Daniil-potter Geplaatst op 15-02-2011, 16:33 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik ben een verhaal aan het schrijven over Harry Potter.

Hier is het begin:


meld dit bericht aan een moderator

 
alice Geplaatst op 15-02-2011, 16:44 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Waar is het dan?


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 15-02-2011, 16:46 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

ik probeerde het in te voegen, maar hij liep vast


meld dit bericht aan een moderator

 
alice Geplaatst op 15-02-2011, 16:46 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Owke ben benieuwd


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 15-02-2011, 16:49 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

ik ben het aan het proberen, maar omdat het een groot stuk text is krijg ik error
Kan zweinstein.nl PDF accepteren?

Alice: Dubbelposten mag niet voortaan even je bericht wijzigen.

Dit bericht is gewijzigd door een moderator of administrator op 15-02 17:01.


meld dit bericht aan een moderator

 
alice Geplaatst op 15-02-2011, 17:00 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Nope kun je niet het koppieren en dan hier neer zetten? En anders even in gedeeltes doen en je bericht wijzigen.


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 15-02-2011, 17:07 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

HOOFDSTUK 0
INLEIDING




Het litteken had al negentien jaar geen pijn meer gedaan. Alles was goed.





Met deze woorden sloot J. K. Rowling het zevende deel, Harry Potter en de relieken van de dood, af.
Voor je ligt het achtste deel. Harry Potter is nu zesendertig, en leeft al negentien jaar lang in een rustige wereld. Drie kinderen heeft hij nu: De dertienjarige Albus, de elfjarige James, en de negenjarige Lily. Hij woont nog steeds op het Grimboudplein, samen met Ginny en zijn kinderen, als ze niet op Zweinstein zijn. Op dit moment is hij voorzitter van het schouwershoofdkwartier, Opperste Hotemetoot van de Wereldbond van Toverlieden en erelid van de Wikenweegschaar. Niemand denkt ook maar aan Voldemort, en alles gaat goed, zo goed als het maar zou moeten gaan. Natuurlijk heb je dan als schouwer niet zo veel te doen, maar dat maakt bijna niemand iets uit. De schouwers kunnen nog steeds jagen op mensen die gewoon wat stelen, vergelijkbaar met wat onze dreuzelpolitie doet. Harry potter heeft zijn eigen chocokikkerplaatje gekregen: het plaatje met nummer 100, een nummer eerder dan Albus Perkamentus. Vaak komt hij nog iemand tegen die hem herkent, en dan óf om een handtekening vraagt, óf flauwvalt. Het liefste wou hij een baan op Zweinstein nemen, maar helaas; alle vacatures waren bezet. En een deel van het schoolbestuur was ook tegen; hij was veel te beroemd.  

HOOFDSTUK 1
HET VISIOEN


Het is nacht. De wind giert over het kerkhof. Opeens verschijnt er een gedaante: hij heeft niet zo’n grote gestalte, maar is wel angstaanjagend. De gedaante trekt zijn toverstaf, en een moment later klinkt er een luide spreuk over het kerkhof:
‘Concidit!’
De aarde splijt in tweeën, en iets – je kunt niet zien wat – komt omhoog. Het komt dichterbij, en een hand grijpt het vast. Dan klinkt een volgende spreuk over het kerkhof, minstens net zo hard als de eerste:
‘resuscitatum!’
Het voorwerp licht op, je kunt nu duidelijk zien dat het een kruik is. De kruik zwelt langzaam maar zichtbaar op en gelijktijdig wordt het licht steeds feller. Het licht vormt nu een andere, vage gedaante. Uiteindelijk dooft het licht uit, en er is vrijwel niets meer te zien.
‘Heer… U bent herrezen…’ mompelt de eerste gedaante.
‘Waarom heb je zo lang gewacht, Rodolphus? Waarom?’
‘Heer… Ik kon nie-’
‘Zwijg!’ wordt hij onderbroken

En voor de derde maal galmt er een spreuk over het kerkhof:
‘Annigilero omnia!’
Het wordt stil. Er klinkt alleen een doffe plof, afkomstig van het vallende lijk. De gedaante pakt de arm van de dode. Het stroopt de mouw op en raakt iets donkers, afgebeeld op de arm, aan. Meteen verschijnt er een aantal mensen. Het zijn er niet veel, slechts een stuk of vijf.
‘Zo’, zegt de gedaante. ‘Dus jullie zijn toch teruggekeerd naar je meester. Waarom nu pas?’
‘Heer, we wisten niet-’ luidt het antwoord, maar degene die het zegt, wordt abrupt onderbroken:
‘De eerste keer vergaf ik het jullie, de keer daarop ook. Maar dit is de druppel. Annihilero omnia!
Morsmordre!’
De gedaantes vallen neer, terwijl in de lucht de slang zich om de schedel wikkelt.
‘En moge iedereen het weten: DE HEER VAN HET DUISTER IS WEER HERREZEN!’
Voor de eerste keer in negentien jaar schrikt Harry Potter wakker met pijn in zijn litteken.


HOOFDSTUK 2
POST


Tizzer?’ vraagt Ginny die naast hem ligt slaperig.
‘Ik had weer een visioen’, zegt Harry, die klaarwakker is geworden.’
‘Vast gewoon een nachtmerrie. Welterusten.’
Maar Harry kan gewoon niet slapen. Hij blijft nadenken over het visioen. Maar hoe meer hij nadenkt, hoe slaperiger hij wordt. En uiteindelijk valt hij toch in slaap.
Die morgen wordt Harry Potter vroeg wakker. De ochtend verloopt verder als anders. Dan vliegt er een uil binnen. Harry Potter pakt de krant aan, gooit het geld in de leren buidel om de poot van de uil en slaat de krant open. Hij kan zijn ogen niet geloven: Blijkbaar was het toch een visioen:

MASSALE ONTSNAPPING UIT AZKABAN
De toezichthouders van Azkaban hebben gisteravond laten weten dat er, ondanks de verbeterde maatregelen, een ontsnapping heeft plaatsgevonden. De namen van de ontsnapten:
Arduin
Jeegers
Kwast
Ravenwoud
Rodolphus
Er is niet bekend hoe ze hebben kunnen ontsnappen. Opmerkelijk is dat de hele gevangenis niet beschadigd was, en er een anti-verdwijnselbezwering op rust. Deze gevangenen zitten allemaal al ongeveer negentien jaar gevangen en ze hebben in die tijd al meerdere pogingen gedaan om te ontsnappen. Maar zelfs met hulp van buitenaf is het ze nog nooit gelukt. Het is dus duidelijk dat hier sprake is van wel héél sterke duistere magie.
Harry schrikt op. Hij draait zich om, en ziet dat het geluid waarvan hij is geschrokken afkomstig was van een andere, net binnengevlogen uil die een speciale editie van de ochtendprofeet komt bezorgen. Harry Potter doet het geld in het buideltje en pakt de krant aan.
SPECIAAL NIEUWSBERICHT
De gisteravond ontsnapte gevangenen zijn weer teruggevonden in hun cel... dood. Ze werden vanochtend om 9.30 ontdekt, geheel onverwacht, terwijl ze er de hele tijd niet waren. De gevangenis is nog steeds niet beschadigd, en de bezweringen waren om twaalf uur ’s nachts ververst. Opmerkelijk is dat hun lichaam, zo bleek uit nader onderzoek, van binnen verbrand is, terwijl hun huid nog geheel bewaard is gebleven. Ook is het duistere teken op hun arm op mysterieuze wijze weer teruggekeerd. Toch kunnen we niet zeker concluderen dat hier sprake is van...
Op dat moment komt Ginny binnen.
‘Ginny, het was een visioen! Kijk, ik zei het toch!’
‘Waar heb je het over?’
‘Het visioen dat ik vannacht had! Weet je het dan niet meer?’
‘Nee, hoezo?’
‘Vannacht had ik een visioen...’
Opeens beseft hij dat hij er zelf bijna niets meer van weet. Hij herinnert zich nog wel fel licht, maar misschien was dat de opkomende zon. Toch zegt iets hem dat het zeker een visioen en niets anders was.
‘Ach, laat ook maar.’
Knijster, die inmiddels oud is, maar nog goed kan koken, heeft weer eens een heerlijk ontbijt klaargemaakt. Alweer vliegt er een uil binnen. Harry herkent meteen de uil van Albus. Het korte bericht luidt:

‘Ik ben ingedeeld bij griffoendor. Albus.’


