Berichten: 1429
moderator
Verstuur privé bericht
|
La menace de l'Est
Het was een van die dagen waarop je zou willen dat je buiten was. Het was die dag voor de studenten in het derde leerjaar van de magische onderwijzing aan de Beauxbatons Academie voor Toverkunst. Zij konden niet genieten van de warme zon die je lijf verwarmde, je huid bruin maakte (rood als je niet oppast) en je een goed gevoel gaf van binnen. Nee, die dag was het zeker niet voor de derde jaars studenten. Het was een dag van stress. De voorjaarstentamens stonden voor de deur. In het grote paleis was het doodstil. De gangen, die versierd waren met enorme diamanten standbeelden, waren uitgestorven. Voor de ruim vijfhonderd studenten die de school elk jaar weer bewonen was het, met uitzondering van de derde jaars, een vrije dag. De meesten genoten daarom van het mooie lenteweer en lagen te zonnen op de grote, glooiende grasvelden, lagen te luieren aan de rand van de boomgaard of lagen aan de rand van de Middellandse Zee. De Academie was Onleesbaar, dat wil zeggen dat Dreuzels en de meeste tovenaars de school niet zouden kunnen zien. De enigen die exact weten waar het enorme paleis ligt is het personeel.
De enige activiteit in de school was in de hal voor de Examenkamer. De derde jaars studenten namen vlug nog de laatste notities en aantekeningen door of overhoorden elkaar. Valora was een van die studentes. Ze was een slank meisje met lang, goudblond haar, haar ogen hadden dezelfde kleur als die van de Middellandse Zee en haar knappe gezicht stond op een zenuwachtige blik. Naast haar, bij de enorme gouden deuren die naar het terrein om de school leidden, stond Gabriëlle. Gabriëlle was het zusje van de beroemde Fleur Delacour, die enkele jaren terug bijna het Toverschool Toernooi had gewonnen. Gabriëlle was precies zo als haar zus. Zij was namelijk ook haar voorbeeld. Ze had lang, zilverkleurig haar, hetzelfde prachtige gezicht en dezelfde fonkelende ogen als haar oudere zus. Beiden waren gekleed in uniformen gemaakt van dunne lichtblauwe zijde met het logo van Beauxbatons erop geborduurd met gouddraad. `Ik wou dat ze eens tempo zouden maken,' mompelde Valora zenuwachtig en ze keek om de zoveel seconden naar de deur van de Examenkamer. `Ik houd het niet meer!' `Kalm aan, die examens stellen niks voor,' antwoordde Gabriëlle, maar van binnen dacht ze het tegenovergestelde. `Kijk, de deuren zijn al open,' ging Gabriëlle verder. En inderdaad. De deuren werden geopend en de groep studenten in de jaar drong zich naar de deur. Een voor een sijpelden ze naar binnen. Bij de deur werden ze staande gehouden door Madame Biesloock, een strenge heks die het vak Geschiedenis van Franse Toverkunst gaf. Ze had een soort handvat in haar hand en liet dat op enkele centimeters afstand van de lichamen van de passerende leerlingen glijden. `Wat is dat?' vroeg Valora aan de strenge heks, die haar glimlachend aankeek. `Dit is een Anti-spiekroede,' antwoordde Madame Biesloock en ze liet de roede langs Valora's lichaam glijden. `Oké, je kan naar binnen.'
Valora liep verder en keek de ruimte rond. Ze was er al vaker geweest, maar de ruimte bleef adembenemend. De Examenkamer was een gigantische ronde ruimte met een hoog plafond. Vlak onder het plafond waren de ramen in een cirkel in de muur gebouwd. Er stonden zo'n honderdvijftig zeer comfortabele stoelen onder honderdvijftig tafeltjes die in een U vorm waren opgesteld en op de vloer lag een donkerblauw tapijt. Valora zocht de aan haar toegewezen plek op en nam plaats. Ze zat in de linker helft van de kamer en ergens op de middelste rij. Ze keek om haar heen, op zoek naar de plek van Gabriëlle. Dankzij haar opvallende haar was ze snel gevonden. Ze zat in de rechter helft.
Enkele minuten later stapte een man het podium op, dat in het midden van de halve kring stoelen stond, en het werd stil. `Tijdens het examen is het ten strengste verboden om met elkaar te communiceren met iemand op welke manier dan ook. Heeft u een vraag, steek dan uw vinger in de lucht en een van de examinatoren zal zich naar uw plek begeven. Spieken of bedriegen zal zwaar bestraft worden. Mocht u denken dat u een nieuwe rol perkament nodig heeft, houd dan uw veer in de lucht. Veel succes!' De man beëindigde zijn korte toespraak met een zwaai van zijn toverstok en er verschenen enkele rollen perkament op elke tafel.
Het examen was ruim twintig minuten bezig. Valora keek even op toen een van de examinatoren voor de zoveelste keer het gangpad tussen de rijen stoelen doorliep. Ze was bij vraag 27 aangekomen: Beschrijf de rol van de Tovergemeenschap in de Franse Revolutie in 1789, Valora zuchtte. Hoe moest zij dat nou weten? Ze schreef maar het eerste op wat in haar opkwam. Vraag 28. Noem vier van de vijf oorzaken van de koboldopstanden in 1128. Ze probeerde een antwoord te formuleren in haar hoofd en keek even naar Gabriëlle. Die zat met haar handen in haar haar glazig naar haar blaadje te kijken.
