf niet gaan.” Haar ogen dwaalden af naar het bureau dat aan de andere kant van de kamer stond. Een grote witte buste van haarzelf stond gewichtig op het oppervlak. Het liet haar schoonheid zien zoals het was, het beeld was levendig, ondanks dat het in steen was uitgehouwen. Rowena had nu meer van een beeld weg dan het beeldhouwwerk op het bureau. Haar blik bleef er even hangen voordat ze hem weer aankeek.
“Het schilderij op haar kamer.” Zuchtte ze. “De plek bestaat echt. Ze is er naartoe Verdwijnseld.”
“Dat kan toch niet?” Vroeg de Baron verbaasd. Hij had er nog nooit van gehoord dat iemand in een schilderij was Verschijnseld.
“Het kan wel, zolang de plek maar echt bestaat. Zodra ze terug is, spreek ik een betovering over het kasteel uit dat het niet meer mogelijk is om erin of eruit te Verschijnselen. Helena is in Albanië en U moet haar vinden. Zeg haar..” Ze twijfelde even. “Zeg haar dat ik haar vergeef voor haar diefstal.” Ze keek weer kort naar de buste op haar bureau. De Baron had medelijden met hoe Rowena terugverlangde naar het verleden en alleen daarom zou hij al naar haar verloren dochter willen zoeken. Hij knikte kort, stond op en zei, “Ik zal alles doen om haar terug te krijgen.” Hij keek Rowena Ravenklauw aan en verwachtte een sprankeling hoop in haar ogen te zien. Het enige dat hij zag was pijn. Hij keek van haar weg en liep de gang weer op. Helga en Goderic stonden daar te wachten tot hij klaar was en toen ze zagen dat zijn gesprek met Rowena voorbij was, liepen ze weer terug naar binnen. De Baron liep snel de trap af, in plaats van terug te keren naar de meisjesslaapzaal. Hij liep zo snel als hij kon naar de andere kant van het kasteel, waar de gastverblijven zich bevonden. Eenmaal aangekomen, groef hij door zijn bezittingen, op zoek naar bruikbare voorwerpen die hij mee kon nemen. Zijn toverstok had hij al in de zak van zijn diepgroene mantel gestopt en hij twijfelde of hij de kostbare sjaal mee moest nemen die hij uit de berg kleding tevoorschijn had gehaald. Hij wist helemaal niets van Albanië. Hij had geen idee wat voor weer het daar was. Hij dacht terug aan het schilderij op Helena’s kamer en liet bij nader inzien de sjaal liggen. Zijn hand stuitte op iets hards. Hij pakte het beet en keek naar de luxe gordel waar een kleine dolk in rustte. De Baron haalde de dolk uit de gordel en keer er goed naar. Met een blad van puur zilver, een handvat van goud en ingelegd met edelstenen in alle kleuren en maten, was dit een van zijn kostbaarste bezittingen. Zijn rechterwijsvinger streek over de grootste steen in het edelmetaal. De saffier weerkaatste het licht en spiegelde de groene wellust van het bos op het schilderij. De Baron onderdrukte een grimmig lachje. Waarom moesten die twee dingen zo’n kleur delen? De Baron vond de dolk een prachtig voorwerp, maar was bang voor wat het kon aanrichten. Hij vond het schilderij met de zomergroene bossen ook mooi, maar hij was bang dat het Helena opgeslokt had en dat hij haar nooit meer zou zien. Groen was ook de kleur van Zalazar Zwadderich, die geen moeite had gedaan om Rowena bij te staan in deze moeilijke periode. De Baron voelde zich enigszins gerustgesteld toen hij zich bedacht dat zijn favoriete kleur blauw was, en niet die zieke kleur van de dingen die hij verafschuwde. Blauw was de kleur van de nachtlucht, van de zomerlucht, van Helena’s jurken en haar ogen. De Baron sloot zijn ogen en probeerde zich haar gezicht voor zijn geestesoog te halen, maar het leek alsof hij het maar niet scherpgesteld kreeg. Helena’s herinnering sijpelde langzaam maar zeker door zijn vingers heen en hij had geen houvast om het beeld terug te roepen. Een vlaag van wanhoop gleed over zijn gezicht en door zijn lichaam. De Baron bond de gordel vastbesloten om zijn middel, trok zijn zware mantel aan en liep weer terug naar de leerlingenkamer van Ravenklauw. De deurklopper keek hem gewichtig aan en leek hem te herkennen. Dat moest ook wel, want de afgelopen dagen had de Baron hem steeds de goede antwoorden kunnen geven op zijn vragen en had zo naar binnen gemogen.
“Wat voert elke dag duizenden oorlogen tegelijkertijd, maar wint altijd?” Vroeg de deurknop.
“Liefde.” Zei de Baron en de deur zwaaide voor hem open.