HOOFDSTUK 3
DIRK DUFFELING
Na  het eten gaat Harry Potter naar buiten. Zodra hij op de stoep staat, verdwijnt zijn huis volkomen. De fideliusbezwering die Professor Perkamentus vele jaren geleden over het huis legde, was zó krachtig dat hij nog steeds werkt.
Ik vraag me af hoe uilen hier binnenkomen…
denkt hij, en verdwijnselt naar het ministerie. Hij was al meerdere keren gevraagd om minister van toverkunst te worden, maar al die keren sloeg hij dat aanbod af. Uiteindelijk, een paar maanden geleden, was hij eindelijk akkoord gegaan om Opperste Hotemetoot van de Wereldbond van Toverlieden te worden. Eigenlijk had hij het niet zo op banen bij het ministerie. (Behalve zijn baan als schouwer en voorzitter van schouwershoofdkwartier.) Maar de laatste tijd heb je als schouwer niet zo veel te doen, en ook al had hij een goudmijn geërfd van zijn ouders, hij wil toch nog iets te doen hebben in plaats van elke dag verveeld thuis zitten.
Eenmaal aangekomen op het ministerie, gaat hij op weg naar de vergadering betreffende Het in Houten Huizen Houden van Salamanders op de tweede etage die hij moest bijwonen. Vlak voor hij een stap de lift in zet, wordt hij tegengehouden door een andere medewerker:
‘De vergadering is afgelast wegens protestbrieven ondertekend met een verschroeide plaats in de vorm van een salamanderpootafdruk. We willen na de Grauwelopstand geen Salamanderopstand krijgen, dus moeten we het eerst goedmaken.’
Bij het horen van deze woorden, draait Harry zich (zelfs een beetje blij) om en gaat precies de andere kant uit: richting de telefooncel. Hij heeft besloten een eindje te gaan wandelen, en hij wil niet gezien worden door een voorbijlopende dreuzel.
‘Tot ziens!’ zegt de stem en de telefooncel gaat naar boven.
Harry Potter besluit naar het park te lopen. Het is zo’n tien minuten lopen vanaf hier, en de volgende vergadering, betreffende fopshops (waar Harry net zo weinig zin in heeft als de eerste) is pas over drie uur.
   Na een tijdje te hebben gewandeld in het park, besluit Harry een bezoek te brengen aan de Wegisweg. De laatste keer dat hij daar was geweest, was toen hij schoolspullen ging kopen voor de kinderen. Hij vraagt zich af hoe het gaat met Olivander, en verschijnselt voor zijn winkel.
Het belletje rinkelt als hij binnenkomt, en Olivander kijkt op.
‘O, Harry! Wat een verrassing! Ik heb in deze periode meestal weinig bezoek. Wat kom jij hier doen?’
‘O, een vergadering is afgelast, en ik besloot om u even op te zoeken. Is er nog nieuws?’
‘Heb je de krant dan niet gelezen? De ontsnapping uit Azkaban, heb je daar nog niets van gehoord?’
‘Dat wel, ik had er zelfs…’
Plotseling stopt hij. Móet hij het Olivander wel vertellen? Zou hij hem wel geloven? Harry weet het niet. Hij schrikt op:
‘Wát had je?’ vraagt Olivander.
‘Oh, laat ook maar. Ik zou, herinner ik me nu, nog iemand anders moeten bezoeken. Maar we zien elkaar tijdens de eerstvolgende afgelaste vergadering. Tot ziens!’
Olivander kijkt wat verbaasd op, maar duikt bijna gelijk weer in de la met een onleesbaar opschrift. Harry Potter loopt verder.
Wie zal hij het vertellen? Wie kan hij echt vertrouwen..? Romeo Wolkenveldt, de minister van toverkunst en zijn oude bekende? Misschien… Ja, hij zal hem waarschijnlijk wel geloven.
Met deze gedachte verdwijnselt hij naar het ministerie.
Op zijn kantoor geeft Romeo Wolkenveldt Harry een warme ontvangst. Dan vraagt hij wat er is gebeurd.
‘Nou,’ zegt Harry ‘je zult me waar-schijnlijk niet geloven, maar die ontsnapten… Ik denk dat ik weet hoe het komt. Vannacht, ergens om twee uur, had ik… Een visioen. Over… Iemand, tja, ik kan het me niet echt meer herinneren, maar ik weet alleen nog dat ik… Op het einde het duistere teken zag verschijnen.’
‘Harry, ik kan na al die keren van lang geleden niet zeggen dat ik je niet geloof, maar dit is wel, eh, heel apart. Weet je zeker dat het geen nachtmerrie was?’
‘Nee, dat was het niet. Ik weet het gewoon zéker. Ik werd wakker met pijn in mijn litteken. Je bent de minister van toverkunst, kun je niet iets doen of zo?’
‘Nou, ik zou wel een recherche kunnen instellen… Waar zag je de dro- ik bedoel het visioen?’
‘Bij het kerkhof waar Marten Vilijns vader begraven ligt.’
‘Oké, ik stel een recherche in.’ Hij tikt drie keer met zijn toverstok op tafel en zegt: ‘Wetter, Liguster en Mankuus, meld u bij het kantoor van de minister.’ Dan tikt hij weer drie keer op de tafel. ‘Zo, dat is geregeld. Ik stuur je wel bericht als het resultaat is gekomen. Ik heb mijn beste drie mensen gestuurd, op jou en Ron na natuurlijk, ik zal ze alles vertellen. Ze zijn zeer bedreven in de magie en beschikken over de juiste middelen, ze regelen het heus wel. Misschien was het wel een of andere vandaal.’
‘Oké dan, tot ziens!’ zegt Harry.
‘Tot ziens!’
Zodra Harry Potter de deur dichtdoet, verschijnselen er drie mensen in het kantoor van Romeo Wolkenveldt.
Harry Potter gaat naar buiten. Hij besluit zijn wandeling in het park voort te zetten, en gaat erheen.
In het park draait Harry zich abrupt om. Liep daar net niet iemand langs die hij kende? Snel gebruikt hij zijn buitenzintuigelijke bezwering om het gezicht van de man beter te bekijken. Dan begint hij te hollen.
‘Dirk!’ schreeuwt hij. De man draait zich om. ‘Harry?’ vraagt hij verbaasd, maar dan begint hij ook te rennen.
‘Harry! Ben jij het heus?’ vraagt Dirk zodra ze bij elkaar zijn. ‘De laatste keer hebben we elkaar, afgezien van al die kerstkaarten, negentien jaar geleden ontmoet!’
‘Twintig jaar zelfs!’ onderbrak Harry hem. ‘Ik wou je opzoeken, maar ik wist je adres niet. En uilen weten zelf waar ze naartoe moeten vliegen.’ antwoordde hij vooruitlopend op zijn vraag.
‘Ik wou jou ook opzoeken, maar toen ik naar de flat kwam waar ik al de brieven naartoe stuurde, kwam er een man uit de lift die vroeg of ik het geheim wist. Ik antwoordde met “Ik weet dat hier een tovenaar woont.”, en toen zei die man dat jij niet hier woonde, en dat híj niet kon vertellen wat je echte adres was. Kan jij dat uitleggen?’
‘Tja, het zit zo dat ik in een verborgen woning woon. Alleen ík kan je vertellen waar ik woon: op Grimboudplein 13. Als je bij de twee huizen met nummer 11 en nummer 13 komt, moet je denken: Harry Potter woont op Grimboudplein 12, en dan verschijnt er een huis tussen de twee. Ik weet dat ik moeilijk zo kan praten tegen een dreuzel —pardon— een niet-magiër, maar toch is het waar. Ik wou dat ik je kon meenemen naar huis, maar dat kan nu niet: ik heb over een paar uur een vergadering. Hoewel… Word je snel misselijk?’
‘Hoezo?’
‘Nou, ik zou je kunnen meenemen op een magische manier. Er is nu niemand in de buurt, dus kan ik het proberen. Houd mijn arm vast.’ zegt Harry, en steekt zijn arm in een L omhoog. Dirk pakt de arm twijfelend vast, en wordt direct meegesleurd.