Anderhalf uur later kwam de man die eerder had gesproken weer het podium op. `En de tijd is om. Leg jullie veren neer en vertrek rustig de zaal.' Er steeg gelijk een rumoer op en Valora liet zich met de stroom leerlingen meevoeren. Ze ving een stuk van het gesprek op van de jongens die voor haar liepen. `... en die vraag 17 sloeg echt nergens op. Dat stond niet eens in het boek en...' `Valora!' riep iemand achter haar en Valora keek om. Het was Gabriëlle. `En?' vroeg ze. `Mwah,' antwoordde ze en ze haalde haar schouders op. `Ging wel, en bij jouw?' `Rampzalig, zoals gewoonlijk. Maar wat heeft iemand aan die Geschiedenislessen? Niks toch?' `Doe niet zo dom, Gabriëlle, je weet best dat Geschiedenis erg belangrijk is,' zei een stem van achteren. Gabriëlle draaide zich met een ruk om en keek de spreker aan. Het was Reynard, een betweterige jongen met donkerbruin haar. `En hoe is dat dan?' vroeg Gabriëlle schel. `Nou, het leert ons de gebeurtenissen van het verleden. We kunnen leren van die gebeurtenissen. Als er bijvoorbeeld een fout is gemaakt weten we nu dat we dat niet nog eens moeten doen.' `We leven in het heden, niet in het verleden en-' maar wat Gabriëlle nog voor tegenargument had zou Valora nooit weten, want ze liet de twee achter en liep door de grote deuren naar buiten.
De volgende ochtend begon als elke andere. Valora zat in de grote eetzaal van Beauxbatons. Het ontbijt was zoals altijd een licht ontbijt bestaande uit warme broodjes, croissants en stokbroden die magisch vergroot waren (Gabriëlle grapte altijd dat ze magisch vergoort waren, omdat zij die niet lekker vond) en allerlei verschillende soorten beleg, zoals Franse kaas, Franse boter en nog veel meer gerechten met Frans ervoor. Het schoolhoofd, Madame Mallemour, een gigant van een vrouw, zat in het midden van de prachtig versierde docententafel. Monsieur Intoxiquer, die Toverdranken gaf in een van de hoge torens van Beauxbatons, kwam de eetzaal binnenstormen. Hij stopte voor Madame Mallemour en die boog zich naar hem toe. Valora zag dat de Toverdrankmeester het schoolhoofd wat zei, maar ze kon niet horen wat. Aan het betrekkende gezicht van haar schoolhoofd te zien was het iets ernstigs.
Valora kwam erachter wat Monsieur Intoxiquer had gezegt toen iedereen klaar was met ontbijten. Madame Mallemour stond op en het geroezemoes nam af. `Iek 'eb een belangrijke mededeling!' zei de vrouw luid. `Monsieur Intoxiquer 'eeft moi net verteld dat de Reuzen weer zijn teruggekeerd uit de Alpen. Ze 'ebben ziech erkens in 'et oosten opke'ouden. Iek wil dat jullie niet meer naar 'et bos kaan, voor jullie eiken veilikheid,' sprak de reusachtige vrouw. Gabrielle stootte Valora aan en boog zich naar haar toe. `De reuzen hebben de school al overgenomen,' zei ze met een knipoog en ze knikte naar Madame Mallemour. `Jullie kunnen kaan,' sprak het schoolhoofd en de leerlingen stonden op. Even overstemde het geschraap van de zilveren banken alles, maar daarna kon je overal fluistergesprekken horen over de terugkeer van de reuzen. De hele dag praatte iedereen erover.
Het laatste lesuur was Toverdranken. Het was benauwd in de ronde torenkamer en Monsieur Intoxiquer was wat aan het uitleggen over de ingewikkelde Baguettedrank. Valora gaf aan dat ze een vraag had. `Ja Valora?' zei de professor. `Professor, Madame Mallemour zei dat de reuzen weer terug waren. Zijn ze hier dan al eerder geweest?' Iedereen was opeens stil en luisterde aandachtig mee. Monsieur Intoxiquer aarzelde eerst, maar begon toen te vertellen. `Zo'n zeventien jaar geleden werden de reuzen van de stam van Traug verdreven uit hun schuilplaats hoog in het Alpengebergte door Tovenaars. Ze kwamen in de richting van Beauxbatons, wat, zoals je weet, niet zo ver van de Alpen vandaan ligt. Hun leider, Traug, vond onze school geschikt voor zijn nieuwe onderkomen. Zijn eigen paleis. Dus Traug en een aantal reuzen vielen het kasteel aan. De leraren en een aantal gevorderde studenten probeerden eerst met ze te praten, maar ze wouden niet luisteren of ze begrepen ons niet. We hadden geen keus dan ons te verdedigen. Traug werd woedend toen we spreuken gebruikten om hen tegen te houden. Toen ging er iets mis. Een van de reuzen mepte met zijn enorme hand tegen de onderkant van de oosterlijke toren aan. Die stortte in en trof de reus op zijn hoofd. De klap was zo groot dat de reus op slag dood was. Traug werd nog bozer en stampte met zijn voeten op de grond. De andere reuzen volgden zijn voorbeeld en de hele omgeving trilde. Even waren we bang dat het kasteel zou instorten. Vlak voor ze weer in de aanval gingen verscheen plotseling een heel leger aan tovenaars van het Ministerie. Ze wisten de reuzen terug te drijven. Maar Traug slaagde erin de dochter van Madame Mallemour te grijpen en nam haar mee in hun terugtocht. Het Ministerie dreef ze terug naar de bergen en er is nooit meer iets vernomen van Elymp Mallemour.' De klas bleef aandachtig luisteren naar het verhaal. `Maar professor, wat deed haar dochter dan hier?' vroeg iemand. `Elymp was … een toenmalig student van Beauxbatons. Ze zat in haar laatste jaar. Het Ministerie verklaarde haar dood, maar daar wou Madame Mallemour niks van weten. Ze ging direct achter de reuzen aan in de hoop haar dochter te vinden. Het duurde twee weken voor ze terugkeerde naar school. Ze was er niet in geslaagd haar te vinden. Ze raakte in een depressieve fase en verdween zelf. Ze benoemde iemand als plaatsvervanger en zei dat ze tijd nodig had haar verlies te verwerken. Pas na één jaar keerde ze weer terug als schoolhoofd van Beauxbatons.' De bel ging, maar niemand leek het te horen. Ze hadden allemaal aandachtig zitten luisteren. `De bel is gegaan jongelui. Hup, ga maar gauw.'
