|
Howlingwolf
|
Geplaatst op 06-12-2010, 15:00 |
Reageer
|
Berichten: 783
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Okee.. Soms heb ik echt de grote behoefte om iets op papier te zetten. Dit idee voor dit verhaal zat al wat langer in mijn hoofd en nu heb ik (dan eindelijk) een stuk geschreven. Ik heb het wel gecontroleerd dus volgens mij klopt het ongeveer wel qua spelling..
De titel wil ik misschien nog veranderen, maar ik wist nu even geen betere.. :P
Mocht je nog dingen opmerken (fouten ofzo :P ) dan hoor ik het graag 
~~~~~
“Vermist!” schreeuwden de koppen op de voorpagina van de Ochtendprofeet. Onder de dikgedrukte letters stond een foto van een blonde vrouw. Haar gezicht was af en toe te zien wanneer ze opkeek van haar bureau. De grote witte veer in haar hand kraste enthousiast over het perkament. “Zeer bekend schrijfster vermist sinds de uitkomst van laatste boek!” stond er onder. De persoon die de krant las lachte zachtjes en sloeg zacht met zijn hand tegen de foto. Hij vervolgde zijn weg door de lange gang naar de huiskamer. De opgerolde krant hield hij in zijn vuist. “Amycus!” riep iemand, toen hij de kamer binnenliep. “Waar heb jij gezeten?” Amycus draaide zijn hoofd in de richting van het geluid. Een man met donkerbruin haar en een onverzorgd uiterlijk kwam op hem afgelopen. “Ik had wat problemen met de Schouwers,” gromde Amycus terwijl hij zijn schouders ophaalde. “Ze zijn momenteel overal! Alle overgebleven dooddoeners worden zonder pardon naar Azkaban gestuurd!” vervolgde hij verontwaardigd. “Sommigen daarvan krijgen niet eens een eerlijk proces!” “Hoe zit het met Lucius?” vroeg de man, terwijl zijn donkere ogen Amycus schattend aankeken. “Lucius? Die wordt waarschijnlijk vrijgesproken. Ik moet zeggen dat hij zeer goed toneel speelt,” sprak Amycus bitter. De man met het bruine haar schudde zijn hoofd en lachte schor. “Ga toch zitten, Amycus! Ik zal even kijken of de dreuzels hier iets sterks hebben liggen,” zei de man jovaal terwijl hij richting de kelder liep. Amycus ging zitten in de leunstoel die bij het raam stond. Er klonk zacht gemompel dat waarschijnlijk afkomstig was van de kelder. Enkele minuten later kwam de man terug en Amycus grijnste. “Heb je wat problemen met de oorspronkelijke bewoners, Rodolphus?” lachte hij piepend. “Hoe krijg je het überhaupt voor elkaar dat de Schouwers hier niet op de stoep staan?” vervolgde hij op serieuze toon. “Dreuzels zijn gemakkelijk voor de gek te houden,” sprak Rodolphus en zijn ogen glinsterden even. “Deze dreuzels hebben geen erg sociaal leven en zolang ik ze af en toe naar buiten stuur, vermoeden de buren ook niks,” vervolgde hij. “Al moet ik zeggen dat de Imperiusvloek zijn werk ook goed doet,” voegde hij er lachend aan toe. “Ook een glas?“ vroeg Rodolphus terwijl hij een fles rode wijn omhoog hield. Amycus knikte en kreeg niet veel later een glas in zijn hand gedrukt. “Het is waarschijnlijk niet de goede drank die je ooit van mij gewend was, Amycus,” zei Rodolphus zuur, ”maar iets beters kan ik je momenteel niet aanbieden.” “Het geeft niks,” antwoordde Amycus op een wat trieste toon. “Ik moet eerlijk zeggen dat te tijden voor mij ook veranderd zijn.
~~~~~
Dit bericht is gewijzigd op 06-12 20:22.
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
I've seen Sweeney Todd more times than many therapists would consider emotionally healthy |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Howlingwolf
|
Geplaatst op 15-12-2010, 08:20 |
Reageer
|
Berichten: 783
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Bedankt voor al jullie reacties Dit is een iets korter stukje, maar ik ben van plan vandaag verder te schrijven 
~~~~~
Amycus nam een grote slok van de wijn en spoelde deze even door zijn mond. Hij leunde achterover in zijn stoel terwijl hij met zijn hand langzaam over de stof wreef. “Dus..” begon Amycus wat ongemakkelijk. Zijn blik was blijven hangen op de stoel. “Ik weet wat je wilt vragen,” zei Rodolphus zacht. Hij staarde afwezig naar buiten terwijl hij een hand in zijn nek legde. Azkaban had duidelijk zijn sporen nagelaten. Rodolphus wangen waren ingevallen en zijn ogen lagen diep in de kassen. Bij het licht van de ondergaande zon was nu te zien dat door zijn kastanjebruine haar grijze vegen liepen. Zijn lichaam was niet zo sterk meer als dat het geweest was. Hij was slechts een schim van zijn vroegere ik. Ondanks dat Rodolphus een vrij wijd gewaad droeg, was duidelijk te zien hoezeer hij vermagerd was. Rodolphus keek Amycus weer aan en schraapte zijn keel. “Het gaat goed,” zei Rodolphus kort. Amycus keek hem aan met een lichte frons. “Je hoeft niet te liegen,” sprak Amycus rustig terwijl hij Rodolphus doordringend bleef aankijken. Rodolphus keek weg, boog zijn hoofd en zakte neer op zijn knieën. Hij wiegde zachtjes heen en weer, alsof hij zichzelf probeerde te kalmeren. Niet alleen in uiterlijke verschijning was Rodolphus van Detta veranderd. Azkaban had hem ook geestelijk uitgemergeld. “Ze zal boeten, Rodolphus! Op mijn woord van eer! Ze zal boeten voor..” Amycus werd ruw onderbroken door luid geklop op de voordeur. Rodolphus die nu voorovergebogen zat, zat met trillende handen in zijn haar en leek geen aanstalten te maken om de deur open te doen. Zijn schouders leken even te schokken. Er werd nogmaals geklopt, ditmaal langer en indringender. Amycus stond op en klopte Rodolphus in het voorbijgaan even op zijn schouder. Met kleine vlugge passen liep hij de gang in.