HOOFDSTUK 4
MOORDEN
Als na enkele seconden de draaikolk plaats heeft gemaakt voor een duidelijk zichtbare omgeving, begint Dirk draaierig te wankelen.
‘Wat was dat..?’ vraagt hij draaierig.
‘O, ik liet je bijverschijnselen’, antwoordt Harry nonchalant. ‘Dit is het Grimboudplein. Ga tussen nummer 11 en 13 staan, en denk aan nummer 12.'
Dirk doet wat hij zegt, en slaakt een gil zodra de huizen uit elkaar schuiven.
‘Harry! Die mensen kunnen ons toch zien?! Ze-’
‘Rustig, Dirk, ze zullen er niets van merken.’
Hij loopt naar de deur en tikt erop met zijn toverstok.
‘Kom binnen!’ zegt hij, en zodra Dirk binnenstapt, horen ze opeens snelle voetstappen van boven afkomen.
‘Blijf staan, gij dreuzel!’ roept Knijster terwijl hij de trap afsnelt. ‘Wat moet gij in het huis van mijn meester Harry Potter!?’
‘Rustig, Knijster, hij is een neef van me.’ Knijster blijft abrupt stilstaan op de plaats waar vroeger de paraplubak stond. ‘Dit is Dirk Duffeling, bij wiens ouders ik vroeger woonde. Trouwens, waar is Ginny?’
‘Mijn meesteres is momenteel even weg om te-’
Opeens begint Dirks mobieltje te piepen. Hij haalt het uit zijn broekzak, en ziet dat er GPS ERROR op staat. De locatie aanduidende stip springt telkens heen en weer tussen Grimboudplein 11 en 13. Dan begint het mobieltje weer te piepen: dit keer wordt Dirk gebeld.
‘Hallo?’
‘Ja, weet ik.’
‘Wat? NU?’
‘Ik zal er zo zijn.’
Dan hangt hij op.
‘Sorry Harry, een vergadering is verplaatst, en ze hebben de assistent-manager hard nodig.’
‘Wauw, promotie! Zal ik je brengen?’
‘Je wilt toch niet weer-’.
‘Houd mijn hand goed vast.’
En voor Dirk kan reageren, pakt Harry hem vast en wordt Dirk voor de tweede keer meegesleurd. Dan gaat Harry weer naar huis om te lunchen, en daarna weer naar het ministerie. De vergadering zal zo wel beginnen.
Als de vergadering op het punt staat te beginnen, vliegt er een memo binnen. Als hij bij Harry Potter aankomt, vouwt hij zich open:
Telegram aan H. J. Potter, voorzitter van het schouwershoofdkwartier: Vanmorgen was P. O. Groothoofd, schouwer, afwezig en onbereikbaar. Vanmiddag om 5 voor 3 is zijn lijk aangetroffen in zijn huis. Alle buren zijn ook dood aangetroffen in hun huizen, allemaal op dezelfde mysterieuze wijze van binnen verbrand. Het duistere teken hangt boven de straat.
Harry kijkt op zijn horloge: tien seconden voor vijf.
‘Ik zal de vergadering helaas niet kunnen bijwonen. Er is een dringend bericht binnengekomen.’ En zonder nog een woord te zeggen verlaat hij de zaal.
Door de lange, donkere hal loopt hij naar de lift.
‘Tweede verdieping, Departement van magische wetshandhaving, waaronder Taakeenheid Ongepast Spreukengebruik, Schouwershoofdkwartier en Administratieve Dienst Wikenweegschaar’, zegt de stem in de lift.
Harry potter stapt het schouwershoofdkwartier binnen. Hij loopt door de lege hal naar zijn kantoor. (De minuscule hokjes zijn allang niet meer in gebruik.) En jawel: in het vijandvizier dwaalt een grijze, wazige gedaante rond. Hij tikt drie keer met zijn toverstok op de Omniroeper; waar een schouwer ook is, hij hoort zijn woorden:
‘ALLE SCHOUWERS MOETEN ZICH MELDEN OP HET SCHOUWERSHOOFDKWARTIER!’
Bijna direct verschijnselen alle schouwers op het hoofdkwartier.
‘Zoals jullie misschien zien, missen we een iemand. Paul Olivier Groothoofd is vijf minuten geleden dood in zijn huis aangetroffen.’
Er klinken wat geschokt gemompel. Dan gaat Harry verder:
‘Jullie hebben waarschijnlijk ook al de ochtendprofeet van vandaag gekregen; dat wat met de gevangenen is gebeurd, is met de hele Van Manusstraat gebeurd.’ Weer klinkt er gemompel.
Er vliegt weer een memo binnen:
Onderzoek voltooid. Resultaten:
Op het kerkhof is de aarde opengespleten op de plaats waar Marten Vilijn begraven ligt. In de omgeving zijn enkele bomen omgewaaid en/of verbrand. Het duistere teken hangt erboven. Tevens hangt er een vreselijke brandlucht boven. Hier is gebruik gemaakt van tot dusver onbekende duistere magie.
Nadat de memo is voorgelezen, gaat Harry Potter verder:
‘Dit is nog niet alles wat we weten; het is echter niet alles wat we denken te weten:’ -Hij slikt even- ‘We denken dat Voldemort is teruggekeerd. We hebben er geen bewijs voor; maar wel veel vermoedens.’
Voor de derde keer klinkt er gemompel.
‘Ik denk dat de opdracht duidelijk is: zet het werk van het Departement Onvoorziene Tovergebeurtenissen voort. De locatie van het incident is op het oude kerkhof van – Stadje waar Marten Vilijn werd geboren?—De tijd is vannacht om ongeveer om twee uur. Meer informatie hebben we niet. Aan de slag. Ik moet naar een vergadering, maar zal zo meteen weer terugkomen. Eindelijk hebben wij schouwers iets te doen!’
Iedereen verdwijnselt. Het hoofdkwartier is verlaten.





