|
|
|
fleur
|
Geplaatst op 22-02-2012, 12:20 |
Reageer
|
Berichten: 1429
moderator
Verstuur privé bericht
|
Sophia keek nog even naar Dálina. Er zouden vast nog genoeg kansen komen, Dálina vertrouwde haar met Luna, dus ze zou een andere keer wel doen wat ze moest doen. Toch was ze ergens ook wel geïrriteerd, ze wou er klaar mee zijn en dan moest Dálina zich er opeens weer mee bemoeien. Sophia stapte in haar bed en keek naar het bed van Dálina, Luna en zij sliepen alweer. Sophia bleef even naar ze kijken, tot ze zelf in een diepe slaap viel.
Ruben keek om zich heen toen hij de stem hoorde, maar zag geen gedaante die bij die stem zou moeten passen. Jordy en de drie dooddoeners keken ook om zich heen, op zoek naar de gedaante die bij de stem hoorde. ‘Bespaar je de moeite, ik laat me alleen zien wanneer dat nodig is, maar ik hou hier alles in de gaten’ klonk de stem vanuit de duisternis. ‘Ben je te laf om jezelf te onthullen?’ vroeg Jordy met een scherpe ondertoon in zijn stem. ‘Nee, dat ben ik niet. Het is alleen de tijd nog niet om mezelf te onthullen. Verdwijn nu, allemaal, zoek een veilig vertrek en neem je rust, voor het te laat is.’ ‘Wat bedoel je daar mee? Wie ben je?’ vroeg Jordy, nu was zijn stem eerder nieuwsgierig. Hij wilde weten wie er bij die stem hoorde, wie het lef had om hen allemaal zomaar weg te sturen. ‘Daar hebben jullie gauw genoeg het antwoord op, maar dat is nu nog te vroeg. Ga, verzamel je en maak je klaar, wat dit is nog niet voorbij.’ De stem werd met elk woord steeds zwakker, alsof de gedaante aan het oplossen was in het niks. Bellatrix keek even naar de duisternis waar de stem vandaan was gekomen en liep er toen op af. Ze hief haar toverstok voor een aanval, maar er was niemand. Toch wist ze zeker dat er net nog iemand had gestaan, maar het was te donker geweest om te gedaante te kunnen ontmaskeren. ‘Hier komt hij niet mee weg, wie het ook was, ik laat me niet zomaar wegsturen!’ zei Bellatrix geïrriteerd. ‘Laat het nu maar rusten, zo komen we er helemaal niet uit wie het was’ kalmeerde Rodolphus zijn vrouw. Bellatrix wierp hem even een vernietigende blik toe. Door de verwarring die was ontstaan over de persoon in de duisternis, hadden Rudolf, Jasmine, Elaine en Ruben een kans gezien om weg te komen. Ze waren snel naar de slaapzalen gegaan. Na de aanval op Perkamentus waren er bezweringen over de slaapzalen uitgesproken, waardoor alleen de rechtmatige leerlingen de slaapzalen konden betreden. ‘Probeer een beetje te slapen, morgen zoeken we wel uit wat er bedoeld werd’ zei Ruben zacht tegen Elaine wanneer ze afscheid namen. Elaine knikte langzaam, ze wou haar angst niet laten zien aan Ruben. Ruben kuste haar even zacht en liep toen samen met Rudolf de jongensslaapzaal in. Elaine keek hem na en liep toen met Jasmine hun slaapzaal in. Ze zou zeker niet slapen, ze moest er achter zien te komen wat hun te wachten stond. Veel erger dan het geweest was kon het zeker niet zijn, toch? Met deze gedachte stapte ze in haar bed, maar onbewust wist ze dat het nog altijd erger kon zijn..