Die nacht hielden Valora en Gabriëlle in hun slaapzalen een fluistergesprek. De andere meisjes waren al in slaap gevallen. `Iets zegt mij dat Elymp niet dood is,' fluisterde Valora voor de zoveelste keer. `Ja, maar wat dan?' was het antwoord. `Ja, weet ik niet, een gevoel of zo.' `Je bent erg onduidelijk,' fluisterde Gabriëlle. `Ja sorry, maar ik kan er toch ook niks aan doen. Hé, jij blijft toch ook in de vakantie hier?' `Ja,' fluisterde Gabriëlle, `Fleur en mijn ouders zijn naar die school in Engeland. Zweinstein of zo. De hele vakantie omdat zij met zo'n toernooi moet meedoen. En dan laten ze mij maar alleen, slaat toch nergens op. Alsof ik nog een kind ben!' `Sst! Niet zo hard, straks worden de anderen nog wakker. Wat zeg jij ervan als we in de vakantie eens wat interessants gaan doen?' `Wat had je in gedachten?' klonk de stem van Gabriëlle door het duister. `Oh, niets bijzonders. Gewoon die reuzen tegenhouden of zo.' Het bleef even stil. `Je maakt een grapje, zeker?' `Nee.' `Waarom wil je in godsnaam naar de reuzen?' `Je weet wel, een avontuur. Kijken of die reuzen echt zo gevaarlijk zijn. En wie weet, misschien vinden we die Elymp wel?' `En je wilt met z'n tweetjes de bergen in?' `Nee,' fluisterde Valora. `We hebben nog minstens twee gekken nodig die met ons meewillen.' `Wanneer wou je gaan dan?' `Zaterdag ochtend. We zeggen gewoon dat we toch hebben besloten om naar huis te gaan. Dat gaan ze heus niet controleren.'
En zo werd het geregeld. Ze hadden hun Afdelingshoofd wijsgemaakt dat ze naar huis gingen. Valora had Gabriëlle verteld dat ze nog wel twee ''gekken'' kende die met hun mee wouden gaan. De hele vrijdagavond hadden ze besteed op hun slaapzalen, om zich te kunnen voorbereiden. `Ik ben echt gek dat ik hier aan meedoe,' mompelde Gabriëlle voor de zoveelste keer. `Mooi,' zei Valora, `we hebben zoveel gekken nodig op de missie.' Ze gingen vroeg naar bed. Valora had een Wekspreuk uitgesproken over kussen, want als ze de wekker zou zetten zou iedereen om half vijf 's ochtends wakker worden.
En inderdaad. Om half vijf stipt steeg het hoofd van de slapende Valora langzaam op. Haar kussen zweefde even door de slaapzaal en begon toen uit zichzelf op Valora's hoofd te meppen. Valora schrok wakker en ze stond vlug op. Ze porde Gabriëlle wakker en zij stond ook op. Ze tikte chagrijnig met haar toverstok op het kussen van Valora, die nog steeds vol op het hoofd van Valora aan het inbeuken was. `Klaar?' vroeg Valora zachtjes en Gabriëlle knikte. Ze liepen zachtjes de slaapzaal uit en slopen de gangen door. Ze openden heel voorzichtig de grote voordeuren, sloten deze net zo voorzichtig en renden zo stil ze konden het schemerige terrein over. Ze gingen regelrecht de bossen in en Valora nam de leiding. `Oké, ongeveer een uur in dit tempo in deze richting en we zijn er.' `Zijn we dan al bij de reuzen?' `Nee, maar dan zijn we op de plek waar die ''gekken'' wonen,' riep Valora en ze rende stug door.
Helemaal buiten adem kwamen de meiden aan op een open plek in het bos. `Hier... hier moet het … ergens zijn,' hijgde Valora en ze tuurde het dichtbegroeide bos rond. `Weet je zeker dat we goed zitten?' klaagde Gabriëlle en ze plofte neer. `Ik ben kapot!' `Stel je niet aan, we moeten nog een heel eind voor we bij de reuzen zijn. Nog minstens één-' Valora's stem stokte. Ze keken alle twee naar de figuur die tussen de bomen verschenen was. `Yarr, wat doen jullie in mijn bos, vreemdelingen?' `Guillome, ben jij dat?' vroeg Valora voorzichtig en de gedaante deed een paar stappen naar voren. Het was een jongen van een jaar of 16, gekleed in gescheurde kleding, had een lange donkere jas aan en droeg een zwart ooglapje voor zijn linker oog. `Yarrharr, Valora, dat is lang geleden.' `Ken je hem?' mompelde Gabriëlle tegen haar vriendin en die knikte. `Jup, lang verhaal, beter als je het niet vraagt.' De jongen kwam nu de open plek oplopen. `Guillome, aangenaam,' zei de jongen tegen Gabriëlle. `Euh, Gabriëlle. Gabriëlle Delacour.' `Harrharr, volg mij naar de schuilplaats, harrharrharr!' zei Guillome lachend en hij liep het bos in, gevolgd door de twee meisjes.
`Welkom in de Boomburcht, maatjes!' zei Guillome en hij wees op een gigantisch houten bouwwerk in een grote boom. Vol bewondering keken de meisjes naar het bouwwerk. `Groot en sterk genoeg voor honderd mensen, zelf gebouwd,' zij hij trots. `Het is prachtig,' stamelden de meiden in koor. `Yarr, klim gauw naar boven en vertel mij waarom jullie hier zijn.'