Dit bericht is gewijzigd op 27-04 18:53.


meld dit bericht aan een moderator

 
alice Geplaatst op 15-02-2011, 17:09 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Je kunt het bericht nog wel aanpassen volgens mij anders staat het zo raar.


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 15-02-2011, 17:13 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

maar dat duurt lang en ik ben nog verder aan het schrijven


meld dit bericht aan een moderator

 
alice Geplaatst op 15-02-2011, 17:22 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Als je wil kun je het wel per bp naar mij sturen zal ik er even na kijken.


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 23-03-2011, 14:04 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik heb wat veranderd nu is het goed.



Dit bericht is gewijzigd op 24-03 15:11.


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 24-03-2011, 15:11 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht


P.S. reactie please als je het verhaal hebt gelezen



meld dit bericht aan een moderator

 
severusfan94 Geplaatst op 25-03-2011, 16:55 Reageer
user icon
Berichten: 270
gebruiker
Verstuur privé bericht

Het is echt leuk! Schrijf maar snel verder


meld dit bericht aan een moderator

Iedereen wil leuke vrienden, jouw vrienden ook. 
Daniil-potter Geplaatst op 19-04-2011, 16:39 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik heb hoofdstuk 4 afgemaakt, en ben nu bezig met hoofdstuk 5 en de proloog. Over een paar dagen heb ik voorjaarsvakantie, en ik heb mezelf beloofd iedere dag minstens één pagina per dag te schrijven. Kom dus vanaf 22 april elke dag terug!


meld dit bericht aan een moderator

 
Superdreuzel Geplaatst op 20-04-2011, 16:25 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Plaats je nou gelijk je halve verhaal?


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 21-04-2011, 18:41 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

ja, ik voeg het in stukken in, zoals sommige anderen ook doen.


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 27-04-2011, 19:14 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht






En dan nu eindelijk... Het vervolg:















HOOFDSTUK 5
HET ONDERZOEK EN
ROMEO WOLKENVELDT


Als Harry naar de lift uit stapt, komt een ander hem tegenmoet.
‘De vergadering is afgelopen! De helft voor, de helft tegen! Niks is besloten! Jij zou ook tegen zijn geweest, dus wees blij!’
En voor Harry nog iets kan zeggen, stapt Hendrik Wierlingermeer in de lift en rijdt omhoog. Harry stapt in de lift ernaast en rijdt ook verder omhoog.
Harry besluit om ook nog even een bezoek te brengen aan het kerkhof waar hij die nacht een visioen over had. Daar ziet hij verderop twee schouwers met elkaar in discussie. Als hij verschijnselt, kijkt een van de twee op en rent naar hem toe.
‘Daar ligt iets op de grond, waarschijnlijk een kruik, maar we durven het niet naar het magisch onderzoekbureau te brengen; misschien is die vervloekt.’
‘Ik zal eens kijken.’ Antwoordt Harry. Ze lopen naar het voorwerp toe; het heeft inderdaad iets weg van een kruik. Harry pakt zijn toverstok en fluistert: ‘Incantatem revelio’ en roept meteen er achterna: ‘PROTEGO!’
De kruik blijkt niet vervloekt te zijn, maar er komt wel een straaltje blauw licht uit. Het vormt zich eerst in een druppel, dan in een gedaante, en vervaagt.
‘Die gedaante heb ik vannacht gezien,’ zegt Harry, ‘en er was ook een andere bij. Later kwamen er nog meer anderen bij. Eens kijken of het lukt; Salutor ostenderes!’
Uit alle hoeken van het kerkhof waait opeens stof op, dat door een onvoelbare windvlaag wordt rondgedraaid. Als het stof neervalt, staan er twee gedaantes. De ene is niet te herkennen, maar de andere komt Harry bekend voor, ondanks de wazige, blauwgekleurde omtrekken:
‘Rodolphus.’ Fluistert Harry. ‘Maar die andere kan ik niet herkennen…’
Meer kan hij niet zeggen, want het stof waait weer op, en als het gaat liggen, staan er vijf gedaantes in een kring.
‘De ontsnapten!’ Zegt een van de schouwers, maar het stof waait weer op en als het gaat liggen, is alles weer zoals het was.
‘En, is er nog wat anders ontdekt in de korte tijd dat ik er niet was?’ vraagt Harry. ‘Nou, we hebben geprobeerd te ontdekken waar die brandlucht vandaan kwam, maar we hebben geen informatie kunnen vinden. En we zijn, tja, geen meesters in de analyseerbezwering, dus probeerden we de geur aan te pakken; maar dat lukte ook niet,’
‘Reperirum brandlucht.’ Zegt Harry. Er komt een blauw straaltje licht uit zijn toverstok, maar dat lost bijna direct weer op.
‘Reperirum brandlucht!’ Probeert hij nogmaals, maar het effect blijft hetzelfde. ‘Hier is zeer duistere magie gebruikt,’ zegt Harry, ‘magie die we tot nu toe niet kennen of denken niet te kennen. Van den Boomtrol, jij gaat naar de boekhandel in de Halvemaansteeg—raar dat ze die nog niet gesloten hebben—, en kijkt of er een boek staat over geheimen van zwarte magie. Lijner, jij gaat naar Azkaban, en vraagt of er meer informatie is over de ontsnapte gevangenen, en probeer de analyseerspreuk uit op de dode gevangenen. Als hetzelfde gebeurt als met de brandlucht, kom dan direct naar mijn kantoor. Ik ga naar het Ministerie om verslag te doen bij de minister. Alles begint rond te draaien in een draaikolk, en als het helder wordt, staat Harry Potter midden in zijn kantoor. Hij pakt de Omniroeper en doet verslag:
‘HIER SPREEKT HARRY POTTER, VOORZITTER VAN HET SCHOUWERSHOOFDKWARTIER. OP HET KERKHOF VAN MARTEN VILIJN IS EEN KRUIK GEVONDEN DIE BIJ EEN BETOVERING VAN BELANG WAS GEWEEST. OOK IS HET BEWEZEN DAT DE GEVANGENEN ER VANNACHT ZIJN GEWEEST, EN MEER DAN WAARSCHIJNLIJK OOK DAAR ZIJN VERMOORD. DE BRANDLUCHT DIE ERBOVEN HANGT, VALT NIET TE ANALYSEREN MET REPERIUM EN IS ONMOGELIJK TE VERHELPEN. OOK HIER IS GEBRUIK GEMAAKT VAN ONBEKENDE DUISTERE MAGIE. IK GA VERSLAG DOEN BIJ DE MINISTER.’ Hij zet de Omniroeper weer op zijn plaats, en begint aan een verslag. Dan komt Nelson Lijner binnen. ‘Ik heb gedaan wat moest, maar niks hielp: telkens alleen maar een ligt, blauw lichtstraaltje. De verbrandingen hebben iets weg van duivelsvuur, alleen dan veel erger.’
‘Goed gedaan, Lijner. Hier, neem de Omniroeper en vertel iedereen alles wat je hebt ontdekt en zeg dat – ’ hij kan zijn zin niet afmaken, want op dat moment komt Van den Boomtrol binnen.
‘Dit boek zou wel van pas kunnen komen,’ zegt hij, en legt een dik boek op tafel:
DE DIEPSTE GEHEIMEN VAN DE ZWARTE KUNSTEN EN HOE ZE TE GEBRUIKEN—door William Hazard
‘en dit boek ook.’ En hij legt weer een boek op tafel:
GEHEIMEN VAN DE DOOD EN ONBEKENDE SPREUKEN—door Isaac Plader
‘En dit boek waarschijnlijk ook; hier staat alles in over het zelf maken van toverspreuken die niet erkend zijn. Misschien is daar hetzelfde gebeurd.’ En hij legt nog een boek op tafel:
VERVLOEK HEM MET JE EIGEN VLOEK—door Quintus Hendriks
‘Nou, je hebt goed werk gedaan. Lijner, haal de schouwers beter hier naartoe.’ Hij wijst met zijn toverstok op de stapel van drie boeken. ‘Effingo! Effingo! Effingo!’ Opeens liggen er vier stapels van zes boeken. Harry hoort de stem van Lijner, die dichtbij klinkt, maar toch van veraf lijkt te komen:
‘ALLE SCHOUWERS VERZAMELEN!’ Direct verschijnen het grotendeel van alle schouwers, dan nog een, nog twee, een stuk of vijf, en na een minuutje de laatste drie. ‘Sorry dat we zo laat kwamen,’ zeggen ze, ‘maar we werden opgehouden: Ron Wemel was vandaag niet gekomen, dus we wouden kijken waar hij was; het bleek dat hij nog op vakantie was, en dan blijk je de Omniroeper niet te horen, dus we hebben gezegd wat er gebeurd is, maar hij kan niet komen: in het hotel zijn brakende toiletpotten aangetroffen, dus hij moet ze repareren en het geheugen van de dreuzels wissen. Hij zei dat hij komt zodra hij kan.’
‘Goed, hier hebben we wat boeken die mogelijk betrekking hebben tot het incident. Pak er een en probeer wat nuttigs te vinden; met een speurspreuk, een Voorlesspreuk of gewoon door te lezen—maakt allemaal niet uit. Als je wat vindt dat echt belangrijk is, ben ik bij de minister.’
Met deze woorden stapt hij de deur uit.
In het kantoor van de minister vertelt Harry alles aan Romeo Wolkenveldt. ‘Nou, Harry, nu kunnen we zeker zeggen dat er vannacht sprake was van een visioen. Ik zal maar een ding kunnen doen: er zelf op uit gaan. Het zal het beste zijn als ik alleen ga: dan val ik niet op. Accio koffer! We spreken elkaar zodra ik terug ben. En nee, niemand gaat mee,’ zei hij vooruitlopend op de vraag, ‘ik zei al dat het te opvallend zal zijn. Ik vertrek nu; zeg tegen Wesley Dender dat hij mij moet vervangen. De anderen hoeven hier niets van te weten; net zo riskant als wanneer ik ze meenam. Het team van het Departement Onvoorziene Tovergebeurtenissen is trouwens ook niet teruggekeerd. Ze hebben wel een memo kunnen sturen, maar ze zijn niet op het Ministerie.’ En met deze woorden verdwijnselt hij.