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
Friendship isn't about who came first and who you've known the longest. It's about who came and never left. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
lieke
|
Geplaatst op 25-02-2012, 15:32 |
Reageer
|
Berichten: 2720
gebruiker
Verstuur privé bericht
|
Ook al had Elaine gedacht dat ze absoluut niet kon slapen, wonderbaarlijk genoeg was zij, net als de rest van de slaapzaal, binnen een paar minuten vertrokken. De volgende ochtend waren alle meiden op de slaapzaal, ook Luna, al vrij vroeg wakker. 'Zullen we weer eens met z'n alle gaan ontbijten?', stelde Dálina voor. De rest knikte. Ik maak de anderen wel even wakker', zei Sophia en voegde meteen de daad bij het woord. Eventjes later zaten ze allemaal, aangekleed en wel, in de eetzaal, ook Luna, maar Guaron ontbrak, die mocht nog niet van de ziekenzaal, 'Kan niemand iets verzinnen om als afleiding te dienen?', vroeg Jasmine. Een paar haalden hun schouders op. 'Ik ga even langs Guraron', zei Emely een paar minuten later, toen ze klaar was met eten. Snel verliet Emely de eetzaal en ging ze op weg naar de ziekenzaal. Nog wat meer tijd verstreek en het duurde niet lang voordat Emely bij Guaron was. 'Kom eens op het bed zitten', zei Guaron. Emely glimlachte en kwam inderdaad bij Guaron op de rand van het bed zitten. 'Zeg, Verloofde, voel jij je nog goed?' Beiden moesten ze lachen om wat Emely had gezegd. 'Ja hoor, mijn aanstaande vrouw', antwoordde Guaron lachend. 'Gelukkig maar', reageerde Emely. 'Er klopt iets niet....', zei Guaron. Emely schrok meteen ontzettend en had bijna meteen haar toverstok in de aanslag. 'Hoho... rustig maar, zo bedoel ik het helemaal niet..., jij bent echt veel te gespannen door de afgelopen weken bijna aan een stuk door vechten en schuilen en verdriet lijden.', zei Guaron. 'Wat bedoel je dan?', vroeg Emely verbaasd. 'Je bent mijn verloofde, maar je draagt geen ring', merkte Guaron op terwijl hij de ringvinger van haar rechterhand vastpakte en er een kusje op drukte. 'Heb jij dan een ring?', vroeg Emely, opnieuw verbaasd. 'Uhm... nee, niet meer, ik vertel zo wel hoe', antwoordde Guaron met een schamper lachje. 'Uhm... wat dan?' 'Als jij nou eens met Dálina naar een stad in de buurt gaat om mooie ringen te kopen?', stelde Guaron voor. 'Zal ik dan even Dálina halen?', vroeg Emely. 'Doe maar' Een kwartiertje later was Emely terug met Dálina, die Luna met zich meedroeg. 'Wat hoor ik broertje, moet ik met Emely gaan winkelen? Waarvoor?', vroeg Dálina. 'Dálina, ik heb Emely ten huwelijk gevraagd, dat wist je al -', zei Guaron, die onderbroken werd door Dálina 'En wat heeft dat met winkelen te maken?', vroeg ze, 'Ze heeft ja gezegd, maar om eerlijk te zijn heb ik geen ring voor haar, die ben ik kwijt sinds... sinds een van die vele aanvallen van ik weet niet eens meer wie... hoe dan ook. Ik had er een in ieder geval een, maar die ben ik helaas verloren' 'Dus ik moet met Emely een nieuwe set ringen voor jullie gaan kopen?', lachte Dálina. 'Ja, eigenlijk wel ja', antwoordde Guaron lachend. 'En... wie gaat dat dan betalen? Ik vraag me af hoe je überhaupt geld had voor de eerste set ringen, maar voor 2 heb je zeker geen geld, of wel?', vroeg Emely. 'Ik zorg wel dat papa betaald', reageerde Dálina. 'Zou Stephan dat zomaar doen?', vroeg Emely, voor de zoveelste keer vandaag, verbaasd. 'Niet zomaar, maar voor mij en Guaron wel', lachte Dálina. 'Neem dan gelijk de rest mee, zodat jullie er een gezellige middag winkelen van maken, want jullie kunnen allemaal wel wat ontspanning gebruiken', stelde Guaron voor. Dálina knikte en liep terug naar de rest waarna ze het hun voorstelde. Iedereen vond eht een goed idee en wilde meegaan, maar Sophia hoefde niet mee. 'Jammer Sophia, dat je niet mee wil gaan, maar ik denk niet dat ik je nog kan overhalen, wel?', zei Emely 'Nee, sorry, ik heb gewoon geen zin in winkelen.' 'Het verbaast mij dat Ruben en Rudolf wel willen winkelen', fluisterde Elaine tegen Jasmine. 'Kun jij dan op Luna letten, Sophia? Laat Luna dan veel bij Guaron blijven, anders is hij zo eenzaam als wij allemaal weg zijn', zei Dálina. 'Ja hoor, prima', zei Sophia terwijl ze Luna van Dálina overnam, dit ging wel echt heel erg makkelijk, alsof Dálina zelf van haar dochter af wilde.