Eenmaal boven aangekomen keken de meiden hun ogen uit. Alles was gemaakt van hout en in het midden van de grote ruimte waar ze zich in bevonden was een stuk van de stam van de enorme boom te zien. Er waren een stuk of vijf deuren die naar andere kamers leidden. Guillome wees hen op een paar gladgeschuurde stoelen en ze gingen voorzichtig zitten. `Niet zo voorzichtig, dat hout is erg sterk,' zei de jongen lachend. `Quenny! We hebben gasten, harrharrharr!' Er ging een deur open en een jongen in een oranje jas kwam tevoorschijn. `Dames, dit is Quenny. Hij is een meester in stil zijn en sluipen en die dingen, en hij praat niet. Ik weet ook niet waarom, harrharr.' `Aangenaam,' zeiden de meiden en Quenny knikte. `Nou, brand los maatjes,' zei Guillome en Valora begon te vertellen.
`Dat is dan besloten,' zei Guillome na het horen van het verhaal. `Wij gaan met jullie mee, of niet, Quenny?' Quenny knikte ter instemming. `Ik besteed veel tijd aan het ronddwalen in het bos, en ik heb toevallig een paar dagen geleden een van die grote kerels gezien. Niet echt vriendelijk. Ook niet bijster intelligent. Ten oosten van hier, één dag lopen. Ik stel voor dat we nu gaan.' Valora en Gabriëlle knikten en één voor een klommen ze naar beneden.
Op een rap tempo renden ze door het bos. Na een aantal uur waren Gabriëlle en Valora zo kapot dat ze erbij neervielen. Guillome en Quenny hielpen ze overeind. Ze zagen eruit alsof ze makkelijk twee keer zo hard konden rennen op de zelfde afstand. `Nog ver?' vroeg Valora moeizaam en ze wreef over haar ribben. `In dit tempo nog drie uur voor we de bosrand bereiken.' Valora zuchtte en stond moeizaam weer op. Langzaamaan kwamen ze weer op snelheid, maar na tien minuten rennen ploften ze weer neer. Guillome zag de zaak als verloren en zei: `Oké, kleine pauze, we blijven hier een half uurtje en dan-' maar verder kwam hij niet. Valora en Gabriëlle waren van vermoeidheid in slaap gevallen. `Oké, twee uur dan, mompelde hij en hij opende zijn rugtas en haalde er wat brood uit. Hij gaf wat aan Quenny en nam zelf een andere.
Twee uur later werden Valora en Gabriëlle gewekt door Guillome. `Tijd om te gaan,' zei hij met een glimlach en hij trok de meiden overeind. Ze begonnen op loopsnelheid maar Guillome nam langzaamaan steeds meer vaart, net zolang tot ze weer in volle snelheid door het bos ploegden.
Een uur of twee later hief Quenny plots zijn vuist op. Hij en Guillome bleven gelijk staan en Valora en Gabriëlle volgden hun voorbeeld. `Wat is er?' vroeg Gabriëlle hijgend. `Sst,' fluisterde Guillome en hij legde een vinger op zijn lippen. `Quenny heeft wat gehoord,' ging hij zacht verder. Even bleef iedereen stil en ze luisterden aandachtig. Na een minuut stilte klonk er een zacht gerommel in de verte. `Onweer?' fluisterde Valora maar Quenny schudde zijn hoofd. Hij keek veelbetekenend naar Guillome. `Reus,' zei hij zachtjes. `In de verte. We komen dichtbij. Het kwam vanaf het noordoosten denk ik.' Guillome keek naar Quenny, en die knikte.`Oké, we lopen stilletjes door. Als je wat wil zeggen, doe het dan heel zachtjes. Als we te dichtbij komen zal Quenny het laten merken. Zijn gehoor is uitstekend, dus we zullen vroeg gewaarschuwd worden. Al denk ik dat reuzen ons niet zullen besluipen, maar toch. Als hij het teken geeft, zeg dan niks meer en beweeg je stil. Je leven hangt er vanaf.' De meiden knikten en zachtjes liepen ze in de richting van het geluid. Ze kwamen dichterbij, aan het gerommel in de verte te horen. Het gerommel klonk nu als gebulder. En plotseling hield Quenny zijn vuist weer omhoog. Iedereen stond gelijk stil. Guillome draaide zich om en wees met zijn vinger op de grond. Ze lieten zich geruisloos vallen en keken elkaar aan. De twee jongens keken elkaar even aan en Guillome knikte. Hij wees naar de bosjes en ze kwamen voorzichtig overeind. Ze keken tussen de bosjes door en zagen in de verte bomen met veel gekraak en geruis bewegen. Quenny gebaarde dat ze dichterbij moesten gaan, en dat deden ze. En toen zagen ze het. Twee enorme benen bewogen zich voort tussen de bomen. De grond trilde en de reus liep met enorme passen door het bos. Ze wachtten tot hij uit het zicht verdween en Guillome stond voorzichtig op. `Dat is dus een reus. Deze zag er niet al te oud uit aan zijn lengte te zien. Hij gaat waarschijnlijk terug naar de rest. Als we hem volgen komen we uit bij de anderen.' Ze stapten de bosjes uit en renden naar de plek waar de reus had gelopen. Enorme voetsporen en een pad van vernieling lieten zien waar deze gelopen had. `Waarschijnlijk een verkenner. Laten we hier even pauzeren en dan deze afdrukken volgen.'
Na de pauze liepen ze in een snelle pas de enorme voetsporen achterna. Na een tijdje kwamen ze aan de rand van het bos en stapten ze een grote open vlakte op. De reus was nergens te bekennen. Na een tijdje minderde Guillome vaart en de rest volgde zijn voorbeeld. `Yarr, ik weet bijna zeker dat die reus naar de oude steengroeve is gegaan. Misschien ken je die wel. Een enorme kuil met gigantisch veel grottenstelsels. Perfecte plek voor een stel reuzen om zich te verstoppen. Met een uurtje lopen zijn we er.'
