fleur Geplaatst op 16-01-2011, 18:47 Reageer
user icon
Berichten: 1429
moderator
Verstuur privé bericht

Pijn

1.
Het was nog donker in het bos en de regen viel in grote, harde druppels uit de hemel. Kikkertje lag al enige tijd in zijn bed te draaien, om te proberen nog even verder te slapen, maar hij kon de slaap niet meer vatten. Teveel verwarrende gedachten dwaalden door zijn hoofd, hij kon ze niet eens meer van elkaar onderscheiden. Hoe had het ooit zo ver kunnen komen? In zijn gedachten probeerde hij zich een beeld te vormen van hoe dit allemaal was begonnen. Voor de zoveelste keer stelde hij zich het zware gerommel voor dat hij die dag had gehoord, gevolgd door de verschrikte gezichten van de dieren die de andere kant op renden. "Ik had nooit op het geluid af moeten gaan..." dacht Kikkertje weer. Dat gevoel had hij nu al weken, sinds het moment dat hij wakker werd tussen de takken en bladeren van een grote, omgevallen boom. De pijn aan zijn buik, rug en voorpoten waren inmiddels wel minder geworden, maar hij kon nog steeds niet normaal lopen, laat staan springen, aangezien hij zijn voorpoten nodig had om goed te kunnen landen. Die dag was zo mooi begonnen, niemand had kunnen bedenken dat het zo zou aflopen. Het was weliswaar bewolkt geweest, maar de temperatuur was bijzonder aangenaam en het was droog. Weer hoorde hij die harde, hoge gil in zijn hoofd en daarna was alles wazig. Het was allemaal ook zo snel gegaan. Hij kon zich het gevoel van verstikking nog voorstellen toen zijn lichaam werd fijngedrukt door die grote handen en daarna het vrije gevoel toen hij door de lucht vloog, maar wat er toen is gebeurd, kon hij zich met geen mogelijkheid meer herinneren, hoe hard hij ook nadacht. Was het misschien allemaal een nachtmerrie geweest? "Nee, dat zou niet verklaren waarom ik nog steeds verga van de pijn..." Diezelfde gedachte was meer dan eens bij hem opgekomen in de afgelopen weken. Toen hij wakker werd onder die boom was hij gewoon blijven liggen, niet in staat om zijn lichaam te bewegen. Hij probeerde het wel, maar het lukte simpelweg niet. Alsof hij alleen zijn hoofd nog had en de rest van zijn lichaam ergens een blokje om was gegaan. Pijn voelde hij nog niet. Zijn hele lichaam was verdoofd en hij had geen idee hoe dat kwam. Hij probeerde zijn voorpootjes te bewegen, maar er gebeurde niks. "Misschien kan ik mijn hoofd een stukje optillen?" Maar ook dat ging niet. Ademen lukte gewoon. Hij merkte wel dat het moeizaam ging, alsof er iets vast zat in zijn keel, maar hij voelde geen pijn en hij hoorde ook geen rare geluiden uit zijn keel komen. Sterker nog, hij hoorde helemaal niets. Daar schrok hij wel van. Hij voelde niks en hij kon ook niks meer horen. Het bos was een plek waar, als je je ervoor openstelde, altijd wel wat geluid te horen was. Het tjierpen van de vogels, het ritselen van de bladeren in de wind of de voetstappen van de andere dieren. Ook 's nachts was er altijd iets om naar te luisteren, zoals een uil die ontwaakt of een vleermuis die laag over komt vliegen, maar ook hier was geen sprake van. "Is het eigenlijk dag of nacht?" Hij had nog niet de moeite genomen om zijn ogen te openen. Dat was nog niet eens bij hem opgekomen. Uit alle macht probeerde hij zijn oogspieren aan te sporen om zijn ogen te openen, maar dat lukte niet. Verbijsterd lag hij daar. "Wat is er eigenlijk met me gebeurd?" Opnieuw probeerde hij zijn ogen te openen, maar weer zonder enig resultaat. "Waarom kan ik me niet normaal bewegen?" Nogmaals ging al zijn aandacht naar zijn oogleden, maar hij voelde niks. "Waarom kan ik mijn eigen lichaam niet eens voelen?"

Zo had hij daar nog een paar uur gelegen, niet in staat om iets te bewegen. Af en toe probeerde hij zijn ogen weer te openen om te zien wat er was gebeurd, of zijn oren in te spannen om iets van zijn omgeving te horen, maar het was allemaal zonder resultaat geweest. Uiteindelijk, toen hij weer probeerde zijn ogen te openen, begon zijn rechter ooglid te trillen. Heel even ving zijn oog een straaltje licht op, voordat het zich weer sloot. Maar het was genoeg geweest om hem weer wat hoop te geven. Hij wist nu dat het overdag moest zijn, al had hij geen idee hoe hoog de zon aan de hemel stond. Maar dat maakte niet uit. Hij had de controle over zijn eigen lichaam voor heel even terug gekregen en was er dan ook van overtuigd dat het vanzelf weer goed zou komen, als hij maar geduld had.

Het was al aan het schemeren toen hij zijn beide ogen langere tijd open kon houden en hij nam de tijd om eens om zich heen te kijken. Hij schrok van wat hij hier zag. Hij lag op zijn buik aan de rand van een grote kale vlakte. Zijn ogen werden groot van de schrik. De hele vlakte was kaal, zanderig, er groeide zelfs geen sprietje gras. "Hoe ben ik hier terecht gekomen...?" Hij dacht hard na, maar het was een wazige vlek in zijn geheugen. "Ik heb deze plek nog nooit eerder gezien..." Hij keek naar links, zo ver als zijn ogen dat toelieten. Een dikke tak lag naast hem, de meeste blaadjes zaten er nog aan. Hij keek naar rechts. Ook daar lag een grote tak met grote, groene bladeren. "Het lijkt wel of deze takken van een boom zijn afgehakt..." In de verte klonken plotseling gedempte geluiden. Hij kon niet horen wat het was, maar dat maakte hem niet uit. "Mijn gehoor komt weer terug!" Plotseling vloog hij de lucht in. Of nee, hij vloog niet, hij werd opgetild door twee mensenhanden. Wel anderhalve meter ging hij omhoog, waarop hij in de richting van een meisje werd gedraaid. Weer hoorde hij gedempte geluiden. Blijkbaar waren de twee mensen aan het overleggen, maar Kikkertje hoorde alleen zacht gemompel, alsof ze een aan de andere kant van een dikke muur stonden. Toen draaiden ze plotseling in de richting van het bos en kon Kikkertje zien waar hij net had gelegen. Het waren inderdaad twee grote takken van een boom geweest, alleen was de hele boom met wortel en al uit de grond gerukt en vermoedelijk in de richting van Kikkertje omgevallen, waarbij hij van geluk mocht spreken dat de zware takken hem net gemist hadden. Nu begonnen de mensen te lopen, met Kikkertje nog steeds in de handen van één van die mensen. De handen waar hij op lag, deinden rustig op en neer, als op het ritme van muziek. Hij werd er slaperig van. "Maar ik mag niet in slaap vallen!" dacht hij paniekerig bij zichzelf, "wie weet wat die mensen met me gaan doen!" Maar hij kon niet meer. Van het continu proberen zijn spieren aan te spannen, was hij uitgeput geraakt. Langzaam gleden zijn oogleden weer voor zijn ogen. Nog tot twee keer toe wist hij ze weer open te krijgen, maar toen zakte hij toch weer de duisternis in.