Ik was de diadeem aan het bewonderen toen ik hem hoorde. Ik zat achter een dikke holle boom en streek met mijn vingers over de blauwe stenen. Opeens klonk er een diepe stem vanachter de andere kant van de boom.
“Helena?” De stem klonk bekend. Emotie klonk door in de manier waarop mijn naam werd gezegd. Er klonk pijn, verdriet en vooral hoop. Ik schrok op en liet de diadeem bijna vallen. Ik wist hem nog net op te vangen met mijn vingertoppen. Ik hoorde de mysterieuze man dichterbij komen. Zijn voetstappen weerklonken in het ritselen van de bladeren die de grond bedekten. Ik drukte mijn lippen tegen het koele zilver en liet de diadeem met pijn in mijn hart in de holle boom vallen. Zodra de man weg was, zou ik de boom kapot moeten maken om de tiara terug te krijgen. Ik hoopte dat Reparo ook bomen kon repareren. Ik drukte mijn rug weer tegen de boom, maar wist dat het geen zin had. De man bleef lopen en ik hoorde zijn voetstappen tot stilstand komen. Ik keek zijn kant op en zag de Baron staan. Zijn lichtgrijze ogen waren wijd opengesperd en zijn mond spiegelde die vorm door verbaasd open te staan. Het duurde even voor hij de schok te boven was gekomen. Ik keek naar zijn dikke mantel, die bijna zijn hele lichaam aan het oog onttrok. De opening in de rode stof deed me denken aan een gordijn dat niet helemaal goed gesloten was.
“Helena?” Fluisterde hij. Ik keek ongemakkelijk naar mijn voeten en zodra ik doorhad dat ik zijn blik niet kon blijven ontwijken, gleed mijn blik terug naar zijn gezicht. Ongeloof en ingehouden vreugde tekenden zijn gezichtsuitdrukking en hij zette voorzichtig een stap naar voren, alsof ik weg zou rennen als hij dichterbij zou komen. Ik liet hem langzaam dichterbij komen tot hij voor me stond. Hij stak zijn hand uit om langs mijn wang te strijken, maar voor hij me aanraakte, deinsde ik achteruit. Hij liet hem teleurgesteld weer zakken.
“Waarom ben je weggegaan?” Vroeg hij zachtjes terwijl hij mijn ogen niet losliet met de zijne.
“Dat doet er niet toe.” Zei ik kortaf en verbrak het oogcontact. De Baron schudde zijn hoofd.
“Je hebt gelijk, het belangrijkste is dat je met me terugkeert.” Zei hij en hij pakte mijn hand. Nog voordat hij me mee kon trekken, had ik me losgetrokken en keek hem kwaad aan.
“Ik ga niet mee terug.” Siste ik. “Denkt U echt dat ik zonder reden weg zou gaan? Denkt U dat ik zomaar zonder problemen Zweinstein weer in kan wandelen?” De Baron keek me verbaasd aan en in zijn ogen zag ik dat hij gekwetst was.
“Je kunt het aan mij vertellen, samen lossen we het op.” Zei hij en hij kwam weer voor me staan. Het leek alsof hij zijn hand op mijn schouder wilde leggen, maar hij bedacht zich en liet zijn arm weer zakken. Ik schudde mijn hoofd.
“Ik kan het alleen oplossen. Alles ging goed voordat U hierheen kwam.” Ik vroeg me af hoe hij me had gevonden, maar ik wilde niet langer met hem praten dat nodig was. Ik wilde dat hij weer wegging.
“Maar-” Begon hij weer voordat ik hem afkapte.
“Nee, ik kan het alleen! Ga terug!” Ik begon boos te worden.
“Je weet niet wat je mist!” Riep hij ongelovig terwijl hij zijn handen in de lucht wierp. “Je kunt alles hebben! Er is niets dat ik je zal ontzeggen! Ik kan alles voor je kopen, ik zal er altijd voor je zijn en…” Hij kwam nog dichterbij staan. “Ik kan de vader van je kinderen worden.” Dat was het. Het werd me teveel en ik duwde hem van me weg. Puur door het feit dat hij er niet op berekend was, lukte het me om hem bijna om te laten vallen. Hij hervond zijn balans al snel en greep mijn pols beet toen ik weg probeerde te rennen. Ik draaide me om en gaf hem een klap in zijn gezicht met mijn vlakke hand. Er leek iets in hem te knappen en hij sloeg me terug, midden op mijn neus. Ik voelde warm bloed over mijn lippen en kin stromen. Ik raakte het verbaasd aan met mijn vingertoppen en keek ernaar. De kleur rood was zo diep en volmaakt dat ik er even in opging. Opeens stond de Baron weer voor me.
“Het spijt me zo.” Hij klonk oprecht gepijnigd en hij trok mijn arm bij mijn gezicht vandaan, naar beneden. Opeens drukte hij zijn mond op mijn bebloede lippen. Zijn armen omsloten mijn middel en kwamen weer samen achter mijn rug. Ik beet zo hard als ik kon op zijn lip en hij liet me met een schreeuw los.
“Blijf van me af!” Schreeuwde ik ontdaan. Naast bloed vloeiden er  nu ook tranen over mijn gezicht. Ik probeerde weg te rennen, maar struikelde over een opstaande boomwortel. Ik viel languit op de met bladeren bedekte grond. Rennende voetstappen kwamen snel dichterbij en de Baron probeerde me overeind te helpen.
“Laat me los!” Gilde ik en schopte mijn tegen zijn scheenbeen. Mijn gillen vermengden zich met die van hem. Strompelend pakte hij me weer bij mijn middel. Ik draaide me om en sloeg hem zo hard mogelijk met mijn vuist tegen zijn neus. Ik wilde dat hij voelde wat hij mij aan had gedaan. Het bracht hem tot stilstand en hij keek me verbaasd aan. Een ogenblik keken we elkaar alleen maar aan en op dat moment voelde ik pas echt mijn fysieke pijn. Mijn enkel was verstuikt van het struikelen, mijn neus was hoogstwaarschijnlijk gebroken, mijn knieën waren geschaafd en mijn handen deden zeer van het slaan. Mijn haar stond alle kanten op en mijn jurk zat onder het bloed. De Baron zag er niet veel beter uit. Zijn haar zat ook door de war, zijn gezicht was bebloed en zijn mantel lag een eindje verderop op de grond. Ik keek naar zijn kleding en zag dat hij een gordel omhad waar een houder in verwerkt was. Uit de houder stak een decadent glimmend heft en ik zag dat de hand van de Baron ernaar op weg was. Ik keek snel naar zijn gezicht en zag dat het vertrokken was van pure woede. Zijn ogen glommen vervaarlijk en uit de manier waarop hij stond kon ik afleiden dat hij me elk moment kon bespringen. Ik draaide me op en zette het op een rennen. Ik kwam niet ver. Mijn verstuikte enkel zorgde ervoor dat ik geen grip op de bodem onder me kreeg en ik ging al na een paar stappen onderuit. Dat was alles dat de Baron nodig had. Hij sprong bovenop me en na een korte worsteling had hij een opening gevonden tussen mijn maaiende armen en schoof de rijkelijk versierde dolk mijn borst in. Mijn adem stokte en de pijn in mijn borst was onverdraaglijk. Pas toen hij het mes weer uit mijn lichaam trok, leek de Baron door te hebben wat hij had gedaan. Mijn zicht viel langzamerhand weg en ik voelde nog net hoe zijn armen mijn lichaam opnieuw omsloten, zijn stem leek van me weg te drijven. Een spookachtig “Helena!” klonk in echo’s door mijn hoofd voordat het oneindige zwart me meenam zijn diepten in. Wijsheid zonder grens is ieders liefste wens. Hoe kon het toch gebeuren dat mijn liefste wens tot mijn dood leidde?