HOOFDSTUK 6
GINNY’S VERDWIJNING


Harry komt thuis. Zodra hij de deur opendoet, komt Ginny naar beneden: ‘op zolder lagen wat vreemde voorwerpen die ik daar nog nooit eerder had gezien. Ik was vandaag de hele dag bezig om de zolder op te ruimen, en in de troep vond ik een zilveren kandelaar, een schaal bezet met edelstenen en een oude munt, die waarschijnlijk de voorloper was van de sikkel, want er staat halve maan op.’.
‘Heel raar,’ antwoordt Harry, ‘die voorwerpen kan ik me ook niet herinneren. Misschien komen ze nog van de familie Zwarts, van wie hier vroeger een portret hing dat alleen was te verwijderen toen een groep van twintig mensen tegelijk auferium moesten roepen. Het zou best van hun kunnen zijn geweest, maar doe er niets mee; de Zwartsen hielden wel van vervloekingen. Waar heb je het precies gezien?’
‘Ik zal het je laten zien.’ zegt Ginny, en ze lopen naar boven.
‘Nou, dit heb ik inderdaad nog nooit gezien.’ zegt Harry als hij de drie dingen ziet. Maledictiones ostendit!’
Maar er komt alleen een zwak, blauw lichtje uit de punt van zijn toverstaf.
‘Dit is duidelijk vervloekt. Locomotor kandelaar! Locomotor schaal! Locomotor munt!’
De drie voorwerpen stijgen op en verdwijnselen samen met Harry. Na een minuut of twee komt hij terug.
‘Het Departement Vloeken en Vervloekingen zal er naar kijken; we horen snel het resultaat.’
Op dat moment komt Knijster naar boven: ‘Het eten is klaar! Wil iemand aardappelpuree?’
Snel lopen ze naar de eetkamer.
De volgende dag staat Harry op en merkt dat Ginny er niet is. Er ligt een briefje op het nachtkastje:
Ik hoorde iets op zolder, dus ik ben gaan kijken
Harry loopt snel naar boven.
‘Ginny!’ roept hij op de trap. Gelukkig; er komt antwoord:
‘Wat is er?’ komt van boven af. Harry loopt snel naar boven.
‘Wat heb je precies gehoord?’
‘Nou, een stem. Ik kon het niet zo goed verstaan; maar ik hoorde wel de woorden “kom” en “help”.’
‘Incantatem revelio! Ik zie niks. Ik ga naar beneden; maar wat er ook gebeurt: doe geen ondoordachte dingen. Er gebeurt heel wat vreemds de laatste tijd, dus we moeten uiterst goed opletten. Nou, ik ga naar beneden om te douchen.’
‘Ik zal nog even kijken of hier toch iets is; incantatem revelio; specialis revelio; maledictiones ostendit; periculo tones; concurrere admissum;
‘Oké, ik zie je beneden; volgens mij ruik ik daar toast.’
‘Waar is meesteres?’ vraagt Knijster als Harry aan de ontbijttafel zit.
‘Ze is boven wat aan het uitzoeken; roep haar anders e –’ ze worden onderbroken door een gesmoorde gil.
‘GINNY!’ schreeuwt Harry en verdwijnselt naar boven. Boven is alles zoals het was, behalve de spullen: in het midden van de zolder zijn alle spullen weggeruimd als door een soort windvlaag.
‘GINNY’ roept Harry nogmaals. ‘WAAR BEN JE?’
Er klinkt weer geen antwoord. Met maledictiones ostendit bereikt hij weer geen resultaat. Door het zolderraam vliegt een uil binnen; hij draagt het embleem van het ministerie. Het bericht spreekt ook al geen nieuwe moed in:

RESULTAAT ONDERZOEK ZILVEREN KANDELLAAR, SCHAAL BEZET MET EDELSTENEN EN GOUDEN MUNT
DOOR HET DEPARTEMENT VLOEKEN EN VERVLOEKINGEN:
De drie spullen waren voorzien van zeer ernstige vloeken, die niet geregistreerd zijn door het ministerie. De drie voorwerpen zijn tevens niet te vernietigen: ze slaan elke spreuk terug. We proberen een tegenvloek te verzinnen, maar zo te zien zijn de drie spullen voorzien van een zeer krachtige protego contramaledictere, een spreuk die tegen tegenvloeken beschermt, dus zijn we nog steeds bezig.
Dan vliegt er nog een uil binnen, die ook al een bericht brengt dat alles nog slechter maakt: de ochtendprofeet met de kop GROTE AANTALLEN MENSEN VERMIST. Harry herkent meteen een aantal namen: het grotendeel van de vermiste mensen zijn schouwers. Maar dan valt zijn oog op iets onderaan de bladzijde, iets wat nog veel erger is: onderaan de lijst met vermiste mensen staat is naam Ginny Potter met slordige letters in het papier gebrand. Het is duidelijk dat de uil is onderschept. Harry loopt naar de klok die aangeeft waar iedereen is –een zelfgemaakt duplicaat van de klok van de Wemels— en ziet dat alle vijf de wijzers op levensgevaar staan. Hij verdwijnselt direct naar het Ministerie, waar hem ook een teleurstellend bericht staat te wachten.