2.
In de verte klonk een zacht gemompel. In het begin was het zo zacht, dat Kikkertje dacht dat hij het zich inbeeldde, maar langzaam kwam het dichterbij en ging het gemompel over in een normaal stemgeluid. Menselijk stemgeluid. "Waar ben ik?" was de eerste gedachte die door hem heen ging. "Wat is er gebeurd? Wat doen die mensen hier? Krijg nou wat, ik kan weer normaal horen!" Hij slaakte een zucht van verlichting. "Uiteindelijk komt het wel weer goed." Hij probeerde zijn ogen te openen, om te kijken waar de mensen hem naartoe hadden gebracht. Het kostte wat moeite, maar langzaam kreeg hij ze open. Het was licht. Hij bevond zich in een afgesloten ruimte, maar door een opening in de muur kwam er toch nog zoveel licht naar binnen dat het leek alsof hij gewoon buiten was. "Wat gek, waarom zouden mensen in een afgesloten ruimte gaan zitten als het er net zo licht is als buiten?" Voorzichtig keek hij om zich heen. De ruimte was tamelijk groot, maar het stond er vol met allerlei spullen die hij nog nooit eerder had gezien. Een groot deel van die spullen was gemaakt van bomen, zag hij, "Zouden die bomen op net zo'n gruwelijke manier aan hun eind zijn gekomen als in het bos waar ik woon?" Hij wilde er liever niet aan denken. Langs de wand van de ruimte stonden hoge bouwwerken, bestaande uit vele verdiepingen. Al die verdiepingen waren volgepropt met voorwerpen die Karel de straatkat, een goede vriend van hem uit de mensenstad, een keer 'boeken' had genoemd. Veel van die boeken stonden blijkbaar vol met verhalen. Verhalen die echt gebeurd waren en verhalen die mensen zelf hadden verzonnen. Verhalen waarin mensen zichzelf soms urenlang kunnen verdiepen, totdat het verhaal afgelopen is. Karel had verteld dat hij zelf een keer in zo'n boek had gekeken, maar hij had er helemaal niks van begrepen, er stonden allemaal kleine symbooltjes in die blijkbaar alleen mensen begrepen. Daarnaast waren er volgens Karel ook boeken met informatie over allerlei verschillende onderwerpen, maar ook hier kon hij weinig wijs uit worden. Kikkertje vroeg zich af wat er allemaal in de boeken in deze ruimte stond, maar hij zou er waarschijnlijk nooit achter komen. Plotseling viel zijn oog op iets merkwaardigs in de verre hoek van de kamer. Er stond een groot, zwart, bolvormig voorwerp. In tegenstelling tot de meeste voorwerpen in de kamer, was deze niet van bomen gemaakt, bomen konden toch immers niet zo glimmen in het licht, tenzij er douwdruppels op de bladeren lagen? Er kringelden grijze rooksliertjes uit de bovenkant van het voorwerp en eronder knetterde een klein vuur. "Straks vliegt dat ding nog in brand!" Maar dit was nog niet eens het meest bizarre aan het hele schouwspel. Er stak namelijk een grote tak bovenuit, die uit zichzelf rondjes draaide, alsof een onzichtbare kracht de tak vasthield. Maar hij zag niets dat ervoor kon zorgen dat die tak bleef draaien en de wind had ook geen toegang tot deze afgesloten ruimte. Na hier even verbijsterd naar te hebben gekeken, keek hij verder door de ruimte. In het midden van de ruimte stond een grote tafel. Nog zo'n woord dat hij van Karel had geleerd, tafel. Mensen gebruikten het om spullen op te leggen. Ook gingen mensen er vaak met een groep omheen zitten om samen te eten, zo had Karel verteld. "Zou ik Karel ooit nog weer zien?" Even zag hij de kop van Karel voor zich. Zijn lichtbruine vacht met donkerbruine strepen en zijn donkerbruine ogen die diep in zijn oogkassen verstopt zaten. Dit had hem al meer dan eens gered wanneer een andere straatkat naar zijn oog wilde uithalen. Hij had hierdoor enkele littekens rondom zijn ogen, maar zijn oog zelf was nog nooit geraakt. Zijn lange vacht zat altijd vol met klitten, waardoor hij er, mede dankzij de littekens en de diep verborgen ogen, uitzag als een gevaarlijke zwerfkat die je liever niet in een donker steegje tegen zou willen komen, maar niets was minder waar. Ook al werd hij altijd weggejaagd door de mensen die hem zagen, hij was de vriendelijkste kat die je je maar kon bedenken. "Tenminste, als je zijn vrienden met rust laat", voegde hij er in zijn gedachten aan toe en hij kon, ondanks de gedachte dat hij Karel misschien wel nooit meer zou zien, een weemoedige glimlach niet onderdrukken.