Guillome's voorspelling kwam uit. Met iets meer dan een uur lopen kwamen ze aan de rand van een enorme kuil die op z'n minst vierhonderd meter diep was. Het enorme gat was kilometers breed en lang. `Laten we heel voorzichtig naar beneden gaan. Die reuzen vinden kan lastig zijn in dit gigantische-' Guillome werd overstemt door een daverend gebulder. `Daar zijn ze,' zei hij en hij wees naar een punt in de steengroeve. Eén tot twee kilometer hier vandaan. Voetje voor voetje slopen ze de groeve in, steeds dieper en dieper. Er waren tientallen gangen in de rotsen gemaakt die tot aan de oppervlakte reikten. Zo nu en dan schrokken ze zich een ongeluk toen een van de reuzen begon te brullen, maar ze kwamen zonder enige moeite bij het kamp van de reuzen. De mond van Valora viel open. Wat waren het er veel! En wat waren ze groot! Ontzettend groot. Sommige waren wel veertien meter lang. `Wat doen we?' fluisterde ze tegen Guillome. `We kunnen het beste er op af gaan en hun leider confronteren. Die spreekt hopelijk een beetje onze taal en zal ons hopelijk niet direct tot pulp slaan. Maar knoop dit ding goed in je oren. Reuzen zijn niet te vertrouwen, dus als ik zeg dat jullie moeten rennen, ren dan voor je leven. Zorg dat je uit de groeve komt, lukt dat niet, verstoppen we ons in een grot.' Iedereen knikte. `Als we de leider te spreken krijgen, onderbreek hem dan niet. Praat alleen als hij zegt dat je mag praten en probeer hem niet tegen te spreken. En wat je ook doet, laat bij de baard van Neptunus niet merken dat jullie toverkracht bezitten. Reuzen haten dat. Klaar? Daar gaan we.' Ze liepen op hun dooie gemak het kamp van de reuzen in. Er liepen er een stuk of twintig rond in de grote open vlakte van steen en rotsen, maar Guillome had hen ervan overtuigd dat er geheid meer waren. Vanwege het lengteverschil duurde het even voor de reuzen de vier mensen hadden opgemerkt. Het kwam omdat een van de reuzen bijna op Gabriëlle was gaan staan, die vervolgens moest gillen van de schrik. De desbetreffende reus keek verbaasd omlaag en begon toen te bulderen. `RAARWHORKHAAAWRH!' `Yarr, van het zelfde, beste kerel,' riep Guillome naar boven toe. De reus wou net zijn voet optillen om het viertal te pletten toen een enorm gebulder opsteeg. Een reus die een paar meter groter was kwam aanstampen en voegde zich bij de andere reus. `Rorgokrawh!' `Yarrharrharr, wij komen in vrede!' `Rorhw? Mens? RAAWRHOKWUK GAUGOR!' `Rawhbarghrie!' riep Guillome naar boven. `Comment tu appels... comment tuutappel... verdorie, dat rot Frans- comment tur de la appels? Nee? Euh-' `Wat ben je in vredesnaam aan het doen?' siste Gabriëlle hem toe. `Ik probeer te communiceren. Ik dacht misschien praten ze Frans. Euh. Oui oui! Hallo? Ich wöln dehr Führer sprechen? Leiter? Viet viet! LEITER! Euh.. Oberhaupt! Hmm, spijtig, ook geen Duits.' `RAAWRHOKWUK GAUGOR! GAUGOR!' Er kwam nog een reus aanstampen. `Gaugor gruwlah greulw!' gromde de derde reus. De tweede reus wees naar beneden. `Huurlywah! Huurlywah mens!' De derde reus bukte zich en kwam met zijn hoofd richting de grond. `Mens! Ik Gaugor,' gromde de reus en hij wees op zichzelf. `Gegroet, o machtige Gaugor! Wij,' Guillome wees op iedereen, `Guillome, Quenny, Gabriëlle en Valora. Wij komen in vrede! Vrede!' `Mens praat, Gaugor begrijp. Mens komen mee! Gaugor mens brengen naar leider.' De vier mensen liepen op een holletje achter Gaugor aan. `Onthoud, geen woord over magie en laat je toverstok niet zien,' zei Guillome tussen zijn tanden door.
Enkele minuten later stopte Gaugor bij een grote spleet tussen de rotsen. Hij wachtte even tot de mensen hijgend bij hem stonden en ging hen toen voor de grot in. Ze bevonden zich in een enorme grot. In het midden van de grot brandde een laaiend vuur, waar een stuk of zeven reuzen omheen zaten. Op een troon van steen zat waarschijnlijk de grootste reus van allemaal. `Gloek Maur! Gaurog bruwlf daina Guillome, daina Quenny, daina Gabriëlle un daina Valora nag Maur!' De reus op de troon wenkte Gaugor en het viertal met zijn hand. Gaugor gebaarde dat het viertal voor de troon moest gaan staan. Guillome ging de andere drie voor in een buiging. `Maur zien mensen. Maur vragen waarom mensen zien?' zei Maur de Opperreus grommend. `Gegroet, o machtige Maur! Wij komen in vrede! Wij brengen u dit geschenk ter ere van uw macht!' riep Guillome en hij opende zijn rugzak. Hij haalde een fonkelende dolk tevoorschijn en legde dat voor de enorme voeten van de Opperreus. Maur pakte het onhandig op en bracht vlak bij zijn oog om het te kunnen zien. `Maur geschenk mooi!' brulde hij en hij legde de dolk voorzichtig op de armleuning van zijn stoel. `Als teken van uw macht brengen wij ook deze fles vol Sterkebessenwijn!' riep Guillome naar boven en hij haalde een grote doorzichtige fles uit zijn rugzak. Ook dit nam Maur aan en hij priegelde met de kurk. Nadat hij deze verwijderd had nam hij een slok van de rode vloeistof en gooide de lege fles in het vuur. `Maur drank lekker! Daina hebben meer?' `Uiteraard, o machtige Maur!' Guillome opende zijn tas weer en zette nog twee flessen voor de voeten van de reus. Hij knikte naar Quenny en die opende op zijn beurt zijn tas en haalde er nog vier flessen uit. Maur volgde hun bewegingen en begon blij te kijken. `Maur blij met daina's. Oranje daina brengen veel drank!' Gulzig begon de Opperreus te drinken. De andere reuzen die om het vuur zaten keken een beetje zuur, maar durfden niks te zeggen. Toen hij uitgedronken was lag er een plas van glasscherven naast zijn troon. Hij liet een rommelende boer. `Waarom daina hier?' vroeg hij tenslotte. `Wij waren-' `DAINA STIL!' brulde Maur en hij wees op Gabriëlle. `DAINA MARGUF BRACH!' Voor het uit de hand liep kwam Gaugor er tussen. `Maur wenst dat vrouw mens spreekt.' Gabriëlle keek met grote ogen naar Maur, die haar aanstaarde. `Euh, euh... wij... euh... waren benieuwd waarom u, euh, Maur, hier naar toe bent gekomen?' vroeg ze luid en onzeker. Ze keek de anderen aan, en die knikten bemoedigend. `Maur slaap nu. Daina komen met zon en geschenk breng! Dan Maur zeg. Gaugor daina hurha gorg marn!' Gaugor knikte en sprak het viertal aan. `Maur spreken morgen. Gaugor jullie breng naar grot. Jullie morgen met zon komen met geschenk voor Maur.' Guillome knikte en wenkte de rest om Gaugor te volgen. Ze liepen achter de reus aan naar buiten nadat ze allemaal diep hadden gebogen voor Maur.