De Baron drukte met gesloten ogen het levenloze lichaam van Helena tegen zich aan en het voelde alsof hij viel. De grond onder hem leek niet meer te bestaan en het enige dat hem nog houvast bood, was de zware blauwe stof die tussen zijn vingers verstrengeld was, de melkwitte huid die steeds kouder werd en de rode vloeistof die symbool stond voor het onrecht dat hij zijn grote liefde had aangedaan. Het kostte hem al zijn krachten om zijn ogen te openen en onder ogen te komen dat Helena zich in zijn armen bevond en dat het moordwapen naast hem lag met haar bloed erop. Het koude metaalachtige gevoel van het heft van de dolk voelde hij nog in zijn rechterhandpalm. Hij kon niet lang kijken naar wat hij had aangericht, want tranen beschermden hem van het tragische beeld voor hem. Zijn handen tastten blind over de grond tot hij het koude wapen voelde. Hij pakte het vast, met de punt naar zijn eigen borst gericht. Als ze lichamelijk niet samen konden zijn, wilde de Baron dat tenminste hun bloed samen zou vloeien. Hij sloot zijn ogen en terwijl zijn tranen een duikvlucht maakten naar beneden, stak hij het mes in zijn lichaam. De pijn was niets vergeleken met de gedachte die op dat moment door zijn hoofd ging. Dit was wat hij Helena aangedaan had. Met die gedachte viel hij levenloos over het lichaam van de vrouw waarvan hij hield, hun bloed stroomde als een terwijl de rode plas steeds meer bladeren rood vlekte.