Door een luide knal schrok hij op uit zijn gedachten. Het meisje dat hij ook in het bos had gezien had blijkbaar iets belangrijks op de grond laten vallen, want terwijl ze bukte om het op te rapen, stond een jongen die bijna een kop groter was dan zij tegen haar te schreeuwen. Schreeuwende mensen, Kikkertje werd er bang van. "Zou hij degene zijn die me hierheen heeft gebracht?" Hij kon het zich niet voorstellen, daar leek hij veel te aggressief voor. Het meisje ging weer rechtop staan en legde twee helften van een halve bol op tafel neer. De bol leek doormidden gebroken, doordat het op de grond terecht was gekomen. Daardoor kon Kikkertje zien dat het hol was van binnen. De jongen had inmiddels een stokje in zijn hand en tikte ermee op één van de twee helften, waarop ze weer tegen elkaar kwamen en samen weer een halve bol vormden, perfect recht afgesneden aan de bovenkant. Hij nam de bol in zijn hand en liep ermee naar de hoek van de kamer, waar nog steeds het glimmende voorwerp boven het vuur hing en waar inmiddels dikke, donkere slierten rook uit kwamen. Hij stak de halve bol er aan de bovenkant even in en haalde hem er vrijwel direct weer uit. Aan de rand droop een dikke vloeistof naar beneden, als kikkerdril dat uit het water geschept word. Toen er niks meer neer beneden droop, zette de jongen de halve bol op tafel en liep recht op Kikkertje af. Hij bracht zijn hoofd dichter bij dat van Kikkertje en bekeek hem van alle kanten. Hij hief een grote, dikke wijsvinger op en bewoog die richting Kikkertje. Hij hield zijn adem in, "hij gaat me pletten!", maar er gebeurde niets. Hij voelde niets. Hij wilde naar achteren kijken om te zien waar die vinger was, maar zijn ogen konden niet ver genoeg draaien en hij kon alleen zijn achterpoten zien, die volledig naar de zijkanten waren geschoven, alsof hij in een spagaat lag.  Hij probeerde zijn poten normaal te leggen, maar hij kon er geen beweging in krijgen. De vinger van de jongen bewoog richting zijn rechterpoot, waar hij hem weer kon zien. Voorzichtig raakte hij de poot aan en drukte er zachtjes op. De poot bewoog wel iets, maar Kikkertje voelde er niks van. Hij had nog steeds geen enkel gevoel in zijn lichaam. Dat besefte de jongen blijkbaar ook, want hij ging weer rechtop staan en begon tegen het meisje te praten, waarop ze samen weg liepen en de ruimte verlieten, zodat Kikkertje weer alleen achter bleef. Hij wilde weg. Deze ruimte beviel hem geenszins. Rare takken die uit zichzelf rondjes draaien, kapotte bollen die met een tikje van een stok weer heel worden, dat kon toch niet normaal zijn? En dan het geschreeuw van die jongen, waar ging dat over? "Soms zou ik willen dat ik mensen gewoon kon verstaan..."

Hij had daar nog een tijdje zo gelegen voordat de jongen en het meisje weer terugkwamen. Het meisje liep direct op hem af en bekeek hem zorgvuldig, maar raakte hem niet aan. Ze mompelde iets naar de jongen, waarop deze naar de tafel liep, de halve bol, waar inmiddels geen rook meer uit kwam, oppakte en ermee naar Kikkertje liep. "Wat gaan ze doen?" ging het verschrikt door zijn hoofd. De jongen stak zijn vrij hand in de bol en haalde er een kleverig goedje uit, dat aan zijn wijs- en middelvinger vast bleef zitten. Langzaam kwamen de vingers op hem af. "Ga weg met dat spul!" Paniekerig keek hij om zich heen, op zoek naar een uitweg. Een uitweg was er wel, maar hij kon er onmogelijk heen, zijn lichaam deed nog steeds niet wat hij ervan verlangde. De vingers kwamen steeds dichterbij en zijn ogen schoten alle kanten op terwijl hij uit alle macht probeerde iets te bewegen, maar het lukte niet. Toen hij besefte dat hij niet weg kon komen, trok hij zijn ogen terug in zijn oogkassen en wachtte af. Even gebeurde er niks, maar toen raakten de vingers zijn rug. Eerst was er een tinteling op de plek waar de vingers zijn rug raakten. Toen kwam de ijzige kou, die even later overging in een verschrikkelijk brandend gevoel. Terwijl de vingers van de jongen de hele rug van Kikkertje insmeerden met het kleverige goedje, voelde het alsof zijn hele lichaam veranderde in een grote vlammenzee. Niet alleen zijn rug moest eraan geloven, ook zijn poten werden door de jongen genadeloos in brand gezet en even later moest zelfs zijn hoofd eraan geloven. "Laat het ophouden!" was het enige dat er door zijn hoofd ging, "Ik ga dood!" Ook in zijn hoofd begon het met een kleine tinteling, maar al gauw veranderde dat in hetzelfde ijskoude gevoel dat hij overal in zijn lichaam had gevoeld, alleen dit keer ging het niet over in warmte. De kou bleef aanhouden en hij trok zijn ogen zo ver naar binnen dat hij het gevoel had dat zijn ogen daar voor altijd vast zouden blijven zitten. Er ging een steek van pijn door zijn hoofd en toen voelde hij niks meer...

Hij werd wakker van harde stemmen om zich heen. Het voelde alsof de stemmen diepe gaten in zijn hoofd maakten en probeerden zijn hoofd van binnenuit op te blazen. Voorzichtig opende hij zijn linkeroog om te kijken wat er aan de hand was. Er scheen nog nauwelijks licht van buiten de ruimte in, maar bovenin de kamer danste nu een vlammetje, waardoor de ruimte in een rode gloed verkeerde. Aan de andere kant van de ruimte zag hij twee mensen staan. Eén ervan was de jongen die hem daarvoor zo gemarteld had. De andere had hij nog niet gezien. Het was een licht gebogen vrouw die steunde op een tak. Ze was nog iets kleiner dan het meisje dat er eerder bij was geweest. Maar ondanks dat, leek ze de jongen nog wel de baas te zijn. De schreeuwende stem waarvan Kikkertje wakker was geworden, bleek van haar afkomstig te zijn. Ze maakte wilde bewegingen met haar armen, waarbij ze af en toe bijna de jongen raakte met haar stok. Kikkertje zag haar meerdere malen wijzen naar het bolvormige voorwerp dat boven het vuur hing en zelfs een paar keer naar hem. "Wie is die vrouw? Waarom is ze boos op die jongen? Heeft het soms met mij te maken?" Zijn adem stokte in zijn keel toen ze opnieuw eerst naar de bol wees, toen naar hem en vervolgens met haar vinger een snijbeweging langs haar eigen keel maakte. Ondertussen leek de jongen steeds kleiner te worden. Zijn schouders had hij al laten hangen en zijn hoofd hing droevig omlaag. Nog één keer zwaaide de vrouw wild met haar armen omhoog en duwde vervolgens de jongen aan de kant en liep weg. De jongen liep voorzichtig in de richting van Kikkertje. Met een droevige blik in zijn ogen keek hij Kikkertje aan. Een melancholische glimlach verscheen rond zijn mond terwijl hij voorzichtig met zijn vinger het hoofd van Kikkertje aanraakte. Hij verwachtte weer verschrikkelijke pijn te voelen, maar dit keer gebeurde er niks. Hij voelde alleen hoe het puntje van de vinger langzaam heen en weer bewoog over zijn hoofd. Eigenlijk voelde het best ontspannend. "Ik kan weer voelen!" besefte hij plotseling. Het was hem nog niet eerder opgevallen door de pijn die hij door zijn hele lichaam had gevoeld, maar hij kon al zijn ledematen weer normaal voelen. "Zou ik me dan ook weer kunnen bewegen?" Voorzichtig probeerde hij zijn linker voorpoot te bewegen, bang om teleurgesteld te worden als het niet zou lukken. Maar het lukte. Moeizaam wist hij zijn poot een klein stukje op te tillen, voor hij hem weer snel liet vallen door een pijnscheut die plotseling door zijn poot ging. De beweging was minimaal, maar het was de jongen niet ontgaan. Zijn ogen werden groot van verbazing. Snel draaide hij zich om en liep de ruimte uit, maar kwam even later weer terug met het meisje. Deze rende zo snel als ze kon naar hem toe, de vreugde was ondanks haar vochtige ogen duidelijk van haar gezicht te lezen. Maar toen ze hem zag liggen, betrok haar gezicht weer. "Waarom kijkt ze opeens weer zo sip? Heb ik soms iets gedaan? Wil ze misschien dat ik me beweeg? Die jongen leek er vrolijk van te worden..." Weer spande hij zijn spieren aan om zijn poot te bewegen, echter dit keer de rechter. Ook hier ging een pijnscheut doorheen, waardoor hij zijn pootje direct weer neer liet vallen, maar voor het meisje was het genoeg geweest. Ze veegde haar ogen aan haar mouwen af en keek met een brede grijns naar de jongen naast haar, die haar blik beantwoordde met een glimlach.