Toen ze de grote grot weer uitliepen was het donker geworden. Gaugor ging hen voor naar een grot aan de andere kant van de vallei. Hier jullie slapen. Met zon Gaugor mensen halen. Klaug voor grot. Maur zeg jullie niet weg.' En met die woorden stampte Gaugor weer weg en verdween in de groeiende duisternis.
`Oke,' mompelde Guillome nadat hij op de grond was geploft, `we hebben een probleem.' `Wat dan?' vroeg Valora die naast hem op de grond ging zitten. `Volgens mij gaat alles goed. We leven nog en Maur heeft met ons gesproken.' `Yarr, maar dat is het niet,' mompelde Guillome en hij opende zijn tas en deelde eten uit. `Het probeem... is dat Maur morgen weer cadeautjes verwacht. En die zijn op. We hebben hem alles gegeven wat we bij ons hadden. En we mogen van Maur niet meer weg. Hmm..' `Wat?' vroeg Gabriëlle schel en ze keek hem aan. `Als je wist dat die reus dingen wou hebben had dan wat meer meegenomen!' `Harr, rustig maar,' mompelde Guillome en hij streelde bedenkelijk over zijn ooglapje. `Ik heb nog wel een plan. Als het lukt, tot vanavond. Lukt het niet, tot zo.' Guillome stond op en liep naar de ingang van de grot. Guillome knoopte een gesprek aan met Klaug, de reus die voor de grot stond. `Goedenavond beste kerel,' kon Valora Guillome horen roepen. `Daina blijf grot!' antwoordde Klaug. `Daina Guillome wil geschenk halen voor Maur.' `Daina blijf grot!' gromde Klaug maar Guillome bleef buiten staan. `Luister eens beste kerel. Ik ben voor zon terug met veel geschenken voor Maur, als ik na zon terug ben, mag jij daina's in grot opeten.' `Hee, wat?' brulde Gabriëlle en Valora in koor maar Klaug luisterde niet. Daina nu gaan, snel terug. Na zon Klaug eten daina!' Guillome nam zijn kans en spurtte in volle snelheid naar de weg uit de steengroeve.
In de grot zaten Gabriëlle en Valora tegen de muur. Quenny zat tegen de andere muur aangeleund en ze zaten elkaar aan te kijken. `Denk je dat die reus ons echt gaat opeten als ons piraatje niet terugkomt?' vroeg Gabriëlle aan Quenny. Die haalde zijn schouders op. `Reuzen eten wel eens vaker mensen op,' mompelde Valora huiverend. `Ik heb ooit eens ergens gelezen dat ze wel eens een Dreuzel eten als die per ongeluk bij hun kamp naar binnen loopt tijdens het bergbeklimmen of zo. Maarja, tot nu toe gaat het goed.'
Ze waren ten slotte in slaap gevallen. Gabriëlle had nog een hele nacht gepiekerd en zelfs overwogen te ontsnappen, maar ze kon haar vriendin en Quenny niet alleen laten. Ze werd wakker door het gestamp van een reus in de verte en opende haar ogen. Geeuwend stond ze op en liep zachtjes naar de ingang van de grot. Klaug lag te snurken voor de grot en Gabriëlle keek even de lucht in. De eerste kenmerken van een zonsopgang waren al te zien. Ze wou net de anderen wakker maken toen ze in de verte Guillome aan zag komen sluipen. Hij kwam net op tijd de grot in en seinde wanhopig naar Gabriëlle dat ze ook terug moest gaan. Guillome dook net op tijd tegen de muur en deed alsof hij sliep. Gabriëlle deed vlug het zelfde en nog geen tien seconden later kwamen Gaugor en Klaug binnenstappen. Het viertal ontwaakte. Klaug keek teleurgesteld en mompelde: `Daina geluk. Zon hier en daina terug.' `Mensen wakker worden. Maur wakker en vraag om mens! Gaugor hier om mensen halen.' Het viertal stond vlug op en liep met een flinke pas achter Gaugor aan. Valora ging vlug naast Guillome lopen. `En?' fluisterde ze en de jongen gaf haar een geruststellende blik. Dat was voor haar voldoende. `Mensen grot in,' zei Gaugor en hij stak zijn hand uit. `Gaugor niet mee naar binnen?' vroeg Guillome. `Nee. Maur alleen mensen wil spreken.' `Oke, dan gaan we maar.' Het viertal liep de grot in.