meld dit bericht aan een moderator

 
Secret-v Geplaatst op 06-03-2011, 01:24 Reageer
user icon
Berichten: 1156
administrator
Verstuur privé bericht

Ik moet zeggen, het is echt goed geschreven. Vooral dat je twee verschillende schrijfstijlen door elkaar gebruikt, zonder dat het ooit verwarrend is. En gewoon sowieso een heel mooi verhaal, ook al vind ik die Baron wel een beetje een vies mannetje. Het einde ging wel een beetje plotseling, maar dat maakte de laatste alinea er niet minder mooi op.


meld dit bericht aan een moderator

 
Alexx Geplaatst op 06-03-2011, 01:25 Reageer
user icon
Berichten: 564
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 06-03-2011, 01:24 Secret-v schreef:
Ik moet zeggen, het is echt goed geschreven. Vooral dat je twee verschillende schrijfstijlen door elkaar gebruikt, zonder dat het ooit verwarrend is. En gewoon sowieso een heel mooi verhaal, ook al vind ik die Baron wel een beetje een vies mannetje. Het einde ging wel een beetje plotseling, maar dat maakte de laatste alinea er niet minder mooi op.


ik moet zeggen dat het eigenlijk helemaal niet mijn bedoeling was om de baron een eng iemand te maken. ik wilde gewoon benadrukken hoe verliefd hij was op helena.
en tsja, ik wilde er dus misschien een epiloog aan vastplakken, maar had niet genoeg tijd :S
en daaaankje!


meld dit bericht aan een moderator

 
Secret-v Geplaatst op 06-03-2011, 01:26 Reageer
user icon
Berichten: 1156
administrator
Verstuur privé bericht

Als ik eerlijk ben, denk ik dat een epiloog afbraak zou hebben gedaan aan het einde.