3.
In de dagen die daarop volgden, werd Kikkertje overal mee naartoe genomen door het meisje. Als ze ging eten, zat hij naast haar op tafel. Als ze in het bos een wandeling ging maken, nam ze hem in haar handen mee. Als ze ging slapen, legde ze hem naast zich neer, in een bed van bladeren dat ze speciaal voor hem had gemaakt. Ook nu lag hij daar, maar hij kon niet meer verder slapen, terwijl het nog donker was buiten. De regendruppels sloegen hard op het dak terwijl Kikkertje nadacht over wat er allemaal was gebeurd. "Ik had nooit op het geluid af moeten gaan..." Aan de andere kant besefte hij ook dat hij geluk had gehad dat die twee mensen hem hadden gevonden. Als zij daar niet op dat moment waren geweest, had hij daar waarschijnlijk nog steeds gelegen, niet in staat om te bewegen. "Misschien was ik dan wel dood..." Hij durfde er niet verder over na te denken. "Zou ik ooit nog thuis komen? Ze zullen zich daar wel afvragen waar ik ben... Waar ben ik eigenlijk?" Ondanks het feit dat het meisje hem bijna iedere dag had meegenomen het bos in, waren ze nooit op een bekende plek gekomen. Als hij die open vlakte weer zou zien, zou hij het direct weten, maar daar waren ze nooit meer terug gekomen.

Nog enkele dagen gingen voorbij en Kikkertje voelde zich iedere dag weer ietsjes beter. De pijn in zijn poten was nu nagenoeg verdwenen, alleen zijn rug deed nog zeer bij het lopen. Hij had inmiddels één keer geprobeerd te springen, maar dat was hem niet goed af gegaan. Hij was keurig op zijn poten terecht gekomen, maar door een scherpe steek in zijn rug glipten zijn voorpoten weg en was hij verder over de tafel gegleden, waar hij vlak voordat hij over de rand gleed tegen werd gehouden door het meisje. Sindsdien bleef hij veilig met alle poten aan de grond. Vandaag was anders dan de andere dagen. Het meisje was druk met allerlei spullen aan het slepen en lette nauwelijks op Kikkertje. Af en toe keek ze even of hij nog steeds op het tafeltje in haar kamer zat en liep vervolgens weer snel weg, op zoek naar andere spullen, die ze uiteindelijk allemaal op een grote stapel gooide en in een grote, vierkante ruimte propte. Nadat ze de ruimte volledig had afgesloten, pakte ze Kikkertje in haar linkerhand en met haar rechterhand sleepte ze het vierkante gevaarte achter zich aan, richting de uitgang van wat ze altijd haar 'huis' noemde. In de tijd dat hij daar was geweest, was ze altijd tegen hem aan het praten. Zodoende had hij een paar mensenwoorden weten op te pikken. Zo wist hij nu wat haar 'huis' en 'kamer' waren en wist hij dat als ze het over 'eten' of 'slapen' had, dat hij dan te eten kreeg of dat ze naar bed gingen. Maar nu had ze niks van deze dingen gezegd, dus Kikkertje had geen flauw idee wat er ging gebeuren. Het meisje liep door naar buiten, waar de jongen en de gebogen vrouw met de stok ook stonden. De jongen hield de hand van de vrouw vast en pakte, zodra ze in de buurt kwam, ook de hand van het meisje vast. Zodra hij haar vast had, werd alles donker. Kikkertje probeerde adem te halen, maar dat lukte niet. Hij krijg het gevoel alsof hij door een nauwe tunnel gepropt werd.