Maur zat weer op zijn troon en het vuur brandde weer volop. `Daina's terug.' riep hij en Guillome knikte. Ze bleven enkele meters voor de voeten van de reuzenkoning staan en bogen diep. `Ja, machtige Maur. Daina's brengen u meer geschenken ten teken van uw grootsheid!' Guillome opende zijn rugzak en haalde er wat uit. `Als begin nog twee flessen van Sterkebessenwijn die-' Guillome stopte met praten toen Maur de flessen wijn uit zijn handen griste en achterover sloeg. `Wijn lekker. Daina hebben meer?' `Daina hebben meer,' zei Guillome en hij schudde enkele keren met zijn tas. `Maar,' begon hij voorzichtig, `u had beloofd dat u zou vertellen waarom u naar hier bent gekomen, machtige Maur!' `MAUR WIL GESCHENKEN!' brulde de reus en Guillome opende vlug zijn zak. `Daina brengt u edelsteenbeker voor wijn,' en hij hield een fonkelende beker omhoog. `Maur kalmeerde weer en hij nam de beker aan en bestudeerde deze. `Daina nog wijn?' Guillome knikte en hij haalde nog een fles Sterkebessenwijn uit de zak. Maur liet Guillome wat inschenken en hij dronk de beker in een slok leeg. `Wat doe je?' fluisterde Valora vanuit haar mondhoek. `Die reus gaat niks zeggen!' `Weet ik, maar daarom voer ik hem dronken. Ik hoop maar dat honderd flessen genoeg zal zijn.' `Koning Maur, waarom bent u hier?' probeerde hij weer maar Maur schudde zijn hoofd. `Dat Maur's zaken, geen daina zaken. MEER WIJN!'
Guillome had het glas van de reuzenkoning nog heel vaak moeten vullen voor Maug de eerste tekenen van dronkenschap vertoonde. Hij begon te hikken en op onverwachte momenten te giechelen. Pas na nog zeventien bijvullingen gebeurde er wat onverwachts. `HARR, GROGK BADRA MURHW ELYMP VRAUG! HARRHARR, DAINA VRAUG MADKA BWARH,' bulderde Maur en hij hikte even. `Hoorde je dat?' fluisterde Valora in het oor van Guillome, en die knikte. Hij haakte hier onmiddellijk op in. `Bwarh daina mugrh?' Maur hikte even en schommelde met zijn glas licht heen en weer. Guillome sloeg direct toe en vulde de beker nog eens, en Maur dronk en dronk. `Harr harr, daina Elymp budra mugh! Budra mugh brad, HARRHARR!' `Hoor eens beste kerel, we verstaan je niet. Je praat een aardig woordje mens, dus ga daar even mee door, yarr?' `Bwurh, Maur ... Maur spijt ... Maur zeggen ... hik ... Maur zeg dat daina … grot … hik … daar … bruwhgaa …' Maur viel bewusteloos op de grond, en met zijn vinger wees hij op zijn troon. Zo bleef hij luid snurkend liggen. `Yarr, ik was even bang dat ik niet genoeg had meegenomen, harrharr.' `Wat zei die nou allemaal?' mompelde Gabriëlle en Valore draaide zich om. `Iets over Elymp. De rest verstond ik niet.' `Elymp. Maar die is ruim zeventien jaar of zo geleden meegenomen! En waarom wijst die naar z'n troon?' `Daar gaan we nu achter komen maatjes,' zei Guillome en hij riep: `Gaugor!' Even later stak Gaugor zijn hoofd om de hoek. `Mens roep Gaugor?' `Ja, Gaugor beste kerel, harrharr, ik heb een vraag.' Gaugor bleef even kijken naar de snurkende Maur. `Wat mens gedaan met Maur?' gromde hij. `Maur slapen. Maur erg moe. Veel geschenken gedronken. Maar even ter zake. Wie is Maur?' `Gaugor niet begrijpen wat mens zegt. Maur daar. Dat Maur.' `Nee, ik bedoel, wie is hij. Wie was zijn vader bijvoorbeeld?' `Hurr, Maur zoon van Traug. Op nacht, Karkar doden Traug, Karkar koning worden. Maur woedend, Maur vechten! Maur winnen en Karkar verjagen. Nu … Maur baas.' `Ah, ik begrijp het. Wat verschrikkelijk! Zeg, kun je trouwens even die troon optillen, nu je er toch staat? Maur zei dat, voor die in slaap viel, ik Gaugor moeten roepen om troon op te tillen.' `Als Maur dat zei, Gaugor doen.' De reus stampte naar de stenen troon en gooide die met enige moeite op z'n kant. Onder de zware, stenen troon lag nu een groot, gapend gat van enkele meters breed. Er was een gigantische trap in gebouwd, met treden groot genoeg voor reuzenvoeten. `Dankje Gaugor. Nu moet je weer naar buiten. Niemand mag naar binnen totdat Maur dat zegt!' Gaugor knikte en stampte weer naar buiten. `Oké, zei Guillome en hij keek het gat in. Wie eerst?' Quenny bood zichzelf aan door zijn hand op te steken en liep de trap af. Na van de eerste tree gevallen te zijn keek Valora weer omhoog. `Die treden zijn zo'n drie meter hoog per stuk, hoe komen we weer naar boven?' `Dat is een zaak voor later,' opperde Guillome. `We moeten zo snel mogelijk uitvogelen wat deze trap met Elymp te maken heeft. Ik gok dat we zo'n twee tot drie uur hebben voor Maur weer wakker word.'