~~~~~
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
I've seen Sweeney Todd more times than many therapists would consider emotionally healthy |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Howlingwolf
|
Geplaatst op 20-12-2010, 12:38 |
Reageer
|
Berichten: 783
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Wat ik bij dit stukje ff wilde vermelden: -Bedankt voor alle reacties!  -Let op.. Ik heb de naam van Totelaer veranderd aangezien Castor en Regor teveel op elkaar lijken (dit verander ik ook nog in de bovenstaande post) -Ik ga nu de stukjes nummeren (zoals ik ook in mijn word-bestand doe) -Veel plezier met lezen 
~~~~~
Part 4
Amycus sloot de deur zorgvuldig. De bezwering die hij zacht mompelde moest ervoor zorgen dat dreuzels die in de buurt van het huis zouden komen, afgeschrikt werden. De drie dooddoeners liepen gezamenlijk door naar de huiskamer. “Ga toch zitten,” zei Amycus meer uit manieren dan uit vriendelijkheid. Hij gebaarde naar de stoelen in de kamer. Zelf liep hij naar een deur waarachter hij dacht dat de trap naar boven zou zijn. “Ik ben zo terug,” mompelde hij over zijn schouder. Arcenius en Regor leek het niet veel te schelen; ze waren al druk tegen elkaar aan het fluisteren. Regor had zijn brede postuur inmiddels al in de beste stoel genesteld en Arcenius dronk uit de fles wijn. Amycus zuchtte geërgerd en sloot de deur achter zich. Boven hoorde hij water stromen. Waarschijnlijk was Rodolphus zich even aan het opfrissen. Ergens had Amycus wel medelijden met hem. Rodolphus was tenslotte een van zijn beste vrienden geweest sinds Zweinstein. Het feit dat hij een aantal jaren hoger gezeten had, maakte Amycus niet veel uit. De kraan liep nog steeds. Amycus liep naar boven en ging een kamer in waar een groot bureau stond. Hij maakte het zichzelf gemakkelijk een stoel met een hoge leuning. Op het bureau zelf was het een rommel, overal lagen papieren en verpakkingen van etenswaren. Amycus keek rond. Hij zag een grote boekenkast die vrij leeg was. De titels van de weinige boeken die er in stonden, hadden duidelijke dreuzelnamen. Amycus liet zijn blik verder door de kamer glijden. In de hoek van de kamer stond een klein metalen bureautje met het meest bizarre voorwerp wat hij ooit gezien had; een wit kastje met een spiegel die Amycus wat zwartig weergaf. Het kastje zat vastgeketend aan de muur alsof de dreuzels bang waren dat het losbrak. Amycus moest sterk denken aan de draken die hij ooit van dichtbij gezien had. Dit touw leek in ieder geval niet sterk genoeg om zoiets tegen te kunnen houden. Opeens viel zijn oog op een boek met een naam die hem hoogst bekend voorkwam. Zijn ogen vernauwde zich tot spleetjes en er klonk een dierlijke grom vanuit zijn keel. Hij moest de grootste moeite moest doen het boek niet uit het raam te mikken. De dreuzels buiten zouden dan weten dat er iets aan de hand was. Niet dat Amycus bang was voor de dreuzels, maar het nieuws zou ook bekend worden bij het Ministerie. Het Ministerie ging alle dreuzelbronnen na sinds de dood van de Heer van het Duister. De schouwers waren feller dan ooit in het oppakken van alle resterende dooddoeners. Schoorvoet was een van hen geweest. Het was dan ook de meest onhandige en domme dooddoener die Amycus ooit gezien had en Amycus vroeg zich dan ook af of de Heer van het Duister hem ooit serieus had genomen. Hij was, nadat hij een aantal keren was uitgebroken –met behulp van andere dooddoeners- al snel weer opgepakt en elke keer was het zijn eigen schuld geweest. Zo had hij de wc’s op een dreuzellocatie gesaboteerd waardoor er vuur uit de pot kwam. Om te voorkomen dat hij werd opgepakt had hij zich voorgedaan als dreuzel. Wat hij niet besefte was dat hij nog steeds in zijn gewaad rondliep en dat zijn hoofd bekend was bij het Ministerie. Hierna volgde nog een reeks beschamende fouten die hij had begaan. Amycus had er in ieder geval geen spijt van dat hij zijn mede-dooddoener had verlamd om zelf weg te komen. Schoorvoet was toch van geen enkel nut. Plotseling ging de deur van de badkamer open en kwam Rodolphus naar buiten. Zijn ogen waren nog een beetje waterig, maar voor de rest zag hij er weer heel normaal uit. “Arcenius en Regor zullen wel ongeduldig worden,” zei hij helder waarna hij zich omdraaide en aanstalten maakte om naar beneden te gaan. “Kom je?” vroeg hij Amycus van over zijn schouder. Amycus stond op en met kleine vlugge passen liep hij achter de dooddoener aan.
~~~~~
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
I've seen Sweeney Todd more times than many therapists would consider emotionally healthy |
|
|
|
|
|
|
|
|
|