Fleur als je verder schrijft, wil je dan deze keer geen spanning toepassen, maar er echt een ontspannen middag van maken, alsjeblieft? Anders vallen onze personages van spanning in spanning in spanning en dat is niet aardig voor hun.. (Bij Sophia en Guaorn mag je doen wat je wil, maar laat de rest ff ontspannen alsjeblieft) .
Dit bericht is gewijzigd op 25-02 15:33.
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
"That went well" -'Expecto Patronum' 'Lily? After all those years?' 'Always' - 'You have your mother's eyes' |
|
|
fleur
|
Geplaatst op 25-02-2012, 18:29 |
Reageer
|
Berichten: 1429
moderator
Verstuur privé bericht
|
Dálina kuste Luna nog even zacht op haar voorhoofd en streelde haar wang. ‘Mamma is zo snel mogelijk weer terug, liefje’ zei ze en liep toen naar de anderen die op haar stonden te wachten. Emely haakte haar arm door die van Dálina en al kletsend verlieten ze de woonkamer. Sophia keek ze na en keek toen naar de baby in haar armen, die vrolijk kraaiend naar haar keek. Een schuldgevoel bekroop Sophia op dat moment. Ze wist wat haar taak was, maar nu ze de kleine Luna zo in haar armen had, voelde het opeens niet goed meer..
Dálina, Emely, Elaine, Ruben, Jasmine en Rudolf verlieten het kasteel en liepen richting Zweinsveld. ‘Denk je dat we wel wat kunnen vinden in Zweinsveld? Of moeten we ergens anders heen gaan?’ vroeg Emely aan Dálina. Dálina glimlachte even. ‘In Zweinsveld zijn genoeg winkels, dus vast ook wel iets van een juwelier. We kunnen ook gewoon gaan winkelen, Guaron heeft gelijk, we hebben ook wel eens recht op ontspanning. Natuurlijk blijft de spanning hangen, ik mis Marten verschrikkelijk, maar we moeten ons hoofd eens leeg maken en genieten van alles om ons heen. We gaan nu vieren dat jij en mijn broer gaan trouwen en de rest komt later wel.’ Dálina glimlachte naar Emely toen ze dit gezegd had en Emely glimlachte even terug. Elaine liep hand in hand met Ruben en keek even vanuit haar ooghoeken naar hem. Ze was blij dat hij ondanks alles nog altijd naast haar liep en haar vriendje was. Ruben keek op dat moment ook even naar haar en ze zag de fonkeling in zijn heldere, blauwe ogen. ‘Eh.. meiden? En Rudolf..’ zei Elaine en keek even naar de rest. Dálina en Emely, die voor hen liepen, hielden even stil. ‘Wat is er? Niks ergs toch?’ vroeg Dálina meteen op haar hoedde. ‘Nee, niks ergs. Vinden jullie het erg als Ruben en ik samen gaan? We zijn al zo’n lange tijd niet echt meer samen geweest en dat begin ik eigenlijk wel te missen..’ Elaine bloosde even. Ruben kneep zacht in haar hand en glimlachte naar haar. Dálina keek even van haar naar Ruben. ‘Nee, natuurlijk niet. Ga maar en heb plezier samen. Zullen we anders straks ergens afspreken, wat gaan drinken in de Drie Bezemstelen?’ ‘Klinkt goed. We zien jullie daar om.. half 4?’ Dálina knikte en glimlachte naar de twee. ‘Veel plezier samen.’ Ruben kneep weer even zacht in Elaine haar hand en liep toen met haar richting het park aan de rand van Zweinsveld. Emely keek de twee na en glimlachte even. ‘Wat lief, die twee tortelduifjes samen.’ Dálina begon te lachen toen ze dit zei. ‘Jij en Guaron waren net zo erg hoor, jullie waren nooit bij elkaar weg te slaan en stonden altijd ergens smoezend of zoenend.’ ‘Oke, oke, daar heb je misschien een punt. Dat mis ik trouwens wel, het zorgeloze leventje dat we eerst altijd hadden. Geen problemen, alleen maar liefde en vriendschap. Het is toch niet te veel gevraagd als ik zeg dat ik dat terug zou willen?’ ‘Nee, dat zou ik ook graag willen, maar dan wel samen met Marten.’ Emely knikte en keek voor zich uit. ‘Het leven zou veel makkelijker zijn als we gewoon als tieners konden leven, jij dan als tienermoeder met Marten en ik gelukkig met mijn Guaron.’ Dálina gimlachte. ‘Zo wordt het ook wel weer, we moeten alleen even geduld hebben en hier doorheen komen. Maar nu gaan we eerst de perfecte ringen voor jou en je aanstaande uitzoeken.’ Slenterend door de winkelstraat van Zweinsveld keken ze om zich heen, op zoek naar een goede juwelier. ‘Oh natuurlijk, naast Madame Kruimelaars zit een juwelier.’ Dálina zag in de verte een groot bord hangen naast Madame Kruimelaars theehuisje waar op stond dat de juwelier Geoffrys geopend was. Jasmine en Rudolf waren ze ergens halverwege kwijtgeraakt, omdat ze ook alleen wouden zijn, dus liepen ze samen naar de juwelier. Dálina opende de deur van de juwelier en een oude man kwam op hun afgelopen. ‘Goedemorgen, wat kan ik doen voor deze twee prachtige meiden?’ vroeg hij en glimlachte zijn tanden bloot. Emely keek naar zijn tanden, wat niet veel meer was dan een paar zwarte stompjes. ‘Mijn vriendin hier heeft zich net verloofd met mijn broer, maar hij had helaas geen ring meer voor haar. We zijn dus op zoek naar een stel prachtige ringen.’ Dálina nam meteen het woord, terwijl Emely naar de grote vitrines keek waar de ruime mee was gevuld. Ze liep op een vitrine af en keek naar de sieraden die er in lagen. Alle sieraden waren netjes gesorteerd en alles was van een prijskaartje voorzien. ‘Ah, mejuffrouw heeft een goede smaak zie ik,’ De man liep op Emely af en kwam achter haar staan. ‘dit zijn de mooiste sieraden die ik in mijn winkel verkoop, echt zilver met ingelegde diamanten.’ ‘Ik vind die ring wel heel erg mooi, maar ik kan de prijs niet goed lezen’ Emely wees naar een stel ringen achterin de vitrine. De man pakte snel zijn bos sleutels en maakte de vitrine open. Hij pakte de ringen er uit die ze aan had gewezen. ‘Dit zijn de mooiste ringen die ik in mijn winkel verkoop en ze kosten samen 118 galjoen, en dat is echt een koopje.’ Emely keek Dálina even aarzelend aan, maar Dálina opende haar tas en glimlachte. ‘We nemen ze.’
|
|
meld dit bericht aan een moderator
|
|
Friendship isn't about who came first and who you've known the longest. It's about who came and never left. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|