HOOFDSTUK 7
TERUGKERINGEN EN VERDWIJNINGEN


Op het ministerie staan alle mensen samengedromd bij iets midden in het atrium. Harry loopt er naartoe en krijgt en ziet dat alle mensen staan te kijken naar een viavia die zéér langzaam verschijnt. Langzaam begint het duidelijk te worden dat de viavia een tak is van zo’n 45 centimeter lang, en dat het één iemand met zich meebrengt, want je ziet maar een hand die de tak vasthoudt. Maar dan wordt een schokkend beeld zichtbaar: degene die de tak vasthoudt, hangt er slap aan. Langzaam neemt zijn gezicht vaste vorm aan: de vorm van het gezicht van Romeo Wolkenveldt. Als alles een duidelijke vorm heeft aangenomen, en de viavia het laatste, zwakke puntje blauwwit licht uitstraalt, valt de minister zwak op de grond. Er komen gelijk een aantal medewerkers aan die de bijbewustzijnbezwering proberen, maar dat lukt niet. Er klinkt verschrikt gemompel en kreten, en een aantal mensen schreeuwen: ‘NEE!, daarna wordt het stil. De mensen kijken geschrokken naar het lijk van de minister, dat zonder beweging op de grond ligt. Dan komt er iemand dringend en duwend naar voren gelopen: ‘Ik ben van de profeet, kan iemand duidelijk vertellen wat hier gebeurd is?’
Ondertussen vliegen uilen binnen met speciale edities van de ochtendprofeet:
GROTE AANTALLEN MAGIËRS EN DREUZELS SPOORLOOS VERDWENEN
Harry hoort het niet. Hij staat in gedachten verzonken te kijken naar het lijk. Eerst Ginny, en nu dit; wat zal er volgen? Hij wordt uit zijn gedachten geschud door een zware stem, die van alle kanten komt, en toch van veraf lijkt te komen:
‘MENSEN VAN HET MINISTERIE! JULLIE HEBBEN GEMERKT DAT ER DE LAATSTE TIJD HEEL WAT VERDWIJNINGEN EN MOORDEN PLAATSVINDEN; IK, HEER VOLDEMORT, ZIT DAAR ACHTER! IK HEB NIEMAND MEER NODIG, GEEN DOODDOENERS, NIEMAND! IK KAN IEDEREEN AAN MET AAN MET BEHULP VAN MIJN NIEUWE MAGIE. MAAR IK STAAK HET GEVECHT: DE ENIGE DIE IK ECHT NODIG HEB IS HARRY POTTER. DUS LEVER HEM UIT EN JULLIE ZULLEN GEEN GEVAAR MEER LOPEN. BRENGEN JULLIE HEM ECHTER NIET BINNEN EEN WEEK NAAR HET KERKHOF VAN MIJN VADER, DAN ZAL IK HET GEVEHT VOORT ZETTEN!’
Even heerst er een doodse stilte. Dan begint iedereen door elkaar te praten. Bijna iedereen kijkt naar Harry, alsof ze verwachten dat hij zo meteen dood neervalt. Dan schreeuwen een aantal mensen: ‘Daar is hij; lever hem uit!’, terwijl anderen juist voor hem gaan staan. Iemand stuurt een lamstraal op hem af, die hij nog maar net kan ontwijken, en hij besluit dat het beter is om hier maar even weg te gaan. Het volgende moment verschijnt hij voor zijn huis, terwijl op het ministerie degene die vlak achter hem stond, verlamd op de grond valt. Hij gaat naar binnen, en als hij de deur dicht heeft gedaan, gaat de deur weer open; op de drempel staat Ginny.
‘Ginny!’ schreeuwt Harry uit. ‘Waar was je geweest!?’
‘Het is een lang verhaal: toen ik vanochtend boven bleef, zag ik opeens een trap achter een paar oude dozen. Ik wou weten waar hij naar toe leidde, dus klom ik omhoog, maar de trap bleef maar stijgen. Toen ik omlaag keek, zag ik dat het huis langzaam vervaagde en opgeslokt werd door een soort zwart gat. Ik gaf een gil, en verloor blijkbaar door iets mijn bewustzijn. Toen ik bijkwam, lag ik op een kerkhof; en tegenover me stond Voldemort. Hij zei dat hij mij zou vermoorden, en hief zijn toverstaf op. Er kwam een soort van vuur in de vorm van een koepel ui zijn toverstaf, en die koepel werd steeds groter. Het was alsof alles vertraagd gebeurde; het vuur kwam naar me toe, en toen werd alles donker. Daarna deed ik mijn ogen open, en bleek op de grond te liggen, hier op het plein. Dus ik ging hier naar binnen, en jij stond achter de deur.’
‘Wacht, waar zag je die trap precies? Laat het me even zien.’
Ze verschijnselen naar boven. Daar wijst Ginny de plek aan waar ze de trap had gezien.
‘Ik tel tot drie, en dan doen we tegelijk de bezwering die de vloek ontmaskert; een, twee, drie!’
‘Maledicto exponere!’
Er duikt een rookwolk op, die even alles in zich opslokt en dan weer verdwijnt. De bezwering heeft een trap blootgelegd, die blijkbaar echt naar nergens leidt; je kunt het uiteinde niet zien. Harry en Ginny ‘zweven’ naar de bovenkant van de trap. Daar draait doemt een zwart gat op, dat de hele trap opslokt. Dan duikt er weer een rookwolk op, en als hij wegvaagt, is alles weer zoals het was.
‘Dit kunnen we niet alleen oplossen,’ zegt Harry. ‘we roepen De Orde van de Feniks op.’
‘Dat is inderdaad het beste wat we kunnen doen,’ stemt Ginny in.
‘Vocat Orde van de Feniks!’






P.S. Reactie please als je het hebt gelezen




meld dit bericht aan een moderator

 
Sonny Geplaatst op 27-04-2011, 20:22 Reageer
user icon
Berichten: 29
gebruiker
Verstuur privé bericht

Goed verhaal!
Ga a.u.b zo door


meld dit bericht aan een moderator

Ik zit in 2 Griffoendor. 
Daniil-potter Geplaatst op 28-04-2011, 10:41 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

Op 27-04-2011, 20:22 Sonny schreef:
Goed verhaal!
Ga a.u.b zo door



meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 06-05-2011, 12:11 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