meld dit bericht aan een moderator

 
Alexx Geplaatst op 06-03-2011, 01:27 Reageer
user icon
Berichten: 564
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 06-03-2011, 01:26 Secret-v schreef:
Als ik eerlijk ben, denk ik dat een epiloog afbraak zou hebben gedaan aan het einde.


tsja, daar was ik pas achter gekomen als ik het had gescheven. ik had altijd nog kunnen besluiten om hem toch weg te laten :P


meld dit bericht aan een moderator

 
alice Geplaatst op 07-03-2011, 16:51 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Alexx:
-Een mooie titel
-Super hoofdpersoon.
-Soms in ik persoon geschreven en ander moment als zij persoon.
-Mooie omschrijving van de andere oprichters.
-Wauw mooi eind.


meld dit bericht aan een moderator

 
Alexx Geplaatst op 07-03-2011, 16:56 Reageer
user icon
Berichten: 564
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 07-03-2011, 16:51 alice schreef:
Alexx:
-Een mooie titel
-Super hoofdpersoon.
-Soms in ik persoon geschreven en ander moment als zij persoon.
-Mooie omschrijving van de andere oprichters.
-Wauw mooi eind.


ja, dat is omdat Helena de hoofdpersoon is en de Baron een bijrol heeft. :P
maar dankjewel! ^^


meld dit bericht aan een moderator

 
Ginny-w Geplaatst op 07-03-2011, 17:00 Reageer
user icon
Berichten: 6331
gebruiker
Verstuur privé bericht

Heel mooi verhaal. Originele keuze. Leest makkelijk weg.

+ Mooie titel.
+ Dingen goed beschreven.
- Paar onnodige schrijffouten.

Gemiddeld cijfer: 8,8.


meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it. 
Alexx Geplaatst op 07-03-2011, 17:01 Reageer
user icon
Berichten: 564
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 07-03-2011, 17:00 Ginny-w schreef:
Heel mooi verhaal. Originele keuze. Leest makkelijk weg.

+ Mooie titel.
+ Dingen goed beschreven.
- Paar onnodige schrijffouten.

Gemiddeld cijfer: 8,8.


onnodige schrijffouten? ik dacht dat ik ze er allemaal uit had gehaald :P
maar dankje ^^


meld dit bericht aan een moderator

 
Ginny-w Geplaatst op 07-03-2011, 17:04 Reageer
user icon
Berichten: 6331
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 07-03-2011, 17:01 Alexx schreef:
onnodige schrijffouten? ik dacht dat ik ze er allemaal uit had gehaald :P
maar dankje ^^


Ben er toch nog een paar tegen gekomen

Alsje


meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it. 
Superdreuzel Geplaatst op 07-03-2011, 19:26 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik sluit me helemaal bij V aan! Dit verhaal is echt goed geschreven! Goed werk De manier hoe je alles beschrijft, hier is duidelijk over nagedacht! Heel goed Die laatste alinea was ook zeer goed!


meld dit bericht aan een moderator

 
Wizard112924 Geplaatst op 08-03-2011, 15:59 Reageer
user icon
Berichten: 167
gebruiker
Verstuur privé bericht

Alexx + punten Spannend, Gewoonweg prachtig, goed verloop van het verhaal.     
- punten onnodige typfouten

Cijfer: 9


meld dit bericht aan een moderator

 
Howlingwolf Geplaatst op 09-03-2011, 10:36 Reageer
user icon
Berichten: 783
gebruiker
Verstuur privé bericht

Goed geschreven! Originele tijdskeuze- en daarbij ook personagekeuze-. Ik vind het leuk hoe het verhaal vanuit meerdere perspectieven geschreven is.
Het einde doet me -licht- denken aan Sweeney Todd (de laatste scene vooral ) Ik wist hoe het verhaal zou eindigen en toch bleef ik tot het eind geboeid.
Je schrijft zeer beeldend.


meld dit bericht aan een moderator

I've seen Sweeney Todd more times than many therapists would consider emotionally healthy