Net zo snel als dat het gevoel gekomen was, was het ook weer verdwenen en bevonden ze zich in een smal, donker, verlaten steegje van een stad, zoals hij zovaak met Karel geweest was. Maar deze steeg kende hij niet. Er kwam een angstig gevoel bij hem op. Net toen hij eindelijk begon te wennen aan het huis en de mensen die hem iedere dag omringden, gingen ze weg. Zodra ze neerkwamen, wankelde het meisje even op haar benen, maar de jongen hield haar staande aan haar arm. Kikkertje had ze in haar hand geklemd, met haar duim op zijn rug. Het was niet bijzonder comfortabel, aangezien hij nog steeds last had van zijn rug, maar hij wist tenminste dat ze ervoor zou zorgen dat hij niet op de grond zou vallen. De vrouw was al verder gelopen, terwijl de jongen en het meisje er snel achteraan liepen. Karel had hem eens verteld dat mensen niet van verlaten steegjes hielden en dat ze er het liefst zo ver mogelijk vandaan bleven. "Is dat de reden dat die vrouw zo snel doorloopt?" Ze gingen een hoek om en plotseling werden ze omringd door mensen. Kikkertje had al eens eerder zo'n mensenstroom gezien, maar alleen van een afstand. Karel had hem toen gewaarschuwd dat hij er altijd uit de buurt moest blijven, omdat het levensgevaarlijk was voor andere wezens dan mensen om zich in zo'n stroom te wagen. "Die mensen letten helemaal nergens op, behalve op zichzelf," had hij gezegd, "dus als je zelf niet uitkijkt, gaan ze zonder pardon bovenop je staan." Maar nu bevond hij zich plotseling midden tussen de mensen. Ze waren overal en ze leken allemaal recht op hem af te komen, om op het laatste moment aan de kant te stappen. Al die mensen leken ook op elkaar. Mannen, vrouwen, ze hadden allemaal dezelfde vastberaden blik in hun ogen en hun monden stonden allemaal even serieus, zonder acht te nemen van hun omgeving. Het leek wel of hun leven afhing van deze laatste trip. Ze gingen een hoek om en kwamen plotseling uit op een open plein, met aan de andere kant van het plein een reusachtig bouwwerk, volledig gemaakt van stenen. Hoog in het gebouw waren een paar inhammen te zien, waar mensen leken te staan. "Die mensen lijken wel van steen. Wat zouden ze daar doen?" Maar veel tijd had Kikkertje niet om erover na te denken, want de vrouw gebaarde iets naar het meisje waarop zij Kikkertje zuchtend in haar broekzak probeerde te proppen. Toen dat echter niet lukte, probeerde ze de zak van haar vest. Deze was iets ruimer en ze liet hem er zo voorzichtig mogelijk in glijden. Het was er volledig donker, op een kleine lichtgleuf bij de opening na. Kikkertje kreeg het er benauwd van. Iedere keer dat het licht even wegviel als er iemand langs hem liep, hield hij zijn adem in, zijn spieren aangespannen om weg te springen als dat nodig zou zijn. Na een tijdje werd het donkerder, alsof de zon plotseling verdwenen was achter de wolken. Hij zag echter geen wolken door de lichtgleuf, maar stenen. Massieve, grijze stenen. "Zijn we een grot in gegaan?" Hij kon het zich niet voorstellen, in een stad waren toch immers geen grotten? "Misschien dat rare bouwwerk met versteende mensen dan?" In de verte klonk gerommel. Het geluid leek wel op het gerommel dat hij had gehoord, voordat hij op het grote open veld kwam. Het angstzweet brak hem uit. "Waar brengen ze me naartoe?" Hij probeerde omhoog te klimmen uit het vest van het meisje, maar hij gleed weer naar beneden. Ondertussen kwam het gerommel steeds dichterbij. Nu begon hij in paniek te raken. "Ik moet weg hier! Dit gaat fout!" Maar hij zat vast, hij kon nergens heen en ondertussen werd het geluid steeds harder. Af en toe was er een schel gefluit te horen, of de snelle voetstappen van andere mensen die van de ene kant op hem afkwamen en aan de andere kant weer in de verte verdwenen. "Wat is hier aan de hand? Waarom zijn al die mensen op de vlucht? Waarom rennen wij niet weg?" Dit ging nog even zo door, tot ze plotseling stil bleven staan. "Wat is toch die geur? Het lijkt wel rook... Maar waar rook is, is vuur, toch? Wat doen we hier dan nog?! Weg hier!" Boven hem hoorde hij het meisje praten met de jongen en de oudere vrouw. De jongen leek zeker van zijn zaak, maar hij kon de aarzeling in de stem van het meisje duidelijk merken, ook al verstond hij niets van wat ze zei. Toen stapte het meisje een opstapje op. Tenminste, dat moet het wel zijn geweest, te oordelen aan de manier waarop Kikkertje plotseling omhoog werd geduwd door haar been, dat tegen haar vest aan kwam. Plotseling werden alle harde geluiden die hij had gehoord gedempt, alsof ze een andere ruimte binnen waren gegaan. Hij hoorde een schuivend geluid van een deur, nog zo'n woord dat hij haar vaker had horen zeggen, en het werd volledig rustig. Het meisje ging zitten en haalde Kikkertje uit de zak van haar vest, om hem vervolgens op haar hand voor het raam te houden. Hij zag allemaal mensen aan de andere kant staan, waaronder de oudere vrouw. De jongen kon hij nergens zien. Buiten klonk een harde, hoge fluit en plotseling begonnen ze te bewegen. Niet zijzelf, maar de ruimte waar ze in zaten. Onder klonk gerommel en de hele ruimte schudde. Steeds sneller bewogen ze en aan de andere kant van het raam zag hij allemaal mensen voorbij schieten. De meesten zwaaiden, alsof ze afscheid namen van iemand. Wat is dit voor rare ruimte?" Niet veel later kwamen ze buiten het gebouw en kon Kikkertje een groot deel van de stad zien. Het was reusachtig, zo ver als hij kon kijken, zag hij gebouwen, maar één in het bijzonder, aan de andere kant van de stad. Het leek op een reusachtige dennenboom, maar dan vierkant en gemaakt van ijzer. De scherpe punt stak recht de hemel in, alsof hij de zon wilde raken. "Wauw..."

4.
Een hele tijd bleef de ruimte zich voortbewegen door het landschap. Nadat ze de gebouwen achter zich hadden gelaten, kwamen ze door een groot heuvelgebied. Overal waar hij keek, zag hij heuvels begroeid met gras. "Ik had geen idee dat de wereld zo groot was..." Vol ongeloof keek hij naar buiten, terwijl ze de ene heuvel na de andere passeerden, met af en toe een paar bomen. De heuvels flitsten aan zijn ogen voorbij. "Hoe kan ik nu zien waar we zijn? Met deze snelheid kun je toch niet normaal naar de omgeving kijken?" Maar dat maakte het meisje niet uit. Ze zat te praten met een ander meisje, dat tegenover haar was gaan zitten. Hij had haar niet eens opgemerkt, zo gefascineerd had hij naar buiten zitten kijken. Hij had geen idee wie het andere meisje was, maar ze kwam hem niet onvriendelijk over. Ze leken ongeveer even groot te zijn, alleen had het meisje waarmee hij hier was gekomen bruin haar, terwijl het vreemde meisje blond haar had. "Als ik dat onthoud, kan ik ze tenminste uit elkaar houden..." Hij keek weer door het raam, maar er was weinig veranderd. Nog steeds de met gras begroeide heuvels, waar af en toe een grijze strook vanuit de verte op hen afkwam, met felgekleurde glimmende dingen die beide kanten op gingen, maar die gingen uiteindelijk altijd onder hen door. "Hoelang zou dit nog doorgaan?" Hij kreeg een vreemd gevoel in zijn maag. "Hoe moet ik nu ooit de weg naar huis vinden?" Met die gedachte nog steeds in zijn hoofd, viel hij na een tijdje in slaap.