HOOFDSTUK 8
DE ORDE VAN DE FENIKS


Voor Harry verschijnt een kleine, lichtgevende bal van tien centimeter doorsnee. De bal heeft wel iets weg van een omniroeper die het bericht doorgeeft aan de Orde van de Feniks. Hij legt zijn mond er tegenaan en begint te praten:
‘leden en vertrouwelingen van de Orde van de Feniks; we hebben jullie hulp nodig! Kom zo snel mogelijk naar het hoofdkwartier op het Grimboudplein; daar horen jullie meer. Finite vocat.’
Meteen horen ze de deur opengaan; als ze naar beneden verschijnselen zien ze Ron en Hermelien Wemel staan. Ze zijn nog niet binnen, of door de open deur komt George Wemel binnen:
‘Sorry, maar Angelique kon niet komen; ze is een paar uur geleden weggegaan om iets te halen bij kennissen en is nog steeds niet teruggekomen’
‘Oké, dat kan twee dingen betekenen: of ze is opgehouden door kennissen, óf ze is ook spoorloos verdwenen. Maar waarschijnlijk komt ze dadelijk wel; het bericht moet ook naar haar toe zijn gekomen, want je hebt haar waarschijnlijk al veel over de Orde verteld. Kom naar de eetkamer; daar wordt de bijeenkomst gehouden.’ Zegt Harry, en lijdt iedereen er naar toe. De andere leden verschijnen ook spoedig; maar als de vergadering na vijf minuten begint, ontbreken er nog steeds een paar.
‘De laatste tijd vinden er veel verdwijningen en moorden plaats,’ begint Harry, ‘en wij weten wie daar achter zit: vanmorgen heeft Heer Voldemort zelf laten weten dat hij terug is. Ik heb er zelf echter gisternacht een visioen over gehad, en nadat de schouwers en ik uitgebreid onderzoek hebben gedaan, bleek te zijn dat de ontsnapte gevangenen vannacht op het kerkhof van Havermouth zijn geweest. Heer Voldemort is daar teruggekeerd, en zegt dat hij over “tot dusver onbekende magie” beschikt. Hij ontvoert mensen, die hij waarschijnlijk vermoordt, en heeft gezegd mij te willen; blijkbaar is de profetie nog steeds in werking. Als dat zo is, heeft hij zijn leven nog niet helemaal terug. Maar hij heeft wel onbekende magie, die misschien zelfs nog krachtiger is dan Avadakedavra. Dit is alles wat we tot nu toe weten. Weet iemand nog iets wat ons verder kan helpen?’
‘Even een vraagje:’ zegt Dedalus Diggel, ‘Kon Romeo Wolkenveldt niet komen?’
‘Zijn lijk is vandaag met een viavia afgeleverd bij het Ministerie.’ Luidt het antwoord van Harry.
‘Maar dan is Voldemort dus ook op het Ministerie geweest!’ zegt Loena geschrokken.
‘Dat zal juist kunnen zijn.’ zegt Harry. ‘Of hij heeft daar handlangers, maar dat is bijna onwaarschijnlijk: hij heeft alle overgebleven dooddoeners uitgemoord.’
Ze worden onderbroken door Sybilla Zwamdrift, die ook is meegekomen. Met een stem die niet van haar af lijkt te komen, begint ze te praten:
‘DE ENIGE MANIER OM ZIJN MACHT TE STOPPEN, IS MET NOG GROTERE MACHT… DE RELIEKEN ZULLEN WORDEN HERRENIGD, EN ZULLEN HET KWAAD VERDRIJVEN… HIJ ZAL WORDEN GESTOPT, MET BEHULP VAN –
H-heb ik net iets gezegd?’
‘Je hebt waarschijnlijk weer een profetie over Voldemort gedaan,’ zegt Harry. ‘iets over hem stoppen met nog sterkere macht, en over een of andere relieken.’
‘Weer? Wanneer heb ik dan nog meer een profetie over hem gedaan?’
‘Het moment is aangebroken dat het je wordt verteld: De een kan niet leven als de ander niet dood is, die profetie heb jij gedaan. Daarom nam professor Perkamentus je ook aan. Maar goed, wat zou die nieuwe profetie kunnen betekenen? Welke relieken zijn er bedoeld?’
‘Ik denk dat het misschien… om de relieken van de dood gaat.’
‘Zou best kunnen, Loena, maar hoe kunnen die ons helpen?’ vraagt Harry.
‘Nou, degene die ze herenigt zou de meester van de dood kunnen worden, en Voldemort is uit de dood teruggekeerd, dus het zou best kunnen.’
‘Wie is het daar mee eens?’
Iedereen steekt zijn hand op, op een paar na.
‘Harry, je hebt de relieken toch al een keer in bezit gehad, en toen gebeurde er niets! Waarom denk je dat het nu wel zal gebeuren?’ vraagt Hermelien
‘je moet ze bij elkaar houden en uit volle macht willen de meester van de dood te worden;’ zegt Loena; ‘dan pas werkt het. Dat heb ik volgens mij ergens gelezen.’
‘Dat zou kunnen.’ Zegt Harry.
Op dat moment vliegt er een uil binnen met luid vleugelgeklapper. Hij ziet er gehavend uit; blijkbaar is hij onderweg aangevallen. Hij houdt een brief in zijn snavel.


HOOFDSTUK 9
DE STEEN DER WEDERKEER


Harry leest de brief voor:
Hallo pap en mam, vandaag liepen we door het bos voor een les verzorging van fabeldieren, en ik zag een rare steen op de grond. Er zat een teken op:  
Ik hoop dat je weet wat het betekent.
Liefs, Albus
‘Op naar Zweinstein.’ zegt Harry na het lezen van de brief. ‘En wel heel snel.’ Een moment later staat de complete Orde in Zweinsveld.
‘Ik voorzie iedereen van een Kameoflagespreuk.’ zegt Harry.
‘We kunnen worden gevolgd.’
Als iedereen gecamoufleerd is, gaat de Orde op weg naar Zweinstein. Professor Anderling doet de deur open, en loopt samen met Harry naar binnen. De rest wacht buiten. Anderling is de enige van de leraren, afgezien van Hagrid, die Harry had gehad die nog les geeft op Zweinstein. Banning is met pensioen gegaan, net als Stronk, Slakhoorn is twee jaar geleden gestorven en van de anderen is al tijden niets meer gehoord. Harry ziet dat Albus vlak voor hem langs loopt, richting de slaapzalen. Hij volgt hem, stapt achter hem door het portretgat en loopt mee naar de verlaten leerlingenkamer.
‘Albus!’ fluistert hij. Zoals hij al had verwacht, valt Albus bijna van zijn stoel. ‘Finite Kameoflage.’ Zegt Harry snel.
‘Pap! Wat doe jij hier?’ vraagt Albus versteld.
‘Ik ben hier vanwege die brief.’
‘Welke brief? Die ik gisteren heb gestuurd?’
‘Gisteren? Dan is die uil lang achternagezeten. Vragen komen later, maar die steen, heb je die nog?’
‘Ja, hij ligt op mijn nachtkastje; ik haal hem wel even.’
Hij komt binnen een minuutje terug met een steentje onder zijn arm. Het is hem, het is hem echt.
‘Dit, Albus, is de steen der wederkeer. Vroeger vond je het sprookje over de drie gebroeders altijd heel leuk. In het echt waren de drie relieken waarschijnlijk gemaakt door de gebroeders Prosper, die zeer getalenteerde tovenaars waren. Ik heb hem zelf een keer in mijn bezit gehad, en hij werkt echt. Nu hebben we hem nodig om de drie relieken te herenigen, want…’ Moet ik hem dit zeggen?
‘Heer Voldemort is teruggekeerd.’
‘Je- je had hem toch verslagen?’
‘Dat dacht ik wel ja, maar hij is terug. We weten niet hoe, en daarom hebben we de relieken ook nodig. We halen jou en je broer van Zweinstein; jullie verkeren in levensgevaar. Alleen in ons huis is het veilig; daar wekt de fideliusbezwering. Waar is James?’
‘Hij heeft nu les.’
‘Ga hem halen; nu meteen. Ik breng Anderling op de hoogte, want die is lid van de Orde.’
Even later staan Albus en Severus in de hal. Harry lijkt er nog niet te zijn, totdat hij ‘Finite kameoflage.’ zegt.
‘Jullie moeten nu direct naar huis. Ik spreek een Kameoflagespreukover jullie uit, en neem jullie mee naar Zweinsveld. Daar laat ik jullie bijverschijnselen. Professor Anderling is op de hoogte gebracht. Abscondas totalus! Abscondas totalus!’
Even later lopen drie onzichtbare Potters de school uit.
‘Waar is Lily?’ vraagt James als ze thuis zijn.
‘Ze ging twee dagen logeren bij oma, en ze zou vanochtend worden gebracht. Ze zal er zo zijn.’
De ochtendprofeet wordt bezorgd, en op de voorpagina staat weer een lange lijst van verdwenen mensen. Geschokt ziet Harry dat er onderaan de bladzijde weer een naam is uitgebrand: Lily Loena Potter.
Harry toont de bladzijde aan de leden van de Orde van de Feniks. Niemand zegt iets, maar iedereen denkt hetzelfde.
‘We moeten ons splitsen:’ zegt Harry. ‘een groep gaat mee naar Zweinstein om de Zegevlier te halen, de rest blijft hier om op de jongens te letten, en verkrijgt als het kan meer informatie. Wie gaat er met mij mee?’
Bijna iedereen steekt zijn hand op, dan laten een paar mensen hem zakken, zodat de orde ongeveer in twee groepen is gesplitst.
‘Waar heb ik de onzichtbaarheidsmantel gelaten?’