Het duurde een tijdje voor ze veilig en wel beneden waren gekomen. Zon vijftig meter verder was een enorme deur van minstens twintig meter hoog in de muur gebouw. Valora wou net vragen hoe ze die open moesten krijgen toen de deur haar vraag beantwoorde. Toen ze dichtbij genoeg waren kromp de deur naar normaal mensenformaat. `Handig, die reuzentechnologie,' zei Gabriëlle en ze gooide de deur open. Ze stapten de volgende ruimte in. Het was een zeshoekige ruimte. Ze keken rond. Elke deur, behalve die recht tegenover hun en die achter hun was voorzien van een bordje. Valora benaderde de deur zonder bordje. `Op slot,' mompelde ze en ze wou de deur net de rug toekeren toen ze wat zag. `Hé, er zitten vier vakken in deze deur.' Guillome kwam de deur ook bekijken. `Ik kan doodvallen als dat niks te maken heeft met een van die andere. Laten we eens proberen.' Het drietal liep achter Guillome aan, naar de deur aan hun rechterhand. `Hé, er staat tekst op.' `Wat staat er dan?' `Kijk zelf maar,' mompelde hij en hij deed een pas opzij. Valora benaderde de deur en keek wat er op het bordje geschreven stond.
l'air vicié
`Wat betekend dat?' mompelde ze, maar iedereen haalde z'n schouders op. Guillome probeerde de deur en die ging open. Gelijk gingen ze tegen de vlakte door de enorme stank die vrij kwam. Niemand kon een woord wegbrengen, maar Quenny wees op een gigantische deur aan de andere kant van de kamer. Ze renden er in volle vaart op af. Valora keek even rond en zag een vreemd tafereel. Enorme toiletpotten van een meter of zeven hoog stonden aan beide kanten van de kamer, en aan de muren hingen wc rollen van absurde grootte. Ze bereikten al snel de andere deur, en die kromp naar hun formaat. Ze beukten de deur open en doken de volgende kamer in. `Hé?' mompelde Valora en ze keek de ruimte in. `Dit is de kamer met de zes deuren! Door deze deur gingen we net naar binnen.' `Kijk! Die deur!' krijste Gabriëlle en ze wees op de deur met de vier vakken, waarvan er nu eentje licht afstootte. `Nog drie kamers te gaan, lijkt me,' zei Valora en ze liep naar de deur rechts. `Orgineel,' mompelde Guillome. `Een reuzen wc...'
Op de tweede deur stond ook wat geschreven.
l'humour très sec
Ze stapten naar binnen. Het was geen reuzen wc hok, maar een klein kamertje. Er stond een klein tafeltje in het midden. Ze liepen erheen en gingen er omheen staan. Er lag een klein briefje op de tafel en Gabriëlle las voor:
Ga staan en werp een blik op onze nieuwste fabuleuze reuzenmode!
`O god, reuzenmode...' zei Valora en ze keek of er wat gebeurde. Geheel onverwacht kwamen er vanuit de deur aan de overkant van de kamer lillireuzen aan, gekleed in de meest vreselijke jurken die ze ooit hadden gezien. Er verscheen een lichtbol boven de tafel en na enkele seconden verdween die weer. De lichtbol had enkele aluminiumblikken tevoorschijn getoverd. Valora reageerde instinctief en wierp een blik naar de modebewuste reuzen. Toen iedereen zijn of haar blik had geraakt verdwenen de reuzen en het viertal liep vlug naar de deur.
Ze stonden weer in de kamer met zes deuren, waarvan één nu met 2 lichtgevende vakken. Ze liepen snel naar twee deuren verder en keken wat er op stond.
croquemitaine
Guillome haalde zijn schouders op en stapte de derde kamer binnen. Het was een vierkante, kale kamer, ongeveer net zo groot als de vorige, en de enige vorm van meubilair was de stoffige oude kast in het midden. Guillome liep er gelijk op af en een van de lades gleed open. Er kwam een Spaanse marinier uitvallen. De marinier krabbelde overeind en stapte langzaam met uitgestoken hand op Guillome af. `Ah, Spaanse marine! Zij willen piraterij stoppen! HARR! Wacht … dit slaat nergens op. Jij bent een Boeman heh?' Guillome haalde zijn toverstok tevoorschijn en riep: `Ridiculus!' en de Spaanse marineboeman flubberde de la weer in. `Yarrharrharr, iedereen, versla vlug die Boeman!' Valora stapte naar voren en bestreed de wereld zonder electricteit. Valora maakte plaats voor Gabriëlle en die vocht tegen een bebrilde, zwartharige jongen die haar zus inmaakte bij het Toverschooltoernooi. Ten slotte dwong Quenny de Boeman terug de kast in, die de vorm had aangenomen van de dood, en liepen ze vlug op de deur af.
De grote deur met de vakken had er nu drie die licht gaven. `Nog eentje,' mompelde Guillome bemoedigend. Ze liepen de kamer in die beschreven werd als:
homme avec un mauvais français
Wederom stond er enkel een tafel in de kamer. Eén stoel aan de andere kant van de tafel, vier aan de kant van het viertal. Op de eenzame stoel zat een mimespeler, en die gebaarde dat de vier moesten gaan zitten. `Vous voulez aller vers le bas?' `Wat zei die?' mompelde Valora tegen Guillome, maar die haalde zijn schouders op. `Wat zei die?' vroeg Valora vervolgens tegen Gabriëlle. `Ja weet ik veel, ik kan geen Frans, jij wel?' Valora schudde haar hoofd. `Que ce texte et vous pouvez encore gagner,' sprak de mimespeler. `Euh, kerel, harrharr, mous pirateur ... euh … parlez mensentaal? Nee? Hmm, sprechen u Deutsch? Euh, jawohl? Nee, gen Duits... Zonde. Niemand praat Duits.' `Aller avec vous à la porte, stupide.' `Wat?' De mimespeler gebaarde furieus op de deur. `Ah, we moeten door de deur. Kom, vlug!' `Et ta mère a une moustache, pirate!' Guillome wou zich omdraaien, maar Valora sleurde hem mee. `Meekomen!'
Alle vier vakken in de grote deur gaven nu licht, en toen ze dichterbij kwamen kromp deze naar mensenformaat. `Daar gaan we!' zei Valora enthousiast en ze opende de deur...
|