Toen hij weer wakker werd, was het donker. Hij voelde dat hij op zijn bladerbed lag, waar hij die ochtend ook wakker was geworden, voor ze die bizarre, angstaanjagende trip gingen maken. Maar was dat wel echt gebeurd? "Zou ik alles misschien gedroomd hebben? Ik kan me niet herinneren dat ik weer in mijn bed ben gaan liggen..." Hij keek om zich heen. Nee, dit was zeker niet de kamer van het meisje. Deze ruimte was veel groter, veel hoger en in het minimale licht van de sikkelvormige maan dat naar binnen scheen, veel glimmender. Overal waar hij keek, zag hij voorwerpen die een gouden gloed uitstraalden. "Wat is dit voor eigenaardige plek?" Hij besloot op onderzoek uit te gaan. Hij kroop over de rand van het bladerbed waarin hij had gelegen en liep voorzichtig naar de rand van het tafeltje. Vanaf daar kon hij zich op het zachte bed ernaast laten vallen en met zijn poten aan het bed liet hij zich naar beneden zakken. Zodra hij met zijn achterpoten de grond voelde, liet hij zijn voorpoten ook los en begon te lopen. HIj had geen idee waar hij heen moest, dus hij besloot maar op het maanlicht af te gaan. "Misschien kan ik vanaf daar zien waar ik ben?" Maar hij was nog niet halverwege toen hij van achter plotseling met licht werd beschenen. Hij keek naar achteren en zag het vreemde meisje van eerder die dag op hem af lopen. Ze sloot haar duim en middelvinger om zijn buik en tilde hem op, waardoor zijn achterpoten in de lucht bleven bungelen, op zoek naar houvast. Het meisje draaide zich om en legde Kikkertje toen in de handen van het andere meisje met het bruine haar. Zij legde hem op haar beurt in zijn bladerbed en kriebelde nog even met haar vinger voorzichtig over zijn rug, voordat ze zelf in haar eigen bed ging liggen.

Toen het weer licht werd en Kikkertje zijn ogen open deed, was de ruimte weer leeg. Het meisje was weg. Dit was voor het eerst sinds tijden dat het meisje er niet was wanneer hij wakker werd. Nu het licht was, glimde de kamer nog veel meer dan eerst. Vrijwel alles had wel iets van goud in zich. Kikkertje snapte niet waarom. "Vinden mensen dit nou mooi?" Opeens klonk er een mensenstem verderop. Het klonk als een schorre mannenstem. "Ark! Je suis une piscine! Je suis une piscine!" "Let niet op hem, hij spoort niet helemaal", klonk een andere stem achter hem. Geschrokken draaide Kikkertje zich om. "Die verduvelde papagaai vind het grappig om mensen na te praten." Een grote, grijze kat zat tegenover hem. "Papagaai?" Kikkertje keek de kat niet-begrijpend aan. "Een rare, rode vogel. Hij vliegt hier nu al een paar jaar rond, hij is van een zesdejaars hier op school." Kikkertje begreep er nog steeds niks van. Wat was in 's hemelsnaam een school? "Ik ben trouwens Jean-Jaques, maar noem me maar gewoon Jack. En jij was? Ik geloof niet dat ik je hier ooit eerder heb gezien." Kikkertje vroeg zich af waar 'hier' was. En betekende dit dus dat hij hier al langer was? Dat moest wel, want hij wist dat die papagaai hier al langer was. Maar hoe lang al? Jaren? Jack was duidelijk de jongste niet meer, dat was wel te zien. Betekende dit dat hij hier ook nog jaren zou moeten blijven? Bij die laatste gedachte ging er een huivering door zijn lichaam. Hij moest er niet aan denken. "Ik ben Kikkertje..." Misschien kon Jack hem wat meer vertellen over deze plek. "Wat is dit voor plek? En wat doe ik hier?" Jack keek hem verbaasd aan. "Weet je dat dan niet? Dit is Beauxbatons, de magische academy! Hier gaan alle mensenkinderen heen om te leren toveren!" Toveren? Bedoelde hij echte magie? Dat bestond toch niet? "En jij bent het huisdier van één van die mensenkinderen!" ging Jack verder, "Je hoort bij één van die kinderen, dat weet je toch wel?" Hoor ik bij een mens? Het klopte dat hij de afgelopen tijd verzorgd was door een meisje, maar dat betekende toch niet dat hij bij haar hoorde? Wat bedoelde die kat met een 'huisdier'? Jack zag dat Kikkertje zijn woorden probeerde te begrijpen. "Hoelang ben je al bij je eigenaar?" Van deze woorden schrok Kikkertje. Zijn eigenaar? Was hij het eigendom van iemand? Sterker nog, was hij het eigendom van een mens? Kikkertje zocht naar de juiste woorden. "Een meisje heeft mij een paar weken geleden gewond in het bos gevonden en sindsdien verzorgd..." Nu was het Jack's beurt om verbaasd te zijn. "Bedoel je dat je daarvoor geen eigenaar had?" Jack keek hem ongelovig aan, maar al snel ging zijn blik over in medeleven, alsof hij medelijden had met Kikkertje. "Dat moet moeilijk voor je zijn geweest..." Moeilijk? Hoe kwam hij daar nou bij? Behalve dat hij op zijn hoede moest zijn voor rondvliegende uilen die niets liever zouden doen dan een kikker opeten, had hij een prima leven gehad. Hij had kunnen gaan en staan waar hij wilde en er waren genoeg andere dieren in het bos geweest, voordat de mensen waren gekomen. "Hoe zou het met ze gaan?" ging er weer door zijn hoofd. De rest van de dag hadden Kikkertje en Jack daar zitten praten. Jack, die al zijn hele leven bij een vrouw woonde die hij zijn 'bazinnetje' noemde en Kikkertje, wiens leven zo plotseling volledig op z'n kop was gezet, bleven elkaar verbazen met verhalen over hun totaal verschillende levens tot de zon weer onder ging en het weer donker begon te worden. Jack was al even weg toen het meisje eindelijk weer terug kwam. "Is zij nou mijn 'bazinnetje'? Ben ik nu haar eigendom?" Ze kriebelde hem nog even over zijn rug en ging in bed liggen, met haar rug richting Kikkertje.