Dit bericht is gewijzigd op 06-05 12:18.


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 08-05-2011, 16:36 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik ga telkens één hoofdstuk publiceren bij één reactie, want ik wil wel weten of het wordt gelezen.


meld dit bericht aan een moderator

 
dries Geplaatst op 08-12-2011, 16:38 Reageer
Berichten: 4
gebruiker
Verstuur privé bericht

Wil pleaaas voortschrijven ik vind het superspannend!!!


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 08-12-2011, 19:27 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

HOOFDSTUK 10
DE ZEGEVLIER, DE STAF VAN HET LOT

Je had hem aan mij gegeven, pap.’ zegt Albus.
Ik heb hem meegenomen; hier is ‘ie.’
Hij haalt een zilverkleurige mantel onder zijn gewaad vandaan. Plotseling begint Sybilla Zwamdrift weer te praten met een zware stem:
‘De laatste strijd zal worden gestreden. Het goed of het kwaad zal voor altijd verliezen! Alleen door onbekende magie zal je de onbekende magie kunnen verslaan!’
Iedereen kijkt haar aan. ‘H-heb ik weer iets gezegd?’
‘We gaan naar Zweinsveld.’ zegt Harry. Sybilla, jij blijft hier; je verkeert in ernstig gevaar.’
Terwijl hij de draaikolk wordt ingesleurd, begint Harry’s litteken te branden. Daar staat HIJ, op het kerkhof van Havermouth, met zijn toverstaf in zijn hand, wachtend op de man die hem zijn leven terug zal geven. Een paar meter verderop beweegt er plotseling iets. ‘Annigilero omnia.’ zegt hij kil. Een grote koepel van vuur vormt zich om hem heen, steeds groter wordend. Als het vuur is uitgebrand, loopt hij naar de plaats toe waar hij beweging had gezien. Voor hem ligt een dode vogel. Hij neemt er een hap uit; geheel smaakloos. Eén moord, en het zal voor altijd veranderen.
Harry wordt wakker geschud. ‘Hallo, Harry, ben je er nog?’
‘W-wat is er gebeurd?’
‘Je viel zo’n beetje flauw’, zegt een vertrouwde stem. Als hij zijn ogen helemaal opendoet, ziet hij Ron die van boven op hem neer kijkt. ‘Eigenlijk zouden wij aan jou moeten vragen wat er is gebeurd.’
‘Ik zat in zijn gedachten. Hij beschikt echt over nieuwe magie; hij kan nu iedereen om zich heen vermoorden met één toverspreuk. We moeten nu direct aan de zegevlier zien te komen.’
Hij begint te sprinten richting het kasteel.
Midden in het park staat de witte tombe van Perkamentus. ‘Ik kan het niet’, zegt Harry. ‘Ik kan die tombe niet openen.’ Hij legt de mantel en de steen op de tombe. Plots begint de tombe een helder, groen licht uit te stralen. Het licht komt van binnen uit, en wordt steeds feller. Dan lijkt het of er iets uit de tombe begint te steken. Langzaam wordt een stok zichtbaar, omringd door licht. De Zegevlier komt langzaam naar boven toe, naar de plaats waar de andere relieken liggen. Hij zweeft er even boven, draait zich om en valt neer. Op de tombe liggen drie relieken. Harry pakt ze vast. Hij kan nu meester van de dood worden en Voldemort voor altijd verslaan, zonder bang te zijn dat hij ooit terug zal keren. Hij begint te rennen, het schoolterrein af. Zodra hij het hek uit is, roept hij: ‘Naar het hoofdkwartier!’ en verdwijnt.
Voor het Grimboudplein nummer 11 en 13 verschijnselt een groep mensen.
‘W-wat hoe?’ vraagt een dreuzel die toevallig langsliep.
‘Amnesia!’ schreeuwen tien stemmen tegelijk. De dreuzel draait zich om en loopt de andere kant uit. Op dat moment schuiven de huizen uit elkaar, en komt nummer 12 tevoorschijn. De leden van de Orde stappen naar binnen, en een aantal leden verschijnselen voor de deur. Als die dicht gaat, is niks van het huis meer te zien. Binnen begint iedereen te overleggen: wat moet er nu gebeuren.
‘Ik denk dat we naar een plaats moeten waar de relieken de meeste betekenis hebben’, zegt Loena. ‘Bijvoorbeeld de plaats waar een van de gebroeders heeft geleefd.’
‘Waar kan dat zijn?’ vraagt Ron.
‘Weet je nog dat we naar Goderics Eind gingen, Harry?’ vraagt Hermelien. ‘Op het graf van Ignotus Prosper was het teken van de relieken getekend. Daar heeft hij waarschijnlijk geleefd.’
‘Dat zou best kunnen’ stemt Harry in. ‘We hebben een aantal mensen nodig die meegaan. Wie wil?’
Hermelien, Ron, Ginny, Sybilla en Minerva steken hun hand op.
‘Dat is dan afgesproken. Is er trouwens informatie verkregen terwijl wij weg waren?’
‘We hebben geprobeerd te ontdekken waar de krant met uitgebrande letters vandaan kwam’, zegt Filius, ‘maar het werkte niet. De krant is misschien zelfs vervloekt.’
‘Oké, dat denk ik ook. Maar nu moeten we gaan.’
Zes personen verschijnselen In Goderics eind.


meld dit bericht aan een moderator

 
Superdreuzel Geplaatst op 08-12-2011, 20:35 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Hmm, ik ben zelf niet echt comfortabel met het lezen van een verhaal in tegenwoordige tijd, maar het is toch wel goed


meld dit bericht aan een moderator

 
Daniil-potter Geplaatst op 08-12-2011, 20:54 Reageer
user icon
Berichten: 41
gebruiker
Verstuur privé bericht

Ik volgde een cursus bij de VAK in delft: Maak een Boek. En het moest persé in tegenwoordige tijd. Het boek is trouwens al een heel lang tijdje geleden afgemaakt en in een exemplaar uitgeprint (niet gedrukt/uitgegeven).


meld dit bericht aan een moderator

 
2