5.
Zo gingen er enkele weken voorbij. Het meisje ging weg bij het opkomen van de zon en kwam pas terug als het alweer donker was. Hij kreeg wel iedere dag te eten van haar, maar daar bleef het meestal ook bij. Ze nam hem niet meer mee het bos in, zoals ze in het begin altijd deed. Hij moest zich nu in zijn eentje zien te redden. "Geld dit voor alle 'huisdieren'? Zouden ze allemaal zo behandeld worden door hun 'baasjes' of 'bazinnetjes'?" Op sommige dagen kwam Jack langs. Dat waren veruit de leukste dagen. Dan keken ze samen door het raam van de kamer naar buiten, naar de uitgestrekte bossen en de vogels in de lucht. Of ze liepen samen door de school, Kikkertje op de rug van Jack. Dan keken ze naar de ijverige leerlingen die druk in hun boeken aan het lezen waren. Of ze gingen gewoon ergens zitten en vertelden elkaar verhalen, vaak over hun eigen leven. Jack over de andere dieren die hij in de loop der jaren had ontmoet op school, stuk voor stuk eigendom van een leerling. Kikkertje over de dieren uit het bos waar hij vaak mee omging, zoals Petertje de rat en Rien het roodborstje, maar de meeste verhalen gingen over Karel. Wanneer ze zo met elkaar aan het praten waren, was er niks aan de hand. Maar in zijn eentje dacht Kikkertje vaak aan vroeger. Aan toen hij nog gewoon in het bos woonde. Het deed hem pijn. Het was geen fysieke pijn, zoals hij in zijn lichaam had gevoeld nadat die jongen hem had ingesmeerd met dat rare, kleverige goedje. Die pijn was over. Ook de pijn in zijn rug was weg en hij kon weer normaal springen. Dit was een ander soort pijn. Deze pijn kwam van binnenuit. Waar het vandaan kwam, wist hij niet, maar hij kon er niets aan doen. De pijn kwam altijd als hij alleen was. Als zijn gedachten weer uitgingen naar vroeger, naar zijn leven voor het zware gerommel en de hoge gil in het bos. "Ik had nooit op het geluid af moeten gaan..."

Nog meer weken gingen voorbij en de pijn werd er niet minder op. Dit kon zo niet langer doorgaan. "Ik moet weg hier, terug naar huis." Terug naar huis betekende wel Jack in de steek laten, maar dat kon niet anders. Hij wilde vast niet mee. Hij wist tenslotte niet hoe het was om te leven zonder 'bazinnetje'. Maar Kikkertje wist het maar al te goed. Dus op een ochtend, terwijl de regen zachtjes op het dak tikte en het meisje nog lag te slapen, besloot hij dat het tijd was om te vertrekken. Hij liet zich op het bed van het meisje vallen en liet zich omlaag glijden, precies zoals hij de eerste avond had gedaan. Inmiddels was hij al zo vaak met Jack de school door geweest, dat hij precies wist waar hij was. Hij bevond zich op de eerste verdieping, aan de andere kant van de uitgang. De uitgang waren ze nooit door geweest, maar het moest een keer gebeuren. Hij zou wel zien waar hij terechtkwam. Zo snel als hij kon, sprong hij door de gang, op weg naar de trap. Tot nu toe had nog niemand hem gezien, het was nog vroeg in de ochtend en de meeste mensen sliepen nog. Maar toen hij onderaan de trap kwam, stond hij plotseling oog in oog met een grote, zwarte hond. Hij herkende de hond als Brutus, de waakhond van de school. Samen met Jack had hij een keer naar hem zitten kijken, vanaf de eerste verdieping. "Gaan we ergens naartoe?" gromde hij dreigend, "je eigenaar zal het niet leuk vinden als je plotseling wegloopt." Daar had Kikkertje nog niet aan gedacht. Hoe zou het meisje reageren als ze ontdekte dat hij weg was? Maar zoveel aandacht schonk ze hem toch niet? Ze gaf hem weliswaar te eten, maar verder... Hij schudde het van zich af. "Ik hoor hier niet thuis! Ik ga weer naar huis!" "Dat dacht ik toch niet." Brutus liet dreigend zijn tanden zien. "Ga terug naar je kamer, of anders..." "Het is nu of nooit!" dacht Kikkertje. Hij zette zijn poten af tegen de grond en sprong richting Brutus. Brutus schrok toen Kikkertje precies op zijn neus terechtkwam en hij begon met zijn kop te schudden en te blaffen. Kikkertje kon maar even vasthouden voor hij de lucht in werd geslingerd door Brutus. Hij kwam een paar meter verderop neer en begon zo hard als zijn poten hem konden afzetten te springen richting de uitging, maar Brutus had zich al hersteld en rende weer op hem af. Hij haalde uit met zijn snuit, maar hij miste Kikkertje op een haartje. Hij blafte nog een keer en wilde opnieuw happen, toen een luid gesis van boven op hem neerkwam. "Ren, Kikkertje!" Het was Jack. Hij had het geblaf van Brutus gehoord en was toen met uitgestrekte nagels bovenop de agressieve hond gesprongen. De hond begon te piepen en haalde met zijn poten uit naar Jack. "Ga, nu!" Even keek Kikkertje verbouwereerd naar Jack, maar begon toen weer richting de uitgang te springen. Nog een paar meter en hij was er. Achter hem hoorde hij Brutus blaffen en piepen, terwijl Jack rondjes om hem heen rende. Eindelijk kwam hij bij de deur. De gleuf onder de deur was net groot genoeg voor hem om doorheen te kruipen, dus de hond kon hem tenminste niet volgen. Eenmaal onder de deur door, vielen de regendruppels op zijn hoofd. Hij vond het heerlijk. In al die weken dat hij bij het meisje was geweest, had hij nooit regendruppels gevoeld. Het meisje had hem altijd beschermd tegen de regen, precies zoals ze zelf probeerde te schuilen voor het water. Maar dat maakte nu niet meer uit. Hij zou het meisje waarschijnlijk nooit meer zien. "Ik ga naar huis."

Dit bericht is gewijzigd op 16-01 18:48.


meld dit bericht aan een moderator

Friendship isn't about who came first and who you've known the longest. It's about who came and never left. 
Superdreuzel Geplaatst op 17-01-2011, 20:23 Reageer
user icon
Berichten: 5626
gebruiker
Verstuur privé bericht

Hij probeerde zijn voorpootjes te bewegen, maar er gebeurde niks.

Ohnee, arme kikkertje

in het licht, tenzij er douwdruppels

ik zou menen dat het dauw was, en niet douw

Hij kreeg een vreemd gevoel in zijn maag. "Hoe moet ik nu ooit de weg naar huis vinden?" Met die gedachte nog steeds in zijn hoofd, viel hij na een tijdje in slaap.


Hoeft kikkertje niks te eten?

Dit is Beauxbatons, de magische academy!

Acedemy... is dat niet met ie?

Petertje de rat

Peter Pippeling?

begon zo hard als zijn poten hem konden afzetten te springen richting de uitging


Uitgang

"Ik ga naar huis."


Wat Hier kan je niet mee eindigen Ik wil meer
Kikkertje for life!


Oké, wederom een kikkertje verhaal, go Kikkertje =D Toch wel zonde dat die vervelende schepsels, beter bekend als mensen, zijn bos hebben vernield. Ben benieuwd of hij ooit weer echt thuis komt, maar daar zie ik hopelijk een nieuw verhaal in verschijnen?


meld dit bericht aan een moderator

 
alice Geplaatst op 19-01-2011, 21:19 Reageer
user icon
Berichten: 3205
moderator
Verstuur privé bericht

Mijn mening:
Secret-V
Leuk hoofdpersoon
De aanhalingtekens met denken had misschien beter enkele kunnen zijn en dubbelle voor als er gepraat word dan heb je beetje onderscheid.
Eerst deel komt Beaubonding niet in voor
Beetje vaag waar het nou afspeeld
Franse zin zit erin
Pas laat achter dat het op Beauxbatons afspeeld


meld dit bericht aan een moderator

 
Ginny-w Geplaatst op 19-01-2011, 21:57 Reageer
user icon
Berichten: 6331
gebruiker
Verstuur privé bericht

+ Orgineel hoofdpersoon, had ik niet verwacht.
+ Franse zin er leuk in gedaan.
+ Weinig schrijffouten kunnen vinden.
-  Vond dat het lang duurde voordat Kikkertje naar Beauxbatons ging.

Nog een opmerking: Ik zou eerder de gedachten van Kikkertje schuingedrukt hebben. En het praten dan met aanhalingstekens. Maar het is geen fout.  



meld dit bericht aan een moderator

Help will always be given at Hogwarts to those who ask for it. 
Howlingwolf Geplaatst op 21-01-2011, 15:18 Reageer
user icon
Berichten: 783
gebruiker
Verstuur privé bericht

- Een verhaal in het ik-perspectief, het verschil met de meeste verhalen is dat niet zozeer de omgeving wordt geanalyseerd, maar de gevoelens. De ruimte tussen de beschrijving laat ruimte om zelf dingen voor te stellen. Hoewel ik veel waarde hecht aan gedetailleerde beschrijvingen van personage's, ruimtes en voorwerpen, is het een interessante schrijfstijl.

Zijn adem stokte in zijn keel toen ze opnieuw eerst naar de bol wees, toen naar hem en vervolgens met haar vinger een snijbeweging langs haar eigen keel maakte.


Hier is het -mede door het niet gebruiken van taal- mij niet helemaal duidelijk wat er bedoeld wordt.
- wil die vrouw hem dood hebben?
- wil die vrouw dat ze hem ' voor dood' hadden moeten laten (dus achterlaten in het bos)
- zegt ze: hij had dood kunnen zijn?

Het was reusachtig, zo ver als hij kon kijken, zag hij gebouwen, maar één in het bijzonder, aan de andere kant van de stad. Het leek op een reusachtige dennenboom, maar dan vierkant en gemaakt van ijzer. De scherpe punt stak recht de hemel in, alsof hij de zon wilde raken.


Eiffeltoren?

Hij kroop over de rand van het bladerbed waarin hij had gelegen en liep voorzichtig naar de rand van het tafeltje.


het 'waarin hij had gelegen' is een beetje overbodig (vind ik)

Het verhaal is prettig om te lezen, al vind ik dat er af en toe 'teveel' aan beschrijving van gevoelens is. Het wordt dan onoverzichtelijker. Ik vind het mooi hoe je de link legt tussen geestelijke en lichamelijke pijn (heimwee). Mooi geschreven in een lastige schrijfstijl! Goed geschreven!

beetje laat, maar toch nog een reactie


meld dit bericht aan een moderator

I've seen Sweeney Todd more times than many therapists would consider emotionally healthy 
Secret-v Geplaatst op 24-01-2011, 12:55 Reageer
user icon
Berichten: 1156
administrator
Verstuur privé bericht

Op 21-01-2011, 15:18 Howlingwolf schreef:
- Een verhaal in het ik-perspectief, het verschil met de meeste verhalen is dat niet zozeer de omgeving wordt geanalyseerd, maar de gevoelens. De ruimte tussen de beschrijving laat ruimte om zelf dingen voor te stellen. Hoewel ik veel waarde hecht aan gedetailleerde beschrijvingen van personage's, ruimtes en voorwerpen, is het een interessante schrijfstijl.

[...]

Hier is het -mede door het niet gebruiken van taal- mij niet helemaal duidelijk wat er bedoeld wordt.
- wil die vrouw hem dood hebben?
- wil die vrouw dat ze hem ' voor dood' hadden moeten laten (dus achterlaten in het bos)
- zegt ze: hij had dood kunnen zijn?

[...]

Eiffeltoren?

[...]

het 'waarin hij had gelegen' is een beetje overbodig (vind ik)

Het verhaal is prettig om te lezen, al vind ik dat er af en toe 'teveel' aan beschrijving van gevoelens is. Het wordt dan onoverzichtelijker. Ik vind het mooi hoe je de link legt tussen geestelijke en lichamelijke pijn (heimwee). Mooi geschreven in een lastige schrijfstijl! Goed geschreven!

beetje laat, maar toch nog een reactie


Bedankt voor je reactie.

Ik weet het, dat stuk kun je op meerdere manieren opvatten, maar het is ècht lastig om zoiets zonder woorden te vertellen. Naar mijn idee bedoelde die vrouw dat Kikkertje wel dood had kunnen zijn door de toverdrank, vandaar het wijzen op de ketel. Maar eigenlijk kun je het op alle drie de manieren opvatten. (Dat bedacht ik me namelijk ook tijdens het schrijven. )

Jah, dat is de Eiffeltoren.

Teveel aan beschrijvingen? Hmm, dat had ik niet verwacht. Volgende keer moet ik m'n verhaal echt zelf even nalezen, dat zal wel wat schelen. xD

Dit bericht is gewijzigd op 24-01 12:55.


meld dit bericht aan een moderator